Hoeveel Latijn is er nog?

Latijnse teksten zijn in Brepols’ Library of Latin Texts (klik=groot)

Latijn is oorspronkelijk de taal van de bewoners van Rome en het gebied eromheen, Latium. De oudste resten van het Latijn dateren uit de zevende en zesde eeuw v.Chr. Uit de derde eeuw v.Chr. hebben we al wat langere teksten, uit de eerste eeuw v.Chr. hebben we de teksten van Cicero, en uit dezelfde tijd of de eeuw erna de teksten van bijvoorbeeld Caesar, Vergilius, Horatius, Ovidius en Livius. Vanaf de tweede eeuw na Chr. komen de christelijke teksten, met als belangrijkste vertegenwoordiger Augustinus.

Langzamerhand ontwikkelen het geschreven Latijn en de gesproken talen zich uit elkaar, waardoor de Romaanse talen ontstaan. Vanaf ongeveer de zesde en zevende eeuw na Chr. is Latijn eigenlijk niemands moedertaal meer. Het bleef echter bestaan als het communicatiemiddel in Europa. Iedereen die lezen en schrijven geleerd had en iets mee te delen had, bleef dit in het Latijn doen. Pas eeuwen later zetten de volkstalen zich ook als schrifttalen door, maar Latijn blijft tot op de dag vandaag een taal, waarin mensen met elkaar communiceren. Een spannende vraag is, wanneer eigenlijk het meest in het Latijn geschreven werd.

Lees verder “Hoeveel Latijn is er nog?”

Een nieuw-ontdekte Aramese tekst

Jacobus van Serugh

Ik kan me voorstellen dat u even niet paraat hebt wie Jacobus van Serugh was, dus ik praat u eerst even bij: een laatantieke bisschop die leefde in het grensgebied van het huidige Syrië en Turkije. Tevens dichter, theoloog en in 503, tijdens de belegering door de Sasanidische koning Kavad I, leider van de christenen in Amida. Volgens de dertiende-eeuwse historicus Bar Hebraeus componeerde Jacobus van Serugh 763 preken, die wel zo aardig zijn omdat ze zijn geschreven als gedichten. Daarvan zijn er 400 bewaard. De Libanese onderzoeker Khalil Alwan heeft de 401e ontdekt.

Vergeten Aramese teksten

Homilie #401 lag in een bibliotheek in Birmingham. In de Europese bibliotheken liggen namelijk letterlijk honderden Aramese, Armeense, Ethiopische en Koptische teksten onuitgegeven te zijn. Er zijn heus wel onderzoekers geweest die er naar omkeken, maar lange tijd beschouwden westerse geleerden de teksten van de oosterse kerken alleen als documentatie van ketterijen & dwaalleren. Jacobus van Serugh, die de Geloofsbelijdenis van Chalkedon afwees, kreeg dus niet de aandacht die Latijnse of Griekse kerkvaders kregen.

Lees verder “Een nieuw-ontdekte Aramese tekst”

Schrijffouten

De geleerde Jean Miélot verricht kopiistenwerk

Het is menselijkerwijs onmogelijk een tekst van enige lengte te kopiëren zonder een fout te maken. Dat geldt voor u en mij, en dat gold ook voor de professionele schrijvers uit de Middeleeuwen. Hun schrijffouten zijn onderzocht en filologen herkennen veel voorkomende soorten vergissing. Dat is handig. Als je namelijk een raar woord vindt in een manuscript dat je kunt herleiden tot een bekend type schrijffout, heb je enige zekerheid als je dat corrigeert. Of, zoals het in jargon heet, als je een conjectuur voorstelt. En als je daarentegen een raar woord ziet dat zich niet laat herleiden, moet je er rekening mee houden dat het echt een zeldzaam of misschien wel uniek woord is.

Ik bedacht vorige week dat ik daar nog nooit systematisch over had geblogd, hoewel ik op deze blog soms attendeer op schrijffouten. Dus vandaag maak ik die omissie goed. Eerst maar eens de haplografie. Dat is het weglaten van informatie tussen twee dezelfde letters, bijvoorbeeld “banen” in plaats van “bananen”. Soms kan het ook gaan om een paar woorden, bijvoorbeeld als twee zinnen eindigen met hetzelfde woord.

