De Drususgrachten

De IJssel

Het is een gemeenplaats dat meanderende rivieren archeologie moeilijk maken. Alles verspoelt. Nou ja, bijna alles: de Romeinse brug in Cuijk viel op te duiken omdat die ligt op een punt waar de Maas haar bed nauwelijks kon verleggen. Maar voor het overige zijn rivieren niet al te best voor het bodemarchief. Daarom trekken ze onderzoek aan. Wetenschappers willen tóch iets zeggen.

Soms lukt dat heel aardig. Je kunt namelijk met boringen een gedetailleerde reconstructie maken van de afzettingen in het rivierenlandschap. Zo valt te reconstrueren wanneer de diverse rivieren op welke plek stroomden. Dat kan weer implicaties hebben voor bijvoorbeeld de uitleg van teksten.

Maas en Waal

Zo speelde bij de kwestie of Caesar in Kessel de Usipeten en Tencteri kan hebben afgeslacht, dat Caesar schrijft dat het is gebeurd op de samenvloeiing van de Maas en (een arm van) de Rijn. Aangezien er stroomafwaarts van Kessel in de Maas sedimenten zijn aangetroffen die afkomstig waren uit de Waal, vervalt in elk geval één argument tegen de locatie van het bloedbad. De discussie is vanzelfsprekend complexer en rust niet op dit ene argument. Dit voorbeeld toont echter dat we uitspraken kunnen doen over het oude tracé van rivieren en dat die reconstructies gevolgen hebben voor de tekstuitleg. De Drususgrachten zijn een ander voorbeeld.

Lees verder “De Drususgrachten”

De Jugendstil van Apeldoorn

“Sonnevanck” (Deventerstraat 33, Apeldoorn)

Apeldoorn is een laatkomertje. De groene Veluwestad heeft geen grootse middeleeuwse geschiedenis. Het werd pas later wat, toen mensen zich realiseerden dat de beekjes die van de Veluwe kwamen neerstromen nuttig konden zijn om watermolens aan te drijven. Zo ontstond de papierindustrie. Maar Apeldoorn werd pas echt meer dan een vlek op de landkaart toen stadhouder-koning Willem III besloot een oud jachtslot uit te breiden met een paleis, Het Loo.

En het was nog later, toen koning Willem I een kanaal liet graven, dat het grote dorp veranderde in een kleine stad. Langs het kanaal kwamen industrieën. Er kwam een gasfabriek. Een spoorwegstation – eigenlijk twee: Het Loo had een eigen station – zorgde voor snellere verbindingen, zodat koning Willem III, koningin Emma en koningin Wilhelmina regelmatig in Apeldoorn verbleven. Een negentiende-eeuwse boom town.

Lees verder “De Jugendstil van Apeldoorn”

Van Apeldoorn naar de IJssel en terug

Langs de Terwoldseweg

Het is, zoals het oud-Gelderse spreekwoord zegt, geen schande uit Apeldoorn te komen maar wel gênant er terug te keren. Desniettegenstaande verblijf ik alweer een maand in de groene Veluwestad, soms in gezelschap van mijn vriendin. Omdat ik haar het gebied wilde tonen waar mijn wortels liggen, zijn we zondag een eind wezen fietsen. Het was een prachtige, windstille en wolkenloze novemberdag en het tochtje was te mooi om niet met u te delen. Met een OV-fiets, te huur op station Apeldoorn, kom je makkelijk rond. Om u niet lastig te vallen met een eindeloze lijst neem-de-derde-afslag-linksen en over-de-rotonde-rechtdoors, geef ik u HIER het bestandje voor in Google Maps en DAAR een landkaartje.

Hoewel we naar Deventer gaan, zou ik u afraden de Deventerstraat te nemen. Het is een wat saaie, drukke weg langs een vliegveld. Het is beter noord-om te gaan door een gebied dat Apeldoorners, althans toen ik veertig jaar geleden nog in Apeldoorn woonde, “De Beemte” noemden. Ik geloof niet dat het een officiële naam is, maar zoals u hier boven ziet is het wijds en groen. Een van de boerderijen hier heet “Lochem”.

