Siegfried, de MacGuffin

Hagen en Gunther (Alte Nationalgalerie, Berlijn)

Of we het nu hebben over de Ilias, over het Wilhelmus, over de eed van Von Stauffenberg c.s. of over Spiderman: steeds opnieuw vernemen we dat mensen die verkeren in een geprivilegieerde positie verplichtingen hebben. De homerische helden, Willem de Zwijger, de Duitse aristocraten en Peter Parker weten dat with great power also comes great responsibility. Maar wat als dat je eigen ondergang betekent?

Die vraag komt aan de orde in het tweede deel van het Nibelungenlied. Dat begint met een uitnodiging die koning Etzel stuurt aan de Bourgondiërs in Worms. Koning Gunther wil de invitatie aannemen, al was het maar om zo zijn zuster Kriemhild terug te zien, die met Etzel is getrouwd. Gunthers leenman Hagen geeft goede raad: zijn koning moet niet gaan, want Kriemhild zou weleens wraak kunnen nemen voor de moord op haar eerste echtgenoot, Siegfried. Hagen kan het weten: hij was de dader en handelde om de eer van zijn eigen koningin en van koning Gunther te redden.

Lees verder “Siegfried, de MacGuffin”

Nobel streven (3)

Ik ben geen mediëvist en ook geen neerlandicus. Verwacht van mij geen inhoudelijk oordeel over Nobel streven, het onlangs verschenen boek van Frits van Oostrom dat ik al voor u samenvatte en waarover ik al opmerkte dat de auteur zo mooi uitlegt wat hij aan het doen is. Dit keer nog wat andere gedachtes die bij me opkwamen en die minder te maken hebben met Nobel streven dan met het feit dat het een boek is. Boeken zijn problematisch als medium om aan een groot publiek wetenschappelijke inzichten over te dragen. We leven immers in een tijd waarin iedereen zijn informatie zoekt op het wereldwijde web.

Ik heb al eens eerder uitgelegd dat het boek alleen nog een meerwaarde heeft als het de ongedifferentieerde nevenschikking van het internet weet te overstijgen. Het heeft geen zin een biografie te schrijven van deze of gene Romeinse keizer, aangezien vrijwel alle informatie al online is te vinden. Wat we wél zoeken is een overzicht van de Griekse literatuur of een boek over de wijze waarop archeologen van vondsten komen tot conclusies. Of een overzichtswerk dat de geschiedenis van Egypte opnieuw onderhanden neemt, de eerste geschiedenis van het Aramees of een overzicht van de omgang met de Oudheid in de Renaissance: boeken die iets bieden wat je niet vindt op het internet.

Lees verder “Nobel streven (3)”

MoM | Nobel streven (2)

Wie over een wetenschappelijk onderwerp schrijft voor een groot publiek wordt vroeg of laat geconfronteerd met scepsis. De gebruikelijke adviezen in zulke situaties komen erop neer dat je het wetenschappelijk proces moet uitleggen. Ik verwijs maar weer eens naar Tussen onderzoek en samenleving .

Althans, dat was vroeger goed genoeg. Inmiddels is desinformatie zó vanzelfsprekend dat we van een goede voorlichting mogen verwachten dat ze belet dat verkeerde visies ontstaan.*)  “Wees proactief” is dus het tweede advies en in het verlengde daarvan ligt een derde: wie adequaat wil voorlichten, moet weten wat er speelt in de wetenschap. De brute rekenkracht van de computers geeft ons niet alleen het internet, maar sloopt ook de grenzen tussen de wetenschappelijke disciplines.

Van Oostrom heeft bij het schrijven van Nobel streven, dat ik gisteren voor u samenvatte, merkbaar over deze zaken nagedacht. Ik weet te weinig van de late veertiende en vroege vijftiende eeuw om te zien hoe proactief hij is, maar in een komend stukje zal ik zijn visie op de informatierevolutie behandelen, terwijl ik vandaag inga op de wijze waarop hij het wetenschappelijk proces uitlegt. (Ook Marc van Oostendorp heeft over dit aspect geschreven.) Uit de lange aanloop van dit stukje kunt u afleiden dat Nobel streven me stof tot nadenken heeft gegeven en ik schrijf dit minder als recensie dan als eigen positiebepaling. Oudheidkundige denkt over historisch letterkundige, zoiets.

Lees verder “MoM | Nobel streven (2)”

Nobel streven (1)

Ik geloof dat Marcel Hulspas op Sargasso de eerste was die wist te melden dat het nieuwe boek van Frits van Oostrom, Nobel streven, ronduit geweldig is. Het boek bevat, zoals de ondertitel ietwat hijgerig maar adequaat samenvat, Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode, die u zo rond het jaar 1400 moet plaatsen. Ik heb het boek in één adem – nou vooruit: in twee treinritten Amsterdam-Leeuwarden – uitgelezen.

