Didyma geplunderd

Gewicht uit Didyma (Louvre, Parijs)

Ik weet niet wie de camera bediende die dag, tien jaar geleden, in het Louvre, mijn zakenpartner Marco of ikzelf. Het feit dat op dit antieke gewicht rechtsonder de reflectie is te zien van een rooster of zoiets, suggereert dat ik het ben geweest, de mindere fotograaf. Toen ik een afbeelding van dit voorwerp wilde hebben in mijn boek Xerxes in Griekenland, hebben we deze foto niet gebruikt en heeft mijn uitgever in het Louvre een alternatief opgevraagd.

Een gewicht dus, gevonden in de door Franse archeologen opgegraven Iraanse stad Sousa, ooit een van de residenties van de Perzische koningen. Uit de inscriptie blijkt echter dat het voorwerp afkomstig is uit Didyma, het orakel van Apollo even ten zuiden van de Griekse stad Milete (in het westen van het huidige Turkije). Het zal zijn weggenomen toen de Perzen in 494 v.Chr. Milete, de hoofdstad van een opstand, heroverden, of toen Xerxes, geschrokken na de succesvolle Griekse vlootoperatie naar Samos en Mykale, wraak nam (najaar 479).

Lees verder “Didyma geplunderd”

Een Joods graf uit Saoedi-Arabië

Joods grafschrift uit Hegra

Een paar jaar geleden kondigde de Saoedische oudheidkundige dienst aan dat ze meer aandacht zou besteden aan het joodse erfgoed op het Arabische Schiereiland. Het is al heel lang bekend dat dit er is want ooit was Jemen een Joods koninkrijk. De islamitische traditie vertelt over hardhandige conflicten tussen Mohammed en joodse stammen. Vreemd is het dus niet dat er aandacht voor is, zeker nu Saoedi-Arabië en Israël elkaar hebben gevonden in hun vijandschap met Iran.

Toch is het blijkbaar nog een stap te ver om er ook mee te koop te lopen. Een voorbeeld is het bovenstaande grafschrift, dat is opgegraven in het Al-Mabiyat-grafveld bij het Romeinse fort Hegra en dat deel uitmaakt van de archeologische collectie van de Koning Saoed-Universiteit in Riyad. Ze is tot 8 maart nog te zien op de overdonderend mooie Al-Ula-expositie in het Institut du Monde Arabe in Parijs. De bovenste helft van de inscriptie, waarin de naam van een overleden man moet hebben gestaan, is verloren maar het restant is intrigerend.

Vrede (šlm) over het graf van Rammanat, zijn echtgenote, de dochter van Yusuf, de zoon van Irar uit Qarya. Ze werd zesentwintig en stierf in de maand ijar van het jaar 165.

Lees verder “Een Joods graf uit Saoedi-Arabië”

Naar het Colosseum

Gladiatoren op een zilveren broche, gevonden in het paleis van de gouverneur te Aquincum

Ik heb in het verleden weleens over Augustinus geblogd. Vandaag nog maar eens een stukje, maar nu laat ik de laatantieke auteur zelf aan het woord. Het is een van de beroemdste passages uit de Belijdenissen, het verhaal over de wijze waarop Alypius een amfitheater in Rome bezoekt, vrijwel zeker het Colosseum. Alypius was overigens een jeugdvriend van Augustinus. De twee mannen zijn hun leven lang met elkaar in contact gebleven, ook toen de een bisschop was in Hippo en de ander in Thagaste.

De vertaling van Belijdenissen 6.8.13 is van Wim Sleddens O.S.A. Lees verder “Naar het Colosseum”

Layards grote project

Layards reconstructie van Nineveh

Austen Henry Layard is een van de invloedrijkste oudheidkundigen uit de negentiende eeuw. Hij is de ontdekker van de hoofdsteden van Assyrië. En zoals het met de geleerden uit die tijd gaat: hij was een van de grondleggers van het vakgebied, samen met halfgoden als Friedrich August Wolf, Caspar Reuvens, Jean-François Champollion, Henry Rawlinson, Johann Gustav Droysen, Heinrich Schliemann, Oscar Montelius, Theodor Mommsen en Ulrich von Wilamowitz. Maar waar dit negental allang is beschreven in fatsoenlijke biografieën, is Layard eigenlijk wat onbekend gebleven. Mogens Trolle Larsen presenteert in The Conquest of Assyria de ontdekker van Nineveh en Kalach als een soort Indiana Jones – en dat is een karikatuur.

