Domitianus (26): Farao

Domitianus als farao

Volgens een bekende etymologie is het Latijnse woord provincia afgeleid van “pro vincere”: een gebied dat is aangewezen om overwinningen te boeken. Als die etymologie correct is, is dat nogal cynisch. Het wingewest was immers al overwonnen en ingelijfd. De Romeinen gaven dan vooral aan dat ze voornemens waren door te gaan met plunderen en uitbuiten. Raubkapitalismus. Gelukkig klopt de etymologie niet. De bewoners van een onderworpen gebied hadden echter zeker aanvankelijk weinig vrolijks om naar vooruit te zien. Dat keizer Augustus beter bestuur bracht, zoals je weleens leest, is grotendeels propaganda.

Corruptie

Wat wél gebeurde is dat tijdens de Tweede Burgeroorlog bleek dat die partij zou winnen die de meeste soldaten in het veld kon brengen. Dat was de partij die het gulst was met de verstrekking van Romeins burgerrecht. Ik blogde al eens over de Lex Roscia. Zo verspreidde het burgerrecht zich over de hele Mediterrane wereld, inclusief verbeterde mogelijkheden om corruptie aan de kaak te stellen. De oudste rechtbank voor deze zaken was er al in het midden van de tweede eeuw v.Chr., maar eigenlijk werd het pas wat toen er senatoriële families kwamen uit de buitengebieden.

Lees verder “Domitianus (26): Farao”

Euthydemos van Baktrië (of niet)

Euthydemos van Baktrië? (Collectie Torlonia, Rome)

Totdat Rome afzakte tot hoofdstad van de Italianen – bonuspunten voor wie het citaat herkent – was het de hoofdstad van een universele wereldkerk. Een klein aantal families oefende de macht uit: de Colonna’s, de Orsini’s, de Borgheses. Daar kwamen later nieuwe families bij. De Torlonia’s zijn bijvoorbeeld achttiende-eeuwse nieuwkomers. Tijdens de Franse bezetting van de Kerkelijke Staat hielden ze het Vaticaan financieel op de been. Daar werden ze zelf niet slechter van en ze kochten titels als “hertog van Bracciano”, “hertog van Poli”, “markies van Romavecchia en Turrita”. Paus Pius VII verleende, kort na zijn terugkeer naar Rome, de titel van prins.

Kunstverzameling

De prinselijke familie nam niet alleen titels over maar ook kunstcollecties, zoals die van de familie Giustiniani. Ze deed ook opgravingen, onder andere in Portus, de haven van Rome naast Ostia. Zo ontstond het Torlonia-museum. Alleen de pauselijke collectie antiquiteiten in de Vaticaanse Musea, de stedelijke verzameling op het Capitool en (nadat Rome was afgezakt tot hoofdstad van de Italianen) de collectie in het Museo Nazionale Romano zijn groter. In 1960 ging het Torlonia-museum echter op slot. Sindsdien kon het publiek de honderden stukken sculptuur niet langer bezichtigen.

Lees verder “Euthydemos van Baktrië (of niet)”

De visualisering van samenhang

In deze reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, blogde ik tot nu toe vooral over de politieke geschiedenis van het antieke Nabije Oosten. Daarover gaan immers de eerste hoofdstukken, culminerend in de gestage groei naar eenheid tijdens de IJzertijd. Lang leek het alsof Assyrië de wereld zou verenigen, maar na een Babylonisch intermezzo waren het de Perzische koningen Cyrus, Kambyses en Darius die het Nabije Oosten omsmeedden tot één vroege staat. Op dit punt aangekomen onderbreken De Blois en Van der Spek de politieke geschiedenis met drie hoofdstukken over religie, economie en staatsbestuur.

Je kunt dit drietal en het politieke verhaal beschouwen als vier aspecten van het verleden. Of als vier manieren om over geschiedenis te vertellen: politieke geschiedenis, godsdienstgeschiedenis, sociaal-economische geschiedenis, institutionele geschiedenis. Door ze te scheiden, zoals onvermijdelijk is, doe je echter tekort aan hun onderlinge samenhang.

Lees verder “De visualisering van samenhang”

Domitianus (25): Gladiatoren

Beeldje van een gladiator (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Tot de bouwprojecten die Domitianus ondernam, behoorde ook de aanleg van vier kazernes waar gladiatoren trainden. Een ervan, de Ludus Magnus, is te zien in de buurt van het Colosseum. De constructie was een slimme zet. De Romeinen hielden van dit vermaak en een keizer kon er zijn macht over leven en dood tonen. Hij was immers degene die besliste of een verslagen krijger moest sterven of mocht blijven leven. De jachtpartijen die er ook waren, toonden dat de keizer macht had over de natuur. Door dieren uit verre landen te importeren, etaleerde de heerser het bereik van zijn macht.