Lees verder “Van Apeldoorn naar de IJssel en terug”

Varsseveld en Varus’ veld

Even een mini-blogje over Varsseveld vandaag. Niet lang. Ik heb het namelijk vrij druk met het testen van de groepsblog i/o (waarheen ook dit stukje middels een #reblog naartoe zal gaan). Vanavond rond een uur of negen weten we of de “boodschappenservice” werkt. Omdat twee à drie blogjes per dag op de korte termijn een haalbare kaart lijkt, zouden de mensen die een abonnement nemen, twee à drie keer per dag mail krijgen. Dat is wat veel. Het is beter dat er aan het einde van de dag één overzichtje komt. Dat systeem werkte de afgelopen dagen nog niet lekker, maar als het vanavond wel functioneert, dan hebben we in principe groen licht.

Enfin. Ik heb al een hele alinea geschreven. Terwijl ik het kort wilde houden.

Welkom in Varsseveld dus, gelegen in de Achterhoek tussen Doetinchem en Winterswijk. Volgens een verzonnen etymologie zou die naam zijn afgeleid van Varus’ veld. Het zou de plaats zijn van de slag in het Teutoburgerwoud.

Lees verder “Varsseveld en Varus’ veld”

Herenhul

Herenhul

Even ten zuiden van Apeldoorn, achter Ugchelen, ligt het Herenhul: een niet al te grote open plek in het bos, op een oostelijke uitloper van de Veluwe (de “Hoge Bank”), vlakbij de Asselse Heide, waar in de Middeleeuwen klapperstenen werden gedolven om ijzer uit te winnen. Het was ook niet ver van de weg van Holland naar de IJsselvallei, die min of meer parallel loopt aan de huidige A1. De autosnelweg loopt rakelings langs het Herenhul en blokkeert vanuit Apeldoorn bezien de toegang; je rijdt er het makkelijkste heen vanuit Beekbergen en moet een stukje wandelen. Het is hier.

Omdat het niet heel bereikbaar is, was ik er nog nooit geweest en ik zou er ook nooit heen zijn gegaan als Sander Hurenkamp er niet over had geschreven in zijn Canon van Apeldoorn. Er is weinig te zien en de grote kei die er nu staat is er later geplaatst, maar dit was de plek waar de graaf van Gelre recht kwam spreken. Later was dat de taak van de hertog van Gelre, nog later van de vertegenwoordiger van de Habsburgse vorsten en tot slot van rechters van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het laatste vonnis schijnt te dateren uit 1620. De vonnissen werden hier ook voltrokken: de Hoge Bank was ook een galgenberg.

Lees verder “Herenhul”

De Grift

Beurtvaartstraat, Apeldoorn

Toen Wim Kan – voor jonge lezers: een Nederlandse cabaretier uit de jaren zeventig – eens in Apeldoorn moest optreden, liep hij daar burgemeester Dijckmeester tegen het lijf. Dat zal wel niet helemaal toevallig zijn geweest, want niets was destijds erger voor een Nederlandse gezagsdrager dan niet het doelwit te zijn van een grap van Wim Kan. Een verstandig politicus regisseerde zo’n ontmoeting dus, al zullen we dat uit de aard der zaak nooit zeker weten.

Hoe dat ook zij, de twee mannen raakten aan de praat en Kan, die in een van zijn liedjes de stad bezong waar hij optrad, informeerde voor dat liedje aan welke rivier Apeldoorn eigenlijk lag. De cabaretier zal iets hebben gezegd als “Arnhem ligt aan de Rijn, Zwolle ligt aan de IJssel, maar Apeldoorn, waaraan ligt Apeldoorn? Er is niemand die het weet.” Dijckmeester schijnt te hebben geantwoord “Aan mij ligt het niet.”

Lees verder “De Grift”

’s Prinsen sluipweg

Apeldoorn, Prinsengang

Toen prins Hendrik, die in het echt natuurlijk gewoon Heinrich Wladimir Albrecht Ernst Herzog zu Mecklenburg-Schwerin heette, op 3 juli 1934 overleed, waren de artsen in dubio: was hij wel echt overleden? Zijn echtgenote, koningin Wilhelmina, wist een feilloos middel om erachter te komen: “Zet maar een krat bier naast z’n bed,” zei ze, “Als die er morgenochtend nog staat, is hij dood.”

