Misverstand: De Friezen

De mantelspeld van Wijnaldum

Misverstand: De Friezen woonden altijd in Friesland

In de loop van de derde eeuw n.Chr. gingen veel Germaanse stammen op in grotere federaties. Bekende stammen als de Franken, Saksen en Alamannen dateren uit deze tijd. De Friezen lijken hierop een uitzondering te zijn. Zij worden al in de Vroege Keizertijd vermeld als de bewoners van de huidige provincies Noord-Holland en Friesland. Als volk zijn ze ouder dan de genoemde federaties, en ook nu deze allang zijn verdwenen, zijn er in Nederland nog West-Friezen en Friezen, en in Duitsland en Denemarken Oost- en Noord-Friezen.

Dat suggereert een aanzienlijke etnische continuïteit, maar die is al een eeuw geleden ter discussie gesteld. Pieter Boeles (1873-1961), de man die de archeologie van Friesland domineerde in de eerste helft van de twintigste eeuw, wees er in 1905 op dat in de vierde en vijfde eeuw de Saksen, afkomstig uit het noordwesten van Duitsland, zich vestigden in het huidige Groningen, Friesland en Vlaanderen, alvorens het Kanaal over te steken en de koninkrijken van Essex, Sussex en Wessex te stichten. Boeles kwam tot deze gedachte omdat de archeologische vindplaatsen in het noordelijk kustgebied van deze tijd meer overeenkomsten vertonen met de cultuur van de toenmalige Saksen dan met die van de Friezen uit de voorafgaande tijd. Boeles concludeerde dat de oorspronkelijke bewoners waren onderworpen, maar dat hun naam in gebruik was gebleven.

Lees verder “Misverstand: De Friezen”

Misverstand: Democratie

De Atheense Volksvergadering wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

Misverstand: Onze democratie komt uit Athene

Eén van de opvallendste trekken van het klassieke Athene was de democratie, een woord dat letterlijk betekent dat het volk, de demos, de macht uitoefende, kratein. De Atheense volksvergadering, waaraan zo’n zesduizend mannen deelnamen, had reële bevoegdheden. De Atheense historicus Thoukydides (ca. 460 – ca. 395) legt de politicus Perikles het volgende in de mond:

We hebben een staatsvorm die geen kopie is van de instellingen van onze buren. In plaats van anderen na te bootsen, zijn wij juist een voorbeeld voor hen. Onze staatsvorm heet een democratie, omdat ze in handen is van velen en niet van enkelen. In onze persoonlijke geschillen verzekeren onze wetten gelijk recht. (Thoukydides, De Peloponnesische oorlog 2.37.1; vert. M.A. Schwartz)

Menig modern politicus zou het niet anders zeggen. Het oude Atheense staatsbestel vertoont ontegenzeggelijk gelijkenis met ons politieke systeem. Maar dat de huidige westerse democratie op de Griekse terug zou gaan, zoals nog in 2007 in een Nederlands schoolboek werd vermeld, is nu net niet waar. Alleen het woord is uit het Oudgrieks overgenomen.

Lees verder “Misverstand: Democratie”

Byzantijnse inscriptie

Byzantijnse inscriptie in Sfax

Sfax, aan de oostkust van Tunesië, ruwweg halverwege, bezoek je niet om de Oudheid, hoewel dit ooit de Romeinse stad Taparura was. Er is echter wat mooie architectuur uit de jaren vijftig van de vorige eeuw en een oude stad, de medina, die teruggaat tot de negende eeuw. De voorgeschiedenis is dat het Umayyadenkalifaat ten val was gebracht en dat de nieuwe dynastie, de Abbasieden, niet er niet in slaagde effectief gezag uit te oefenen in Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette. Dat veranderde pas rond 800, toen Ibrahim ibn al-Aghlab werd benoemd als gouverneur. Hij stichtte de dynastie der Aghlabiden, met als hoofdstad Kairouan. De grote moskee, met ’s werelds oudste minaret, dateert uit deze tijd.

De Aghlabidische emirs stabiliseerden niet alleen het Abbasidische gezag in Ifriqiya, maar veroverden ook Sicilië en plunderden de Sint-Pieter in Rome. Ze hadden dus belangstelling voor de zee en bouwden langs de kust een reeks versterkingen, de ribats. De afgelopen weken bezochten we Kelibea, Hammamet, Sousse, Monastir, Mahdia en dus ook Sfax, dat is gesticht in 846. De grote moskee volgde drie jaar later. Toen we langs de muren wandelden, zagen we de hierboven afgebeelde in het Grieks gestelde inscriptie.

