Gefluister in de nacht

Monument voor de Britse terugtocht over de Rijn, 25/26 september 1944
Monument voor de Britse terugtocht over de Rijn, 25/26 september 1944

Eenenzeventig jaar geleden kwam de Slag om Arnhem ten einde. De parachutisten die op 17 september op de Ginkelse Heide waren geland, hadden de brug bij Arnhem weten te bezetten en hadden die langer verdedigd dan iemand voor mogelijk had gehouden. Andere luchtlandingstroepen hadden bij Oosterbeek een bruggenhoofd verdedigd. De Geallieerde tanks die hen hadden moeten ontzetten, waren echter bij Nijmegen vastgelopen en in de nacht van 25 op 26 september trokken de Britten zich van de noordelijke Rijnoever terug naar de zuidelijke.

Voor het eerst in vele dagen ging er iets goed: het regende pijpenstelen. De Duitsers konden niet zien hoe de Britten langzaam maar zeker hun posities opgaven, naar de Rijn liepen en de rivier overstaken. Wie de smalle, vreedzame stroom nu ziet, kan zich moeilijk voorstellen wat een obstakel het in 1944 moet zijn geweest.

Lees verder “Gefluister in de nacht”

Het Drielse Veer

De Rijn vanaf het Drielse Veer
De Rijn vanaf het Drielse Veer

Het moet 1973 zijn geweest, en ik was met de welpen op zomerkamp in Elst. Op een dag gingen we naar de Westerbouwing, een speeltuin op een heuvel ten westen van Oosterbeek. Ik herinner me dat we eerst een stuk over de zuidelijke Rijndijk fietsten voor we bij het pontje kwamen. Aan de overkant lag de heuvel, met een eindeloze trap naar boven, naar het pretpark. Daar was een geweldige glijbaan.

Het is de plaats van een van mijn gelukkigste jeugdherinneringen. We waren met teveel jongens en het pontje moest twee keer varen om ons over te zetten. Ik zat in de eerste groep, dus wij moesten even wachten. De welpenleider besloot ons te trakteren bij de ijscoman die daar stond. Die schoof voor elke welp een ronde wafel onder een rol ijs, sneed daar dan doorheen, schoof het ijs opzij en legde er een tweede wafel op. De rol werd zo steeds korter. Toen ik aan de beurt was, was ze bijna op. De man legde een wafel neer, schoof die onder wat resteerde van de ijsrol, pakte toen de volgende rol, plaatste die erop, sneed het alsnog door en deed de tweede wafel erop. Ik denk dat mijn beschrijving niet helemaal duidelijk is, maar het komt erop neer dat mijn ijsje dubbel dik was. (Van dubbeldikke ijsjes word ik nog altijd heel erg gelukkig.) (Van gewone ijsjes ook.)

Lees verder “Het Drielse Veer”

Arnhem 1944 (1)

“Een linkse hoek”: veldmaarschalk Bernard Montgomery gebruikte een boksterm om het aanvalsplan van Market Garden te typeren. Het idee was om niet vanuit Frankrijk en België frontaal op de Siegfriedlinie en de Rijn af te stormen, maar om een omtrekkende beweging te maken, linksom, over Eindhoven, Nijmegen en Arnhem – en daarvandaan door naar het Ruhrgebied. Parachutisten zouden daartoe de bruggen over de diverse kanalen en rivieren veroveren, waarna tanks de veroveringen zouden consolideren. De terugtocht van de Duitse legers uit Frankrijk en de snelle geallieerde opmars van Normandië naar België en de Vogezen suggereerden dat de tanks in twee dagen de Rijn konden bereiken. De oorlog zou voor kerstmis voorbij zijn.

Mislukking

De soldaten van de Britse First Airborne Division sprongen echter, zoals een boek met ooggetuigenverslagen heet, “van de hemel in de hel”. Anders dan de Britse inlichtingendiensten hadden aangegeven, was de Veluwezoom niet onverdedigd: er lagen twee SS-pantserdivisies. De parachutisten werden al in de eerste uren na hun landing geconfronteerd met een numerieke en materiële overmacht. Dat desondanks een bataljon de brug bereikte en er enkele dagen stand hield, mag een wonder heten. Even wonderlijk is dat de rest van de divisie het een kleine tien dagen uithield in Oosterbeek, waar ze een bruggenhoofd probeerden te behouden, in de vage en afnemende hoop dat dit door middel van een baileybrug kon worden ontzet en dan de basis kon vormen voor de aanval op het Roergebied.

Lees verder “Arnhem 1944 (1)”