E.P. Wegener (1908-1958) (1)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Bij het schrijven van mijn boekje over de wedloop tussen de vervalsers en de onderzoekers van papyri, Bedrieglijk echt, kon ik altijd advies vragen aan prof.dr. Klaas A. Worp (KNAW). Hijzelf werkte in die tijd aan een geschiedenis van de Nederlandse papyrologie, waarin ook dr. Eefje Prankje Wegener voorkwam. Haar leven bleek interessant genoeg voor een eigen biografie (noot 1). Deze dagen dus een gastbijdrage van Klaas Worp.]

Dr. Eefje Prankje Wegener (hierna “EPW”) geniet bekendheid en waardering bij twee niet erg omvangrijke groepen bewonderaars: enerzijds bij papyrologen, anderzijds bij enkele Leidse “Lokalhistoriker”. Deze biografische schets bevat twee aspecten, enerzijds een beschrijving van haar werk en carrière als papyroloog en anderzijds de korte periode tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin zij voor ir. H.A. van Oerle de belangrijkste bijdragen heeft geleverd ten behoeve van de totstandkoming van het zogenaamde “Register van de huizen in Leiden 1581-1585-1601” (noot 2). Haar biografie begint natuurlijk bij haar ouders, haar geboorte in Amsterdam en haar jeugd in Rotterdam en Wassenaar.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (1)”

MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten

Standbeeld uit Ain Ghazal, even ten noorden van Amman, ongeveer 8000 v.Chr. Tot de ontdekking van een beeld in Şanli Urfa gold dit als de oudste vrijstaande sculptuur ter wereld. Het mythologisch-religieuze karakter staat met zo’n dubbel lichaam niet ter discussie (Archeologisch Museum van Amman)

Natuurgodsdiensten zijn de oudste vorm van religie. Zegt men. Vóór de moderne wetenschap bestond verklaarde de primitieve mensheid namelijk alle natuurverschijnselen als goddelijk ingrijpen. En nog eerder, vóór de mens begreep dat er goden bestonden, zag de oermens overal vage en ambigue natuurkrachten. Althans, dat dachten antropologen en godsdiensthistorici aan het eind van de negentiende eeuw. Zij meenden ook dat de oermens de vruchtbaarheid van het land had geïdentificeerd met die van de vorst. Vandaar dat de Graalkoning in een verwoest land leefde zolang de wond in zijn lendenen niet was genezen.

Koningsmoord

In natuurgodsdiensten was het niet onlogisch ’s konings vruchtbaarheid zo geconcentreerd mogelijk in te zetten: als men elk jaar een andere heerser aanstelde, maximaliseerde men diens vermogen de natuur te doen uitlopen en de oogst overvloedig te laten zijn. Aan het einde van het jaar moest de koning dan dood. Vandaar dat in zoveel Griekse mythen en sagen de koning akelig aan zijn einde komt: Herakles verbrandde, Agamemnon bezweek aan bijlslagen, Pelias werd geslacht.

Lees verder “MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten”

De ganzen van het Capitool

De ganzen van het Capitool (reliëf uit het museum van Ostia)

Een van de oudste data uit de Romeinse geschiedenis die we precies kennen is 18 juli 387 v.Chr., de dag waarop de Romeinen aan het riviertje Allia, even ten noorden van hun stad, een nederlaag leden tegen een leger van Gallische Senonen. Het kan ook 386 zijn geweest en misschien is dat iets plausibeler om een reden die ik zo zal uitleggen.

Wat die Galliërs daar deden, is onbekend, al staat vast dat ze enkele maanden later in dienst waren van Dionysios, de alleenheerser van Syracuse. Dat deze contact met ze heeft gelegd via een bevriende Griekse stad aan de Adriatische Zee, ze als huurlingen in dienst heeft genomen en ze heeft gevraagd om, als ze toch naar hem op weg waren, ook even het land van de langzaam steeds belangrijkere stad Rome te plunderen, en dat ze daarbij wat succesvoller waren dan voorzien, is denkbaar. De Romeinse traditie houdt het er overigens op dat de Galliërs op zich niets tegen de Romeinen hadden maar dat een Romeinse gezant de furor Gallicus over zijn stad afriep door het volkenrecht te schenden.

