
Luchtfoto’s! Luchtfoto’s! Die waren best handig, redeneerden de generaals in de Eerste Wereldoorlog, om te weten waar vijandelijke loopgraven waren. En zo kregen de legers fotografische diensten, zo groeiden de fotoarchieven en zo kregen archeologen er een hulpmiddel bij. Op een zuurstofrijke bodem groeien gewassen beter, en een oude, reeds lang gedempte sloot is nog lang snel zuurstofrijker dan de omgeving. Zulke crop marks zijn zichtbaar op een luchtfoto. In Flanders Fields zijn zo tientallen middeleeuwse versterkte boerderijen geïdentificeerd, en elk jaar wordt wel iets ontdekt op de foto’s die in de jaren twintig boven Irak zijn gemaakt. Zoiets kan natuurlijk ook in Nederland.
Een motte op Urk?
Een lid van een lokale afdeling van de Nederlandse Archeologievereniging-AWN (zeg maar de vereniging van archeologieliefhebbers) bekeek de luchtfoto’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt van de droogvallende Noordoostpolder, en hij zag dat even voorbij Urk een kring lag in een deel van de polder dat ooit bij het eiland hoorde, maar al in de Late Middeleeuwen door de zee is verzwolgen. De kring is sindsdien nooit meer zichtbaar geweest, aangezien het nieuwe land in gebruik is genomen voor de landbouw. Ook op de foto’s van Google Earth en op de LIDAR-beelden van het Actueel Hoogtebestand is niets te zien.

De kring is dus gezien geweest en het kan van alles zijn, bijvoorbeeld een motte uit de Volle Middeleeuwen: een houten versterking op een heuvel, omgeven door een gracht. De klei die vrijkwam bij het graven van die gracht, werd gebruikt bij het opwerpen van de heuvel, die dus behoorlijk hoog kon zijn. Zulke versterkingen lijken in de negende eeuw voor het eerst te zijn gebouwd aan de riviermondingen en moesten Vikingen tegenhouden, en dat treft, want de kring die bij Urk korte tijd zichtbaar is geweest, lag aan de Nagela, de oude monding van de Overijsselse Vecht en/of IJssel. Het kan dus een motte zijn geweest, of een andere versterking uit een later tijdperk, of nog iets heel anders.

Wie zal het zeggen, zolang er geen bodemonderzoek is gedaan? En zo komen we bij de AWN-werkgroep Geofysische Meettechnieken in de Archeologie, kortweg AWN-WGMA.
Bodemradar
Even terug naar het Verdrag van Malta, waarmee de landen van de Europese Unie in 1992 regels overeenkwamen voor de omgang met archeologisch erfgoed. Eén regel was dat amateurs niet langer mochten graven, wat betekende dat de leden van de AWN, die vaak heel professioneel waren, werden uitgesloten van hun hobby. (Het is natuurlijk beter zo, maar het zit menigeen nog altijd niet lekker.) Professioneel als de AWN-ers wilden zijn, gingen ze zich bezighouden met technieken die het bodemarchief onverstoord lieten, zoals bodemradar.
Ground-penetrating radar, zoals het ook wel heet, is precies wat u denkt: radar om te zien wat er in de bodem zit. Het is gewoon een radiogolf die wel door zand of klei gaat, maar terugkaatst als de golf stuit op steen. Op de foto bovenaan ziet u hoe zo’n apparaat over de Urker akker wordt getrokken. Het signaal wordt in een computer geregistreerd en leent zich na nog wat digitale technieken voor verdere analyse. Zo is vast te stellen wat er in de bodem zit, en dat kan zowel een bovenaanzicht als een zijaanzicht zijn.
Ik was vorige week een ochtend lang met de mensen van de WGMA mee. De boer was zo vriendelijk geweest zijn werkzaamheden wat uit te stellen, en een heel team was op zijn land aan het werk: om te beginnen met het karretje dat reed over de akker, maar er was ook iemand die met een drone het aangrenzende veld in kaart bracht, en iemand die met een metaaldetector over het land liep. Die vond alleen een spijker en een schroef, en was blij omdat dat betekende dat het apparaat goed was afgesteld. Het betekent bovendien dat schatgravers niet hoeven proberen iets te vinden, want als er al archeologische vondsten zijn te doen, zitten die vrij diep in de bodem, dus plunderaars kunnen de Urker akker negeren. Dat zal de boer geruststellend vinden.
Tot slot één: de resultaten van het veldwerk vorige week waren nogal ambigu, en er zal waarschijnlijk meer onderzoek plaatsvinden om vast te stellen of de Urker motte heeft bestaan of niet. Wordt dus vervolgd.
Tot slot twee: alle rapporten van de WGMA zijn online.
Zelfde tijdvak
De werken van Herakles (slot)februari 5, 2026
Egypte ontdekkenjanuari 6, 2026
Archeologie en neoliberalismemaart 23, 2026

