Martinus van Tours (Sint-Maarten)

SInt-Maarten (Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen)

Dat niet alle christelijke heiligen bescheiden personen waren, wordt geïllustreerd door Martinus van Tours. Sint-Maarten, zoals u hem kent, nam zelf een biograaf in dienst om zijn heiligenleven schrijven. Je zou je ergeren aan Sulpicius SeverusLeven van de heilige Martinus  als de tekst niet zo interessant was. Martinus was namelijk bepaald geen kwezel.

Het verhaal van de mantel

Hij begon zijn loopbaan bij de Romeinse cavalerie en was achttien toen hij zich in 335 bekeerde tot het christendom. Dat gebeurde, zo lezen we, nadat hij bij de stadspoort van Amiens een naakte man had zien zitten, die door iedereen werd genegeerd. Het was hartje winter.

Lees verder “Martinus van Tours (Sint-Maarten)”

Mohammed. Van profeet tot legerleider

Vorige week zou Mohammed. Van profeet tot legerleider van wetenschapsjournalist Marcel Hulspas zullen zijn gepresenteerd, maar de auteur was ziek. Dit boek verdient echter wel aandacht, want het is echt aardig. Ik zal het echter niet bespreken, aangezien ik meelezer ben geweest.

Moet u dit boek lezen? Een historische belangstelling behoeft natuurlijk geen rechtvaardiging. En zeker Mohammed, de beroemdste Arabier aller tijden, verdient een behoorlijke biografie. Hulspas is dan ook beslist niet de eerste die er een schrijft. Sterker nog, in feite is dit Hulspas’ vierde boek over de periode tussen pakweg 550 en 650 n.Chr. Eerst publiceerde hij een lijvige biografie, namelijk deze. Vervolgens was er een boekje over de wijze waarop Mohammed moderne moslims inspireert. Daarna was er Uit de diepten van de hel. In dat boek behandelde Hulspas de christelijke geloofsconflicten, de daaruit voortvloeiende verzwakking van het Byzantijnse Rijk en de opkomst van de islam. En nu dus een boek dat als werktitel De kleine Mohammed had maar zoveel nieuws bevat dat het moeilijk kon doorgaan voor een samenvatting van het voorafgaande. Een geheel nieuw boek dus, dat ik met plezier heb gelezen.

Lees verder “Mohammed. Van profeet tot legerleider”

Spiegelbeeld en Judaskus

Schoongemaakte Etruskische spiegel (Museum voor Schone Kunsten, Boedapest)

Het boek The Return of Martin Guerre (1983) van Natalie Zemon Davis, bevat het wondermooie verhaal van een zekere Martin Guerre. Een samenvatting van het waargebeurde dubbelgangersverhaal vindt u hier; er is ook een musical, die ik ooit in Londen zag en me minder kon bekoren dan het boek. Er zijn verfilmingen, waaronder een film die het verhaal van de zestiende eeuw verplaatst naar de tijd na de Amerikaanse Burgeroorlog.

Ik verraad niet veel als ik u vertel dat Guerre op een dag verdwijnt en later weer terugkeert, maar dat dit feitelijk een dubbelganger is, Arnaud du Tilh. Deze blijkt vrij veel van de echte Guerre te weten – voldoende om diens echtgenote er althans voor enige tijd van te overtuigen dat hij haar verdwenen echtgenoot is – en dat kan alleen als hij de echte Guerre heeft ontmoet. Als ik me goed herinner, speculeert Davis erover hoe dat is gegaan en merkt ze op dat omstaanders de twee hebben geattendeerd op hun gelijkenis. In de zestiende eeuw wisten mensen namelijk niet hoe ze er uit zagen. Spiegels waren een luxe-object, vervaardigd van gepolijst metaal en alleen in gebruik bij de elite.

Lees verder “Spiegelbeeld en Judaskus”

De Grote Volksverhuizingen

Momenteel lees ik de Geschichte der Völkerwanderung. Europa, Asien und Afrika vom 3. bis zum 8. Jahrhundert n.Chr., waarin de Duitse oudhistoricus Mischa Meier, een overzicht biedt van wat momenteel bekend is over de Grote Volksverhuizingen. Wellicht heeft Meier niet voldoende te doen aan de universiteit van Tübingen, want het boek telt een lieve 1500 bladzijden: 1100 bladzijden tekst en nog 400 pagina’s noten. Het is fascinerende lectuur want er is geen tegel die Meier niet even optilt om te zien wat er onder zit. En wat hij eronder vandaan haalt is altijd de moeite waard. Er is bijvoorbeeld een even uitvoerige als boeiende beschrijving van wat een “volk” nu eigenlijk is en wat “verhuizing” nog betekent nu duidelijk wordt hoe mobiel mensen in de Oudheid waren.

