Nucleus accumbens

Ik heb een zwak voor Multatuli, hoewel er van mijn voornemen vaak over hem te schrijven nooit iets is geworden. De Mainzer Beobachter werd een Oudheidblog. Gelukkig is er inmiddels de Multatuli-leesclub op Neerlandistiek, waar Marc van Oostendorp het hele oeuvre van Douwes Dekker systematisch doorneemt met iedere zaterdag weer een als dialoog gecomponeerd stukje. Afgelopen zaterdag kwam een bekend incident aan de orde. Actrice Mina Krüseman had voor de opvoering van Vorstenschool een contract bedongen waarin was geregeld dat zij zelf ƒ125 kreeg per voorstelling en Douwes Dekker ook nog eens ƒ25. Dit laatste was een leuke bonus, want in die tijd kreeg de auteur van een toneelstuk een eenmalige betaling. En dat was dan dat.

Krüseman verwachtte dat Douwes Dekker, die nooit goed bij kas was, blij zou zijn, maar die was ontstemd. Als ik me goed herinner vatte hij de situatie samen als zou een Multatuli slechts een vijfde Krüseman waard zijn. Wat Krüseman niet wist, niet weten kon, was dat mensen een hersenkronkel hebben die nucleus accumbens heet. Maar voor ik dat uitleg, eerst even een voorbeeld van ruim een eeuw later, uit Zwitserland.

Lees verder “Nucleus accumbens”

Geistige Kräfte (1)

Monument voor Friedrich Wilhelm III (Keulen)

Het hotel in Keulen waar ik eerder deze week sliep, stond niet ver van een beeldengroep, gewijd aan de Pruisische koning Friedrich Wilhelm III (r.1797-1840). Er zat sowieso een blogstukje in die beeldengroep, maar het beeld heeft ook alles te maken met wat ik hoop voor de Nederlandse wetenschap. Daarover morgen. Nu eerst: wat doet een standbeeld van de koning van Pruisen, dat toch ligt in het oosten, in de westelijke stad Keulen?

Van Jena via Berlijn naar Keulen

Keulen, een onafhankelijke rijksstad, was in 1794 veroverd door de Fransen, die de Rijn als oostgrens wilden. Daarna was Napoleon aan de macht gekomen en vervolgens ook weer verslagen. Het Congres van Wenen, dat in 1815 de landkaart opnieuw tekende, koos ervoor de Keulse onafhankelijkheid niet te herstellen maar de stad toe te kennen aan Pruisen, dat zo in een soort geografische spagaat kwam te staan: Pools in het oosten, Rijnlands in het westen. (Het ontstaan van Neutraal Moresnet, waarover ik eerder schreef, valt eveneens in deze tijd.) Deze spagaat viel alleen te overbruggen door de Duitse eenwording, die vanaf 1815 in feite onvermijdelijk was.

Lees verder “Geistige Kräfte (1)”

De Mainzer Beobachter (de echte)

Je heb bloggers en bloggers. Sommigen beperken zich tot één hoofdthema, anderen schrijven over alles wat maar bij ze opkomt. Je moet eens weten hoeveel van die laatsten ergens in hun CV schrijven dat ze over alles een mening klaar hebben liggen. Zou Multatuli in onze tijd leven, hij zou hebben behoord tot die tweede categorie: iemand die over elk onderwerp wel een opiniërend stukje kon schrijven. Pak van Sjaalman.

Dat werd begin 1866 wat lastig, omdat hij gedwongen was Nederland te verlaten. Of beter: hij was wegens openlijke geweldpleging (“het moedwillig toebrengen van slagen … waardoor geene ziekte of beletsel van te werken van langer dan 20 dagen is ontstaan”) veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf en voelde zich te goed om die uit te zitten. Omdat hij, gevlucht naar het Rijnland, geld nodig had, ging hij stukjes schrijven voor de Opregte Haarlemsche Courant: vrij uitgebreide, redelijk betaalde samenvattingen van wat de Duitse kranten zoal te melden hadden. Broodschrijverij dus.

Lees verder “De Mainzer Beobachter (de echte)”

Ergerlijke goedheid

1.

