MoM | Heldenverhalen, steeds hetzelfde

Heldenleven (StoryWorld, Groningenl klik = groot)

Je kunt verhalen op verschillende manieren analyseren. De kern is een plot waarin de diverse elementen noodzakelijk moeten samenhangen. Als twee kinderen alleen door het woud zwerven, moeten ze daar door hun stiefouders zijn achtergelaten, en dat moeten die stiefouders hebben gedaan omdat er grote armoede heerste. Er is daarnaast in een verhaal een achtergrond die je ter kennisgeving aanneemt. Alleen een scherpzinnig kind vraagt waarom een oude vrouw moederziel alleen op een afgelegen plek in het woud gaat wonen en een huis bouwt van pannenkoeken.

Ook binnen de plot zelf zijn, zeker als het om volksverhalen gaat, vaste elementen aan te wijzen. Dingen gaan in vertellingen bijvoorbeeld meestal twee keer verkeerd en de derde keer goed. Als een Griekse auteur schrijft dat Peisistratos twee keer vergeefs had geprobeerd de macht in Athene te grijpen voordat het de derde keer wel lukte, is dat een sterke aanwijzing dat de bron een mondelinge traditie is. De informatie is dus niet zo betrouwbaar. Iets dergelijks valt te zeggen over de geboorte van Caesar door middel van een keizersnede: een te gebruikelijk verhaalmotief om zomaar geloofd te mogen worden.

Deze twee voorbeelden tonen waarom de analyse van volksverhalen belangrijk is. Ze vormt een soort alarmbel die je op je qui vive maakt bij het lezen van antieke biografieën. En met het woord biografie belanden we als vanzelf bij de bestudering van mythen, sagen, legendes, heldenliederen en andere heldenverhalen.

Lees verder “MoM | Heldenverhalen, steeds hetzelfde”

Romeinse dakpannen en boze geesten

Dakpan van XXX Ulpia Victrix (Expositieruimte Zwammerdam)

Bij Zwammerdam is een Romeins fort opgegraven. Het is beroemd omdat er ook zes schepen zijn gevonden, waaraan deze website is gewijd. De bovenstaande dakpan komt uit het eigenlijke fort en lijkt op het eerste gezicht een naar rechts puntende drietand te tonen. Gaan we naar links, dan is de stok van de drietand echter wel wat vreemd gevormd. Het zijn namelijk letters, maar ze staan in spiegelbeeld. Van rechts naar links staat er LEG XXX. Ofwel: het was een legionair van het Dertigste Legioen uit Xanten die deze dakpan heeft gebakken.

Romeinse dakpannen

Dat is gebruikelijk. De soldaten hadden allerlei civiele taken, waarvan het ophalen van de belastinggelden de voornaamste maar niet de enige was. In de buurt van Bonn werkten legionairs in een steengroeve, elders legden ze wegen aan en er zijn allerlei steen- en tegelbakkerijen bekend. En vaak zetten de makers de naam van hun legeronderdeel op hun producten.

Lees verder “Romeinse dakpannen en boze geesten”

Factcheck: De dood van Alexander

Alexander (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Wat gebeuren moest, gebeurde. Toenemende mobiliteit maakt dat ziekten zich makkelijker kunnen verspreiden. En ook: als het warmer wordt, kunnen ziektekiemen zich verspreiden naar andere gebieden. Is het niet omdat bacteriën extra ruimte krijgen waarbij ze zich senang voelen, dan is het omdat de dragers van virussen die ruimte krijgen. Kortom: niemand zal verbaasd zijn dat het westnijlvirus nu in Nederland is, zoals De Volkskrant bericht.

In zijn stukje meldt journalist Tony Mudde ook dat er een beruchte theorie is dat het westnijlvirus Alexander de Grote doodde. Keurig met een linkje erbij dat u brengt bij uitleg waarom het onzin is. Want dat is het. De theorie is destijds gepubliceerd om mee te surfen op de publiciteitsgolf rond de film van Oliver Stone en diende, naar het schijnt, vooral fondsenwerving voor een lab. Wetenschappelijk is het quatsch en dat was van begin af aan duidelijk. In mijn boek over Alexander heb ik er geen woord aan besteed. De tegenargumenten waren dan ook, om een gepaste metafoor te gebruiken, dodelijk.

Lees verder “Factcheck: De dood van Alexander”

Driemaal goed en kwaad

Mesopotamisch gebed: degene die iets bij de goden gedaan wil krijgen, links, roept zijn beschermgodin aan, die een tweehoofdige godheid laat spreken tot de wijsheidsgod Enki. Achter Enki een van de Zeven Wijzen. Rolzegelafdruk, nu in het Louvre, Parijs.