Het boek is thematisch van opbouw. Na een dikke honderd pagina’s waarin hij uitlegt dat de bronnen niet zomaar geloofd mogen worden en dat archeologie ook niet alles is, was in elk geval deze lezer al totaal onder tafel gebeukt. Ik meende dat we, als het ging over de Grote Volksverhuizingen, toch wel wat zekerheden hadden, maar dat de val van Rome in 410 – zo’n beetje het hoogte/dieptepunt van het tijdvak in kwestie – eigenlijk nauwelijks in de bronnen staat vermeld, had ik me nog nooit zo gerealiseerd. Zeker, oudheidkundigen citeren Hieronymus’ verdrietige uitbarsting en Orosius’ verslag van de plundering, maar eigenlijk stellen die bronnen zoveel niet voor. De ene is geschreven in Betlehem, dus bepaald geen ooggetuigenverslag, en de andere is christelijke propaganda van vele jaren later.

Lees verder “De Grote Volksverhuizingen”

De maan en de ster van Byzantium

Munt uit Byzantion

Hé, dat wist ik niet. Dat van die munt hierboven dus. Ik had altijd gedacht dat de Turkse vlag, met die maansikkel en die ster op een rode achtergrond, een Ottomaans ontwerp was. De legende, waarover ik weleens heb geblogd, wil dat de Turkse sultan Mehmet de Veroveraar, toen hij Constantinopel had ingenomen, de reflectie van de maan en een ster zag in een plas bloed en dat dit de reden was waarom de Turkse vlag eruit ziet zoals ze eruit ziet. Legende, zeker, maar in elk geval een verhaal uit de Ottomaanse tijd. Nooit heb ik gedacht dat het ontwerp ouder zou kunnen zijn.

De combinatie van ster en maan is echter al te vinden op munten die in de eerste eeuw v.Chr. in Byzantium zijn geslagen. Anderhalf millennium dus vóór de val van Constantinopel. Ook hierover bestaat een legende.

Lees verder “De maan en de ster van Byzantium”

MoM | De vier families van de Koran

Ik heb al vaker geblogd over de Lachmannmethode: de methode waarmee de vervaardigers van een tekstuitgave door middel van schrijffouten of afwijkende spellingen een stamboom (“stemma”) opstellen om een tekst te reconstrueren die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst komt. Die gereconstrueerde tekst heet het archetype. Daarnaast heb ik al geblogd over de bestudering van heel oude Korans, waarvan sommige onwaarschijnlijk vroeg zijn gedateerd. Twee onderwerpen die me boeien dus. Daarom was ik blij afgelopen zondag in Leiden een lezing te kunnen bijwonen van taalkundige Marijn van Putten, die allebei de onderwerpen behandelde. Dat ik aanwezig kon zijn, stemt tot dankbaarheid, want door de corona-maatregelen konden er maar veertien toehoorders zijn.

Vier oer-Korans?

Van Putten legde het traditionele verhaal uit. In 632 overleed Mohammed, waarna kalief Abu Bakr de openbaringen liet opschrijven. Zestien jaar later, rond 650, liet kalief Othman een standaard-Koran maken: vier exemplaren voor de vroeg-islamitische steden Medina, Basra, Koefa en Damascus. Alle Korans gaan, volgens de traditie, terug op dit viertal.

Lees verder “MoM | De vier families van de Koran”

MoM | Heldenverhalen, steeds hetzelfde

Heldenleven (StoryWorld, Groningenl klik = groot)

Je kunt verhalen op verschillende manieren analyseren. De kern is een plot waarin de diverse elementen noodzakelijk moeten samenhangen. Als twee kinderen alleen door het woud zwerven, moeten ze daar door hun stiefouders zijn achtergelaten, en dat moeten die stiefouders hebben gedaan omdat er grote armoede heerste. Er is daarnaast in een verhaal een achtergrond die je ter kennisgeving aanneemt. Alleen een scherpzinnig kind vraagt waarom een oude vrouw moederziel alleen op een afgelegen plek in het woud gaat wonen en een huis bouwt van pannenkoeken.

Ook binnen de plot zelf zijn, zeker als het om volksverhalen gaat, vaste elementen aan te wijzen. Dingen gaan in vertellingen bijvoorbeeld meestal twee keer verkeerd en de derde keer goed. Als een Griekse auteur schrijft dat Peisistratos twee keer vergeefs had geprobeerd de macht in Athene te grijpen voordat het de derde keer wel lukte, is dat een sterke aanwijzing dat de bron een mondelinge traditie is. De informatie is dus niet zo betrouwbaar. Iets dergelijks valt te zeggen over de geboorte van Caesar door middel van een keizersnede: een te gebruikelijk verhaalmotief om zomaar geloofd te mogen worden.