Dat is nu leuk!
Bij ons, in Bergen Noord-Holland, is hetzelfde gebeurd.
In de jaren 90 heeft Jan Hamstra een constructie gevonden aan de hand van een RAF luchtfoto uit 1945. Er is door het ROB (intern rapport 26) een beperkte opgraving uitgevoerd waarbij een soort hof, of domein, met gracht is aangetroffen.
Het wordt nu Jan’s Werff genoemd. Er bevindt zich nu een speeltuintje op het stuk grond.
Ons oudheidkundig museum Het Sterkenhuis heeft een aantal laat-middeleeuwse vondsten in bezit. Ook nog een opgravingsverslag.
Dus mocht u Bergen eens bezoeken, …….
‘Eén regel was dat amateurs niet langer mochten graven, wat betekende dat de leden van de AWN, die vaak heel professioneel waren, werden uitgesloten van hun hobby. (Het is natuurlijk beter zo, maar het zit menigeen nog altijd niet lekker.)’
En dat is volkomen begrijpelijk. Er zit heel veel professionele expertise en lokale kennis bij de amateurarcheologen van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland. Vandaar ook dat ze toch vaak door gemeentelijk en provinciaalarcheologen worden ingezet bij veldonderzoek en opgravingen.
Dat Malta regelt dat niet iedere halve zool onder het maaiveld gaat kijken is op zich goed. De implementatie van Malta betekende echter ook de privatisering en dus commercialisering van de professionele archeologie. Scherpe aanbestedingen onder tijdsdruk komen de zorgvuldigheid van het archeologisch onderzoek echter niet altijd ten goede. Dat steekt amateurs voor wie archeologie meer is dan een aardig tijdverdrijf.
Ik weet niet zeker of ik dit met je eens ben. Als amateurarcheologen begrip hadden van het vak, zouden ze begrijpen dat opgraven het slechtste is wat ze kunnen doen. Feitelijk zeggen AWN-ers die willen graven, dat ze hun hobby belangrijker vinden dan het bodemarchief. Ik zou liever zien dat ze zich een niet-destructieve hobby namen. Zoals bodemradar.
Ik ben het wel met je eens dat de implementatie van Malta een ramp is geweest. In ruil voor vier keer zo veel werkgelegenheid gaf de archeologie haar wetenschappelijke autonomie uit handen.
‘Als amateurarcheologen begrip hadden van het vak, zouden ze begrijpen dat opgraven het slechtste is wat ze kunnen doen. Feitelijk zeggen AWN-ers die willen graven, dat ze hun hobby belangrijker vinden dan het bodemarchief.’
Nu doe je de amateurarcheologie echt tekort, Jona!
De AWN werd 1951 opgericht met als voornaamste doel het redden, behouden en beschermen van oudheidkundige overblijfselen (het archeologisch erfgoed) in Nederland tijdens de wederopbouw. Juist in die tijd dreigde veel erfgoed voorgoed te verwijten.
De enige professionele instanties die toen archeologische opgravingen verrichten waren de toenmalige Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) en de universiteiten van Leiden, Groningen en Amsterdam.
De AWN heeft altijd aansluiting gezocht bij de gevestigde archeologische wereld, vaak aanvullend op het werk van de professionele archeologie. Het is juist vooral te danken aan de lokale en regionale kennis van amateurarcheologen dat überhaupt de aanwezigheid van archeologisch erfgoed werd erkend. In de jaren vijftig, begin zestig, werd het kustgebied bijvoorbeeld door professionele archeologen als ‘archeologisch leeg’ beschouwd, alsof daar geen prehistorie en Romeinse tijd hadden bestaan.
Het inzicht dat archeologisch opgraven (ex situ) bij voorkeur vermeden moet worden en dat behoud in de bodem (in situ) de voorkeur verdient, is pas internationaal gegroeid vanaf de late jaren ’80 en werd formeel vastgelegd in het Verdrag van Valleta (‘Malta’). Klimaatverandering dwingt de archeologische echter om dit inzicht te heroverwegen, omdat het bodemarchief sneller verdwijnt dan het wordt opgegraven…
Dat met de implantatie van Malta de amateurarcheologen van de AWN zich buitenspel voelden gezet, is in het licht van hun kennis en expertise begrijpelijk. Amateurarcheologen mogen dan niet meer op eigen houtje opgraven zoals vroeger, ze worden nog steeds door of onder auspicien van de professionele archeologrn bij veldverkenningen of opgravingen betrokken. Én ze verruimen hun kennis en expertise door de toepassing van nieuwe, niet verstorende technieken.
…te verwijten = te verdwijnen.
…implantatie = implementatie.
Ik maak er een potje van.
Maar die luchtfoto uit 1940, waarop de kring te zien is, is niet beschikbaar?