Lees verder “De ganzen van het Capitool”

Het graf van Damasistrate

Grafreliëf van Damasistrate (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Athene heeft diverse mooie musea maar het mooiste (en grootste) is toch echt het Nationaal Archeologisch Museum. Hier zijn wat foto’s die mijn zakenpartner en ik er bij diverse gelegenheden hebben gemaakt. Ook het bovenstaande, puntgaaf bewaarde grafreliëf, vervaardigd rond 330 v.Chr., is daar te zien. Net zo oud als bijvoorbeeld deze bokser.

Het is gevonden in Piraeus, een voorstad van Athene, beroemd om zijn drie havens. Een overleden mevrouw Damasistrate zit op een prachtige troon (let op het sfinxje!) en schudt de hand van haar echtgenoot Polykleides. Die houdt in zijn linkerhand een strigilis vast, een instrument dat de Grieken en Romeinen gebruikten om olie van het lichaam te schrapen. Je ziet ze wel vaker op grafreliëfs en ze zijn ook in graven gevonden, dus de weduwnaar is afgebeeld met de grafgift die hij met de urn heeft begraven.

Lees verder “Het graf van Damasistrate”

Misverstand: Pasargadai

Graf van Cyrus, Pasargadai

In de verzameling misverstanden die tijdens de corona-lockdown op deze blog is gegroeid, was zelden sprake van kwaadwillendheid. Veel mensen weten niet beter. Slechts een enkele keer is er sprake van werkelijk kwaad opzet en één van die gevallen betreft de hoax dat de Iraanse autoriteiten Pasargadai, de eerste hoofdstad van het Perzische Rijk, onder water zouden willen zetten.

Pasargadai was de residentie van koning Cyrus de Grote, die overleed in 530 v.Chr. Vrijwel zeker door natuurlijke oorzaken, want uit de kleitabletten blijkt dat zijn zoon de regeringstaken al eerder had overgenomen; misschien gesneuveld op een of andere oostelijke campagne. We weten het niet goed. In elk geval is Cyrus begraven in Pasargadai, in een relatief bescheiden graf op loopafstand van zijn paleis. De plek werd voor moderne Iraniërs een lieu de mémoire toen de laatste sjah daar in 1971 voor een kwart miljard dollar verspijkerde aan een feestje voor alle gekroonde hoofden ter wereld. De sjah had iets met Cyrus, die hij, op overigens oneigenlijke gronden, beschouwde als eerste heerser van een land dat zich had gecommitteerd aan de mensenrechten.

Lees verder “Misverstand: Pasargadai”

Textiel uit Egypte

Christelijk-Dionysische scène (eigen collectie Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Oudheid is vaak kleurloos. De fleurige verf die er ooit voor zorgde dat standbeelden, reliëfs en tempels fonkelden in de zon, is in de loop der eeuwen verbleekt. Pas in de negentiende eeuw ontdekten kunsthistorici dat antieke sculptuur en architectuur buitengewoon bont beschilderd waren geweest. Het vooroordeel dat alles ooit was gemaakt van stralend wit marmer, leeft echter nog in talloze stripverhalen en films.

De antieke kleurenpracht is dan ook wat moeilijk voorstelbaar, maar een enkele keer beschikken oudheidkundigen over voorwerpen waarop de antieke kleuren zijn bewaard. Zoals op het Egyptische textiel dat momenteel, nu de coronasluiting van de musea voorbij is, wordt tentoongesteld in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

De expositie is alleen al een bezoek waard omdat het materiaal niet zo vaak wordt geëxposeerd. Blootstelling aan licht doet de kleuren immers vervagen.

Lees verder “Textiel uit Egypte”

Doornik

De kathedraal van Doornik

Doornik, daar wilde ik altijd al eens naartoe. Even in heel grote stappen heel snel thuis: het Romeinse gezag implodeerde in de vroege vijfde eeuw en lokale heersers namen de macht over. Velen van hen hadden voorouders in het Overrijnse, maar ze waren loyale dienaren van de keizer. Aanvankelijk zullen ze hebben verwacht dat het Romeinse staatsapparaat zich zou herstellen maar na pakweg 430 moet duidelijk zijn geweest dat het niet zo zou zijn.

Wie waren ze nu? Waren ze Romeinen, in de steek gelaten door de centrale overheid? Waren ze Franken? Of nog iets anders? In elk geval waren ze op zichzelf aangewezen en moeten er netwerken zijn ontstaan van samenwerkende leiders. Die netwerken konden overigens nog steeds door de Romeinse keizer worden aangestuurd: keizer Majorianus (r.457-461) betaalde via een tussenpersoon, Aegidius, forse bedragen aan de Frankische vorst Childerik, die er lokale heren mee wierf. (De enkele jaren geleden ontdekte Schat van Lienden is op dit punt relevant.) Majorianus’ poging het gezag in Gallië te herstellen liep op niets uit en de feitelijke winnaar was Childerik, die met Romeins geld zijn volgelingen verder aan zich had gebonden.