Bovenstaand beeldje behoort bij de eigen collectie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vond het wel aardig. In de expositie staat het naast een scherf met een afbeelding van een jachtpartij. Of de derde activiteit in het Colosseum, de executie van terdoodveroordeelden, op de tentoonstelling wordt uitgelegd, kan ik me niet herinneren.

Lees verder “Domitianus (25): Gladiatoren”

Een Griekse Eerste Openbaring van Jakobus

Een christelijke vrouw op een vierde-eeuwse Koptische grafsteen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Na de dood van Jezus beriepen diverse groepen zich op zijn leer. Ze legden verschillende accenten. Eén groep concentreerde zich op Jezus’ uitleg van de Wet van Mozes. In deze joods gebleven groep christenen lijkt de tekst ontstaan die bekendstaat als de Didache; hier circuleerden ook eigen evangeliën, waarvan wat zinnetjes over zijn. Deze groep lijkt Jakobus in ere te hebben gehouden, Jezus’ in 62 geëxecuteerde broer. Zijn executie leidde tot een storm van protest onder de joodse leiders en de afzetting van de hogepriester. Dat bewijst dat Jakobus en zijn volgelingen golden als gewone joden.

Er waren meer groepen. Paulus haalde niet-joden bij het Verbondsvolk. Hier lag het accent op aanvaarding van Jezus als verlosser. De groep rond “de leerling die Jezus lief had” lijkt een vrij traumatische breuk te hebben gehad met andere joodse groepen. Hier was het accent gelegd op een platoonse uitleg van de relatie tussen hemel en aarde. We lezen over een Apollos, die ook aanhangers had. Weer iemand anders (we weten niet wie) vond leerlingen in Egypte, waar al snel een wonderlijke rijkdom aan nieuwe ideeën ontstond. Al deze groepen communiceerden met elkaar – om niet te zeggen dat ze ruzieden. Petrus zou op een of andere manier erkend zijn geweest als leider, maar ik verraad geen geloofsgeheim als ik zeg dat de brieven Paulus ruzie met Petrus documenteren.

Lees verder “Een Griekse Eerste Openbaring van Jakobus”

Interview met Eric Moormann

[Vandaag gaan de musea weer open, dus ook het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Dat daar een Domitianus-expositie is te zien, veronderstel ik bekend bij de vaste lezers van deze blog. Een van de organisatoren was Eric Moormann, de onlangs met emeritaat gegane hoogleraar Klassieke Archeologie van de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Ik stelde hem een paar vragen.]

Er zijn in de eerste twee eeuwen van onze jaartelling zestien keizers die echt hebben kunnen regeren. Waarom kies je Domitianus voor een expositie?

Hij was de laatste van de tweede keizerlijke dynastie van het Romeinse Rijk, de Flaviërs, maar is minder bekend dan zijn lotgenoot Nero, de laatste keizer van het Julisch-Claudisch huis. Allebei waren ze volgens de elitaire bronnen uit die tijd superslecht, zoals je kunt verwachten aan het einde van een dynastie. De omverwerping moet immers gerechtvaardigd. Toch is er veel te zien en te vertellen over Domitianus. Ook wetenschappelijk is hij lang ondergewaardeerd gebleven. Daarbij blijf ik even in de eerste eeuw. Marcus Aurelius zou ook een goede keizer zijn om een tentoonstelling aan te wijden.

Lees verder “Interview met Eric Moormann”

De Col de Montgenèvre

Montgenèvre

Voor het laatste van de filmpjes die mijn zakenpartner en ik maakten over Hannibal in de Alpen, wilden we toch echt over een pas reizen. Dat was nog niet zo gemakkelijk, want de coronabeperkingen maakten een bezoek aan Italië praktisch onmogelijk. We zijn niet verder gekomen dan het wintersportdorpje Montgenèvre. Lopend in de regen leg ik uit dat er diverse dingen zijn die we weten over de pas waarover Hannibal naar Italië kwam, en dat de Montgenèvrepas aan de meeste criteria voldoet.

Dit was het laatste van zeven filmpjes.

