Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen

De apostel Paulus. Byzantijns ivoorsnijwerk, gevonden in een Merovingische context (Teseum, Tongeren)

Nog een derde filmpje in mijn reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: dit keer over Henri Pirenne, de grote Belgische historicus. Ik heb al eens eerder over zijn boek Mahomet et Charlemagne geschreven en het is niet zo zinvol dat te herhalen. U leest het hier maar.

Het filmpje duurt een kwartier. Langer dan ik wilde, maar het is dan ook een heel belangrijk boek. Niet om de eigenlijke these: dat de Late Oudheid, met de Merovingen als opvallendste dynastie, overging in de Vroege Middeleeuwen doordat de handel tussen het oostelijk en westelijk bekken van de Middellandse Zee tot stilstand kwam na de Arabische veroveringen. Zonder Mohammed geen Karel de Grote. Dát is weerlegd.

Lees verder “Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen”

De Grafbasiliek in Jeruzalem

In de Grafbasiliek

Zoals beloofd een stukje over de Grafbasiliek in Jeruzalem. Ik lees momenteel From the Passion to the Church of the Holy Sepulcher door de Amerikaanse nieuwtestamenticus Jordan J. Ryan. De ondertitel is in al zijn onaantrekkelijkheid stukken verhelderender: Memories of Jesus in Place, Pilgrimage, and Early Holy Sites of the First Three Centuries. De drie eeuwen ná Christus natuurlijk. En het gaat er dus om op welke plaatsen en hoe de mensen Jezus herdachten vóór het christendom in de vierde eeuw institutioneel vorm kreeg.

Het probleem

De kwestie is deze. Er waren allerlei joodse halachische stromingen die zichzelf opnieuw moesten uitvinden toen de Romeinen in 70 n.Chr. een einde maakten aan de eredienst in de tempel. Het was Stunde Null, alles moest opnieuw beginnen en na enkele eeuwen waren twee nieuwe godsdiensten ontstaan: het rabbijnse jodendom en het christendom. Beide kregen hun voor ons herkenbare vorm dus in de Late Oudheid, ruwweg op het moment waarop ook de schrijfcultuur veranderde: papyrus werd ingeruild voor perkament. Kostbaar als dat was schreef men alleen het noodzakelijke over en dat waren dus de teksten die naar de mening van de mensen uit de vierde, vijfde eeuw geïnspireerd waren. De rest ging onherroepelijk verloren.

Lees verder “De Grafbasiliek in Jeruzalem”

Romeinse cijfers

Detail van het prijsedict van keizer Diocletianus

Een nieuwtje uit Frankrijk: de grote musea gebruiken de Romeinse cijfers niet langer. Het Musée Carnavalet en het Louvre, beide in Parijs, zijn al op die weg gegaan. De reden is dat mensen de cijfers niet meer kunnen lezen. Een stukje algemene ontwikkeling dat verdwijnt.

Het staat niet op zichzelf. Mijn nichtje vertelde me onlangs dat ze de laatste tijd meer was gaan lezen en ik vroeg me af wat ik haar zou aanraden. Even dacht ik aan De komst van Joachim Stiller van Hubert Lampo, maar ik bedacht dat er teveel allusies aan de christelijke beeldentaal in zaten om voor een negentienjarige toegankelijk te zijn. Ik werd daar verdrietig van, want het is een prachtige roman die ik haar graag had aangeraden.

Ik zou, nu ook de Romeinse cijfers behoren tot ontoegankelijk wordend erfgoed, kunnen miepen over het afnemend peil van onze beschaving, maar eerlijk gezegd kan ik om die cijfers geen traan laten. Het is maar een uiterlijk vormpje. De grote schade aan onze cultuur is dat we ons een bijna militant anti-intellectualisme hebben eigengemaakt. Daar hebben we het al eens over gehad, dus ik laat het rusten. Vandaag ben ik eigenlijk vooral verbaasd.

Lees verder “Romeinse cijfers”

Twee soorten mensen

Imam Ali

Het kan geen westerling, reizend door een land met een overwegend islamitische bevolking, ontgaan dat daar allerlei Engelstalige slagzinnen zijn: soms staan ze op de muren geschilderd, soms zijn het spandoeken, soms is het een bord langs de weg. En het zijn altijd spreuken die je wil horen. “Als een reiziger in een islamitisch land schade lijdt, moeten de islamitische autoriteiten deze volledig vergoeden,” was lange tijd te lezen op een schilderijtje dat hing in vrijwel alle hotels in de Islamitische Republiek Iran. De uitspraak werd toegeschreven aan een van de heilige imams.