Ex Oriente Lux (“het licht komt uit het oosten”) is de vereniging die de inzichten die oriëntalisten en egyptologen opdoen, wil delen met het grote publiek. Ze doet dat onder meer met een tijdschrift, Phoenix, en met lezingen. Afgelopen zaterdag waren er drie in Rotterdam, gewijd aan het thema van goed en kwaad. Ondanks alle coronamaatregelen was het even boeiend als het gezellig was.

Het jodendom

De eerste spreker was Klaas Smelik, die ons vanuit Gent toe-zoomde over goed en kwaad in de Bijbel. Zoals iedereen weet – en anders kijkt u maar naar het klassieke filmpje hieronder – constateert God in het scheppingsverhaal bij herhaling dat de wereld goed, ja zeer goed was. Tov, op z’n Hebreeuws. Nu kan het Opperwezen dat wel zeggen van zijn eigen werkstuk, maar het is natuurlijk ook waar dat het bestaan van het kwaad een spijkerhard gegeven is. Heeft God dat dan ook geschapen?

Lees verder “Driemaal goed en kwaad”

De Valtherbrug

Het veengebied waar de Valtherbrug lag, zoals het er nu uitziet

Ik blog nu al dagen over de Mediterrane wereld, dus we moeten eens rap overschakelen naar onze eigen contreien. Naar het Drentse dorpje Valthe om precies te zijn, waar in de Romeinse tijd een enorm bouwwerk was te vinden, de zogeheten Valtherbrug. Dit was een van hout gemaakte weg door het veengebied dat de grens vormt tussen oostelijk Drenthe en het zuidoosten van Groningen. Hoewel waterbouwkundig ingenieur J.W. Karsten geldt als degene die de weg in 1818 heeft ontdekt, waren het turfstekers die hem er al een jaar eerder op hadden geattendeerd. U ziet het parcours hier.

Knuppelweg

Houten veenwegen waren niet zeldzaam. Ze zijn al aangelegd in het vierde millennium v.Chr. en werden nog steeds gebouwd in de zeventiende eeuw. Na Christus wel te verstaan. De Romeinen noemden ze pontes longi, “lange bruggen”, en hebben ze aan het begin van de jaartelling gebouwd over de moerassen rond Münster. In het Nederlands heten ze ook wel knuppeldam of knuppelweg. Kortom, niets bijzonders allemaal, maar de Valtherbrug is wel érg lang: twaalf kilometer van Valthe richting Ter Apel. Er moeten 50.000 bomen voor de aanleg zijn geveld. Dat riep aan het begin van de negentiende eeuw nogal wat vragen op, want wie konden dit in vredesnaam hebben gebouwd? En waarom?

Lees verder “De Valtherbrug”

Nogmaals: hoe zag Jezus eruit?

De doornenkroning (Praetextatuscatacombe, Rome)

De allereerste zin van een artikel dient om de aandacht te trekken. De auteur mag het even scherp zeggen; de nuances komen verderop wel. Maar dan moet de auteur die nuances wel tonen. En het is ook fijn als de eerste zin niet zó overdreven is dat de lezer meteen afhaakt. Dit gaat verkeerd in Marije van Beeks artikel “De ongeloofwaardige witheid van Jezus”, onlangs in Trouw.

Op de eerste afbeeldingen die van Jezus gemaakt zijn, in de eerste eeuw, is hij een witte man.

Dit is klinkklare onzin. Het probleem is niet alleen de datering. Het gaat ook om de verkeerde typering van de eerste afbeeldingen. Als we afzien van de Palatijnse spotcrucifex, waarop een gekruisigde ezel is te zien die misschien wel en misschien niet een afbeelding is van de executie van de messias, is de beroemdste Jood aller tijden aanvankelijk gewoon afgebeeld geweest zoals alle ingezetenen van het Romeinse Rijk. Ietwat gebruind, zeker niet als een moderne Noordwest-Europeaan.

Lees verder “Nogmaals: hoe zag Jezus eruit?”

MoM | Archeologie en de Indo-Europese talen

In 1987 publiceerde de Britse archeoloog Colin Renfrew, de grondlegger van de cognitieve archeologie, het bovenstaande boek over de verspreiding van de Indo-Europese talen. Ik herinner het me nog goed; mijn docent Marten Stol, die ons tijdens een college eigenlijk iets spijkerschrifterigs had moeten vertellen, weidde breed uit waarom dit allemaal niet kon kloppen.

