Terra sigillata

germa_museum_dish
Terra sigillata uit Germa

Menigeen zal weten wat het bovenstaande is: een schaal van terra sigillata, “gestempeld aardewerk”. Het is het gebruikelijke luxe-aardewerk in de Romeinse tijd en is gevonden op opgravingen van Syrië tot Schotland. Omdat de mallen waarmee het werd vervaardigd zo herkenbaar zijn en zelden heel lang mee gingen, is terra sigillata (kortweg TS) ideaal om opgravingen te dateren.

De bovenstaande schaal is zo leuk door de vindplaats: Germa, diep in de Libische woestijn. Als je vanaf de Mediterrane kust naar “zwart” Afrika reisde, was de eerste oase nog Romeins, waarna Germa de tweede halte was. Daarop volgden Ghat en nog wat oases, tot je aankwam aan de middenloop van de Niger. Romeinse kooplieden kwamen hier om goud, ivoor en wilde dieren te halen.

Lees verder “Terra sigillata”

Onbegrijpelijk glas

cenchreai_glass_mosaic_mus_isthmia4
Glasmozaïek uit Kenchreai (museum van Isthmia)

In het museum van Isthmia fotografeerde ik het bovenstaande mozaïek, dat is opgegraven in Kenchreai, de noordelijke haven van Korinthe. Het leuke is dat het volledig is gemaakt van glas. Mozaïeken van steentjes waren in Griekenland bekend sinds de vijfde eeuw v.Chr., glas was al eeuwen bekend, en mozaïekleggers gebruikten al stukjes gekleurd glas om kleuren te krijgen die ze niet konden krijgen door steentjes te leggen, zoals purper en turquoise. Dat je ook grote stukken glas op maat kon snijden en bij het inlegwerk kon gebruiken, moet echter iets nieuws zijn geweest toen rond 500 n.Chr. iemand het bovenstaande maakte.

Althans, dat vermoed ik. Ik ken namelijk geen oudere voorbeelden. Je moet echter voorzichtig zijn als je enige argument is gelegen in de afwezigheid van andere voorbeelden. Maar wanneer de methode ook ontwikkeld zij, het mozaïek dateert van rond 500.

Lees verder “Onbegrijpelijk glas”

Peutingerkaart

Rome op de Peutingerkaart (Österreichische Nationalbibliothek)
Rome op de Peutingerkaart (Österreichische Nationalbibliothek)

Ik moet vijftien of zo zijn geweest toen ik in het voormalige museum Kam in Nijmegen de Peutinger-landkaart voor het eerst zag. Of beter: een mooie oude replica uit 1591. De eindeloos lange kaart fascineerde me: ze toonde het hele Romeinse én Perzische wegennetwerk, zij het met heel vreemde proporties. De noord-zuid-verhoudingen zijn samengeperst tot 33 centimeter, terwijl de kaart een kleine zeven meter lang is.

De kaart, genoemd naar de Augsburgse geleerde die haar ontdekte, Konrad Peutinger, is getekend in de Oudheid en (zoals zoveel antieke teksten) overgeleverd in een middeleeuwse kopie. Ze vormt een sleuteldocument voor het begrip van de antieke geografie. Zo leren we dat 35 kilometer ten westen van Tongeren een plaats moet hebben gelegen die “Pernacum” heette. Daar zijn inderdaad Romeinse resten gevonden, namelijk bij Braives, een naam waarin je met enige goede wil het woord “Pernacum” nog herkent.

Lees verder “Peutingerkaart”

Vervloeking

Vloektablet (Antikensammlung, Munchen)
Vloektablet (Antikensammlung, Munchen)

Het bovenstaande voorwerp is een loden plaatje met een tekst die, ondanks een stukje dat niet helemaal leesbaar is, weinig aan duidelijkheid te wensen overlaat.

Ik vervloek Panfilon, alles waarop Panfilon hoopt en al zijn daden; en ook vervloek ik Thoukleides, alles waarop Thoukleides hoopt en al zijn daden. Ik, Syros, … en jij zult in je waanvoorstellingen bezeten zijn door Hermes.

