De Arabische wereld tot 1970

Cairo

Het is bijna 3000 kilometer van Aden naar Aleppo en ruim 5000 van Casablanca naar Kirkuk. Daar tussen liggen zeeën, steppen, bergen, woestijnen en rivieren. Er is rijk en arm, schatrijk en straatarm. Je hebt soennitische en sjiitische moslims, diverse soorten christenen, sefardische joden, druzen. De havensteden kijken naar de buitenwereld, andere mensen wonen op het platteland; op sommige plekken spreek je alleen gelijkgestemden, andere woonplaatsen zijn heterogeen. De Arabische wereld is heel gevarieerd.

En dat was de enige kanttekening die ik heb bij het mooie boek van historicus Roel Meijer, Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het is wat lastig te zien wat in een zó gevarieerd gebied het verbindende element is dat de gezamenlijke behandeling rechtvaardigt. Meijer erkent het probleem: hij begint zijn boek met het verdelen van de Arabische wereld in drie deelgebieden, namelijk de Maghreb, het Arabische Schiereiland en het Midden-Oosten. Maar wat er méér is dan de standaardtaal en een Ottomaans verleden dat deze gebieden verbindt, heb ik, om eerlijk te zijn, niet ontdekt.

Lees verder “De Arabische wereld tot 1970”

De Mildenhall Treasure

De grote schaal (Mildenhall Treasure; British Museum, Londen)

Februari 1942. De Tweede Wereldoorlog is in volle gang. Een Britse piloot met ziekteverlof maakt een rijtoer in de omgeving van een luchtmachtbasis aan de Engelse oostkust. De man weet dat hij niet meer zal herstellen en weet niet wat hij zal doen als hem binnenkort eervol ontslag wordt verleend. Misschien terug naar de oliemaatschappij waar hij voor de oorlog werkte? Misschien een diplomatieke functie in een van de Britse koloniën in Afrika? Of misschien de journalistiek?

Journalistiek

Hij denkt aan het laatste nu hij heeft vernomen dat een boer in de voorgaande maand bij het ploegen Romeins zilver heeft gevonden. Daar zit een verhaal in. Hij weet de man, een dagloner, te vinden. Die vertelt dat hij het materiaal heeft overgedragen aan de landeigenaar. De piloot-met-journalistieke-aspiraties spreekt ook de landeigenaar, die hem het zilver laat zien. Hij wil er geen afstand van doen. Bovendien: het is oorlog, dit is Oost-Engeland, sinds de Battle of Britain wagen museummedewerkers zich hier niet langer. En er is in dit gebied ook nog de herinnering aan de vondst van Sutton Hoo, toen de mensen van het British Museum hier geen al te beste indruk hadden gemaakt. De eigenaar wil het materiaal behouden.

Lees verder “De Mildenhall Treasure”

De Dobruja (2)

Een kwart eeuw vooruitgang in de Dobruja: Roemeense propaganda (Nationaal Museum voor de Geschiedenis van Roemenië, Boekarest)

[Tweede deel van een blogje over de Bulgaars-Roemeense grens. Het eerste was hier.]

De Balkanoorlogen

Dankzij de Russische invasie waren enkele prinsdommen aan de Beneden-Donau onafhankelijk geworden, die zich nu aaneensloten tot één koninkrijk: Roemenië. Daarbij hoorde ook het gebied dat bekendstaat als Besarabië, zeg maar het zuidoosten van het huidige Moldavië. De Russen vonden dat zij dat wel verdiend hadden als beloning voor hun krijgsinspanningen. De Roemenen stonden het af en werden gecompenseerd met het grootste deel van de tot dan toe Ottomaanse Dobruja. Hier lag onder meer de havenstad Constanța (het antieke Tomis). Alleen het allerzuidelijkste deel, met de havenstad Balchik, kwam in Bulgaarse handen.

Lees verder “De Dobruja (2)”

Dag aardige Duitser!

Monument voor de bevrijding van Amsterdam

[Het is vandaag Bevrijdingsdag en het leek me aardig een stukje te publiceren dat een vriendelijke meneer Van Andel mij een kwart eeuw geleden eens toestuurde.]

Wij woonden sinds onze geboorte in Amsterdam. In de Rivierenbuurt. In de oorlog hadden wij daar veel joodse buren.

Razzia’s kwamen daar veel voor. De Duitsers haalden dan de joden uit hun huizen, om ze naar kampen af te voeren en later te vermoorden.