Lees verder “Byzantijnse inscriptie”

Misverstand: Platte aarde

Sint-Isidorus van Sevilla

Misverstand: In de Oudheid dacht men dat de aarde plat was

Het is een geweldig beeld: de acteur die Columbus speelt kijkt een naar de horizon varend schip na, waarvan eerst de romp en vervolgens de mast achter de kim verdwijnt. Zo zou de ontdekkingsreiziger als eerste op het idee zijn gekomen dat de aarde een bol was. Voor zover de samensteller van dit boekje heeft kunnen nagaan, is de Amerikaanse schrijver Washington Irving de eerste geweest die deze ontdekking aan Columbus heeft toegeschreven, in zijn in 1828 gepubliceerde geromantiseerde biografie Life and Voyages of Christopher Columbus.

Jammer alleen dat de Italiaanse dichter Dante die bolvorm al twee eeuwen vóór de ontdekkingsreiziger veronderstelde in zijn Goddelijke komedie. In dat gedicht dalen Vergilius en Dante af in de Hel, bereiken het middelpunt der aarde en klauteren vervolgens aan de andere kant van de aarde weer omhoog. Zeventien eeuwen eerder wist ook de filosoof Aristoteles dat de aarde een bol moest zijn.

Lees verder “Misverstand: Platte aarde”

De ware schrikkeldag

De oude, republikeinse Romeinse kalender, zoals we die kennen van een zwaar gerestaureerde inscriptie uit Antium, ongeveer 60 v.Chr.

[Vandaag een gastblog van Rob van Gent, die alles weet over historische sterrenkunde en antieke kalenders. Hij heeft ook een leuke website.]

Dit jaar is een schrikkeljaar en dus zullen kranten en andere media komende zaterdag, 29 februari, de aandacht vestigen op de schrikkeldag, haar oorsprong en de hiermee geassocieerde volksgebruiken.

Weinigen weten echter dat de benoeming van 29 februari als de schrikkeldag eigenlijk een relatief moderne innovatie is. Gebruikelijker was het in verleden om 24 of 25 februari hiervoor aan te merken. De verklaring hiervoor ligt in de hervorming van de oud-Romeinse kalender zoals Julius Caesar deze in 46 v.Chr. invoerde.

Lees verder “De ware schrikkeldag”

Al-Hakim

Fatimidische kristallen fles (Louvre, Parijs)

Het was diep in de nacht van de 27e shawwal van het jaar 411 volgens de islamitische jaartelling ofwel 13 februari 1021, toen kalief Al-Hakim bi-Amr Allah zijn paleis verliet, gezeten op zijn grauwe ezel Qamar, “maan”, en vergezeld door twee dienaren. Het zou een veelbewogen nacht worden.

Kalief Al-Hakim was een wonderlijke man. Hij behoorde tot de Fatimidische dynastie, waarvan de heersers de sji’itische islam propageerden. Alleen niet in de vorm zoals die tegenwoordig in vooral Iran bestaat, maar in de zogenaamde Ismaëlitische stroming. Zoals wel meer shi’itische leiders keerde hij zich tegen de soennieten en was hij tolerant voor joden en christenen. In 1004 was aan dat beleid echter een einde gekomen. Hij verbood de christelijke feestdagen en ook mochten mensen geen wijn meer drinken, wat zowel voor christenen als joden problemen opleverde. Ook kwamen er kledingvoorschriften: niet-islamitische vrouwen dienden bijvoorbeeld één rode en één zwarte schoen te dragen.

Lees verder “Al-Hakim”

Historische taalkunde

Germaanse runentekst uit Tiel (“Van Halethwas, die de zwaardvechters zwaarden geeft”)

Een paar jaar geleden sprak ik een studente neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam die niet wist wat Gotisch was. Een medestudent wist het evenmin. Dat hoeft ook helemaal niet, maar het contrasteert wel wat met mijn vader, die de Germaanse taal nog moest leren om les te mogen geven op een middelbare school. Ik heb er weleens over geblogd. Ik zal in het midden laten of dit contrast helemaal representatief is voor het huidige hoger onderwijs, maar ik denk dat weinig mensen zullen tegenspreken dat de oude MO-opleidingen verrotte grondig waren terwijl de huidige academische opleidingen verrekte kort zijn.

Dat geldt – ik vertel de trouwe lezers van deze blog weinig nieuws – ook voor mijn eigen studietijd. Veel van wat ik had moeten leren om als oudheidkundige mijn vak te overzien, heb ik nooit onderwezen gekregen. Zoals historische taalkunde. Dat is echt een gat in mijn algemene ontwikkeling. Gelukkig zijn er alleszins toegankelijke boeken over dit onderwerp, waarop ik werd geattendeerd via de al even toegankelijke blog Neerlandistiek. Ik noem vier titels.

Lees verder “Historische taalkunde”