Akkoord, Layard was een avonturier in de beste Victoriaanse traditie. En die traditie is er niet alleen een van stiff upper lip en wetenschappelijk optimisme, maar ook van genadeloos imperialisme. Het is in die sfeer dat we Layard óók moeten plaatsen.

Lees verder “Layards grote project”

Uitnodiging

Op woensdag 19 september 2012 brak mijn klomp. De Volkskrant publiceerde een artikel dat er een aanwijzing zou zijn dat Jezus wel degelijk getrouwd was geweest. Een onderzoekster van de Harvarduniversiteit had een papyrussnipper ontdekt waarop zoiets te lezen stond. “Jarenlang drukte de katholieke kerk de geruchten de kop in dat Jezus Christus een vrouw had.”

Dat grote boze Vaticaan toch. De vanzelfsprekende boosdoener in elke complottheorie. Het is maar wat je goede journalistiek noemt.

Ik schreef die dag dit blogstukje over dat zogenaamde Evangelie van de Vrouw van Jezus. Enkele dagen later maakte de Belgische oudheidkundige Leo Depuydt duidelijk dat het een vervalsing moest zijn – het was slecht Koptisch – en drie weken later was de vervalsing definitief ontmaskerd. De maker had namelijk een zetfout overgenomen uit een tekstuitgave van het Evangelie van Thomas.

En toen kwam de optater. Harvard opperde dat het lab duidelijkheid zou verschaffen. Beng.

Lees verder “Uitnodiging”

Pompeii als lithografie

Herculaneum en Pompeii zijn ontdekt rond het midden van de achttiende eeuw. Winckelmann schreef erover. Hoewel de eerste opgravingen vaak worden afgedaan als pure schatgraverij, is dat niet helemaal terecht. Zeker Karl Weber heeft enorm zijn best gedaan het onderzoek zo professioneel mogelijk uit te voeren. Dat hij een van ’s werelds allereerste opgravers was en dus niet kon voldoen aan latere professionaliteitseisen mag hem niet worden nagedragen.

In Pompeii is het grootste deel van de stad blootgelegd in de loop van de negentiende eeuw. Er waren professionele kunsthistorici bij betrokken, maar ook tientallen arbeiders, classici, bouwkundigen en natuurlijk tekenaars, zoals de gebroeders Fausto en Felice Niccolini. Hun vader Antonio had al gewerkt voor het archeologisch museum van de koning van Napels, zij zelf begonnen hun carrière onder diens bewind, en dat zou normaal gesproken het einde hebben moeten wezen van hun loopbaan toen Garibaldi de stad in 1860 veroverde. De twee broers konden echter de overstap naar het nieuwe regime maken dankzij hun vriend Giuseppe Fiorelli, de nieuwe toezichthouder in Pompeii. Het nieuwe Italië wilde betere archeologie en Fiorelli liet de opgravingen zorgvuldig in kaart brengen en documenteren. De Niccolini’s waren zijn favoriete kunstenaars en publiceerden vanaf 1854 tot hun dood in 1886 tientallen afleveringen van Le case ed i monumenti di Pompei disegnati e descritti. De reeks werd door Fausto’s zoon Antonio voortgezet, telde uiteindelijk 137 delen die uiteindelijk in vier banden opnieuw werden uitgegeven.

Lees verder “Pompeii als lithografie”

Hoe maak ik een neppapyrus?

Ik heb het al eerder verteld maar het kan geen kwaad het nog eens uit te leggen: er is geen hogere wiskunde nodig om een papyrus zo te vervalsen dat die geloofwaardig kan doorgaan voor antiek.

Methode één

Voor een eerste oefening kocht ik modern papyrus. Bij Vlieger aan de Amstel was een flink blad te verkrijgen voor nog geen €8,00. Het zag er goed uit. Bij de tekenbenodigdhedenwinkel om de hoek kocht ik voor €3,87 zwarte inkt, voor €1,01 een penhouder en voor €0,70 een pen. In totaal €13,58 dus. Omdat ik zelf niet handig ben in het schrijven van Hebreeuws, combineerde een vriend Leviticus 18.22 en 20.13, de twee verzen uit de Heiligheidscode die aan het tempelpersoneel homoseksuele handelingen verbieden. In ruil voor één lunch in de Brakke Grond, bestaande uit een Westmalle Tripel en een uitsmijter (samen €11,55), zette hij de twee verzen met soepele hand op het schrijfmateriaal. Er is geen forger’s tremor waarneembaar, de aarzeling van een vervalser die niet gewend is een bepaald handschrift te schrijven.

Lees verder “Hoe maak ik een neppapyrus?”