Klare taal. Het gaat nog even door op de andere zijde:

Lees verder “Vervloeking”

Romeins re-enactment

verstraaten_romeinen

Het Kops Plateau in Nijmegen is een van ’s lands belangrijkste archeologische monumenten. Elke twee jaar vindt daar het Romeinenfestival plaats, ’s lands belangrijkste oudheidkundige manifestatie. De bezoekers kunnen een zomerweekend lang kennismaken met antieke ambachten, de laatste tijdschriften en boeken kopen, een Romeins hapje eten of luisteren naar de door de medewerkers van de Radbouduniversiteit aangeboden lezingen.

De show wordt echter elke keer gestolen door de re-enactors. Een eerste, te eenvoudige definitie van een re-enactor zou kunnen luiden dat het een vrijwilliger is die zich een historisch kostuum aanmeet om te demonstreren hoe dingen in het verleden gingen. In Nijmegen spelen re-enactors huwelijks- en uitvaartplechtigheden na, maar je kunt er ook vechtende gladiatoren en exercerende soldaten zien.

Lees verder “Romeins re-enactment”

Arrianus en Ammianus

arrianus

Soms vertelt één noot meer dan een pagina tekst. Als Ammianus Marcellinus, de auteur van een magistrale militaire geschiedenis van het Romeinse Rijk in de jaren 353-378, het heeft over een “inspecteur van de kunstschatten van Rome”, legt classicus Daan den Hengst, die de Latijnse tekst heeft vertaald in mooi Nederlands, uit dat de taken van deze functionaris onvoldoende bekend zijn maar dat hij vermoedelijk toezag op historische gebouwen en oude kunstwerken. Dat lijkt het intrappen van een open deur, maar Den Hengst wijst de lezer hier op twee wezenlijke punten: enerzijds dat voor de Romeinen van de tweede helft van de vierde eeuw bewondering voor het verleden een heel serieuze zaak was en anderzijds dat we minder weten over deze periode dan we zouden willen.

Wat we wel weten, maakt nieuwsgierig. Het was in die tijd niet meer vanzelfsprekend dat de Romeinse legers elke oorlog wonnen; de traditionele, literair-geschoolde bovenlaag maakte plaats voor een gemilitariseerde elite; het christendom won aan invloed. Weliswaar probeerde keizer Julianus (reg. 360-363) het laatste proces te remmen, maar hij kwam om het leven tijdens een veldtocht tegen het Perzische Rijk, zodat zijn poging de kerstening te vertragen zonder gevolg bleef. De titel die Den Hengst heeft meegegeven aan de Nederlandse vertaling van Ammianus’ geschiedwerk, Julianus, de laatste heidense keizer, legt een accent dat de Romeinse schrijver zelf niet legt. Toen hij rond 390 zijn boek afrondde, was het conflict allang niet meer actueel. En bovendien: Ammianus was vooral krijgshistoricus.

Lees verder “Arrianus en Ammianus”

Het ontstaan van Egypte

Romer_Egypt

Akkerbouw, koningschap, kunst, schrift: ze zijn allemaal ontstaan in de Late Prehistorie en de Vroege Oudheid. Wie een datering zoekt, zit met de periode tussen 5000 en 2500 v.Chr. ruwweg goed; wie een plaats wil weten, moet denken aan de brede zone van de Indusvallei door zuidelijk Iran en het Tweestromenland naar Syrië en Egypte. Doordat de diverse culturen onderling handel dreven, waren er voldoende contacten om de ontwikkelingen in dit gebied min of meer synchroon te laten verlopen. Zo ontstonden, ergens rond de overgang van het vierde naar het derde millennium, vrijwel tegelijk het spijkerschrift in Irak en het hiërogliefenschrift in Egypte.

Zonder zijn ogen te sluiten voor de interregionale verbanden, die hij zelfs opvallend vaak noemt, vertelt de Britse egyptoloog John Romer in het onlangs verschenen eerste deel van A History of Ancient Egypt hoe in het land langs de Nijl de samenleving van de eerste boeren langzaam maar zeker veranderde en een eigen karakter kreeg, hoe het koningschap ontstond, hoe de Egyptische staat werd gevormd en hoe een werkelijk monumentale architectuur ontstond. Het boek eindigt met de bouw van de piramide van koning Cheops, ergens rond 2550 v.Chr.

Lees verder “Het ontstaan van Egypte”