In Pakistan zag ik op een militair gebouw een citaat van Aristoteles: “We zijn vrienden van Plato maar nog meer zijn we vrienden van de waarheid.” Klinkt nobel, tot je je realiseert dat “waarheid” hier wordt opgevat als al-haqq, een van de negenennegentig namen van God. Je wordt daarna wat sceptisch over zulke mooie spreuken, vooral als je ze natrekt en ontdekt dat de context weleens een andere uitleg biedt. Zonder onaardig te willen zijn of te twijfelen aan de oprechtheid van de Iraanse hotelier die een medereiziger daadwerkelijk compenseerde voor verloren geld: veel van die spreuken lijken gericht op westerse bezoekers en tonen wat sociaal wenselijk is.

Lees verder “Twee soorten mensen”

Interview met Marcel Hulspas

Een van de bekendste uitspraken over de profeet Mohammed is die van de Franse geleerde Ernest Renan (1823-1892), die zei dat het ontstaan van de islam niet had plaatsgevonden in het geheim, zoals bij zoveel religies het geval was geweest, maar in het volle licht van de geschiedenis. Voor iemand die geen hoge pet op had van de islam was dat een opmerkelijke uitspraak. Renan nam namelijk voetstoots aan dat de verhalen die moslims over hun profeet vertelden, bedoeld waren om letterlijk te worden genomen. Dat is maar de vraag. De verhaalcultuur was destijds een andere.

Maar er is meer aan de hand. Zo fantastisch goed is de vroege islam helemaal niet gedocumenteerd. De voornaamste bron is het Leven van de Profeet door Ibn Ishaq, geschreven ruim een eeuw na het overlijden van Mohammed. Het boek, in het Nederlands vertaald door Wim Raven, gaat terug op ouder materiaal dat lastig is te authenticeren. We zouden graag wat meer bronnen willen hebben die niet door gelovigen zijn geschreven.

Lees verder “Interview met Marcel Hulspas”

Tip voor Valentijnsdag!

Ik maak even gebruik van mijn blog om reclame te maken. Als u geen zin hebt in reclame, zapt u gewoon weg en leest u bijvoorbeeld daar verder, even goede vrienden.

Ter zake. Als er iemand is voor wie ik graag reclame maak, is het de classicus Hein van Dolen, van wie ik buitengewoon veel heb geleerd. De reguliere lezers van deze blog zullen hem al wel kennen; in dit filmpje legt hij de Lachmannmethode uit. Hij is ook de auteur van dit leuke kinderboek en van een boek met Byzantijnse keizerinnenbiografieën. Maar bovenal is Van Dolen vertaler en hij hoopt vooral dat de in Nederland en Vlaanderen volstrekt vergeten Byzantijnse literatuur wat bekender wordt.

Lees verder “Tip voor Valentijnsdag!”

Waardeloze museumstukken?

Op perkament geschreven amulet met magische tekens; zesde of zevende eeuw. Let op het Sator Arepo op de bovenste regel: een Latijnse spreuk, geschreven in het Grieks. (Neues Museum Berlijn)

Nog even een stukje over papyri. Sinds de Green-collectie zijn gestolen papyri heeft teruggestuurd naar Egypte, hoor ik nogal wat vragen. Eén daarvan:

Hoeveel waarde hebben deze items nou nog voor het Koptische museum, zonder die gedocumenteerde provenance, afgezien van de bemoeienissen om de illegaliteit tegen te gaan?

Het antwoord is dat het ervan afhangt. Het punt is, vrij simpel, het volgende: sommige oudheden kunnen zonder gedocumenteerde provenance vals kunnen zijn, maar andere niet.

Lees verder “Waardeloze museumstukken?”

Geliefd boek: A History of the Crusades

Ik had mijn studie (Oude) Geschiedenis al afgesloten toen ik op de driedelige History of the Crusades stuitte. De auteur, wiens officiële naam Sir James Cochran Stevenson Runciman was, maar die beter bekend stond als Steven Runciman, leefde zo’n beetje de hele twintigste eeuw vol: van 1903-2000. Uitgeverij Penguin had deze monumentale studie uit de jaren 1951-1954 als goedkope paperback herdrukt, en daarmee bereikbaar gemaakt voor een grote lezersschare. De drie pockets hebben mijn selectie ter voorbereiding van een verhuizing gemakkelijk overleefd: ik weet namelijk zeker dat ik ze wil herlezen.

