MoM | Vergelijkingen

Je kunt appels met peren vergelijken. Dan constateer je bijvoorbeeld dat het allebei stukken fruit zijn maar ook dat het verschillende stukken fruit zijn. Meer inzichten zul je wel niet ontlenen aan de vergelijking maar ze is wellicht zinvol voor wie bezig is kleuters fruitnamen bij te brengen. Voor meer volwassen doeleinden kun je beter appels vergelijken met appels. Dat levert betekenisvollere resultaten op. De Granny Smith wordt niet snel bruin en kun je daarom verwerken in een salade. De Jonagold laat zich goed bewaren en bevat daardoor lange tijd veel vitaminen. De Schone van Boskoop behoudt zijn smaak bij verhitting en is dus bruikbaar in appelmoes.

Je hebt dus vergelijkingen die je weinig en veel kenniswinst opleveren. Mijn leermeester, professor P.W. de Neeve, hield zich bezig met de agrarische sector in Romeins Italië en maakte wel eens vergelijkingen met het Koninkrijk Napels in de zeventiende eeuw. Dat leverde resultaat op, maar hij vertelde me dat hij vermoedde dat hij méér resultaat kon boeken door te kijken naar de rabbijnse traktaten die in de Middeleeuwen zijn geschreven in Apulië. De landbouw in de Middeleeuwen was namelijk een voortzetting van de antieke landbouw, terwijl in het Koninkrijk Napels de agrarische sector (zoals dat hele koninkrijk) dienstbaar was gemaakt aan de verdediging van de Habsburgse bezittingen tegen de Ottomanen. Dat beïnvloedde de keuzes die de boeren konden maken.

Sommige vergelijkingen zijn dus productiever dan andere. Dit wordt voor de oudheidkundige wat problematisch als hij zijn vak rechtvaardigt. Dat gebeurt vaak door te claimen dat kennis van de Oudheid helpt om het heden beter te begrijpen. Dit weekend attendeerde Beatrice de Graaf er in een column in het Handelsblad op dat het antieke denken over burgerschap vragen oproept die ons helpen onze eigen visies op het burgerschap te scherpen. Dat is onweerlegbaar juist: de vergelijking verheldert, er is resultaat.

De lerzersreacties kennend die je als auteur in die krant krijgt, ga ik ervan uit dat De Graaf er inmiddels wel aan zal zijn herinnerd dat er méér resultaat valt te bereiken door een vergelijking te maken met het burgerschap in de Nieuwe Tijd. Wie wil begrijpen waarom de hedendaagse burger zo kwaad is, heeft inderdaad meer aan lectuur van – in volgorde van toenemende relevantie – Marsilius’ Defensor pacis, Jean Bodin, John Locke, Montesquieu en de grote negentiende-eeuwse liberalen. De Europese politieke traditie heeft beloftes gedaan waar de burger, boos, de bestuurders nu aan herinnert. Een vergelijking met de oude wereld verheldert ook, maar wat minder.

Of een ander voorbeeld: je kunt Donald Trump vergelijken met antieke keizers (Caligula, Nero en Commodus…). Dat levert je resultaat op, maar een historicus zal zijn tijd niet verspillen aan die vergelijking: er is immers méér winst te boeken door Trump te vergelijken met pakweg Andrew Jackson, Richard Nixon of Ronald Reagan. Of met Berlusconi. (Maak zelf uw eigen godwin.)

Wie de bestudering van de Oudheid wil rechtvaardigen, doet er beter aan vergelijkingen achterwege te laten. Om te beginnen zijn er vrijwel steeds niet-antieke parallellen aan te wijzen die méér opleveren. Bovendien is de informatie uit de Oudheid schaars en is de kans groot dat je het heden projecteert op het verleden.

