De Paasdatum in Oost en West (1)

De maand januari in het getijdenboek van Karel van Angoulême, met kolomsgewijs het gulden getal, de weekdagletter, de Romeinse dag aanduiding en de heiligendagen. Merk op dat een doorlopende nummering van de dagen zoals wij dat nu gewend zijn toen nog niet gebruikelijk was.

2025 is zo’n zeldzaam jaar waarin Paaszondag in de Gregoriaanse rekening, zoals aangehouden door de westerse kerken, gelijk valt met Paaszondag in de oude (Juliaanse) rekening, zoals aangehouden in de oosterse kerken. Hoe kan dit en hoe vaak gebeurt dit eigenlijk?

De berekening van de Paasdatum

Zoals bekend is Paaszondag de dag waarop christenen over de hele wereld de herrijzenis van Jezus Christus herdenken. Ook weet iedereen dat de Paasdatum niet vastligt maar elk jaar anders is. De datum wordt door middel van tabellen (of berekeningen) vastgelegd.

Volgens de kerkelijke traditie valt Paaszondag altijd op de

zondag na de (kerkelijke) volle maan die op of na het (kerkelijke) begin van lente

plaatsvindt. De toevoegingen “kerkelijk” en de onderstrepingen van “op” en “na” zijn belangrijk, maar worden in populaire beschrijvingen vaak weggelaten. De volle maan en het begin van de lente mogen op dezelfde dag plaatsvinden, maar als het dan toevallig zondag is, valt Paaszondag toch een week later.

Men gaat niet uit van het astronomische begin van de lente en het astronomische moment van de volle maan, omdat het precies berekenen van deze tijdstippen ingewikkeld en tijdrovend is, en alleen met behulp van omvangrijke astronomische tabellen volbracht kunnen worden. Al vanaf de vroegste paastabellen ging men uit van de gemiddelde (of eenparige) bewegingen van de zon en de maan. Zo werd het begin de lente op één vaste datum (21 maart) vastgelegdnoot Astronomisch gezien valt in onze tijd de lente eigenlijk meestal op 20 maart maar soms kan deze ook op 19 of op 21 maart vallen. De feitelijke datum hangt ook van de gehanteerde tijdzone af. en werden de data voor de schijngestalten van de maan vastgelegd door middel van de negentienjarige Metoonse cyclus in de kalender. Deze cyclus, vernoemd naar de Griekse wiskundige Meton van Athene, was al eerder bij de Babyloniërs bekend en omvat een periode van negentien zonnejaren waarin precies 235 maancycli passen.

Voor de berekening van de Paasdatum ging men als volgt te werk: bepaal eerst voor het jaar het gulden getal (numerus aureus) en de zondagsletter (littera dominicalis).noot Vanaf 1 januari waren alle dagen in de kalender voorzien van een weekdagletter (a, b, c, d, e, f, g) die zich elke zeven dagen herhaalde. De zondagsletter van een jaar gaf dan aan welke van deze dagen dan een zondag was. Schrikkeljaren hebben altijd twee zondagsletters – de eerst geldt alleen voor januari en februari – de tweede geldt voor de overige maanden. Het eerste bepaalt op welke dagen in het jaar de nieuwe maan (luna I) plaatsvindt – de volle maan (luna XIV) is altijd 13 dagen later – en het tweede bepaald de zondagen in het jaar. Zoek dan de volle maan (paasvollemaan) die op of na 21 maart valt, en dan de zondag die daar op volgt.

De vroegst mogelijk Paaszondag is dan 22 maart (als het begin van de lente en de paasvollemaan allebei op een zaterdag vallen); de laatst mogelijke Paasdatum is 25 april (als de paasvollemaan op zondag 18 april valt). Alles bij elkaar zijn er dus 35 mogelijke Paaszondagen, waarin de twee uiterste data het minst vaak voorkomen.

[Deze gastbijdrage van Rob van Gent, die alles weet van kalenders en historische astronomie, wordt vervolgd. Dank je wel Rob!]

Deel dit:

3 gedachtes over “De Paasdatum in Oost en West (1)

  1. Marijn Taal

    Erg bedankt voor de reeks, lastig maar zeer interessant.

    Ik zit nog wel met de vragen waarom de datum van Pasen überhaupt afhankelijk is van de eerste volle maan van de lente en waarom men ooit niet gewoon een vaste datum voor Pasen gekozen heeft, zoals 25 december voor de geboorte van Jezus. Dat is toch best raar?

    ‘Volgens de kerkelijke traditie valt Paaszondag altijd op de zondag na de (kerkelijke) volle maan die op of na het (kerkelijke) begin van lente plaatsvindt.’

    Heb ik het goed dat de reden dat Paaszondag op deze steeds verschuivende datum valt is dat Paaszondag (van oorsprong of nog steeds?) op dezelfde datum van het joodse Pesach moet vallen?

    En de datum van Pesach zelf verschuift ook steeds omdat het gaat om een vaste dag in de joodse kalender, dat een maankalender is, waardoor de data steeds weer verschuiven?

    1. De berekening van Paaszondag is gebaseerd op de chronologische aanwijzingen in het passieverhaal van Christus. De herrijzenis was op de zondag die volgde op de kruisiging die weer plaatsvond na het Joodse paasfesst (”Pesach”). Het laatste valt altijd op de 15de dag (volle maan) van de maand Nisan welke weer de eerste maand is na het begin van de lente.

  2. Ben Spaans

    De christelijke Paaszondag moet juist níet samenvallen met het Joodse Pesach.
    Daarom is het zo ingewikkeld mogelijk gemaakt, kan je niet anders dan concluderen. En van een ‘historische’ Pasen/Paaszondag had men dus geen idee, is een ander conclusie die getrokken kan worden.

Reacties zijn gesloten.