Never Enver

Bij Berat

Zoals u misschien vermoedde na mijn drie stukjes over Alexanders veldslag bij Pellion, over Eleni Karinte en over de Albanese grootheden Hoxha en Kadare, zwerf ik momenteel over het zuidelijke deel van het Balkanschiereiland. We zijn begonnen in Thessaloniki, mijn favoriete stad in Griekenland, en doorgereisd naar Pella en Kastoria. Hiervandaan reden we Albanië binnen en bekeken de Bronstijd-grafheuvel Kamenica en het stadje Korça (iedereen drinkt hier Korça-bier). We zijn verder gegaan naar de Macedonische steden Ohrid en Bitola, die ooit Lychnidos en Herakleia hebben geheten. De opgraving van de laatste stad is de moeite waard en de kerken van de eerste zijn dat nog meer.

We reden opnieuw naar Albanië en kwamen aan in Tirana, met een mooi museum. De Albanese hoofdstad was minder saai dan me was voorgehouden. Sowieso bevalt dit land me wel: rijk is het niet, maar de voorzieningen zijn alleszins redelijk en de mensen nemen voor alles rustig de tijd. Ik ben er ondertussen niet blind voor dat een deel van de bevolking erg arm is. In de stadscentra merk je het niet zo, maar in een dorp als Kamenica wel.

Lees verder “Never Enver”

Byblos in de IJzertijd (en daarna)

Fenicische toren

De steden van Fenicië, waaronder Byblos, hadden te maken met een geduchte vijand: het Assyrië waarover ik vorig jaar al zoveel heb geschreven (overzicht). De Assyrische koningen eisten tribuut van de havensteden, die weinig anders konden doen dan hun handelsnetwerken benutten om het gevraagde te bemachtigen. Zo rond 800 strekte dit netwerk zich uit tot Karthago in Tunesië en verder, tot aan de Atlantische Oceaan.

Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf werd Byblos langs deze handelsroutes overvleugeld door andere steden, vooral Tyrus, maar de Byblische kooplieden wisten nieuwe markten aan te boren, zoals Griekenland, dat via Byblos papyrus importeerde uit Egypte. Ik heb vaak horen vertellen dat het Griekse woord voor boek, biblion, is afgeleid van “Byblos”, maar ik weet niet of dat waar is. Uit deze periode, die in Libanon niet heel goed is gedocumenteerd, is in Byblos nog een toren te zien. Ik kom later deze week nog even terug op een vondst uit deze tijd.

Lees verder “Byblos in de IJzertijd (en daarna)”

De joden van Hamadan

Het mausoleum van Esther en Mordechai, Hamadan

In de islamitische landen zijn altijd joodse gemeenschappen geweest. De joden zijn immers “mensen van het boek” ofwel dhimmi’s ofwel erkende minderheden die recht hebben op bescherming en niet tot bekering horen te worden gedwongen. Het valt echter niet te ontkennen dat de joodse gemeenschappen in het Midden-Oosten weleens beter tijden hebben gekend.

Zo zijn er in Afghanistan überhaupt geen joden meer. Er is een beroemde grap dat er in Bagdad nog slechts twee Joden zijn – en die hebben ruzie. De prachtig gerestaureerde synagoge in Beiroet zal nooit meer het centrum zijn van een bloeiende geloofsgemeenschap.  In Hamadan, een grote stad in het westen van Iran, leven nog ongeveer dertig joodse gezinnen en dat is aanzienlijk minder dan de 3.000-6.000 joden die daar leefden ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, om nog maar te zwijgen van de 30.000 joden die hier in de middeleeuwen zouden hebben geleefd.

Lees verder “De joden van Hamadan”

Jozef

De heilige familie

Vandaag even geen Methode op Maandag. Het plaatje hierboven is namelijk te leuk.

Het is vandaag de feestdag van Sint-Jozef, de echtgenoot van Maria, die op haar beurt de moeder was van Jezus. Dat is de zorgvuldige formulering. Omdat ik iets weet van bloemetjes en bijtjes, neem ik aan dat Jozef de vader was van Jezus, maar in het christendom is de maagdelijkheid van Maria nogal een kwestie. Ik heb geen zin deel te nemen aan dat gevecht om de schaduw van een ezel en toon u liever dus bovenstaande miniatuur, die ik een tijdje geleden ergens op het internet aantrof.

