MoM | Pastafari

Gedoe bij de Technische Universiteit Delft. Geohydroloog Michael Afanasyev wil zijn proefschrift verdedigen in een piratenpak omdat dit zo hoort volgens zijn religie, de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster. De Volkskrant legt het u in detail uit. Afanasyev meent dat als andere gelovigen zich mogen bedienen van de symbolen van hun religie, dat ook geldt voor pastafari’s als hij. De Volkskrant legt uit dat voor pastafari’s piraten

… goddelijke wezens zijn, waarbij ‘het opwarmen van de aarde, aardbevingen, orkanen en andere natuurrampen allemaal directe gevolgen zijn van het afnemende aantal piraten sinds 1800.’ Volgens de aanhangers is dat verhaal niet vreemder dan dat van een man die water in wijn veranderde of een god die de zee in tweeën spleet.

Los van de in Delft actuele vraag of religieuze symbolen gewenst zijn bij een promotieplechtigheid: de geciteerde vergelijking van twee verhalen is vreemd.

Lees verder “MoM | Pastafari”

Aion

Aion-mozaïek (Munchen, glyptotheek)

Het bovenstaande mozaïek fotografeerde ik in de glyptotheek, het sculptuurmuseum, van München. Dat is een van de mooiste collecties ter wereld, maar wat dat mozaïek er doet, weet ik ook niet: te midden van alle standbeelden valt het wat uit de toon. Je zou het hebben verwacht in de nabijgelegen Antikensammlung. Het is echter de moeite waard. Het is gevonden in Sentinum in Umbrië, een op zich onbeduidend stadje dat beroemd is omdat de Romeinen er in 295 v.Chr. een belangrijke veldslag wonnen.

De afbeelding is van een type waarvan er in de derde eeuw n.Chr. dertien gingen in het Romeinse dozijn. Rechtsonder zit een vruchtbaarheidsgodin met vier kinderen, die de jaargetijden representeren. Verder ziet u Aion staan, de personificatie van de eeuwigheid, met een soort hoepel in de hand waarop de tekens staan van de dierenriem. Kortom, een afbeelding van de eeuwige wederkeer der seizoenen.

Lees verder “Aion”

De val van Nineveh

De laatste verdedigers van Nineveh

Hoe het Assyrische Rijk precies ten onder is gegaan, er is niemand die het weet. Onder koning Esarhaddon had het nog Egypte onderworpen, onder Aššurbanipal bloeide het wereldrijk, maar vanaf diens dood kampte het met steeds meer problemen: onrust in het binnenland, onrust in Babylonië, onrust aan de grenzen. De Egyptenaren en Babyloniërs wisten onafhankelijk te worden en de laatsten bestreden hun voormalige meesters, daarbij geholpen door de Meden uit het Zagrosgebergte. De stad Aššur viel in 614, Nineveh twee jaar later, en in 610 kwam er ook een einde aan de laatste Assyrische burcht in Harran.

Die feiten staan vast, maar niemand weet waarom het zo liep. Het helpt niet dat we voor deze periode van verval minder bronnen hebben. Imperial overstretch kan een factor zijn geweest voor de neergang van Assyrië. Dat het rijk sowieso nooit meer is geweest dan een plundermachine, zal ook een rol hebben gespeeld. In elk geval: in 612 was het voorbij.

Lees verder “De val van Nineveh”

Een zegel uit Pylos

Zegel uit Pylos (foto © Jeff Vanderpool/University of Cincinnati)

Als iets te mooi is om waar te zijn, is het meestal niet waar. En simpele aforismen om informatie terzijde te schuiven, zoals in de vorige volzin, zijn meestal te simpel. Een voorbeeld is de bovenstaande gem: een gesneden steen die gebruikt werd als zegel. Gevonden in Pylos in het graf van iemand die rond 1450 v.Chr. moet zijn overleden.

U leest hier en daar waarom dit te mooi is om waar te zijn. Het lijkt eigenlijk wat te gedetailleerd om met vijftiende-eeuwse technieken te zijn gemaakt. Misschien, zo oppert een van de betrokkenen, had de maker een oogafwijking waardoor hij op korte afstand scherper zag dan andere mensen. Je zou ook kunnen overwegen dat het voorwerp een vervalsing is, ware het niet dat het afkomstig is uit een gecontroleerde opgraving.

