Liegen over Nikolaas van Myra

Het graf in de basiliek in Myra dat meestal wordt aangewezen als dat van bisschop Nikolaas

En hop, daar gaan we weer. Als het niet Trouw is die nonsens publiceert over Mithras, zijn het de andere media wel die kwakgeschiedenis publiceren over de Oudheid. Zoals een volstrekt stompzinnig verhaal over het gebeente van Nikolaas van Myra: de Standaard, het Algemeen Dagblad, het Reformatorisch Dagblad, Scientias. De simpele samenvatting: het gebeente dat in de elfde eeuw, kort na de Turkse verovering van het gebied dat nu Turkije heet, vanuit Myra naar Bari is overgebracht, is niet het echte gebeente van de vierde-eeuwse bisschop. Dat ligt – op dit punt maken de acht academici die momenteel in Myra onderzoek doen een gratuit voorbehoud – wellicht nog in een graf dat niet eerder is onderzocht en er gaaf uitziet. Dat voorbehoud is echter zó onbelangrijk voor ze dat ze het persbericht de deur al uit hebben gedaan.

Tja. In die basiliek liggen wel meer mensen begraven. Er zal best een graf zijn dat niet eerder is onderzocht. Maar het is extreem onwaarschijnlijk dat dat het graf is van Nikolaas. Hoe zat het ook alweer? Lees even mee bij Orderic Vitalis, die het verhaal van de grafroof heeft verteld. Er waren destijds, in 1087, twee teams actief om het gebeente van Nikolaas in Italië in veiligheid te brengen te roven. Terwijl het team uit Venetië het netjes aan de burgemeester van Myra ging vragen, sloeg het team uit Bari zijn slag en bracht de botten over naar de hak van Italië.

Lees verder “Liegen over Nikolaas van Myra”

De eerste wereldtaal

[Vandaag een gastbijdrage van mijn goede vriend Richard Kroes, die heel veel weet van oosterse talen en wiens blog u ook eens moet bekijken.]

Vanavond is de officiële presentatie van een boek dat ik stiekem al gelezen heb: De eerste wereldtaal, de geschiedenis van het Aramees van Holger Gzella, professor Hebreeuwse en Aramese Taal- en Letterkunde in Leiden, uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep. Ik kreeg de proefdrukken toegestuurd en heb het boek direct verslonden. Aramees, dat kent u als de taal die Jezus sprak. Gzella krijgt regelmatig een vraag om uitspraken van de timmerman uit Nazareth in het Aramees. Voor een tatoeage.

Op dergelijke vragen gaat hij doorgaans niet in, want hoe Jezus zijn moerstaal sprak, daar weten we eigenlijk niet heel veel van. Het Aramees dat we kennen uit de periode waarin hij leefde, is de Aramese schrijftaal uit de Dode Zee-rollen, en dat sprak de gewone bevolking niet. Arameese spreektaal kennen we wel: het Palestijns Aramees, maar de bronnen daarvoor zijn van enkele eeuwen daarna. En dan weten we bovendien nog dat Jezus sprak met een Galilees accent, waar we helemáál niks over weten.

Lees verder “De eerste wereldtaal”

Factcheck: Griekse democratie

Het spreekgestoelte op de Pnyx in Athene.

In een van de oudste versies van het epos van Gilgameš wil de titelheld ten oorlog gaan, maar een college van adviseurs verbiedt het hem. Daarop roept hij een volksvergadering samen die hem wel toestemming verleent. Simpele conclusie: democratie bestond al in het Mesopotamië van de Vroege Bronstijd.

Van de Fenicische steden uit de Late Bronstijd en de IJzertijd – Tyrus, Sidon, Beiroet, Byblos, Arwad – is niet zo heel erg veel bekend en ze zullen ook niet allemaal hetzelfde bestuurd zijn geweest, maar het staat vast dat er naast de koningen magistraten waren en dat de vorsten van tijd tot tijd het advies vroegen van volksvergaderingen. Ik aarzel of we dit een democratie moeten noemen: je zou willen lezen over soevereine besluiten door die vergadering en voor zulke informatie hebben we domweg te weinig bronnen. De jarenlange belegering van Tyrus in de vroege zesde eeuw is bij mijn weten de enige periode in de Fenicische geschiedenis waarvan we weten dat het volk zonder koning regeerde en dat is nou net een atypische situatie.

Lees verder “Factcheck: Griekse democratie”

Manuscript met drakendoder

Middeleeuws Ovidius-manuscript (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Scherp als uw ogen zijn en paraat als uw kennis van de Latijnse poëzie is, had u het bovenstaande natuurlijk terstond geïdentificeerd als de regels 27 tot en met 58 uit het derde boek (zie het cijfer bovenaan) van de Metamorfosen van Ovidius. Dat is het begin van een heel mooi verhaal dat ik hieronder aan u zal geven in de vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema. Het manuscript is afkomstig uit de Vaticaanse Bibliotheek.