Deze twee voorbeelden tonen waarom de analyse van volksverhalen belangrijk is. Ze vormt een soort alarmbel die je op je qui vive maakt bij het lezen van antieke biografieën. En met het woord biografie belanden we als vanzelf bij de bestudering van mythen, sagen, legendes, heldenliederen en andere heldenverhalen.

Lees verder “MoM | Heldenverhalen, steeds hetzelfde”

Wierden, dobbes, kerken en Bacchustempels

Model van een wierde (Museum Wierdenland, Ezinge)

Afgelopen zondag bezocht ik het Museum Wierdenland, dat even ten zuiden van de wierde (terp) van Ezinge ligt. Dat is historische grond want het is de plaats waar professor Van Giffen tussen 1923 en 1934 baanbrekend onderzoek deed en constateerde dat de bewoners van die kunstmatige heuvels niet bepaald de armzalige levenswijze hadden die de Romein Plinius de Oudere erin had herkend – ik blogde daar al eens over. Sinds mijn vorige bezoek aan het charmante museum was de opstelling vernieuwd en daardoor zag ik bovenstaande maquette voor het eerst.

Het model toont een dorpje op een wierde zoals er in de eerste eeuwen van onze jaartelling dertien in een dozijn moeten zijn gegaan. Vanzelfsprekend is het geheel cirkelvormig. De lengteas van de boerderijen is gericht op het centrum, zodat deze huizen iets hebben van de spaken van een wiel. Middenin het dorpje ligt, bovenop de heuvel, een rond waterbekken voor de opvang van regenwater. Dit is de dobbe of fehting. Het water hier was, anders dan het grondwater, zoet.

Lees verder “Wierden, dobbes, kerken en Bacchustempels”

De wierde van Saaksum

De wierde van Saaksum

In de vierde eeuw v.Chr., toen het Nederlandse rivierengebied deel uitmaakte van de La Tène-cultuur, was de noordelijke kustzone een van de dichtst bewoonde gebieden in de regio. Het was er vooral nat. Het landschap, grotendeels kwelders, was herkenbaarder dan nu doorsneden door rivieren. De mensen woonden op de oeverwallen en verhoogden, om zeker te zijn van droge voeten, hun woonplaatsen. Zo ontstonden de eerste wierden. (De Friezen spreken van terpen.)

In de loop der eeuwen zetten de rivieren en de zee steeds weer klei af, waardoor de wierden relatief lager kwamen te liggen en opnieuw opgehoogd moesten worden. Dit was deels een kwestie van nieuwe klei erop leggen, deels gebeurde het automatisch. De heuvel werd immers als vanzelf hoger doordat de bewoners afval lieten liggen. Ik heb weleens geblogd over hoe de Romeinen naar dit landschap keken: verbluft.

Lees verder “De wierde van Saaksum”

Waarom Beiroet een speciale stad is

Deze huizen staan er niet meer

Beiroet is getroffen door een explosie die zelfs in oorlogstijd opmerkelijk zou zijn. De haven van de Libanese hoofdstad is weggevaagd maar ook elders is de schade groot. U las misschien het persoonlijke verslag dat ik zojuist op deze blog plaatste. De explosie heeft politieke gevolgen. Een goed commentaar op het aftreden van het kabinet en Macrons hulppakket leest u hier.

De haven van Beiroet vormde een van de voornaamste aanvoerlijnen van het kleine land. Een land met een bevolking van 4,5 miljoen mensen die anderhalf miljoen vluchtelingen opvangen. Vlakbij die haven ligt, aan de andere kant van de grote kustweg, een traditioneel christelijke stadswijk. Wie er doorheen loopt, weet waarom Beiroet al sinds mensenheugenis “het Parijs van het Midden-Oosten” heet. In deze wijk heeft de stad zeker een Frans tintje.

Als u een beeld van de getroffen stadswijk wil hebben, is echter ook een andere parallel mogelijk. Met een museum, met nauwe straatjes en scooters, met het stadspaleis van een rijke familie, met talloze kleine bedrijfjes, met een paar kerken, met telefoon- en electriciteitskabels, met een hoop herrie, met een even lange als elegante trap gewijd aan Sint-Nikolaas, met sportscholen, met affiches en graffiti, met verkeersopstoppingen en met allerlei leuke restaurants zou het net zo goed Zuid-Italië kunnen zijn.

Lees verder “Waarom Beiroet een speciale stad is”