Op admiraal De Ruyter

Michiel de Ruyter, standbeeld in Vlissingen

In een van de bekendste scènes uit Multatuli’s Woutertje Pieterse zit meester Pennewip de gedichtjes te lezen die de kinderen in zijn klas hebben geschreven. Er is evident gespiekt, maar de conservatieve onderwijzer behoudt zijn goede humeur, en zal straks, als hij het onthutsende roverslied van Woutertje heeft gelezen, bezorgd op huisbezoek gaan bij de familie Pieterse. Pennewip is een beminnelijker personage dan wel wordt aangenomen.

En volgens Multatuli had tenminste één van zijn leerlingen echt talent, getuige het lofdicht op Michiel de Ruyter van Woutertjes klasgenoot Leentje de Haas. Een verrukkelijk rijm.

Hy is op een toren geklommen,
En heeft daar touw gedraaid,
Toen is hy op zee gekommen,
En werd met roem bezaaid.

Hy wou ’t er niet by laten,
En heeft Saleh geveld.
Toen hebben heeren Staten
Hem aangesteld als held.

Toen is hy aangekomen
In ’t roofziek Engeland.
Dat heeft hy zonder schromen
Belegerd en verbrand.

Hy heeft veel christenslaven
Met vryheid overstrooid.
Toen hebben Neêrlands braven
Zyn glazen ingegooid.

Tot afschrik van verraders
Toen hy de zee bevoer,
Was zyn naam bestevader,
Zyn vrouw was bestemoêr.

Hy gaf de eer den Heere,
En was als Christen groot.
Toen kreeg hy door zyn kleeren
Een kogel, en was dood.

Een gedachte over “Op admiraal De Ruyter

  1. Robert Noorlander

    Op deze tekst, van “Leentje de Haas”, heeft Cornelis vreeswijk een prachtig mooi lied gemaakt. Gedragen en plechtig gezongen, zoals het behoort. En op de cd staat ook dat de tekst is van “L. de Haas”.

Reacties zijn gesloten.