Weerwolven bij Gerald van Wales

Een priester met twee weerwolven.

Een bron die vergelijkbaar is met Historia Brittonum van Nennius (zie het vorige blogje) is Topographia Hibernica van Gerald van Wales (Giraldus Cambrensis) uit het eind van de twaalfde eeuw. Net als het boek van Nennius is dit werk niet bedoeld als fictie. Maar het feit dat er weerwolven in voorkomen, zorgt ervoor dat niet alles even reëel is – dat vinden we nu in de eenentwintigste eeuw.

Lees verder “Weerwolven bij Gerald van Wales”

Weerwolven bij Nennius

Een krijger en een wolfkrijger (Viking-helmbeslag; Zweeds Historisch Museum, Stockholm

Ik heb al eerder geschreven over middeleeuwse weerwolven en ga daarmee nu verder.

Nennius was een negende-eeuwse monnik die een geschiedenis van Brittannië schreef: Historia Brittonum. Hij stelde hierin dat de Britten afstammen van Brutus, een nazaat van Aeneas van Troje. Zijn boek is bovendien de oudste bron waarin koning Arthur voorkomt. Maar daar gaat het ons niet om, er komen ook weerwolven in voor! En wel in het hoofdstuk over de wonderbaarlijkheden van Brittannië:

Lees verder “Weerwolven bij Nennius”

De weerwolf in de Middeleeuwen

Een wolf (Musée de Bavay)

[Laatste van drie blogjes door Bas Jongenelen over antieke en middeleeuwse weerwolven. Het eerste deel was hier.]

Er is een fabel over een weerwolf die sinds de Middeleeuwen toegeschreven wordt aan Aesopus, maar die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet door hem geschreven is. Het is een Middeleeuws verhaal:

Lees verder “De weerwolf in de Middeleeuwen”

De Cyrenaica (2)

Apollonia (Cyrenaica)

[Dit is het tweede en laatste blogje over de Cyrenaica.]

Een tijd zonder geschiedenis

De Perzen veroverden Egypte in 525 v.Chr. en lijken daarna de Cyrenaica te hebben onderworpen. Uit de Historiën van Herodotos van Halikarnassos zouden we afleiden dat het gebeurde rond 513, maar zoals zo veel dateringen is ook dit jaartal niet zo zeker als het lijkt. Het is onduidelijk of de Achaimeniden daadwerkelijk de regio hebben beheerst: ze lag immers ver weg. Het is in elk geval waarschijnlijk dat de Cyrenaica haar zelfstandigheid herwon toen koning Xerxes de perifere rijksdelen opgaf. In elk geval moeten de steden van de Cyrenaica na de onafhankelijkheid van Egypte in 404 autonoom zijn geweest.

Lees verder “De Cyrenaica (2)”

Ibn al-Wardi over de Pest

De Umayyadenmoskee in Damascus, waar moslims, christenen en joden in 1349 samen hun gebeden uitspraken.

Abū Ḥafs Zayn al-Dīn ʻUmar ibn al-Muẓaffar Ibn al-Wardī, kortweg Ibn al-Wardi, was een Palestijnse geschiedschrijver en filosoof. Hij is geboren rond 1290 en overleden aan de Pestepidemie die in 1348/1349 door de Levant trok. Harde demografische cijfers ontbreken, maar er zijn aanwijzingen dat de Zwarte Dood in Egypte en Syrië nog erger was dan in West-Europa: ruim 42% van de bevolking zou zijn overleden aan de “haastige ziekte”.

Ibn al-Wardi beschreef de epidemie die hem het leven zou kosten in zijn Essay over het verloop van de Pestilentie. De tekst begint met een kort gebed, beschrijft dan de opmars van de ziekte, en gaat vervolgens over in een smeekbede en een (gedeeltelijk poëtische) beschrijving van de menselijke reacties, en eindigt met een nieuwe smeekbede.

Lees verder “Ibn al-Wardi over de Pest”

Een portret van Petrus

Petrus (Ägyptisches Museum, Leipzig)

Op de katholieke heiligenkalender is het morgen de feestdag van Petrus en Paulus. Het leek me daarom aardig eens te bloggen over het bovenstaande, Koptische portretje uit in de zesde eeuw. Het stelt Sint-Petrus voor en ik fotografeerde het, net als het Koptische alfabet waarover ik gisteren blogde, vorig jaar in het charmante Ägyptisches Museum van Leipzig.

Het reliëfje is onderdeel van een gedeeld bewaard gebleven, versierde dwarsbalk; de beeldhouwer had links ervan drie rozetten afgebeeld. Daarnaast – helemaal links op het fragment – was een volgend rozet, waarop Christus lijkt te hebben gestaan. De symmetrie van de Byzantijnse kunst dicteerde dat er nog verder naar links opnieuw drie rozetten zijn geweest met uiterst en links het portret was van een tweede heilige.

Lees verder “Een portret van Petrus”

Sint-Jan

De Sint-Jan van Den Bosch (in Madurodam)In onze zin des woords hadden de volkeren uit de Prehistorie vanzelfsprekend geen enkel weet van astronomie en meteorologie, maar ze herkenden de regelmaat in de natuurverschijnselen. Zo viel het op dat het na wat wij 21 december noemen langer licht bleef en dat het na 21 juni met het zonlicht weer bergafwaarts ging. 21 december en 21 juni – de datum varieert een klein beetje – staan bekend als de winterzonnewende en de zomerzonnewende.

