Redbad (bis)

Onlangs bezocht ik Redbad, de vermoedelijk slechtste film die ik ooit zag. Niet eens meer “zó slecht dat het eigenlijk weer onderhoudend is” – gewoon echt slecht. Hoe het Productiefonds geld gegeven kan hebben aan deze draak, is een van de mysteriën van het subsidiecircuit, al wil ik geloven dat de makers een ander script hebben gepresenteerd dan ze uiteindelijk verfilmden. Hoe dat ook zij, ik schreef een blogstukje over het gebrek aan filmische kwaliteit van Redbad en dat had het einde moeten zijn.

Behalve dat een kennis me attendeerde op het boek dat de historici Sven Meeder en Erik Goosmann hebben geschreven over de Friese leider Radboud. (De naam “Redbad” is een moderne poging een Fries ogende naam te geven aan de man die in de middeleeuwse bronnen Radbodus heet.) Redbad. Koning in de marge van de geschiedenis bleek een aangename verrassing, niet alleen omdat het verhaal de moeite waard is, maar vooral omdat de auteurs de lezer serieus nemen en zich niet beperken tot het beruchte “dit zijn de feiten en daarmee moet u het doen” dat zo vaak doorgaat voor wetenschapscommunicatie. Ze vallen u ook niet lastig met een ellenlange literatuurlijst en zinloze voetnoterij, maar tonen in plaats daarvan, zoals het hoort, het wetenschappelijk proces. Ze schrijven:

Lees verder “Redbad (bis)”

Sint-Jeroen bestond niet

Dit is geen wetenschappelijk bewijs (Gevelsteen, Utrechtsestraat 110, Amsterdam)

Later deze week, op vrijdag 17 augustus, is de feestdag van de heilige Jeroen van Noordwijk. Daar zou ik normaal geen aandacht aan besteden maar er is de laatste tijd nogal wat om hem te doen. Dus even wat feiten bij elkaar:

  • Er is geen historisch bewijs dat deze heilige überhaupt heeft bestaan. De bronnen zijn veel te jong. U leest er hier meer over.
  • Dat de heilige niet heeft bestaan, heeft niet belet dat in de Middeleeuwen zijn gebeente wel is vereerd. De relieken in kwestie zijn tijdens de Reformatie overgebracht naar Haarlem. U leest daarover hier meer.
  • In de negentiende eeuw herleefde de cultus en werd het gebeente naar Noordwijk teruggebracht. De processies zijn in de jaren zestig ten einde gekomen maar enkele jaren geleden hernomen in de vorm van een stille omgang.
  • De schedel die in de Middeleeuwen als die van Sint-Jeroen werd vereerd, is al eeuwen zoek. Onlangs zijn echter op aanwijzing van een paragnost twee schedels gevonden. U leest daarover meer hier. Die schedels worden momenteel onderzocht.

Lees verder “Sint-Jeroen bestond niet”

Byzantijnse krabbel (1): Constantijns stad

De zuil van Constantijn

In 324 versloeg Constantijn zijn medekeizer en zwager Licinius, met wie hij aanvankelijke bevriend was geweest maar van wie hij in de loop der jaren vervreemd was geraakt. Constantijn verwierf nu het bevolkingsrijke Klein-Azië, het oeroude en welvarende cultuurgebied Syrië alsmede Egypte, de spreekwoordelijke graanschuur van de antieke wereld. De organisatie van de nieuwe provincies vergde ’s keizers persoonlijke aandacht en dus verplaatste hij zijn residentie naar het oosten.

Dat was niet ongebruikelijk. Zijn vader Constantius had eerst zijn residentie gehad in Aquileia, later in Trier en zijn laatste regeringsjaren verbleef hij vaak in Londen, hoewel hij overleed in York. Zijn collega Galerius hield hof in achtereenvolgens Antiochië, Sirmium en Thessaloniki en stierf in Sofia. Het idee dat er één hoofdstad was, was de Romeinen vreemd: de regering zetelde waar de keizer was en die was eigenlijk voortdurend op reis. Dat neemt niet weg dat er steden waren waar zo’n vorst graag terugkeerde en waar mensen heen kwamen die hem moesten spreken. Daar verrezen dan een werkpaleis, een woonpaleis, een ontvangstzaal (basilica in jargon), een badhuis en een hippodroom. Zo ook in de stad die Constantijn, na te hebben geresideerd in Trier, Milaan en Thessaloniki, in de zomer van 324 uitzocht: Byzantium.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (1): Constantijns stad”

De slag bij Vlaardingen

Op 29 juli 1018, over twee weken dus een millennium geleden, stuurde keizer Hendrik II van het Roomse Rijk, waar de Lage Landen destijds deel van uitmaakten, een leger uit om graaf Dirk III tot de orde te roepen. Deze heerste over onder andere de mondingen van de Maas en Rijn, een gebied de kern vormt van het graafschap Holland maar in de elfde eeuw misschien beter kan worden aangeduid als West-Frisia.

