Varsseveld en Varus’ veld

Even een mini-blogje over Varsseveld vandaag. Niet lang. Ik heb het namelijk vrij druk met het testen van de groepsblog i/o (waarheen ook dit stukje middels een #reblog naartoe zal gaan). Vanavond rond een uur of negen weten we of de “boodschappenservice” werkt. Omdat twee à drie blogjes per dag op de korte termijn een haalbare kaart lijkt, zouden de mensen die een abonnement nemen, twee à drie keer per dag mail krijgen. Dat is wat veel. Het is beter dat er aan het einde van de dag één overzichtje komt. Dat systeem werkte de afgelopen dagen nog niet lekker, maar als het vanavond wel functioneert, dan hebben we in principe groen licht.

Enfin. Ik heb al een hele alinea geschreven. Terwijl ik het kort wilde houden.

Welkom in Varsseveld dus, gelegen in de Achterhoek tussen Doetinchem en Winterswijk. Volgens een verzonnen etymologie zou die naam zijn afgeleid van Varus’ veld. Het zou de plaats zijn van de slag in het Teutoburgerwoud.

Lees verder “Varsseveld en Varus’ veld”

Herenhul

Herenhul

Even ten zuiden van Apeldoorn, achter Ugchelen, ligt het Herenhul: een niet al te grote open plek in het bos, op een oostelijke uitloper van de Veluwe (de “Hoge Bank”), vlakbij de Asselse Heide, waar in de Middeleeuwen klapperstenen werden gedolven om ijzer uit te winnen. Het was ook niet ver van de weg van Holland naar de IJsselvallei, die min of meer parallel loopt aan de huidige A1. De autosnelweg loopt rakelings langs het Herenhul en blokkeert vanuit Apeldoorn bezien de toegang; je rijdt er het makkelijkste heen vanuit Beekbergen en moet een stukje wandelen. Het is hier.

Omdat het niet heel bereikbaar is, was ik er nog nooit geweest en ik zou er ook nooit heen zijn gegaan als Sander Hurenkamp er niet over had geschreven in zijn Canon van Apeldoorn. Er is weinig te zien en de grote kei die er nu staat is er later geplaatst, maar dit was de plek waar de graaf van Gelre recht kwam spreken. Later was dat de taak van de hertog van Gelre, nog later van de vertegenwoordiger van de Habsburgse vorsten en tot slot van rechters van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het laatste vonnis schijnt te dateren uit 1620. De vonnissen werden hier ook voltrokken: de Hoge Bank was ook een galgenberg.

Lees verder “Herenhul”

De Grift

Beurtvaartstraat, Apeldoorn

Toen Wim Kan – voor jonge lezers: een Nederlandse cabaretier uit de jaren zeventig – eens in Apeldoorn moest optreden, liep hij daar burgemeester Dijckmeester tegen het lijf. Dat zal wel niet helemaal toevallig zijn geweest, want niets was destijds erger voor een Nederlandse gezagsdrager dan niet het doelwit te zijn van een grap van Wim Kan. Een verstandig politicus regisseerde zo’n ontmoeting dus, al zullen we dat uit de aard der zaak nooit zeker weten.

Hoe dat ook zij, de twee mannen raakten aan de praat en Kan, die in een van zijn liedjes de stad bezong waar hij optrad, informeerde voor dat liedje aan welke rivier Apeldoorn eigenlijk lag. De cabaretier zal iets hebben gezegd als “Arnhem ligt aan de Rijn, Zwolle ligt aan de IJssel, maar Apeldoorn, waaraan ligt Apeldoorn? Er is niemand die het weet.” Dijckmeester schijnt te hebben geantwoord “Aan mij ligt het niet.”

Lees verder “De Grift”

’s Prinsen sluipweg

Apeldoorn, Prinsengang

Toen prins Hendrik, die in het echt natuurlijk gewoon Heinrich Wladimir Albrecht Ernst Herzog zu Mecklenburg-Schwerin heette, op 3 juli 1934 overleed, waren de artsen in dubio: was hij wel echt overleden? Zijn echtgenote, koningin Wilhelmina, wist een feilloos middel om erachter te komen: “Zet maar een krat bier naast z’n bed,” zei ze, “Als die er morgenochtend nog staat, is hij dood.”

Ik heb er geen biografie van de arme en verarmde Duitse prins op nageslagen, maar het moet de zuivere waarheid zijn, aangezien paleisgeheimen zelden geheim bleven in Apeldoorn. Ik blogde er al eens over. Hier was bijvoorbeeld niemand verbaasd toen in 1979 bekend werd dat Pim Lier een buitenechtelijk kind was van prins Hendrik. De conciërge van mijn middelbare school kende, als zoon van een lid van Wilhelmina’s hofhouding, alleen al in Apeldoorn vier koekoeksjongen. Wij Apeldoorners, we laten ons daar niet op voorstaan, maar wij weten zulke dingen.

Lees verder “’s Prinsen sluipweg”

Kerstmis in oorlogstijd

Ik denk dat het in 1943 is geweest. Mijn vader had een slagerij in de Achterhoek en “de fabriek” (zo noemde wij altijd de heel grote werkplaats achter ons huis) was voor driekwart door de Duitsers gevorderd. Daar kwamen soldaten om bijvoorbeeld worst te maken maken. Dat konden ze heel goed.

Als kinderen liepen wij er in en uit, want als ze daar bezig waren, kregen we van die jongens wel eens iets lekkers, zoals een stukje gekookte tong of nier. We vonden dat heerlijk, ook als ze tongenworst of nierbrood aan het maken waren.