De regelmaat was dus bekend. Het gebeurde elk jaar weer, al bracht men voor alle zekerheid offers, opdat de dagen werkelijk weer gingen lengen. Die offers, rituelen en midzomerfeesten bleven nog eeuwenlang bestaan, vooral op plaatsen waar men afhankelijk was van “de terugkeer van de zon”. De oorsprong van die feesten ligt vanzelfsprekend besloten in de mist der tijden, waardoor we weinig méér kunnen dan gissen. Zo zijn er nogal wat verzinsels ontstaan.

Lees verder “Sint-Jan”

Eilandvis

Brandaan en de eilandvis

Tijdens een zeereis zien zeelieden een eiland. Ze besluiten aan wal te gaan, om te onderzoeken wat voor eiland het is. Zou er een bron zijn waar ze vers water uit kunnen putten? Zijn er vruchten en dieren om op te eten? Helaas. Het eiland is kaal en rotsachtig. De mannen besluiten een maaltijd te bereiden met de ingrediënten die zij nog aan boord hadden. Ze doen het eten in een pot, maken een vuur en zetten de pot op het vuur. Ineens begint het eiland te bewegen. Er gaat een rilling over het eiland, is het een aardbeving? Het eiland blijft bewegen en de bewegingen worden steeds heftiger. In paniek rennen de mannen terug naar hun schip. Net op tijd kunnen zij aan boord komen – een paar tellen later verdwijnt het hele eiland onder water. Het bleek geen eiland te zijn, maar een heel grote vis. Of een schildpad. Of een groot zeemonster dat niet in te delen is.

Alexanderroman

De eilandvis is een heel oud motief dat in veel reisverhalen voorkomt. Het is niet uit te zoeken waar de bron is of waar het verhaal precies vandaan komt. Het is heel goed mogelijk dat er verschillende bronnen zijn, dat het verhaal op verschillende plaatsen in verschillende tijden opnieuw bedacht is. Maar een heel oude bron is de Alexanderroman van Pseudo-Callisthenes die ontstaan is rond 300 v.Chr. Enkele mannen van Alexander de Grote varen naar een eiland voor de kust van India, maar dat eiland verdwijnt ineens. En wel met de mannen erop! Deze mannen komen hierdoor te verdrinken, zelfs Alexanders goede vriend Pheidon.
Lees verder “Eilandvis”

Vitus, een vuurvaste heilige (5)

NN: Vitus waakt over vissers (twintigste eeuw, San Vito Lo Capo; ©Shutterstock)

[Dit is het laatste van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Vitus de zorgverlener

Zichzelf respecterende heiligen bezitten hulpgerichte eigenschappen die ontleend zijn aan hun levensverhaal. Ook Vitus verleent als ervaringsdeskundige specialistische zorg aan mensen in nood, en bovendien beschermt hij beroepsgroepen. Oorzaak en gevolg zijn steeds te vinden in de Gulden Legende, parallelle varianten en latere toevoegingen. Daaruit afgeleide woord- en beeldassociaties spelen ook een rol.

Vitus’ ontsnapping per schip uit Sicilië resoneert in een vrome legende waarin hij vissers uit een storm redt. Een imposante beeldengroep in San Vito lo Capo bevestigt die nautische reputatie. Aan de haven, de plek van de jaarlijkse heropvoering van zijn aankomst per schip en het startpunt van een feestelijke processie, speurt hij met wapperend haar en samen met zijn waakzame honden de zee af. Kruis en palmtak geven spiritueel decorum aan zijn sportschooltorso.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (5)”

Vitus, een vuurvaste heilige (4)

Heinrich Papen of Johann Sasse: Vitusmonument (ca.1675; ©Kirchengemeinde Corvey)

[Het is vandaag de feestdag van Sint-Vitus. Dit is het voorlaatste van vijf blogjes die Jos Hanou schreef over deze heilige. Het eerste was hier.]

Reislustige relieken

De historiografische invulling van dit hoofdstuk is een collage van divers bronmateriaal en wil niet meer zijn dan een aanvaardbare omlijsting van de gekozen iconografie. Volgens een mistige overlevering werd Vitus’ lichaam in 583 ontdekt, en in 700 naar Rome overgebracht. Daar bleef het niet lang. Paus Stephanus II zocht wereldlijke steun tegen zijn Langobardische en Byzantijnse vijanden in Italië en nam de met geestkracht gevulde relieken in 756 mee naar de abdijkerk Saint-Denis voor de zalving van Pippijn de Korte tot koning der Franken.

Daar genoot het prestigieuze relatiegeschenk kort rust, want in 836 belandde het in de benedictijner abdij Corvey, een Karolingisch cultuurcentrum aan de Wezer. Een mogelijke oorzaak was onmin tussen de Frankische keizer Lodewijk de Vrome en abt Hildewijn van Saint-Denis, die noordwaarts vluchtte met Vitus als reisbagage. Zo’n illegale translatio werd gedoogd als ongevraagd verplaatste heiligen gewoon doorgingen met het verlenen van afgesmeekte gunsten. Ook Vitus ging akkoord, want volgens geschiedschrijver Widukind van Corvey “begon het geluk van de Franken te dalen en van de Saksen te stijgen”.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (4)”