Lees verder “Schrijffouten”

Een geschiedenis van Syracuse (slot)

Het Romeinse amfitheater

[Dit is het slot van een zesdelige reeks over de geschiedenis van de voornaamste stad van het antieke Sicilië, Syracuse. Het eerste stukje was hier en een landkaartje is daar.]

Verres

Een van de beruchtste uitzuigers was een gouverneur genaamd Gaius Cornelius Verres. Hij had de provincie nog meedogenlozer belast dan zijn voorgangers. In de zomer van 70 v.Chr. riepen de Sicilianen de hulp in van een onbekende advocaat, een zekere Marcus Tullius Cicero. Verres nam de beste advocaat van zijn tijd in de arm, Quintus Hortensius Hortalus. Een juridisch gevecht begon.

Lees verder “Een geschiedenis van Syracuse (slot)”

Manuscripten in Nijmegen

Sculptuur uit Herwen (Valkhofmuseum, Nijmegen)

In museum het Valkhof in Nijmegen is momenteel de expositie “Moving Stories” te zien. Die toont hoezeer het antieke rivierenland een migratiegebied was en spiegelt dit aan de ervaringen van hedendaagse migranten. De tentoonstelling is goed ontvangen – lees maar hier of daar – maar ik voor mij was er niet enthousiast over.

Mijns inziens bleven het twee halve verhalen. Bij de moderne migratie lag de nadruk op vluchtelingen, wat maar één soort migranten is. Bij de Oudheid had meer aandacht kunnen zijn voor seizoensmigratie. Dat laatste om twee redenen. In de eerste plaats omdat het verweiden van kuddes in voorindustriële samenlevingen de grote, permanente onderstroom van bewegende mensen is geweest. Het was echt heel belangrijk. En in de tweede plaats (en iets minder belangrijk): als het waar is dat Noviomagus niet, zoals ooit gedacht, “nieuwe markt” betekent maar “het nieuwe veld”, en dus tegengesteld is aan Senomagus, “het oude veld”, dankt Nijmegen zijn naam zelfs aan seizoensmigratie.

Lees verder “Manuscripten in Nijmegen”

Archetype en ‘initiële tekst’

De geleerde Jean Miélot verricht kopiistenwerk

In zijn blog van 11 juli 2022 legt Jona Lendering uit wat een archetype is. Bij het reconstrueren van antieke teksten is het archetype het handschrift waarvan alle bekende handschriften afstammen. Dit archetype is meestal hypothetisch (een reconstructie), maar het komt ook voor dat een van de bewaarde handschriften het archetype is.

In de nieuwtestamentische tekstkritiek gebruikt men tegenwoordig de term ‘initiële tekst’ (Ausgangstext, initial text). Wat is het verschil met ‘archetype’ en waarom is die nieuwe term nodig?

Het probleem

De Lachmannmethode is fraai door eenvoud en inzichtelijkheid, maar de praktijk is vaak weerbarstiger. De methode kan bijvoorbeeld moeilijk omgaan met contaminatie, het fenomeen dat een handschrift is gekopieerd uit meer dan één ander handschrift.

Lees verder “Archetype en ‘initiële tekst’”

Mozes van Chorene

Manuscript van de Geschiedenis van Armenië van Mozes van Chorene (Matenadaran, Yerevan)

Wie over het antieke Armenië wil schrijven, kan niet om Mozes van Chorene heen. In zijn Geschiedenis van Armenië beschrijft deze auteur het verleden van de oude natie vanaf legendarische tijden tot 439 na Chr. In dat jaar overleed Mozes’ (veronderstelde) leermeester Mesrop Mashtots, de monnik die het Armeense alfabet heeft geschapen.

De Geschiedenis van Armenië bestaat uit drie boeken. Het eerste bevat de vroegste geschiedenis, enkele Bijbelverhalen en vertellingen over de legendarische Hayk, de stichter van Armenië. Deze volksvertellingen zouden we zonder Mozes nooit hebben gekend. In het tweede boek lezen we over het ontstaan van Armenië als zelfstandig koninkrijk, over de hellenistische periode en over de opkomst van het christendom. Hierin is ook het verhaal opgenomen van de bekering van koning Trdat III en het optreden van Gregorius de Verlichter. Het derde boek bevat de geschiedenis van de verdeling van Armenië tussen het Romeinse en Sassanidische rijk en eindigt, zoals gezegd, met de dood van Mesrop Mashtots. In een epiloog lezen we over de droeve toestanden in het Armenië van Mozes’ eigen tijd.