Lees verder “Een zegel uit Pylos”

Taparet

Sarcofaag van Taparet (Medelhavsmuseet, Stockholm)

Sarcofagen als de bovenstaande zijn niet zeldzaam. Elk museum met een egyptologische collectie heeft er wel ergens een staan. Deze staat in Stockholm en in ons Rijksmuseum van Oudheden staat de grafkist van Wahibra-Emakhet.

Deze sarcofagen dateren uit wat egyptologen de “late tijd” noemen en die naam spreekt boekdelen. In de negentiende eeuw, toen in Europa het nationalisme en imperialisme hoogtij vierden, waren de egyptologen vooral geboeid door de tijd waarin een puur-Egyptische cultuur had bestaan en het land een imperium had bezeten in Voor-Azië. Toen die Aziatische gebiedsdelen verloren waren gegaan en de Egyptische heersers kwamen uit Libië, Nubië, Assyrië en Perzië, was voor de toenmalige egyptologen de sjeu eraf: dit was een tijd van verval of op zijn best een nabloei. In het museum in Cairo is deze periode nog altijd buitengewoon stiefmoederlijk bedeeld en ik ben niet optimistisch over het nieuwe museum.

Lees verder “Taparet”

Niets (en dat is niet erg)

De piramide van Cheops

Een verhaal uit de jaren tachtig: een Franse architect leest Blake en Mortimer en het Geheim van de Grote Piramide. Genieten natuurlijk, maar hij stoort zich een beetje aan de tekeningen van het interieur van opgemeld bouwwerk. Met zijn architectenoog ziet hij dat je zo niet bouwt. Hij schrijft dus een briefje naar de tekenaar, Edgar P. Jacobs, die terugschrijft dat hij zich goed heeft gedocumenteerd en dat hij precies heeft nagetekend wat hij op foto’s heeft gezien. De Franse architect is stomverbaasd en meldt een archeoloog dat er in de Grote Piramide onbekende vertrekken moeten zijn. Het is de enige verklaring voor de wijze waarop de piramide is gebouwd.

Dat vormt het begin van een speurtocht waar we sindsdien meer van hebben gehoord. Nu eens is het een robotkarretje dat door een luchtschacht rijdt, dan weer horen we over een verfijnde boor die door een muur is gegaan en – toen de onderzoekers de boorkop onderzochten – vaststelde dat de muur beschilderd moest zijn geweest. Er is al jaren onderzoek naar onbekende ruimtes in de Grote Piramide en de ontdekking, eergisteren aangekondigd, van een grote onbekende ruimte past in dat plaatje. Er is dus weinig nieuws ontdekt.

Lees verder “Niets (en dat is niet erg)”

De leeuwenjacht van Aššurbanipal

De leeuwenjacht van Aššurbanipal

Vandaag het einde van mijn reeks over museumstukken die te maken hebben met de expositie over Nineveh in het Rijksmuseum van Oudheden. Volgende week nog iets over de val van de Assyrische hoofdstad en daarna wil ik op gezette tijden schrijven over andere Assyrische zaken, al weet ik momenteel nog niet wat. Maar vandaag de laatste aflevering uit deze museumstukkenreeks en dat moet dus wel een hoogtepunt zijn uit de oud-oosterse kunst: de leeuwenjacht van koning Aššurbanipal.

De reliëfs zijn zo rond 650 v.Chr. vervaardigd. U zult ervoor naar het British Museum moeten, want dit soort kunstvoorwerpen lenen musea niet gemakkelijk aan elkaar uit. Alles klopt aan de leeuwenjacht van koning Aššurbanipal. De leeuwen zijn perfect weergegeven, de anatomie van de en profil afgebeelde jagers is in orde. De reliëfs moeten ooit beschilderd zijn geweest maar ook zonder kleur zijn ze fenomenaal. Maar waarom werden ze eigenlijk gemaakt?

Lees verder “De leeuwenjacht van Aššurbanipal”