Lees verder “Jozef”

Hunse bruiden

Vervormde vrouwenschedel (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Eerlijk gezegd houd ik er niet zo van als menselijke resten in musea liggen tentoongesteld. Zo ga je niet om met de doden. Van de andere kant begrijp ik ook wel dat bijvoorbeeld mummies en het botmateriaal uit pakweg Herculaneum belangrijke informatie bieden. Vandaar dat ik toch maar een foto heb gemaakt van de schedel hierboven, die ligt in een vitrine in het Hongaarse Nationaal Museum in Boedapest (waar u, bij een bezoek, vooral het lapidarium in de kelder moet bekijken).

Wat we tot voor kort zeker wisten was dat deze vervormde schedel dateerde uit de Late Oudheid en dat het gaat om een vrouw. Meteen na haar geboorte is haar hoofd ingebonden, waardoor het deze aparte vorm heeft gekregen. Er zijn er meer gevonden. Vermoedelijk gaat het om de resten van Hunnen, de steppenomaden die vanaf de late vierde eeuw vanuit Centraal-Azië naar het westen kwamen en wel voor eeuwig geassocieerd zullen blijven met moord & doodslag, ook al is allang bekend dat de praktijk genuanceerder was. De reputatie van koning Attila als “gesel Gods” vlakken we echter niet meer uit.

Lees verder “Hunse bruiden”

Een meelijwekkend volk

Ook de moord op Bonifatius is opgenomen in “Een meelijwekkend volk”

Niemand is onbeschaafder dan de zogeheten bibliofiel, die niet strijdt om de inhoud van een boek te veroveren en nalaat zijn informatie te voorzien van onderstrepingen, aantekeningen en ezelsoren. Onze cultuur, die zoveel voordeel heeft gehad van de rusteloze speurtocht naar zo accuraat mogelijke inzichten, gaat ten onder aan schoonheid.

Dit spreekt allemaal vanzelf maar ik beken dat ik onlangs dreigde te wankelen in mijn dorst naar kennis. Ontwerper Peter Boersma heeft van Een meelijwekkend volk. Vreemden over Friezen van de oudheid tot de kerstening namelijk een zó mooi boek gemaakt dat ik aarzelde of ik er wel in moest schrijven. Gelukkig waren de teksten van André Looijenga, Anne Popkema en Bouke Slofstra interessant genoeg om cultuur voor te laten gaan. Ik ben er eens goed voor gaan zitten, pen in de hand, om alles aan te strepen wat nuttig kon zijn.

Lees verder “Een meelijwekkend volk”

Factcheck: de bibliotheek van Alexandrië

Reconstructie van een antieke bibliotheek (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

En ineens zat ’ie weer in mijn correspondentie: de vernietiging van de bibliotheek van Alexandrië. Een cultureel misdrijf zonder weerga, maar wie heeft het op zijn kerfstok? Was het Julius Caesar? Waren het de joden die in 116-117 in opstand kwamen? Waren het de christenen? Waren het de moslims? Het wordt allemaal genoemd en al die verklaringen zijn onzin. Voor zover er een basis is in de bronnen, zijn die bronnen tendentieus of laat of allebei. Maar er is meer.

Loop even mee. Volgens de laagste, en door de meeste onderzoekers als zinvolst ervaren, schatting waren er in de bibliotheek die de Ptolemaïsche koningen aanlegden in Alexandrië ongeveer 400.000 boekrollen. Zo’n rol ging ongeveer tachtig jaar mee. Daarna was ’ie sleets geworden en moest een kopiist de tekst overschrijven. Elk jaar moeten er dus zo’n 5000 rollen zijn gekopieerd. Hoeveel tijd daarin ging zitten, is onvoldoende bekend, maar ik neem voor het gemak aan dat iemand vijf weken doet over een volledige rol. (Ik heb hogere schattingen gezien.) Een kopiist kan dan tien boeken in een jaar kopiëren. Voor het onderhoud van de bibliotheek zijn dan, bij de gunstigste schattingen, zo’n vijfhonderd kopiisten nodig.

Lees verder “Factcheck: de bibliotheek van Alexandrië”