Wat maakt deze allesomvattende geschiedenis van de Kruistochten nu zo bijzonder? Allereerst het feit dat Runciman in staat was om bronnen uit vele talen te lezen: naast zijn kennis van de moderne talen en Grieks en Latijn kon hij bronnen in het Arabisch, Turks, Perzisch, Hebreeuws, Syrisch, Armeens en Georgisch lezen. Voor een geschiedenis van de Kruistochten is dat natuurlijk enorm handig, ook omdat er daarmee een vollediger beeld van die Kruistochten kan worden geschreven dan de doorgaans Europees/Christelijke versie.

Lees verder “Geliefd boek: A History of the Crusades”

Geliefd boek: De ongelukkige

Eén van de meest historisch interessante en intrigrerendste maar tegelijkertijd ontroerendste romans die ik ken is een minder bekend werk van Louis Couperus: De ongelukkige (1915). Het verhaal speelt zich af in het Spanje aan het einde van de vijftiende eeuw tijdens de regering van Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië , het katholieke koningsechtpaar dat met hun huwelijk Spanje verenigde en vervolgens in 1492 de laatste Arabisch-islamitische machthebber op de knieën dwong. Die heerser, vorst van Granada, heette Mohammed XII Abu-Abdallah (ca 1459 – ca 1533), de laatste Moorse koning uit de Nasriden-dynastie van het Koninkrijk Granada, wiens naam door de Spanjaarden verbasterd werd tot ‘Boabdil’.

Eén van zijn bijnamen luidde El Zogoybi, de Ongelukkige. Boabdil is in het boek een immer weifelende koning die steeds tussen twee vuren zit. Enerzijds heeft hij zijn macht te danken aan het Spaanse koningspaar waarvan hij in feite de vazal is en dat zijn enige zoon in Córdoba gegijzeld houdt. Anderzijds komt hij voortdurend in conflict met zijn islamitische geloofsgenoten die hem verwijten dat hij zijn hoogste opdracht, het verslaan van de Ongelovigen, verzaakt. Boabdil ziet zich voortdurend als speelbal van het Noodlot, als de Ongelukkige. De plek waar Boabdil een laatste blik geworpen zou hebben op Granada heet nog steeds El último suspiro del Moro (De laatste zucht van de Moor). Daarbij zou zijn moeder hem sarcastisch hebben toegevoegd: ‘Huil als een vrouw om wat je als een man niet kon verdedigen.’

Lees verder “Geliefd boek: De ongelukkige”

De Drususgrachten

De IJssel

Het is een gemeenplaats dat meanderende rivieren archeologie moeilijk maken. Alles verspoelt. Nou ja, bijna alles: de Romeinse brug in Cuijk viel op te duiken omdat die ligt op een punt waar de Maas haar bed nauwelijks kon verleggen. Maar voor het overige zijn rivieren niet al te best voor het bodemarchief. Daarom trekken ze onderzoek aan. Wetenschappers willen tóch iets zeggen.

Soms lukt dat heel aardig. Je kunt namelijk met boringen een gedetailleerde reconstructie maken van de afzettingen in het rivierenlandschap. Zo valt te reconstrueren wanneer de diverse rivieren op welke plek stroomden. Dat kan weer implicaties hebben voor bijvoorbeeld de uitleg van teksten.

Maas en Waal

Zo speelde bij de kwestie of Caesar in Kessel de Usipeten en Tencteri kan hebben afgeslacht, dat Caesar schrijft dat het is gebeurd op de samenvloeiing van de Maas en (een arm van) de Rijn. Aangezien er stroomafwaarts van Kessel in de Maas sedimenten zijn aangetroffen die afkomstig waren uit de Waal, vervalt in elk geval één argument tegen de locatie van het bloedbad. De discussie is vanzelfsprekend complexer en rust niet op dit ene argument. Dit voorbeeld toont echter dat we uitspraken kunnen doen over het oude tracé van rivieren en dat die reconstructies gevolgen hebben voor de tekstuitleg. De Drususgrachten zijn een ander voorbeeld.

Lees verder “De Drususgrachten”