Het Drielse Veer

De Rijn vanaf het Drielse Veer
De Rijn vanaf het Drielse Veer

Het moet 1973 zijn geweest, en ik was met de welpen op zomerkamp in Elst. Op een dag gingen we naar de Westerbouwing, een speeltuin op een heuvel ten westen van Oosterbeek. Ik herinner me dat we eerst een stuk over de zuidelijke Rijndijk fietsten voor we bij het pontje kwamen. Aan de overkant lag de heuvel, met een eindeloze trap naar boven, naar het pretpark. Daar was een geweldige glijbaan.

Het is de plaats van een van mijn gelukkigste jeugdherinneringen. We waren met teveel jongens en het pontje moest twee keer varen om ons over te zetten. Ik zat in de eerste groep, dus wij moesten even wachten. De welpenleider besloot ons te trakteren bij de ijscoman die daar stond. Die schoof voor elke welp een ronde wafel onder een rol ijs, sneed daar dan doorheen, schoof het ijs opzij en legde er een tweede wafel op. De rol werd zo steeds korter. Toen ik aan de beurt was, was ze bijna op. De man legde een wafel neer, schoof die onder wat resteerde van de ijsrol, pakte toen de volgende rol, plaatste die erop, sneed het alsnog door en deed de tweede wafel erop. Ik denk dat mijn beschrijving niet helemaal duidelijk is, maar het komt erop neer dat mijn ijsje dubbel dik was. (Van dubbeldikke ijsjes word ik nog altijd heel erg gelukkig.) (Van gewone ijsjes ook.)

Tweeënveertig jaar later ben ik er terug gekomen. Dat was afgelopen zondag. Het was hetzelfde landschap, maar toch heel anders. Nu let ik niet op de speeltuin maar zie ik een stuwwal en herinner ik me de colleges van professor Van Es over de vorming van het landschap. Nu word ik even stil omdat ik weet dat hier in september 1944 tientallen jonge Britse kerels zijn gesneuveld. Mijn vader, die een paar kilometer verderop woonde en tijdens de Slag om Arnhem ongeveer even oud was als ik in ’73, heeft de schoten gehoord. Een schuldig landschap.

Het was zonnig, het was het einde van de middag toen ik bij het Drielse Veer – want zo heet het pontje – kwam aanfietsen. Ietwat melancholiek, want ik had net even stil gehouden bij een monumentje voor de terugtocht van de Britse soldaten. Ik aarzelde: zou ik verder fietsen over de dijk, of zou ik oversteken? Omdat het scheepje net kwam aanvaren, besloot ik mee te varen.

Voor me scheepten twee andere fietsers in, een jonge man en vrouw in sportkleding. Ze maakten een praatje met de veerman, die vertelde dat dit zijn laatste vaart vandaag was. Het was immers nog net geen zes uur. Ik keek naar het water en dacht aan het ijsje dat ik hier een eeuwigheid geleden had gegeten.

We legden aan de noordkant aan. De andere fietsers hielpen de trossen vastleggen. Ik zag aan de voet van de heuvel de eindeloze trap die heuvelopwaarts voerde, naar de speeltuin. Ik vroeg me af of de glijbaan er nog zou zijn. De jonge mensen kletsten verder met de veerman, terwijl ik over de loopplank naar de oever wandelde.

Terwijl ik wegfietste zag ik hem ineens: er stond een ijscoman.

8 gedachtes over “Het Drielse Veer

      1. Ja, er zijn Polen gesneuveld, bij de nogal mislukte poging om na de landingen bij Driel op 22 september versterkingen over de Rijn te zetten – met rubberbootjes omdat het veer door de Duitsers was gesaboteerd. Aardig detail is trouwens dat Ryan schreef dat de veerpont was opgeblazen (dat staat nu ook op Wikipedia), maar het schip was er nog, alleen de kabel was doorgesneden.

        De zware Poolse verliezen waren voornamelijk het gevolg van de Duitsers op de Westerbouwing. Eenheden van de Hermann Göring divisie hadden deze namelijk op de Britten veroverd, die de heuvel veel te zwak verdedigd hadden. Het uitzicht vanaf de heuvel bleek van immens belang, zeker voor de Duitsers toen eerst de Polen en later de Britse Dorsets de rivier overstaken (met weer grote verliezen tot gevolg).

        Ten overvloede, het mag hopelijk al gezegd worden dat op de Westerbouwing ook veel jonge Duitse kerels zijn gesneuveld.

  1. Christina

    Wat een prachtig verhaal weer. Een schuldig landschap, daar was ik afgelopen zaterdag ook. Daar waar zich een vreselijke veldslag heeft afgespeeld tussen de geallieerde troepen en De Duitsers, is nu een museum dat de herinneringen levend houdt. Velen zijn daar gesneuveld, aan beide zijden. Jonge mensen veelal. Vlakbij is het War Cemetery waar ik een paar jaar geleden een man ontmoette, die elk jaar in September naar Overloon kwam, om zijn strijdmakkers van weleer te eren, te gedenken. Zijn oorlog was nooit voorbijgegaan. Daar werd en word ik nog steeds stil van.
    En dan nog wat anders: voor ijs mogen ze mij midden in de nacht wakker maken.

Reacties zijn gesloten.