De waarde van de oudheidkundige disciplines zit niet in de inzichten die je opdoet over de Oudheid (want het is allemaal wel erg lang geleden – it’s life Jim, but not as we know it) en evenmin in de verhelderende inzichten die je opdoet over het heden (want andere parallellen leveren meer op). De waarde is dat je van het antieke verleden gewoon kunt (en mag) genieten én dat de puzzel een training is in het omgaan met datagebrek.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

17 gedachtes over “MoM | Vergelijkingen

  1. henktjong

    Geheel mee eens, Jona. Maar dat geldt ook voor recentere geschiedenis, zoals de middeleeuwen. Men ziet nog steeds graag de waterschappen die in de 13e eeuw ontstonden als de basis van onze polderdemocratie, maar die vergelijking gaan bij nader inzien helemaal niet (of niet helemaal) op. Zoals al eerder behandeld naar aanleiding van je boekje waarin je een dat aspect van de Nederlandse geschiedenis aanhaalde. Ik merk zelf dat ik ook op moet passen met zulke beweringen als ik buiten mijn comfortzone kom.

  2. Kees Mettes

    De relevantie van een vergelijking hangt af van het doel ervan.
    Voor het zoeken van een verklaring of verheldering zal een historisch dichterbij gelegen verschijnsel waarschijnlijk beter zijn dan dan een verder weggelegen.
    Voor het nastreven van veranderingen in denken of handelen in wetenschap of maatschappij is de relevantie afhankelijk van wat de vergelijker wil.
    Beatrice de Graaf verwijst naar twee begrippen van Aristoteles die zij nu nog (weer) relevant acht. Omdat hij de eerste is die deze begrippen zo gedefinieerd heeft, is het goed wetenschappelijk gebruik op hem terug te grijpen.

  3. Manfred

    Je kiest een bepaalde vergelijking met een doel. Je zou dus eigenlijk ook duidelijk moeten maken waarom je juist voor déze vergelijking kiest. Uitleggen welke vergelijkingen voor de hand liggen en waarom je net deze er uit pikt.

    De huidige tijd vergelijken met de oudheid is daarom onzinnig, de vergelijking is niet uit te leggen omdat het verleden te groot is om alle mogelijke vergelijkingen naast elkaar te leggen.

    Andersom kan wel, een gebeurtenis of periode inzichtelijk maken door ‘m herkenbaarder te maken door ‘m te vergelijken met een recentere periode.

  4. Knotwilg

    Ik vind dat toch een beetje een zwaktebod. Ook over mijn eigen discipline, de wiskunde, hoor ik al te vaak beweren dat we niet teveel moeten zoeken naar het nut ervan: het plezier in de discipline zelf staat centraal. Dan denk ik: goed, maar waarom geven we dan zoveel wiskunde en zo weinig muziek, sport of gezelschapspelletjes? Ik meen te weten waarom: de studie van de wiskunde (en de oudheidkunde) levert een dieper inzicht op en plezier op een langere termijn dan een potje schaak. Maar waarom is dat zo en hoe bewijs je dat aan iemand die initieel met saaie materie als de verzamelingenleer of Latijnse woordenschat wordt geconfronteerd?

    Het is die ontbrekende bewijslast en de overmaat aan gezagsargumenten die nopen tot een nutsbewijs in het heden. Soms kan ik me niet van de indruk ontdoen dat wetenschappers zien hoe hun ivoren toren afgebroken dreigt te worden en ons voorhouden “is het niet nuttig, dan is het toch plezierig”. Volstaat dat om een maatschappij te motiveren die discipline te blijven sponsoren?

    1. Ik herken het probleem. Als niet-wetenschapper kan ik heerlijk zeggen dat ik het doe omdat het leuk is, maar voor een wetenschapper ligt dat anders. Daarom zouden zij, denk ik, ook wat meer moeten benadrukken dát het een wetenschap is en zich onthouden van gemakzuchtige vergelijkingen als legitimatie.

        1. Ik beschouw me niet als wetenschapper. Ik ben niet verbonden aan een instelling, ben niet gepromoveerd, schrijf in het Nederlands, schrijf niet in wetenschappelijke tijdschriften, en val – als er klachten zijn – niet onder de Gedragscode.