Hulspas had er overigens wel wat op aan te merken. Hij vond dat de wereld rondom Jan van Brederode in Nobel streven wat karig aan bod kwam en meende bovendien dat Van Oostrom het verhaal te lang had voortgezet na de dood van Van Brederode. Grappig genoeg zie ik het precies andersom. Ik vind dat er wel wat minder middeleeuwse context in had gemogen – het boek had dertig pagina’s korter gekund – en ik hecht juist de meeste waarde aan het eerste van de twee hoofdstukken die volgen op de dood van Van Brederode. Maar in elk geval ben ik het eens met Hulspas: Nobel streven is een geweldig boek en daarom zal ik er drie stukjes aan wijden. Ik begin met een typering.

Lees verder “Nobel streven (1)”

Kwakgeschiedenis: Luther

Een tijdje geleden fietste ik van Zwolle naar Deventer. Ik was nog niet lang onderweg toen ik een gebouw zag dat ik nooit eerder had gezien maar uit duizenden herkende: Windesheim, een van de centra van de Moderne Devotie.  Dat dit een kerkelijke vernieuwingsbeweging uit de Late Middeleeuwen is geweest, reken ik tot de algemene ontwikkeling. Je hoeft in elk geval geen professioneel historicus te zijn om ervan te weten. Ik hoorde er bijvoorbeeld zelf van toen ik op de lagere school zat. De Moderne Devotie maakt nu geen deel meer uit van de canon, maar in ons geschiedenisboekje stonden Geert Groote en de Broeders des Gemenen Levens keurig vermeld.

Je hoeft ook geen doctor in de geschiedwetenschap te zijn om te weten dat in diezelfde Late Middeleeuwen Johannes Hus en John Wyclif twee belangrijke vernieuwers waren van het Europese christendom. Dat was op dat moment inderdaad toe aan vernieuwing: al rond 1300 hekelde Dante de rijkdommen van de kerk, daarop volgden eerst het verblijf van de pausen in Avignon en vervolgens het Westers Schisma, waarin er zowel in Rome als in Avignon een paus was. Het Concilie van Pisa (1409) moest daaraan een einde maken maar het eindresultaat was dat er vervolgens drie pausen waren.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Luther”

Liegen over Nikolaas van Myra

Het graf in de basiliek in Myra dat meestal wordt aangewezen als dat van bisschop Nikolaas

En hop, daar gaan we weer. Als het niet Trouw is die nonsens publiceert over Mithras, zijn het de andere media wel die kwakgeschiedenis publiceren over de Oudheid. Zoals een volstrekt stompzinnig verhaal over het gebeente van Nikolaas van Myra: de Standaard, het Algemeen Dagblad, het Reformatorisch Dagblad, Scientias. De simpele samenvatting: het gebeente dat in de elfde eeuw, kort na de Turkse verovering van het gebied dat nu Turkije heet, vanuit Myra naar Bari is overgebracht, is niet het echte gebeente van de vierde-eeuwse bisschop. Dat ligt – op dit punt maken de acht academici die momenteel in Myra onderzoek doen een gratuit voorbehoud – wellicht nog in een graf dat niet eerder is onderzocht en er gaaf uitziet. Dat voorbehoud is echter zó onbelangrijk voor ze dat ze het persbericht de deur al uit hebben gedaan.

Tja. In die basiliek liggen wel meer mensen begraven. Er zal best een graf zijn dat niet eerder is onderzocht. Maar het is extreem onwaarschijnlijk dat dat het graf is van Nikolaas. Hoe zat het ook alweer? Lees even mee bij Orderic Vitalis, die het verhaal van de grafroof heeft verteld. Er waren destijds, in 1087, twee teams actief om het gebeente van Nikolaas in Italië in veiligheid te brengen te roven. Terwijl het team uit Venetië het netjes aan de burgemeester van Myra ging vragen, sloeg het team uit Bari zijn slag en bracht de botten over naar de hak van Italië.

Lees verder “Liegen over Nikolaas van Myra”

De eerste wereldtaal

[Vandaag een gastbijdrage van mijn goede vriend Richard Kroes, die heel veel weet van oosterse talen en wiens blog u ook eens moet bekijken.]

Vanavond is de officiële presentatie van een boek dat ik stiekem al gelezen heb: De eerste wereldtaal, de geschiedenis van het Aramees van Holger Gzella, professor Hebreeuwse en Aramese Taal- en Letterkunde in Leiden, uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep. Ik kreeg de proefdrukken toegestuurd en heb het boek direct verslonden. Aramees, dat kent u als de taal die Jezus sprak. Gzella krijgt regelmatig een vraag om uitspraken van de timmerman uit Nazareth in het Aramees. Voor een tatoeage.

Op dergelijke vragen gaat hij doorgaans niet in, want hoe Jezus zijn moerstaal sprak, daar weten we eigenlijk niet heel veel van. Het Aramees dat we kennen uit de periode waarin hij leefde, is de Aramese schrijftaal uit de Dode Zee-rollen, en dat sprak de gewone bevolking niet. Arameese spreektaal kennen we wel: het Palestijns Aramees, maar de bronnen daarvoor zijn van enkele eeuwen daarna. En dan weten we bovendien nog dat Jezus sprak met een Galilees accent, waar we helemáál niks over weten.

Lees verder “De eerste wereldtaal”