  • In het eerste filmpje legde ik uit dat onze reconstructie van Hannibals krijgsplan afhankelijk is van de plek waar hij de Rhône overstak. Die kennen we echter niet.
  • Een volgend filmpje behandelde het lokaliseren van de woonplaatsen van antieke stammen. Die kunnen overal hebben gewoond.
  • Het derde filmpje behandelde de vraag of een bekend IJzertijdfort ook het fort was dat Hannibal stormenderhand innam. Opnieuw: we weten het niet.
  • In het vierde filmpje behandelde ik de bronkritiek en daarover valt wel iets te zeggen – maar het brengt ons niet dichter bij identificatie van de juiste pas.
  • Inzichten in de klimaatwetenschap en antieke hydrologie behandelde ik in filmpje vijf. Ze brengen ons niet veel verder.
  • Tot slot was het vorige filmpje gewijd aan Peter Connolly, die toonde hoe de puzzel misschien valt op te lossen. Met de nadruk op misschien.

Lees verder “De Col de Montgenèvre”

Hunebed van de dag: D44 (Westenesch-Zuid)

Hunebed D44 bij Westenesch

Volgens Herman Clerinx, de auteur van Een paleis voor de doden, lijkt het op twee na zuidelijkste hunebed in Nederland, “meer op een collectie opgewaaide stenen dan op een hunebed”. En ook: “Het monument heeft zelfs een poos als varkenshok dienst gedaan.” Tot overmaat van ramp “staat een van de dekstenen apart”. Zoveel is duidelijk: Clerinx is geen fan van hunebed D44, dat even ten westen van Emmen ligt. Je fietst er langs als je op weg bent naar D50 en D51 bij Noord-Sleen. In zijn Gids voor de hunebedden noemt Wijnand van der Sanden het “onherkenbaar verstoord”, ondanks een restauratie in 1961. Afmetingen zijn niet te geven.

Het gaat om twee draagstenen, een deksteen en een deksteen die even verderop is neergezet. Niet veel, inderdaad, maar ik vind de negatieve beoordelingen een beetje sneu voor de boer op wiens erf dit trechterbekergraf staat. Dit hunebed is namelijk het enige in Drenthe dat in particulier bezit is – de andere zijn eigendom van Staatsbosbeheer en Het Drentse Landschap – en dat betekent dat de eigenaar er maar voor te zorgen heeft. Hij zou er in principe toegangsgeld voor kunnen vragen maar doet dat niet. In plaats daarvan zorgt hij ervoor dat het terreintje langs de weg schoon en verzorgd blijft.

Lees verder “Hunebed van de dag: D44 (Westenesch-Zuid)”

Domitianus (24): Germania Capta

Germania Capta (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

De bovenstaande munt is niet te zien op de expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. U zult ervoor naar Bonn moeten, naar het Rheinisches Landesmuseum. Fijn museum overigens in een fijne stad.

Germania capta

Wat we zien is Vrouwe Germania, die weent om haar verloren vrijheid. Germania capta. Domitianus heeft haar onderworpen. Constatering één is natuurlijk dat dit een antwoord is op de Judaea capta-munten die de Romeinse munt in enorme aantallen had verspreid. Door de Germanen te onderwerpen, had Domitianus zich de gelijke van zijn broer betoond.

Lees verder “Domitianus (24): Germania Capta”

Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen

Merovingische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Er zijn een paar gebieden waar de oudheidkunde momenteel vooruitgang boekt. Eén front is het DNA- en het isotopenonderzoek. De zich daar aftekenende conclusie is, zoals bekend, dat mensen vroeger beweeglijker zijn geweest dan altijd was aangenomen. Omdat mensen hun ideeën meenemen, betekent dit dat de hermeneutische horizon is weggevallen. De winst is dus vooral voor classici en andere filologen, die een goudmijn aan informatie erbij hebben gekregen. Dit is een echte revolutie, met een wijzigende negatieve heuristiek.

Langzaam wordt het bewijs ook sterker. We wisten al dat de landbouw en de Indo-Europese talen zijn verspreid door migratie. Tot nu toe was de verdere redenatie min of meer “als in de Prehistorie de mensen mobiel waren, waren ze dat zeker in tijden met betere schepen en betere wegen”. Het was een a fortiori-redenering. Dat is altijd onbevredigend, omdat het veronderstelt dat alle andere factoren dezelfde zijn gebleven. (Om er nog een Latijnse term tegenaan te smijten: een ceteris paribus-redenering.) Het is natuurlijk denkbaar dat in het latere tijdperk factoren een rol hebben gespeeld die we nu nog niet herkennen.

Lees verder “Kelten, Hunnen, Avaren, Saksen”