Lees verder “Mozes van Chorene”

Een reliëf uit de Morvan

(klik=groot)

Even een simpele vraag. Een vriendin was onlangs op vakantie in de Morvan – wat overigens gewoon Keltisch is voor “zwarte bergen” – en trof een mooi reliëf aan in het huis van een vriendin die daar vorig jaar is gaan wonen. Eigenlijk hangt het aan de muur maar voor de foto hierboven is het even in de tuin neer gezet. Het lijkt een moderne kopie van een middeleeuws reliëf. Maar wat is het?

We hebben al wat heen-en-weer geschreven. Aanvankelijk dachten we aan twee debatterende scholastici. De baardloze persoon links heeft immers een boek op schoot en de baardige heer rechts lijkt iets uit te leggen. Toen we een grotere foto kregen, zagen we de kronen en de aureolen. Toen kregen we een ander vermoeden. Ik zal het niet uitspreken om uw eigen ideeën niet in een bepaalde richting te duwen.

Lees verder “Een reliëf uit de Morvan”

Chrodoara van Amay

Sarcofaag van Chrodoaray van Amay

Twee jaar geleden maakte ik een fietstocht door de Maasvallei. Hoewel de coronamaatregelen op dat moment niet meer zo streng waren, bleken de archeologische musea die ik had willen bezoeken, zonder uitzondering gesloten. Dat gold ook voor de kapittelkerk van Amay, dat u zo’n vijfentwintig kilometer stroomopwaarts van Luik moet zoeken. Daar is een belangrijk Merovingisch graf, maar de kerk was en bleef gesloten. Gisteren had ik meer geluk. Heel veel geluk zelfs, want we arriveerden toen de kerk eigenlijk al dicht was, maar een vriendelijke mevrouw die het wat sneu vond dat ik voor de tweede keer voor niets was gekomen, gaf ons een uitgebreide rondleiding. En zo zag ik dan toch de sarcofaag van Chrodoara van Amay. Het is wat overdreven die aan te duiden als de belangrijkste archeologische vondst in de Lage Landen sinds de opgraving van Dorestad, maar het graf behoort zeker in een top-tien.

Chrodoara

De sarcofaag is in 1977 aangetroffen onder de apsis van de kerk. De inscriptie S(an)C(t)A CHRODOARA identificeerde de overledene, en er bleek ook een kort  rijmpje dat vertelde dat ze had behoord tot de nobilitas (de allerhoogste adel) en dat ze uit haar eigen vermogen heiligdommen had gesticht. Dat edellieden uit eigen vermogen schenkingen deden, was blijkbaar vermeldenswaard.

Lees verder “Chrodoara van Amay”

Nogmaals de Zijderoute

Al een paar keer heb ik geblogd over de Zijderoute, over de handelsnetwerken rond de Indische Oceaan, over wat China wist van Rome en over wat Rome wist van China. Otto Cox vergeleek het bestuur van de twee wereldrijken. Ik besprak het boek van Beckwith (waar ik gemengde gevoelens bij had) en het boek van H.J. Kim c.s. (waar ik ook gemengde gevoelens bij had). Vandaag heb ik het over Empires of Ancient Eurasia van de Australisch-Amerikaanse auteur Craig Benjamin (2018).

Vier staten

Het verhaal gaat natuurlijk over vier grote staten: Han-China, de Kushana’s in Centraal-Eurazië en India, de Parthen en de Romeinen. De nomaden spelen ook een rol: de Yuezhi, die naar het westen migreerden en de Zijderoute openden, en de oostelijke, die ook bekendstaan als de Xiongnu. Uit de eerste groep zouden de Kushana’s voortkomen. De oorlogen tegen de tweede groep bracht de Chinezen ertoe contacten te leggen in het mysterieuze westen.

Lees verder “Nogmaals de Zijderoute”