Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Athene, Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het oude Byzantium af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk”

De platte aarde

De informatie in elke door ons gesproken of geschreven zin vormt – om er eens een cliché tegenaan te gooien – het topje van een ijsberg. Er is de eigenlijke mededeling, maar die is alleen begrijpelijk doordat de spreker/schrijver en de luisteraar/lezer allerlei ideeën delen. Anders geformuleerd, de overdracht van informatie veronderstelt gedeelde informatie. Ik heb er al wel vaker op gewezen dat elke antieke tekst een wereldbeeld veronderstelt waarin de grens tussen natuurlijk en bovennatuurlijk niet ligt waar wij die trekken. Een ander aspect is de tegenstelling tussen beschaving en barbarij. Ook veronderstelt menige antieke tekst een platte aarde.

Een oudheidkundige zal zich, voor hij zelfs maar aan het doorgronden van een tekst kan denken, dat antieke wereldbeeld eigen moeten maken, want anders kan hij de oude teksten, die zo vol onware beweringen zitten, niet serieus nemen. Dan negeer je de informatie en is er een serieuze kans dat je het kind met het badwater weggooit. Wonderlijk genoeg zijn er nauwelijks boeken of websites die het antieke wereldbeeld echt uitleggen en daarom ben ik des te blijer met De platte aarde. De rijke geschiedenis van een mythisch denkbeeld van de filosoof Hans Dijkhuis.

Lees verder “De platte aarde”

Archeologisch museum, Sidon

Museum in aanbouw

Ik heb al eerder geschreven over de opgravingen in Sidon, waar een wonderschone opgraving eindelijk licht werpt op het oudste stedelijke verleden. Op de plaats die bekendstaat als “Les Frères” of de “College Excavations” is de hele geschiedenis gedocumenteerd vanaf het Chalcolithicum (pakweg het vierde millennium v.Chr.) tot en met de komst van de Arabieren. Even verderop ligt een Kruisvaarderskasteel en tussen de opgraving en dat slot ligt een grafveld uit de dertiende eeuw.

Het onderzoek is niet alleen interessant omdat Sidon, dat na Byblos en Tyrus altijd een beetje op de derde plaats komt, nu zijn verleden in beeld krijgt. Belangrijk is ook dat hier voor het eerst Kanaänitisch DNA is geïsoleerd uit de Bronstijd. Weliswaar bereikte het de media op een vreemde manier – u moet het hier maar even nalezen – maar het is wel een belangrijke verworvenheid die een basis kan zijn voor nieuw onderzoek naar bijvoorbeeld de Fenicische migratie.

Lees verder “Archeologisch museum, Sidon”

Kijk, dat snap ik dus niet

Vandaag was ik in het Kruisvaarderskasteel van Tripoli. Het is in 1102 door Raymond de Saint-Gilles gebouwd op een heuvel ten oosten van de stad, met het doel de toegang daartoe af te snijden. De belegering sleepte zich voort tot 1109; toen viel Tripoli in Kruisvaardershanden. Dat zou zo blijven tot 1289.

In de fenomenale burcht maakte ik bovenstaande foto. En ik vraag me dus nu al de hele dag af waarom in dit raam dat hoekje rechtsboven ontbreekt. Iemand heeft er echt werk van gemaakt om deze wonderlijk gevormde lijst te maken, maar waarom in vredesnaam? Aan de binnenkant is niets bijzonders te zien, dus wat is hier aan de hand geweest?

Nubische migranten

Drie fabelwezens

Ik heb de laatste maanden enkele keren geblogd over Nubië omdat er in het Drents Museum in Assen zo’n mooie expositie is over dit antieke koninkrijk. Nu migratie het thema is van de Week van de Klassieken, is dat een ongezochte gelegenheid om eens te schrijven over het einde van het Nubische koninkrijk Meroë, dat enigszins doet denken aan de desintegratie van het West-Romeinse Rijk.

De weinige informatie die we hebben, heeft betrekking op de aankomst van nieuwe stammen, zoals de nomadische Blemmyes, die zich – als je dit mag zeggen van nomaden – vestigden in het grensgebied tussen Meroë en het Romeinse Rijk. Hun aanwezigheid was niet naar de zin van de Romeinse keizer Diocletianus (r.284-305), die een andere groep nomaden uitnodigde om vanuit de westelijke woestijn naar de Nijlvallei te komen. Dit waren de Nobatae. Zij dreven de Blemmyes terug naar het oosten, naar het land tussen de rivier en de Rode Zee.

Lees verder “Nubische migranten”

Slonzige journalistiek

De schat van de Haarlemmermeer (Haarlemmermeermuseum)

Misschien is “misschien” wel het allerfijnste woord van de journalistiek. Je begint een zin met “misschien” en kunt daarna elk superlatief gebruiken dat je wil, zonder dat je het hoeft te controleren. Neem de redactie-binnenland van de nieuwssite van de NOS – die ik op zich buitengewoon waardeer.

Misschien wel de grootste muntenschat ooit gevonden in Nederland was vandaag heel even in zijn geheel te zien in het streekmuseum Goeree-Overflakkee.

700 losse en 2300 samengeklonterde munten is indrukwekkend en ik baal ervan dat ik vandaag niet was in Sommelsdijk, maar dit is slonzig. Nodeloos slonzig. Als de redactie even de moeite had genomen te googelen op “grootste muntenvondst” + “nederland”, wat toch niet buitensporig ingewikkeld is, dan zou ze, enigszins afhankelijk van de personalisatie die Google toepast op de zoekresultaten, vermoedelijk bij de eerste vijf hits deze link hebben gehad naar de schat van de Haarlemmermeer.

Lees verder “Slonzige journalistiek”

Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris

De H.Sofia van Nicosia

Het zag er nu niet goed uit voor Paulus Tagaris. In Constantinopel zou zeker uitkomen dat hij geen lid was van de keizerlijke familie. Naar de patriarchen van Jeruzalem of Antiochië kon hij ook niet. Of hij Alexandrië of een terugkeer naar Perzië heeft overwogen is niet bekend. In elk geval vluchtte hij naar de vijfde patriarchenstad: Rome, waarheen de paus net vanuit Avignon was teruggekeerd. In Italië waren Byzantijnse geestelijken welkom, zeker nu er in Constantinopel een stroming was die in de zogenaamde Filioque-discussie, een van de meest heikele kwesties in die tijd, verzoening met de paus nastreefde.

Omdat Paulus om voor de hand liggende redenen niet door Constantinopel wilde reizen, trok hij door het gebied van de Mongoolse Gulden Horde – zeg maar Oekraïne – en Hongarije, bereikte Rome en gaf zich weer uit voor de patriarch van Jeruzalem, die was gekomen om te overleggen over de Filioque-kwestie. Wat de paus natuurlijk het liefste hoorde was dat zijn dwalende medebroeder in Christus zich bekeerde tot de ware christelijke leer – en dat deed Paulus dus. De paus, die een mogelijkheid zag zijn macht te vergroten, erkende hem in 1379/1380 als patriarch van Constantinopel, dit keer voor de Latijnse kerk. Dit was een officiële positie, al resideerde deze patriarch niet in Constantinopel maar in Chalkis op Euboia. Paulus stond nu aan het hoofd van alle rooms-katholieken op de Balkan en in Azië.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris”