Laatantiek Cyprus

De bruiloft van David en Mikal: een van de stukken uit de Lambousa-schat uit Lapethos (Cyprus Museum, Nicosia)

In de vierde eeuw n.Chr. werd Cyprus getroffen door twee aardbevingen (in 332 en 342). De schade was voldoende om de provinciale hoofdstad van Pafos te verplaatsen naar Salamis, dat werd omgedoopt tot Constantia (naar keizer Constantius II). Over het algemeen bleef het eiland echter floreren.

De geschiedenis van Cyprus was in deze tijd die van het oostelijke deel van het Romeinse Rijk. De bewoners volgden de religieuze mode en bekeerden zich tot het christendom. Naar verluidt heeft de moeder van keizer Constantijn de Grote, Helena, achter Larnaka het Stavrovouni-klooster gesticht. Christelijke basilieken verrezen in Nicosia, Salamis en Kourion. In 488 kreeg het eiland een speciale status binnen de kerk: het werd als autokefaal beschouwd, wat betekent dat de belangrijkste bisschop geen verantwoordelijkheid was verschuldigd aan een van de patriarchen. Dit is nog steeds het geval, al bevindt de bezoeker zich absoluut in de sfeer van de Griekse orthodoxie.

Lees verder “Laatantiek Cyprus”

Sint-Gereon

St. Gereon, Keulen

Een van de romaanse kerken van Keulen is gewijd aan de heilige Gereon, een van de soldaten van het zogenaamde Thebaanse Legioen. Die eenheid zou zich in de vierde eeuw tot het christendom hebben bekeerd en bij St Maurice-en-Valais in Zwitserland collectief ter dood zijn gebracht toen het een dienstbevel weigerde uit te voeren dat de manschappen immoreel achtten.

De legende is ontstaan in 383 n.Chr., toen – ik moet even uit mijn hoofd citeren – de rivier Rhône zijn loop verlegde en een massagraf zichtbaar werd. Bisschop Eucherius hield zijn geschokte gelovigen voor dat dit de lichamen waren van die Thebaanse legionairs en vertelde over hun wederwaardigheden ten tijde van “caesar Maximianus”. In een boek waarover ik al eens blogde heeft Donald O’Reilly erop gewezen hoe vreemd dit is. Maximianus bekleedde een hogere rang, augustus, en was alleen enkele maanden in 285/286 caesar. Dit suggereert dat Eucherius het verhaal niet verzon en een contemporaine bron benutte.

Lees verder “Sint-Gereon”

Romaanse kunst uit Keulen

Romaans kapiteel

Deze week ging ik twee dagen kerken kijken in Keulen, waar behalve een beroemde Dom ook twaalf kerken zijn te zien uit de romaanse tijd, dus zeg maar 1000-1200 plus of min wat decennia. Met een oppervlak van 400 hectare was Keulen destijds een van de belangrijkste steden in Europa. Ter vergelijking: Utrecht was met 100 hectare de grootste stad in Nederland.

De aartsbisschop van Keulen was een van de zeven keurvorsten en kroonde de koning van Duitsland (die zich vervolgens in Rome liet kronen tot keizer). De stad had het muntrecht en was de basis voor de Eerste Kruistocht. Na 1164 werd de stad ook nog een van de belangrijkste pelgrimsoorden, toen aartsbisschop Reinald van Dassel het gebeente van de Drie Koningen – uiteraard net zo echt als andere middeleeuwse relikwieën – vanuit Milaan overbracht naar de Keulse Dom.

Lees verder “Romaanse kunst uit Keulen”

De romaanse kerken van Keulen (2)

Maria speelt met Jezus (Museum in de St. Cäcilien)

Ik heb een machtig leuke tijd doorgebracht in Keulen en laat u even delen in het plezier. Gisteren behandelde ik één Dom en vier romaanse kerken en beloofde ik u nog een vijfde romaanse kerk, nu neem ik eerst nog wat romaanse kerken onder handen. Uiteraard zijn de kerken zélf romaans, maar is er van alles toegevoegd, uit de gotische tijd en uit later tijdvakken.

6. St. Maria in Lyskirchen

Vlakbij de Rijn, in de richting van de Romeinse vlootbasis van Keulen, vlakbij de middeleeuwse haven ligt het kerkje van St. Maria in Lyskirchen, waar de plafondschilderingen nog zijn te zien. Ik vond ze erg moeilijk leesbaar maar het kerkje was het best bewaarde en gaf ook het beste idee van een kerk uit de Volle Middeleeuwen. Het orgel werd gestemd terwijl ik keek naar een prachtig modern gebrandschilderd raam van Sint-Nikolaas, de patroon van de zeevarenden. Vondel is op een boogscheut afstand geboren.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (2)”

De romaanse kerken van Keulen (1)

St. Gereon

Het was 1981. Ik weet dat zo precies omdat we in de auto terug naar Nederland “Vienna” van Ultravox hoorden. We, dat waren mijn vader en ik, en we waren naar Keulen geweest om daar de romaanse kerken te bekijken die zijn aandacht hadden getrokken en om grammofoonplaten te kopen bij Saturn. We zullen die dag drie romaanse kerken hebben gezien.

Keulen heeft, behalve een Dom en een Ludwigmuseum en een Rijn en een Römisch-Germanisches Museum, niet minder dan twaalf romaanse kerken, producten uit de tijd waarin Keulen een van de machtigste en belangrijkste steden in Duitsland was. Zeg maar de Volle Middeleeuwen. In de Late Middeleeuwen was het wat minder; de Dom bleef althans onvoltooid tot dit project na de Duitse vereniging van 1870 alsnog ter hand werd genomen. Maar die romaanse kerken zijn de eigenlijke sieraden van de stad.

Omdat we die dag in 1981 niet zo ver zijn gekomen, wilde ik die nog eens allemaal zien. Het kwam er echter nooit van. Ik ben heus wel vaker in die fijne stad geweest – vorige maand voor het laatst – maar de Romeinen hadden altijd mijn volle aandacht. Nu het Römisch-Germanisches Museum is gesloten, stonden die niet in de weg en was er alle tijd om de schade in te halen. Hier zijn er alvast een paar. Dat de gebouwen zelf romaans zijn maar veel kunstvoorwerpen van recenter datum, is natuurlijk vanzelfsprekend.

Lees verder “De romaanse kerken van Keulen (1)”

Notger van Luik

Evangeliarium van Notger van Luik (Grand Curtius Museum, Luik)

“Luik, je hebt Christus te bedanken voor Notger,” schrijft Notgers anonieme biograaf, “en je hebt Notger te bedanken voor al het overige.” Daarmee zei de auteur van de Vita Notgeri geen woord teveel. Keizer Otto I had de monnik uit Sankt-Gallen in 971 benoemd tot bisschop van Luik en hoewel deze zijn keizer en daarna diens opvolger Otto II, vervolgens regentes Theophanu en tot slot de jonge Otto III altijd loyaal heeft gediend, was hij niet blind voor de belangen van zijn bisdom. In de jaren na de dood van Otto II steunde hij Theophanu door dik en dun, maar wat hij voor haar veroverde, voegde hij vaak toe aan zijn eigen gebieden, zoals Hoei en een deel van de Haspengouw. Hiermee werd hij de grondlegger van wat later het prinsbisdom Luik zou zijn. In zijn hoofdstad bouwde hij diverse kerken, een paleis en een omwalling.

De man was creatief. Een mooi verhaal – ik sta niet in voor de betrouwbaarheid – is dat over de belegering van het bergfort Chèvremont (bij Chaudfontaine), waar hij zijn tegenstanders een gevechtspauze toestond in verband met een bevalling. De volgende dag vroegen die tegenstanders hem of hij dan de doop wilde komen verzorgen, want ze erkenden weliswaar zijn wereldlijke gezag niet, maar hij was wel de hoogste aanwezige geestelijke. Notker stemde in en toog naar de burcht met een grote groep monniken, die bij nader inzien soldaten bleken te zijn, waarmee hij het garnizoen al snel had overmeesterd.

Lees verder “Notger van Luik”

MoM | Ramanspectroscopie

Ook de pigmenten van de muurschilderingen uit Pompeii zijn met ramanspectroscopie onderzocht, al weet ik niet of dat ook is gebeurd met deze banketscène uit het Nationaal Archeologisch Museum in Napels.

U herinnert het zich nog wel: als u op de middelbare school scheikundelessen had, maakte u met stokjes en bolletjes modellen van moleculen. Een methaanmolecuul (moerasgas) bestond dus uit een bolletje koolstof, vier stokjes en vier bolletjes waterstof. Ik weet zeker dat mijn scheikundeleraar, die in veel dingen het humoristische herkende, erop heeft gewezen dat het weliswaar een model heette maar in feite geen verkleinde maar een vergrootte weergave was. Ik dénk dat ik me herinner dat hij ons er eveneens op wees dat het slechts een manier was om voorstelbaar te maken wat een molecuul was en dat die atomen in feite heen en weer trilden. In jargon: oscillatie.

Elk molecuul trilt op een andere manier – ethanol ofwel alcohol trilt bijvoorbeeld anders dan benzeen – en dat kun je meten. Dat doe je door er een laser op te richten, waardoor de balans in zo’n molecuul verandert en straling kan vrijkomen. Het energieverschil tussen de toegevoegde energie en de uitgestraalde energie correspondeert met de trillingsenergie binnen een molecuul, die weer samenhangt met de structuur daarvan. Het spectrum van de vrijkomende straling biedt dus een aanwijzing voor de aard van het molecuul en is even uniek als een vingerafdruk. Dat is allemaal onderzocht en de resultaten zijn neergelegd in uitgebreide databases; is de meting eenmaal gedaan, dan kan een ramanspectrometer (een verrassend klein instrument overigens) contact maken met de database en het materiaal identificeren.

Lees verder “MoM | Ramanspectroscopie”