    2. mnb0

      Ah, blijkbaar bent u een niet-schaker. Anders zou u wel hebben ondervonden hoeveel psychologische inzichten men kan opdoen achter het bord, met een tegenstander voor de neus.
      Dat geldt trouwens ook voor de Tour de France; een betere illustratie van speltheorie kan ik niet bedenken.

  5. mnb0

    Deze keer ben ik het slechts gedeeltelijk met je eens. Mensen hebben nu eenmaal de ongeneeslijke neiging patronen te zoeken en te duiden. Het grote problem ligt mi ietwat anders: men bekijkt alleen de overeenkomsten en negeert de verschillen. Dat is prima voor een politicus (en dat weet je ook waarom je collega Rutte zo graag over de ondergang van het Romeinse Rijk emmert – en waarom je dat tegen moet blijven spreken), maar niet voor wetenschappers en randfiguren als ik, die er een bovengemiddelde belangstelling voor hebben. Verschillen kunnen immers net zo goed informatie opleveren en tot een beter begrip leiden. Dan komen we misschien erachter waarom we wel appeltaart en appelstroop eten, maar geen perentaart , terwijl perenstroop ook geen gemeengoed is in de winkel.
    Trump vergelijken met Nero kan ons dan leren hoe verschillend de Oudheid was van onze tijd en in welke opzichten.
    En soms levert dat zelfs aardige hypotheses op voor andere vakgebieden. Op dit moment boeien de desintegraties van het West-Romeinse RIjk en het Derde Rijk mij. Twee voorbeelden is erg weinig, maar het valt toch op, met alle verschillen, dat in beide gevallen na het wegvallen van het centrale gezag (in respectievelijk de vijfde eeuw en de eerste helft van 1945) lokale machthebbers de zaak in eigen handen probeerden te nemen. Dat lijkt mij relevant voor politicologen. Dat de eerste maar liefst 75 jaar duurde en de tweede vijf maanden komt niet alleen door moderne technologie . Je merkte zelf al eens op dat de Romeinen het vooral zelf deden. Mij lijkt onbegrip van de invallende Barbaren (itt de invallende geallieerden, die precies wisten wat ze deden) eveneens van belang.

  6. eduard

    Ik denk dat een goede vergelijking een hulpmiddel kan zijn om een ingewikkelde kwestie te verduidelijken. Zolang je maar duidelijk maakt dat het alleen een vergelijking is en je op de verschillen wijst denk ik dat zo’n vergelijking geen kwaad kan. Een slechte vergelijking is eigenlijk geen vergelijking maar een projectie. Dat is geen hulpmiddel om een ingewikkelde kwestie te verduidelijken, maar een vervanging van die complexiteit door een versimpeling, waarbij de verschillen juist verhuld worden. Dat gezegd hebbende moet ik toegeven dat ik, als ik een voorbeeld wil verzinnen, me alleen maar schadelijke projecties uit de geschiedkunde kan herinneren, er wil me maar geen verhelderende vergelijking te binnen schieten …

    1. Robbert

      Als Hitler een redelijk mens was geweest hadden de lotgevallen van Napoleon hem er mede van kunnen weerhouden om naar Moskou door te stoten…

    2. Knotwilg

      Ik ben toch altijd erg op mijn hoede als er vergelijkingen worden gemaakt, vooral wanneer die als een analogie worden gepresenteerd. Wat er meestal gebeurt is een ingewikkelde kwestie vervangen door een simpele kwestie, daarin een evidente uitspraak doen en die dan hertalen naar het origineel. De toehoorder heeft geen verweer tegen de evidente uitspraak maar is het niet eens met het analogon in de echte kwestie. Hij moet dan de analogie zelf gaan aanvallen, wat lastiger is en ook als moeilijkdoenerig wordt ervaren.

      Samengevat: een analogie is als een fles ketchup in een hijskraan. Vergezocht en zelden relevant.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s