Het verhaal? Jupiter (zoals de Romeinen Zeus noemen) heeft van het strand bij de Phoenicische stad Tyrus – ik blogde er al eens over – het meisje Europa ontvoerd. Haar broer Cadmus gaat haar zoeken. Diens naam is overigens Semitisch: qedem betekent zoiets als “oosterling”. Hij belandt met wat vrienden in Griekenland en wil daar een stad gaan stichten. Hieronder leest u wat er toen gebeurde. Daarna, nog verder naar onder, nog een enkel woord over de slang in de boom.

Lees verder “Manuscript met drakendoder”

Op de fiets naar Thessaloniki (3)

Reconstructie van Caesars belegeringswerken bij Alesia (Archéodrome, Beaune)

Was er in Sombernon, waar ik had overnacht, een echte camping of heb ik in het wild gekampeerd? Ik weet het niet meer. Ik heb geen aantekeningen gemaakt; ik schrijf dit allemaal uit mijn hoofd. Ik ontdekte pas toen ik dit begon te schrijven dat dit verhaal zich afspeelt in 1992 en niet, zoals ik altijd had gedacht, in 1991. Er zal nog een moment komen waarop u zult merken dat ik de chronologie niet precies meer weet. Maar voor het moment: ik werd in elk geval op dinsdagmorgen 5 mei wakker met uitzicht op het Kanaal van Bourgondië, waar een prachtige ochtendmist overheen hing. Het was sereen stil en ik voelde me bijna schuldig dat ik de idylle doorbrak door Sombernon binnen te rijden.

Maar er moest toch ontbijt worden gekocht. Ik trof het: er was markt. Eén herinnering is dat ik, met een bepakte fiets tussen de kramen door gaand, tegen een dame aanstootte. Ik verontschuldigde me, maar ze antwoordde alleen maar “vous êtes tout excusé”, een uitdrukking die ik nog nooit eerder had gehoord maar die me meteen trof als beleefd en elegant.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (3)”

Op de fiets naar Thessaloniki (2)

Het beeld van Vercingetorix in Alesia

Ik had u zondag achtergelaten in Reims, waar ik mijn tent had opgeslagen op de plaatselijke camping na een verregende maar mooi geëindigde tweede reisdag. De derde dag van mijn tocht naar Griekenland begon ik met een bezoek aan het plaatselijke archeologische museum, waarvoor ik even terug moest rijden, om daarna verder te fietsen naar het zuidoosten. Ik passeerde een in de Eerste Wereldoorlog aan flarden geschoten fort, waar ik even een kijkje nam alvorens door te gaan. Ik was nu in Champagne en waar ik heden ten dage misschien een bezoek zou brengen aan een van de wijnboerderijen, liet ik ze die zomer links liggen.

Via Châlons-en-Champagne reed ik verder, nu pal zuid over een kaarsrechte weg naar Troyes. Dit waren ooit de Catalaunische Velden: hier versloegen de Visigoten en Franken, gecommandeerd door de Romeinse generaal Aetius, in 451 de Hunnen van koning Attila. Ik wilde al jaren naar dit gebied en het trof me hoe open en groen het landschap was. Ik herinner me ook dat ik voor de eerste keer de TGV zag rijden, snel els de bliksem. In Arcis kocht ik mijn eerste ansichtkaarten, want ik had toegezegd een bevriende familie elke dag te laten weten waar ik was. We moesten van thuisblijvers geen spoorzoekers maken.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (2)”

Tien teksten (deel 1)

Fragment uit de Ilias (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)

Eigenlijk heb ik een hekel aan lijstjes met “de tien beste…”, maar nu ik heb geschreven dat “Enige Werken der Wet” behoort tot de tien voor ons belangrijkste teksten uit de Oudheid, moet ik de andere negen ook noemen. Uiteraard is de selectie persoonlijk, maar ik heb wel degelijk een criterium: de tien genoemde teksten moeten representatief zijn voor een aspect van de oude wereld dat invloed heeft op onze eigen wereld.

Invloed: dat is een woord met een vrij specifieke betekenis, namelijk het tegengestelde van inspiratie. Simpel gezegd is een invloedrijke tekst een tekst die ons denken en eventueel ons handelen duwt in een bepaalde richting, waarbij we vanzelfsprekend geen marionetten zijn. Als er sprake is van invloed, gaat het om iets dat we doen tenzij we ons ertegen verzetten. Inspiratie is daarentegen datgene wat we niet als vanzelf doen en waarbij we bewust aansluiting zoeken. Het is inspiratie als de architect van het Concertgebouw voor de stalen constructie een Romeinse façade plaatst; het is invloed als een postindustriële samenleving tegen haar eigenbelang in vasthoudt aan een agrarisch dagritme waarin de mensen collectief naar hun werk gaan op het moment dat de koeien net zijn gemolken.

Lees verder “Tien teksten (deel 1)”