Ik heb er geen biografie van de arme en verarmde Duitse prins op nageslagen, maar het moet de zuivere waarheid zijn, aangezien paleisgeheimen zelden geheim bleven in Apeldoorn. Ik blogde er al eens over. Hier was bijvoorbeeld niemand verbaasd toen in 1979 bekend werd dat Pim Lier een buitenechtelijk kind was van prins Hendrik. De conciërge van mijn middelbare school kende, als zoon van een lid van Wilhelmina’s hofhouding, alleen al in Apeldoorn vier koekoeksjongen. Wij Apeldoorners, we laten ons daar niet op voorstaan, maar wij weten zulke dingen.

Lees verder “’s Prinsen sluipweg”

Kerstmis in oorlogstijd

Ik denk dat het in 1943 is geweest. Mijn vader had een slagerij in Lochem in de Achterhoek en “de fabriek” (zo noemde wij altijd de heel grote werkplaats achter ons huis) was voor driekwart door de Duitsers gevorderd. Daar kwamen soldaten om bijvoorbeeld worst te maken maken. Dat konden ze heel goed.

Als kinderen liepen wij er in en uit, want als ze daar bezig waren, kregen we van die jongens wel eens iets lekkers, zoals een stukje gekookte tong of nier. We vonden dat heerlijk, ook als ze tongenworst of nierbrood aan het maken waren.

De leider van dat stel was een zekere heer Schneider. Hij liep nooit in uniform en was tegen  mij altijd heel aardig. Toen ik ziek was, en dat gebeurde in die tijd weleens, moest ik van de huisarts extra suiker eten. Je kon daarvoor extra rantsoenbonnen krijgen maar mijn ouders hebben daar nooit gebruik van gemaakt, want wij hadden het redelijk goed in die periode. Ik heb dat in mijn kinderlijke onschuld aan meneer Schneider verteld en wat gebeurde? De goede man, want hij was gewoon een goede Duitser, bracht elke keer een klein zakje snoepjes voor mij mee. Mijn moeder was heel gereserveerd in deze. Dat is natuurlijk ook te begrijpen. Ik mocht het aannemen, maar er met niemand over praten. Dat kon je in de oorlog ook beter niet doen.

Lees verder “Kerstmis in oorlogstijd”

Het Uddelermeer

Uddelermeer
Uddelermeer

Het belooft een mooie (wellicht tropische) dag te zijn dus ik geef u nog eens een stukje over een mogelijk zomers fietstochtje: naar het Uddelermeer. Als u begint in Ermelo of Harderwijk, passeert u op de Ermelose heide nog een Romeins marskamp, dat wordt aangegeven met een helaas niet al te geslaagd standbeeld van een legionair. Verder fietsend langs de Flevoweg passeert u wat bossen en weilanden, aan uw rechterhand nog een heide (waarvan ik de naam niet weet) en aan uw linkerhand het Nationaal Hippisch Centrum. Na een kleine afslag naar links, de Paleisweg, komt op een rotonde een wat grotere afslag, de Garderenseweg, die u leidt naar Uddel. Tegenover het theehuis aan uw linkerhand ligt het Uddelermeer.

Ik was er tot een paar jaar geleden nog nooit geweest en dat is toch vreemd want als kind heb ik Pim Pandoer en het monster van de Uttiloch van Carel Beke verslonden. Het Uddelermeer is een van de weinige wat vochtiger plekken in een vrij droog gebied, en bovendien wordt in dit gebied ijzer gewonnen, zodat hier al in de IJzertijd mensen woonden.

Lees verder “Het Uddelermeer”

De wolken achterna

De Stroese Heide voor Kootwijk

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, werk ik momenteel aan een boek over het visioen van Constantijn – doe mijn uitgever en mijn boekhandelaar een lol en bestel het alvast met deze link – en de tekst daarvan is grotendeels klaar. Ik ben nu in de fase waarin ik allerlei details controleer en ik meelezers vraag mijn werk te controleren. Gisteren, woensdag dus, kwam de correctie binnen van mijn coauteur, Vincent Hunink, en een deel van zijn aantekeningen deed me lachen. Ik had het manuscript al laten nakijken door een oud-leraar, die altijd komma’s bijplaatst; Vincent haalde die nu allemaal weer weg.

Om een uur of een had ik een tekst af die ik aan meelezers kon uitdelen. Een bescheiden mijlpaal en ik besloot de boel de boel te laten en een fietstochtje te gaan maken, de wolken achterna, waarheen de wind me maar zou blazen.

Zo gezegd, zo gedaan.

Lees verder “De wolken achterna”