Taalverspreiding en archeologie

Het was dan ook niet gering wat Renfrew claimde. Eén: taalverspreiding is archeologisch te herkennen. Weliswaar kun je geluid niet opgraven, maar de mechanismen die leiden tot intensieve taalverandering, zijn zelf ook intensief. Ze laten sporen na in het bodemarchief. Als bijvoorbeeld een gemeenschap een nieuwe elite krijgt die een andere taal spreekt, moet je dat aan materiële artefacten herkennen. De Latijnsprekende elite die zich aan het begin van de jaartelling vestigde aan de Rijn, is herkenbaar aan militaire nederzettingen, steden en een hele batterij andere zaken.

Lees verder “MoM | Archeologie en de Indo-Europese talen”

U houdt van de Oudheid: wat te lezen, wat te doen?

Domitianus (Altes Museum, Berlijn)

Het laatste stukje in mijn reeks over de Week van de Klassieken zal ik niet wijden aan een gebeurtenis die op deze datum plaatsvond, al zijn er teksten over de troonsbestijging van keizer Domitianus of de inwijding van de Grafbasiliek in Jeruzalem. Het leek me zinvoller u wat boeken aan te raden. Welke auteurs zou u, als u de afgelopen week belangstelling hebt gekregen voor de Oudheid, met plezier en vrucht kunnen lezen?

Om te beginnen

Ik ken twee auteurs om mee te beginnen. De eerste is Herodotos, wiens Historiën een panorama bieden van de wereld rond het oostelijk Middellandse Zee-gebied. De rode draad is het conflict tussen de Grieken en de Perzen. Hij biedt echter veel meer. Zo is er uitleg van de manier waarop de Egyptenaren mensen mummificeren, oosterse sprookjes, een beschrijving van de Euraziatische steppe, goudrovende mieren en vliegende slangen. De vader van de journalistiek heeft menig goed verhaal te vertellen en het fijne is dat je er zonder al te veel voorkennis aan kunt beginnen. Beste vertaling is deze Engelse.

Lees verder “U houdt van de Oudheid: wat te lezen, wat te doen?”

Sinterklaascadeau: Martialis

Een tijdje geleden blogde ik over een boek dat Vincent Hunink en ik aan het maken zijn. Hij vertaalde de boeken 13 en 14 van de dichter Martialis. Die zijn nog nooit in onze taal omgezet; de man die het verzameld werk heeft vertaald, Piet Schrijvers, vond de gedichten in deze twee boeken te triviaal. Daarom liet hij ze maar onvertaald. Hunink heeft de lacune nu gevuld en ik heb er foto’s aan toegevoegd.

De boeken 13 en 14 van Martialis bevatten korte gedichtjes over talloze gerechtjes en cadeautjes. Ze illustreren het feest van Saturnus dat de Romeinen vierden en daarom is de titel van Huninks vertaling Feest in het oude Rome. Ons boekje is eigenlijk precies dat wat Martialis beschrijft: wat verstrooiende poëzie, al met al een kleinigheidje, een cadeautje. Plezierdichten, mooi uitgegeven.

Lees verder “Sinterklaascadeau: Martialis”

WvdK | De slag bij Marathon

De slag bij Marathon (Brescia, Museo Sta Giulia)

[In het jaar 490 v.Chr. staken de Perzen de Egeïsche Zee over, bezetten de eilanden en landden bij de Griekse stad Eretria, die ze verwoestten. Daarna staken ze over naar het dorpje Marathon, van waaruit ze naar Athene zullen hebben willen oprukken. Wat hun verdere plannen waren, is niet bekend: we kunnen ze hooguit afleiden uit wat de Perzen feitelijk deden, wat veronderstelt dat wat ze deden ook was wat ze planden. In elke oorlog is nu juist dat weinig plausibel. Feit is in elk geval dat de Atheners op 12 september de Perzen versloegen, vandaag dus 2509 jaar geleden. 

Voor de betekenis van het gevecht: hier. Het verslag van de slag bij Marathon is van Herodotos van Halikarnassos en wordt hier geboden in de vertaling van Hein van Dolen.]

De opstelling van de Atheners bij Marathon leidde ertoe dat de frontlinie aan hun kant even breed was als die van de Perzen; daardoor was zij in het centrum maar enkele rijen diep. Op dit punt was het leger het meest kwetsbaar, terwijl de beide vleugels juist sterk bezet waren.

Lees verder “WvdK | De slag bij Marathon”