Lees verder “Doornik”

Liberchies

Geminiacum zoals het er nu bij ligt; het pad is de antieke weg.

De “grand strategy” van het Romeinse Rijk in de Julisch-Claudische periode (tussen pakweg 50 v.Chr. en 70 n.Chr.) lijkt even bot als simpel te zijn geweest: zorg dat er aan de grenzen geen vijanden zijn. Anders gezegd: moord er zoveel mogelijk uit. Caesar onderwierp Centraal-Gallië en joeg in de periferie velen over de kling en eiste absolute gehoorzaamheid van de overlevenden; later vergrootte Augustus het gecontroleerde gebied naar de Rijn en werd een periferie tussen Rijn en Wezer leeg geveegd; nog later werd de directe invloedssfeer opgeschoven naar de Wezer en kregen de mensen tot aan de Elbe het hard te verduren.

Van de tekentafel

Het gaat me nu even om de expansie ten tijde van Augustus, toen het door Caesar leeg gemaakte Belgica Romeins werd. Om het te bevolken verplaatsten de Romeinen hele volksstammen. De Ubiërs, Bataven en Sugambriërs verhuisden van de oostelijke naar de westelijke Rijnoever. Het meer naar binnen gelegen gebied – zeg maar het huidige België – werd bij wijze van spreken van de tekentafel af ontworpen, met stedelijke knooppunten als Bavay en Tongeren en een netwerk van grote wegen. Ze worden vanouds Chaussée Brunehaut genoemd, naar een Frankische koningin die ze volgens een veertiende-eeuwse legende heeft laten repareren.

Lees verder “Liberchies”

De Romeinse Maas

De Maas bij Chokier

De vallei van de Maas, Mosa in het Latijn, vormde het kerngebied van de Romeinse aanwezigheid in het noorden van Gallië, Gallia Belgica. Ik heb het dan met name over het gebied tussen pakweg Namen en Maastricht, waar een heel gevarieerde economie moet hebben bestaan. Maar eerst iets over de rivier zelf.

Een bron over een bron

De Maas wordt verschillende keren in de bronnen genoemd, hoewel meestal in het voorbijgaan. En soms ook gewoon onjuist. Julius Caesar is de eerste die er iets meer over zegt en dat is meteen onjuist: hij schrijft dat de Maas ontspringt in de Vogezen, maar in feite liggen de bronnen westelijker, niet ver van Domrémy, het dorpje waar eeuwen later Jeanne d’Arc geboren zou worden en haar visioenen zou krijgen. Vermoedelijk verwarde Caesar de Mosa met de Mosella, het Maasje ofwel de Moezel.

Lees verder “De Romeinse Maas”

I.M. Romke Hekstra

De verhalenverteller

Een van mijn eerste docenten – we hebben het over 1985 – was Romke Hekstra. Ik hoorde pas vorige maand dat hij vorig jaar op 23 november is overleden, een paar dagen voor zijn zevenentachtigste verjaardag. Hij doceerde oude geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, was een vriendelijke man, een enthousiasmerende docent en iemand met ongebruikelijke ideeën. Vooral de antieke religies hadden zijn belangstelling en hij had het vaak over de Indo-Europeanen. Die noemde hij overigens “Indo-Germanen” omdat hij uit Nederlands-Indië kwam, waar “Indo-Europeaan” een andere betekenis had.

Politiek

Zoals ik weleens verteld heb, behoorden mijn medestudenten en ik tot een generatie die een fuik in was gezwommen: het onderwijs was vernieuwd (de “tweefasenstructuur”) maar de ons toegezegde tweede fase, waarin we van kandidaatsniveau naar doctoraalniveau zouden worden getild, is nooit ingevoerd. In wat mijn derde studiejaar was richtten we een vereniging op om onze studie te redden, en meneer Hekstra – die pas later Romke voor ons zou heten – was een van de eerste leden. Hij begreep, geloof ik, de diepte van onze verontwaardiging niet maar dacht wel met ons mee. Zo wees hij erop dat inadequaat onderwijs des te grimmiger was omdat minister Deetman de studiefinanciering voortdurend in ons nadeel veranderde. Waar wij een slechte studie zagen, zag hij het politieke aspect.

Lees verder “I.M. Romke Hekstra”