Dirk was, zonder dat hij daartoe bevoegd was, tol gaan eisen van de kooplieden die voeren op de Merwede. De graaf was kansloos tegen het keizerlijke leger, dat werd aangevoerd door de ervaren hertog Godfried en vermoedelijk drieduizend man sterk was. Dirk zal er op zijn hoogst duizend tegenover hebben kunnen zetten, meest bewapende boeren, maar hij behaalde desondanks de overwinning. Ik blogde er al eens over.

Lees verder “De slag bij Vlaardingen”

Een stukje Iran in Assen

[Ik ken weinig mensen die zó enthousiast zijn over alles wat oud en mooi is als Lauren van Zoonen. Ze heeft een leuke blog die ik graag onder uw aandacht breng. Hieronder haar bespreking van de Iran-expositie in het Drents Museum in Assen.]

Sinds zondag 17 juni 2018 is de nieuwe expositie van het Drents MuseumIran – Bakermat van de Beschaving” te bezichtigen. Een tentoonstelling waar ik al maanden reikhalzend naar uitkeek en die ik afgelopen vrijdag 22 juni bezocht. Ze overtrof al mijn verwachtingen.

Lees verder “Een stukje Iran in Assen”

Pingjum

De dijk rond Pingjum

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik graag een eind ga fietsen en dat ik momenteel een klus heb in Leeuwarden, dus het lag in de rede dat ik eens zou schrijven over dit mooie vlakke land. Vorige week moest ik in Harlingen zijn en omdat het een mooie avond was, besloot ik naar Makkum te rijden, waar ik als kind eens ben wezen logeren. Onderweg kwam ik door Pingjum, waar ik vorig jaar al doorheen was gekomen, op weg van Schagen naar Groningen. Een bord over de “Pingjumer Gulden Halsband” had toen mijn aandacht getrokken maar omdat het die dag nog een eind rijden was, had ik het gelaten wat het was. Vorige week had ik wat meer tijd.

In dit deel van Friesland leefden al in de IJzertijd mensen op de wat hogere kleiplaten, die ze zelf ook nog wat verder verhoogden: de eerste terpen, waarvan de Romeinse auteur Plinius de Oudere een mooie beschrijving heeft gegeven. Na de derde eeuw n.Chr. werd het gebied echter leger en vermoedelijk ook natter. Vanaf pakweg Bolsward stroomden twee waterwegen naar het noorden: de Boorne of Middelzee liep oostwaarts langs Sneek en dan noordwaarts langs Leeuwarden naar de Waddenzee terwijl de Marne noordwestwaarts liep en ergens halverwege de huidige Afsluitdijk en Harlingen in zee uitstroomde. De twee waterwegen, die in de loop der tijden allebei zijn ingepolderd, vormden de zuidelijke grens van Westergo en ik vermeld nog even dat Bonifatius om het leven kwam aan de Boorne (dus niet in Dokkum).

Lees verder “Pingjum”

Sint-Menas

Sint-Menas-fles (Byzantijns Museum, Athene)

In Het visioen van Constantijn wijzen Vincent Hunink en ik op de mensen die Christus vereerden en tegelijk de heidense goden in ere hielden. Archeologisch zijn ze niet te onderscheiden van christenen die zich bedienden van heidense symbolen, zoals op deze fles uit de vierde eeuw, die ik ooit heb gefotografeerd in het onvolprezen Byzantijnse Museum van Athene.

Afgebeeld is een zogeheten orante, iemand die aan het bidden is. Het bordje van het museum meldt dat het gaat om een vrouw, maar ik beken dat ik niet zo snel herken waarom dat zo zou zijn. De ruim vallende mantel kan door iedereen zo zijn gedragen en de blote benen suggereren eerder een man dan een vrouw. Maar ik kan me vergissen. Hoe dat ook zij, een orante is een gebruikelijke afbeelding. Het leuke zijn de twee figuren links en rechts, die wel wat lijken op stegosaurussen maar volgens het museumbordje jakhalzen zijn, het dier dat was gewijd aan de Egyptische dodengod Anubis.

Lees verder “Sint-Menas”