Koningin Wilhelmina

Wilhelmina (Raadhuis, Naarden)
Wilhelmina (Raadhuis, Naarden)

Het volgende verhaal speelt eind 1945 (misschien begin 1946), en ik vertel het na zoals het mij is verteld door de conciërge van mijn middelbare school, die het op zijn beurt had van zijn vader, die het weer had gehoord van iemand die erbij was betrokken. Waarschijnlijk kloppen niet alle details: ik zal zo meteen een punt noemen dat ik niet geloofwaardig vind. Het is echter een goed verhaal om de laatste dag van augustus niet onopgemerkt te laten voorbijgaan.

Nederland was bevrijd maar de situatie was nog lang niet normaal. Het eten en benzine waren nog op de bon en ’s Rijks Munt had nog geen eigen munten kunnen slaan. We hadden echter weer een eigen regering en koningin Wilhelmina was terug in eigen land. Ze had haar intrek genomen in paleis Het Loo, een plaats waar ze erg van schijnt te hebben gehouden. De grasvelden voor het paleis had ze laten inzaaien met graan, want het was ieders taak, ook die van de regerende vorstin, om ervoor te zorgen dat er voldoende te eten zou zijn. (Dit detail heb ik kunnen verifiëren.)

De koningin was net vijfenzestig geworden – 31 augustus was haar verjaardag – en was nog vitaal genoeg om te gaan wandelen, het liefst alleen. Dat kon makkelijk, want achter Het Loo liggen uitgestrekte bossen. Wilhelmina verliet dus het paleis, maakte een boswandeling en kwam terug toen het al donker was.

Bij de paleisdeur was inmiddels echter de nachtwacht opgesteld, die om een of andere reden niet wist dat de koningin nog buiten was. Hij stond dus wat verbaasd toen een oudere dame kwam aanlopen en zei dat ze naar binnen wilde. Hij informeerde naar haar papieren, maar de vrouw zei dat ze er doorgaans van uitging dat haar onderdanen hun koningin kenden. De soldaat herkende haar echter niet. De vrouw leek immers niet op de vrouw die stond afgebeeld op de vooroorlogse munten.

Nu ik dit schrijf, schiet me te binnen dat het wel raar is dat die soldaat blijkbaar nooit een krant had gelezen. Van de andere kant: men werd in 1945 minder met beelden gebombardeerd dan wij in 2013, er bestond nog geen beeldcultuur zoals wij die hebben, dus wie weet is het inderdaad mogelijk dat iemand de koningin niet herkende.

Hoe dit ook zij, de koningin kon niet bewijzen wie ze was en de soldaat weigerde haar binnen te laten. Gelukkig bedacht Wilhelmina dat ze in haar tas haar trouwboekje bij zich had. (Nog zo’n vreemd detail. Hadden mensen destijds een trouwboekje bij zich?) De soldaat las daarin dat de vrouw was getrouwd met prins Hendrik, begreep dat de dame voor hem inderdaad de koningin was, putte zich uit in verontschuldigingen en zal onhandig hebben gesalueerd terwijl hij de deur opende.

Zal hij die nacht nog geslapen hebben? Onze conciërge vertelde het niet. Wat hij wel vertelde was dat de soldaat de volgende dag bij zijn commandant werd geroepen. De hele hofhouding – en hiertoe behoorde de vader van onze conciërge – was op de hoogte van het voorval. Wat de hofhouding niet wist omdat de commandant het persoonlijk aan de soldaat moest vertellen, was dat deze met onmiddellijke ingang was gepromoveerd wegens uitzonderlijke plichtsbetrachting.

15 gedachtes over “Koningin Wilhelmina

  1. CK

    Eén van Wilhelmina’s hovelingen heeft het verhaal te boek gesteld: Thijs Booy, de persoonlijke secretaris van de koningin. Het moet zijn te vinden in “Het is stil op het Loo” (1983). Dat is dus een onafhankelijke getuige dat het verhaal in elk geval onder hovelingen de ronde deed.

          1. Ja ik had wel zo’n idee, maar ik weet nog steeds niet waar de plek is. En eerlijk gezegd denk ik ook niet dat je als historicus alles kunt/hoeft te weten, als het om de details gaat. Vaderlandse geschiedenis is ontzettend breed en mijn geheugen gaat al achteruit. Er is dus een grote kans dat ik het ooit geweten heb, vooral toen ik mij veel meer met de Tweede Wereldoorlog bezig hield. Dat Rutte het als historicus niet wist vind ik dan ook vergeeflijk, maar in zijn rol als premier denk ik daar iets anders over.

    1. Kees van Hage

      Wat heet ongeloofwaardig…

      “Tijdens het derde college dat een docente in de cultuurgeschiedenis aan de Katholieke Leergangen in Tilburg gaf, constateerde zij dat een van de studenten ineens begreep dat Jezus, die tijdens het eerste college ter sprake was gekomen, dezelfde was als Christus, over wie de docente in het tweede college had gesproken.” [Mathieu Spiertz: “Van aartsbisschop tot Zonnelied: sleutels tot het katholieke erfgoed.” Sun, Nijmegen, 1998]

      Ikzelf volgde als oudere student een paar jaar geleden colleges Joodse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Op de vragen van de docent welk jaartal beschouwd kon worden als het begin van de moderne tijd, en welk jaartal als het einde van de Middeleeuwen, kon geen enkele jonge student een antwoord geven.

      1. Ik vrees dat je voor de gek bent gehouden met de eerste anekdote. Het is een berucht broodje aap, waarvan ik toevallig weet hoe ze is ontstaan. Ik zal geen namen noemen, maar nadat deze mop als hypothese is geopperd op een oudhistorici-dag waarbij ik aanwezig was, zat die student het volgende jaar én in Utrecht, én aan de UvA én in Leiden. Het NRC Handelsblad heeft het verhaal ook eens afgedrukt alsof het waar was.

        Ik vind het niet kunnen dat universitair docenten zulke grappen maken over hun studenten. Nu zijn er inderdaad halzen tussen, maar zelfs als iemand iets zó onverstandigs zegt, spreek je niet op deze wijze over mensen voor wie je een didactische verantwoordelijkheid hebt.

        De tweede anekdote… tja. Zou het niet kunnen dat de studenten het wel ongeveer wisten maar vermoedden dat de docent een preciezer antwoord wilden? Eindigden de Middeleeuwen in het mooi ronde 1500 of in het zo evenementenrijke jaar 1492? Begon de Nieuwe Tijd met de Renaissance, met de Ontdekking van Amerika en Kaap de Goede Hoop, met de Reformatie of met de Sacco di Roma? Het is allemaal verdedigbaar. Als iemand mij de vraag zou stellen, zou ik ook zwijgen en de indruk wekken het antwoord niet te kennen.

  2. theo kemmeren

    Volgens haar particulier-secretaris Thijs Booij. liet koningin Wilhelmina niet haar trouwboekje zien (inderdaad wat vreemd om dat altijd bij zich te dragen), maar schoof zij daarentegen haar trouwring af. De op-wacht-staande scheen bij en kon aan de binnenkant vd ring de naam van pr. Hendrik lezen. Toen kreeg de koningin alsnog toestemming naar het Loo te gaan. Het verhaal vertelt verder, dat de vorstin de bewaker complimenteerde en dat hij zijn werk uitstekend had gedaan

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s