Hij dook afgelopen zaterdag weer op in De Multatulileescursus, het wekelijkse stukje dat Marc van Oostendorp wijdt aan het oeuvre van de grootste Nederlandstalige auteur: de wrevel die Multatuli oproept met zijn demonstratieve goedheid. Eduard Douwes Dekker, zoals Multatuli eigenlijk heette, is niet alleen de man die met de koloniale autoriteiten in Batavia op ramkoers ging omdat ze de Javaan uitbuitten en die daar zijn leven lang over is blijven roeptoeteren, maar is ook degene die de betrekkelijke kleinigheid rondbazuinde dat hij een keer alle kinderen op een speelplaats had getrakteerd op een ijsje.

De wrevel die althans ik hierbij voel, werd ook in de negentiende eeuw ervaren maar Multatuli had daar een antwoord op. In de woorden van Van Oostendorp:

Zichzelf zo hoog mogelijke eisen stellen en die hoge eisen dan alvast aan iedereen vertellen alsof ze al werkelijkheid waren, zodat hij niet meer terug kon.

Lees verder “Ergerlijke goedheid”

De Multatuli Leesclub

Multatuli (portretbuste in het Multatulimuseum)

Willem Frederik Hermans schreef eens dat Multatuli de enige Nederlandse auteur is die ruim anderhalve eeuw interessant is gebleven. Inmiddels is dat alweer bijna twee eeuwen en als u nog nooit iets van Multatuli hebt gelezen, adviseer ik u te beginnen met Woutertje Pieterse. De digitale versie vindt u hier.

Houdt u meer van papieren boeken, dan zijn er de twee door Jan Kruis geïllustreerde delen en is er bovendien een versie die is hertaald door Ivo de Wijs. Die voegde bovendien een mooi einde toe aan het onvoltooide meesterwerk, een einde dat mij een tijdje geleden deed omfietsen naar Steyl. Het is een kwestie van belangstelling welke van de twee edities het geschiktste voor u is; mocht het u boeien dan is daar mijn bespreking van de twee Wouters.

Ik zou u voor een eerste begin ook het hilarische “De zegen Gods door Waterloo” kunnen aanraden. Cabaretesk geouwehoer van de korte baan, zeker, maar wel geouwehoer dat ergens over gáát.

Lees verder “De Multatuli Leesclub”

Multatuli en W.F. Hermans

Van Gerard Reve is het bekende grapje dat hij ooit een boek zou schrijven dat alle andere boeken overbodig zou maken, behalve natuurlijk de Bijbel en het telefoonboek. Nu dat laatste er niet langer is en Reve zijn eigen monumentale boek niet heeft geschreven, is de vraag pertinent welke boeken er wel echt toe doen. Er zijn lijstjes, zoals deze top-tien en deze canon, en ze zijn niet helemaal onzinnig, maar eigenlijk liggen maar een stuk of twintig titels me echt na aan het hart en daarvan zijn er maar drie gecanoniseerd: Karel ende Elegast, Multatuli’s Woutertje Pieterse en Hermans’ De donkere kamer van Damokles.

Het komt mij dus goed uit dat het laatste Multatuli Jaarboek – de opvolger van het tijdschrift Over Multatuli – is gewijd aan Hermans én Multatuli. Twee literaire helden in één klap. Ik heb het meteen uitgelezen.

Lees verder “Multatuli en W.F. Hermans”

Multatuli in Brussel (2)

brussel_multatuli_1
Hoek Arenbergstraat/Bergstraat

Een jaar of drie geleden blogde ik erover dat ik in Brussel had gezocht naar het huis waar Multatuli de Havelaar had geschreven: de Bergstraat 60, waar ooit een hotel was gevestigd dat Au Prince Belge heette. Ik fotografeerde het huis maar realiseerde me pas later dat de straat was hernummerd en dat ik het verkeerde pand had vereeuwigd.

Vorige maand was ik opnieuw in de Belgische hoofdstad (want), en dit keer wist ik waar ik zoeken moest. Bij dezen dus, de foto’s die ik drie jaar geleden had willen maken. U vindt het huis daar.

Lees verder “Multatuli in Brussel (2)”