De leider van dat stel was een zekere heer Schneider. Hij liep nooit in uniform en was tegen  mij altijd heel aardig. Toen ik ziek was, en dat gebeurde in die tijd weleens, moest ik van de huisarts extra suiker eten. Je kon daarvoor extra rantsoenbonnen krijgen maar mijn ouders hebben daar nooit gebruik van gemaakt, want wij hadden het redelijk goed in die periode. Ik heb dat in mijn kinderlijke onschuld aan meneer Schneider verteld en wat gebeurde? De goede man, want hij was gewoon een goede Duitser, bracht elke keer een klein zakje snoepjes voor mij mee. Mijn moeder was heel gereserveerd in deze. Dat is natuurlijk ook te begrijpen. Ik mocht het aannemen, maar er met niemand over praten. Dat kon je in de oorlog ook beter niet doen.

Lees verder “Kerstmis in oorlogstijd”

Het Uddelermeer

Uddelermeer
Uddelermeer

Het belooft een mooie (wellicht tropische) dag te zijn dus ik geef u nog eens een stukje over een mogelijk zomers fietstochtje: naar het Uddelermeer. Als u begint in Ermelo of Harderwijk, passeert u op de Ermelose heide nog een Romeins marskamp, dat wordt aangegeven met een helaas niet al te geslaagd standbeeld van een legionair. Verder fietsend langs de Flevoweg passeert u wat bossen en weilanden, aan uw rechterhand nog een heide (waarvan ik de naam niet weet) en aan uw linkerhand het Nationaal Hippisch Centrum. Na een kleine afslag naar links, de Paleisweg, komt op een rotonde een wat grotere afslag, de Garderenseweg, die u leidt naar Uddel. Tegenover het theehuis aan uw linkerhand ligt het Uddelermeer.

Ik was er tot een paar jaar geleden nog nooit geweest en dat is toch vreemd want als kind heb ik Pim Pandoer en het monster van de Uttiloch van Carel Beke verslonden. Het Uddelermeer is een van de weinige wat vochtiger plekken in een vrij droog gebied, en bovendien wordt in dit gebied ijzer gewonnen, zodat hier al in de IJzertijd mensen woonden.

Lees verder “Het Uddelermeer”

De wolken achterna

De heide bij Kootwijk

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, werk ik momenteel aan een boek over het visioen van Constantijn – doe mijn uitgever en mijn boekhandelaar een lol en bestel het alvast met deze link – en de tekst daarvan is grotendeels klaar. Ik ben nu in de fase waarin ik allerlei details controleer en ik meelezers vraag mijn werk te controleren. Gisteren, woensdag dus, kwam de correctie binnen van mijn coauteur, Vincent Hunink, en een deel van zijn aantekeningen deed me lachen. Ik had het manuscript al laten nakijken door een oud-leraar, die altijd komma’s bijplaatst; Vincent haalde die nu allemaal weer weg.

Om een uur of een had ik een tekst af die ik aan meelezers kon uitdelen. Een bescheiden mijlpaal en ik besloot de boel de boel te laten en een fietstochtje te gaan maken, de wolken achterna, waarheen de wind me maar zou blazen.

Zo gezegd, zo gedaan.

Lees verder “De wolken achterna”

Opnieuw Aquilius

Medaillon van Aquilius (Valkhofmuseum, Nijmegen)
Medaillon van Aquilius (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Een tijdje geleden blogde ik over de medaille die u hierboven ziet. Die is gevonden op het Kops Plateau in Nijmegen en ik vertelde dat deze vermoedelijk het eigendom is geweest van een centurio – eigenlijk: een primus pilus, de oppercenturio – Aquilius die ook door de Romeinse historicus Tacitus wordt genoemd.

De identificatie is belangrijk. De aanwezigheid van een centurio uit het Achtste Legioen Augusta – zie de inscriptie; dat het gaat om een centurio, blijkt uit het vishaakje > links op de derde regel – op het Kops Plateau werpt namelijk nieuw licht op het Romeinse beleid vóór de Bataafse Opstand. Tacitus, die causaliteit uitsluitend plaatst op individueel niveau, presenteert het alsof de opstand ontstond door toedoen van Julius Civilis, die de onrust door rekruteringspraktijken voor zijn eigen doeleinden benutte. Vervolgens was de Romeinse reactie inadequaat door – opnieuw een op individuen gebaseerde analyse – falend leiderschap. (Dat de troepensterkte met 75% was afgenomen, lijkt Tacitus niet te deren.)

Lees verder “Opnieuw Aquilius”

Romeins Leuth

Haar van een Romeinse Leuthenaar
Haar van een Romeinse Leuthenaar

Leuth, voor wie dat mocht willen weten, ligt halverwege Nijmegen en Kleef, nog net in Nederland. In de Romeinse tijd liep hier de limes-weg en dat betekent dat er allerlei archeologische vondsten worden gedaan. Voor de financiering van een opgraving – als een opgraving noodzakelijk is – gelden dan allerlei standaardprocedures, waarbij geldt dat “de verstoorder betaalt”: degene die een deel van het bodemarchief vernietigt, bijvoorbeeld om een straat aan te leggen, financiert het onderzoek.

Dat is een redelijk vertrekpunt, zoals het ook redelijk is dat een projectontwikkelaar of een gemeente van tevoren aan de archeologen vraagt wat het zoal zal kosten. Je kunt immers niet bij de aandeelhouders of de burgers aankomen met de mededeling dat je een open-einde-financiering bent overeengekomen, waarbij de dames en heren wetenschappers net zo lang onderzoek kunnen doen als hun goeddunkt. Daarom geven de opgravers, hierbij gebruik makend van een “archeologische verwachtingenkaart”, vooraf een schatting van de te verwachten kosten.

Lees verder “Romeins Leuth”