Bij alle niet-joodse mensen kwamen de Duitsers de huizen doorzoeken, om te zien of daar geen joodse buren verstopt waren. Dat noemde men “onderduikers”.

Lees verder “Dag aardige Duitser!”

Kim Philby en Graham Greene

Het irritante van het werk van geheime diensten is dat het werk van geheime diensten geheim is. Historici weten er minder van dan ze zouden willen. Natuurlijk zijn er archieven, maar het kan heel lang duren voordat die worden vrijgegeven. Dat de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog alle Duitse codeberichten konden lezen, werd pas dertig jaar na dato erkend en voor zover ik weet duurde het nog eens veertig jaar tot alle stukken openbaar waren. Maar ook een onderzoeker die toegang heeft tot alle overgebleven stukken, zal regelmatig moeten raden wat bedoeld kan zijn geweest met codewoorden en toespelingen. Historici zijn natuurlijk vertrouwd met embargo’s en contextverlies, maar als het gaat om de geschiedenis van een geheime dienst, zijn de problemen groter.

Kim Philby

Je merkt dat op elke pagina van The Writer and the Traitor, het boek dat de Britse journalist Robert Verkaik wijdde aan de vriendschap tussen Graham Greene en Kim Philby. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de laatste een bliksemcarrière bij de Britse buitenlandse inlichtingendienst MI6. Op tweeëndertigjarige leeftijd stond hij aan het hoofd van alle Britse tegen de Sovjet-Unie gerichte contraspionage. Later was hij gestationeerd in Washington. En dat terwijl hij, zoals zou blijken, werkte voor Stalin. Als hoofd van de contraspionage kon hij alle aanwijzingen die tegen hem bestonden, laten verdwijnen; een overloper die hem kon ontmaskeren merkte te laat dat Philby Moskou had ingelicht. Niemand weet wat er van deze Konstantin Volkov is geworden.

Lees verder “Kim Philby en Graham Greene”

Een plakboek met archeologieplaatjes

In een eerder leven was ik bestuurslid van een stichting die het erfgoed uit de Romeinse tijd – dus Ambiorix, Velzeke, de terpen, het meisje van Yde, het badhuis in Heerlen, Nijmegen, Nehalennia, de Taalgrens, Dorestad… – moest “promoten”. Eén van de ideeën die ik destijds inbracht was om met een supermarktketen te praten over Romeinenplaatjes. Kinderen kunnen bij de boodschappen immers altijd plaatjes krijgen van dinosaurussen, voetballers of de menagerie van Freek Vonk; waarom zouden wij dit middel niet gebruiken om ze iets mee te geven over hun verleden? Het Jeugdjournaal zou een item kunnen maken, musea zouden kinderen op vertoon van een vol plaatjesboek het niet in de supermarkt verkrijgbare superduperplaatje kunnen geven… enfin, u kunt zelf bedenken welke mogelijkheden tot synergie er zijn.

Sigarettenplaatjes

Mij leek het voor die stichting een goed idee. We hadden een ingang bij een supermarktketen in het Rijk van Nijmegen, we kenden mensen bij musea, we kenden iemand van het Jeugdjournaal. Desondanks is het er nooit van gekomen. Misschien is dat jammer, want ik weet sinds een tijdje dat het project uitvoerbaar zou zijn geweest. Het is namelijk eerder gedaan. Een bevriende archeoloog deed me onlangs een plakboek cadeau waarin iemand Britse sigarettenplaatjes had verzameld. Zoals ik het begrijp was sigarettenfabrikant W.D. & H.O. Wills in 1887 een van de eersten die een product verkocht met verzamelkaarten. Onderwerpen: rugby, vlinders, soldaten uit het Britse leger, cricket, grote schrijvers, vliegtuigen, voetbal, schepen & zeelieden, vogels en (vanaf 1938) “air raid precautions”.

Lees verder “Een plakboek met archeologieplaatjes”

De verledens van Spanje (1)

Het beeld van Leovigild, vóór het koninklijk paleis in Madrid, claimt de laatantieke vorst als voorloper van de koningen van Spanje.

Archeologische vondsten zeggen eigenlijk maar weinig. Ze moeten worden geïnterpreteerd: die scherven vormden ooit een kruik, die kruik bevatte olijfolie, de klei van die kruik komt uit de vallei van de Guadalquivir, en omdat ze is opgegraven in Rome duidt die kruik op handel. Maar ook zo’n geïnterpreteerde vondst is niet waarom wij, als samenleving, de mogelijkheid garanderen dat wetenschappers hun intellect, tijd en energie besteden aan archeologie. Wat kan het ons immers schelen dat Rome negentien eeuwen geleden Spaanse olijfolie importeerde? Wat hebben wij, om met Halbe Zijlstra te spreken, aan opgegraven potten en pannen, geïnterpreteerd of niet?

Die vraag kunnen we ook stellen bij historische gebeurtenissen. U en ik worden niet gelukkiger of wijzer als we weten dat in de late eerste eeuw na Chr. de Romeinse gemeentewetten in Spanje volgens een standaardmodel zijn geharmoniseerd. Er is méér nodig om zulke gegevens betekenis te geven. De resultaten van archeologisch en historisch onderzoek, en ook dat van het onderzoek van classici, krijgen pas zin als ze in een groter kader zijn geplaatst.

Lees verder “De verledens van Spanje (1)”

Francisco Franco

Francisco Franco, dat was iemand uit mijn jeugd. In Apeldoorn, waar ik opgroeide, hingen posters met daarop een vrouw voor een garrote en het opschrift “Spanje. Adembenemend vakantieland”. Ik begreep niet goed waar dat op sloeg, maar mijn moeder legde uit dat in Spanje zwangere vrouwen ter dood waren veroordeeld. Uit het feit dat ik dit na een halve eeuw nog herinner, mag u afleiden dat ik er behoorlijk overstuur van was. Ik heb ter voorbereiding van dit blogje opgezocht wat er destijds speelde, en weet nu dat de internationale verontwaardiging waar ik in 1975 een glimp van heb opgevangen, ertoe leidde dat de doodstraf van de vrouwen niet is voltrokken en dat vijf anderen zijn doodgeschoten – meer details hier.

Franco, dat was verder de grap van Chevy Chase dat generalísimo Francisco Franco nog steeds dood was. Maar uiteraard viel er niets te lachen in een land waar het überhaupt overwogen worden kon zwangere vrouwen te binden aan de wurgpaal. Een land waar een dictator aan de macht was gekomen met een strategie die erop neerkwam dat hij zijn tegenstanders niet versloeg maar uitroeide. Een dictator die zich eerst aandiende als falangist en vervolgens, toen de As-mogendheden waren verslagen, als rooms-katholiek. Een rooms-katholicisme dat zó reactionair was dat zowel de falangisten als het Vaticaan zich ervan distantieerden.

Lees verder “Francisco Franco”

De metro van Rome (1): het begin

Metrostation Colosseo tijdens de corona-epidemie

De kranten staan er vol mee: berichten over de opening van twee nieuwe metrostations in Rome, en de manier waarop de vondsten op die plekken nu tentoongesteld worden. In deze bijdrage (en enkele volgende afleveringen) daarvan een overzicht van datgene wat deze zaak zo bijzonder maakt.

Eerst maar even een stukje recente geschiedenis. In 1942 zou er in het gebied ten zuiden van stad Rome een Wereldtentoonstelling plaatsvinden: de Esposizione Universale di Roma (EUR, ook wel E42 genoemd). Mussolini wilde daarmee laten zien dat Italië tot grootse dingen in staat was en koos daarvoor een gebied uit aan de rand van de onder het fascistische bewind drooggelegde Pontijnse moerassen.

Lees verder “De metro van Rome (1): het begin”

The Power and the Glory

Ik weet nooit goed wat te doen in een boekhandel. Voor al die boeken hebben mensen zich ingespannen: de schrijver, de meelezers, de redacteuren, de persklaarmaker, de vormgever, de drukker. Respect voor hun inzet en liefde zou je dwingen álles te lezen. Hier staat het puikje van onze beschaving. Mijn oplossing: neem in dubio iets mee van Graham Greene. Er zit weliswaar wat kwalitatief minder materiaal bij (laat Travels with my Aunt gerust staan), maar meestal is Greene aangename lectuur.

Zijn beste roman is The Power and the Glory (1940). Ik moest er onlangs aan denken omdat een recent album van Corto Maltese, De levenslijn (2024), speelt tegen dezelfde achtergrond: de Cristero-oorlog in Mexico. De overheid heeft in de jaren twintig een reeks anticlericale maatregelen genomen waardoor katholieke geestelijken hun leven niet zeker waren. Greene vertelt hoe een priester in het geheim rondzwerft door de zuidelijke deelstaat Tabasco, waar de maatregelen in volle heftigheid werden uitgevoerd, en langzaam maar zeker in een fuik geraakt. Zijn uitwegen worden een voor een afgesneden.

Lees verder “The Power and the Glory”