Ktesifon

Een iwan (schaduwboog) van het Parthische/Sasanidische paleis

Ik schreef gisteren over de Macedonisch-Grieks-Syrisch-Babylonische stad Seleukeia, die in de tweede eeuw v.Chr. gezelschap kreeg van Ktesifon. Die nieuwe stad was gebouwd door de Parthische koningen die vanaf het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht hadden in het huidige Irak. Er is een theorie – niet per se juist – dat Ktesifon staat op een oudere stad, Opis. Die stad lag namelijk ook in de omgeving van de samenvloeiing van Tigris en Diyala. En net als Ktesifon lag ook Opis aan de weg die Susa in Elam verbond met het Assyrische kerngebied en de hoofdsteden van Anatolië.

Parthische residentie

De Parthen, afkomstig uit het noordoosten van Iran, hadden een westelijke hoofdstad nodig. Daarom verplaatsten ze het regeringscentrum van Seleukeia naar de tegenoverliggende, oostelijke oever. De nieuwe residentie heette Tyspwn, waar de Grieken Ktesifon van maakten. Vanaf 129 v.Chr. was het de winterresidentie van de Arsakidische dynastie. Het is onduidelijk wanneer Ktesifon de belangrijkste Parthische stad werd, maar wel staat vast dat het een van de grootste steden in de antieke wereld was. Er is weinig van over. Tichelsteen vervalt uiteindelijk tot zand. Dat de bakstenen gebouwen van de Romeinen de tand des tijds beter doorstonden, wil niet zeggen dat ze in het oosten geen rivalen hebben gehad.

Lees verder “Ktesifon”

Hunebed van de dag: D16 (Balloo)

Hunebed D16 bij Balloo

Toen ik onlangs een gewaardeerde collega vertelde over deze reeks, zei ze me dat ze die hunebedden een beetje saai vond. Ik kon me daar eigenlijk wel iets bij voorstellen. Het lukt me wel om over elk van die prehistorische grafmonumenten iets te vertellen, maar de eigenlijke informatie is zo spectaculair niet. Neem hunebed D16, tussen Assen en Balloo, het op zeventien na noordelijkste hunebed van Nederland. Het is 15½ meter lang en bijna vier meter breed. Aan de lange kant, maar geen ongebruikelijke afmetingen. Het is gebouwd langs een oost-west-as, zoals de meeste hunebedden. Er liggen nog negen dekstenen, er is een portaal en er liggen nog wat stenen in een krans omheen. Kortom: een goed bewaard hunebed zonder noemenswaardige bijzonderheden.

Het bordje met uitleg dat bij elk hunebed staat, vertelt dat de Deense archeoloog Petersen in 1987 in een van de dekstenen van hunebed D16 zes “cup marks” heeft ontdekt die blijkbaar nog niet eerder waren gezien. Cup marks zijn die onbegrepen kuiltjes die ik ook noemde bij hunebed D12 op de Eexteres. Op een andere deksteen zijn er nog eens drie. Misschien dateren ze uit de Bronstijd en dan is het de zoveelste aanwijzing voor wat u inmiddels al weet: dat de hunebedden ook na de tijd van de hunebedbouwers nog werden bezocht en gebruikt.

Lees verder “Hunebed van de dag: D16 (Balloo)”

Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia

Beeldje van een rustende vrouw uit Seleukeia (Metropolitan Museum, New York)

In de twee stukjes van gisteren heb ik geschreven over Mesopotamië in de tijd na Alexander de Grote: een stad als Babylon bleef gewoon bestaan, Alexander vernieuwde Charax, en zijn opvolgers stichtten eveneens nieuwe steden. Een daarvan was Seleukeia, gesticht door Seleukos Nikator. De stichtingsdatum is onbekend, maar het moet zijn geweest na de Babylonische Oorlog (311-309 v.Chr.). De jaren 308-304 wijdde Seleukos aan oostelijke veldtochten, zodat de stichting alleen in de tweede helft van 309 en na 304 kan hebben plaatsgevonden.

Stad van het koningschap

In spijkerschriftbronnen heet Seleukeia de hoofdstad van het rijk (al šarruti, “stad van het koningschap”). De stad lag tegenover het oude Opis, niet ver van de plek waar een belangrijk kanaal de Tigris verbond met de Eufraat. De ruïnes van Seleukeia zijn geïdentificeerd in Tell Umar, ongeveer dertig kilometer ten zuiden van Bagdad, en zestig ten noorden van Babylon, dat een deel van zijn inwoners naar de nieuwe stad zag verhuizen.

Lees verder “Een Macedonisch-Babylonische stad: Seleukeia”

Hellenistisch Babylon

Beeldje van een kind uit Babylon, eerste of tweede eeuw n.Chr. (Louvre, Parijs)

Alexander de Grote had het Perzische Rijk, met inbegrip van Babylonië, onderworpen en er was een nieuw dynastie aan de macht gekomen: de afstammelingen van Alexanders kolonel Seleukos Nikator, de Seleukiden. Alexander had diverse nieuwe steden gesticht, zoals Charax.

Grieks Babylon

Maar oude steden als Babylon bestonden ook nog en we weten dat er allerlei bouwactiviteiten waren. Ze staan in allerlei kleitabletten vermeld. Zo werd er tot in de jaren 280 gewerkt aan de Etemenanki, de tempeltoren naast de Marduktempel Esagila. We lezen bijvoorbeeld dat de Seleukidische kroonprins Antiochos zelfs olifanten gebruikte om het puin te verwijderen.

Lees verder “Hellenistisch Babylon”

Charax, een stad van Alexander de Grote

Een waterkering in Charax

In het voorjaar van 324 v.Chr, stichtte Alexander de Grote een nieuwe stad op een kunstmatige heuvel tussen de monding van de rivier de Tigris in het westen en de gezamenlijke loop van de Eulaeus en de Pasitigris in het oosten. Dit Alexandrië in Susiana was geen totaal nieuwe stad. Er was al een Achaimenidische nederzetting met de naam Durine. De Macedonische kolonisten waren veteranen die een speciale wijk kregen in de vernieuwde stad, die ze Pella noemden, naar de hoofdstad van hun vaderland.

Seleukidische tijd

De stad stond al spoedig bekend als Charax (van het Aramese Karkâ, “kasteel”) en bloeide in de Seleukidische tijd. De belangrijke haven aan de kop van de Perzische Golf beheerste de handel over de Indische Oceaan beheerste. De bewoners doken ook naar parels.

Lees verder “Charax, een stad van Alexander de Grote”

Hunebed van de dag: D14 (Eexterhalte)

Hunebed D14 bij Eext

Tot 1975 leidde een spoorlijntje van Assen via de hunebedden bij Rolde (D17 en D18) en het hunebed D14, met een kronkel over Gasselte naar Stadskanaal. Eext lag niet aan die spoorlijn, maar had wel een stationnetje, een half uurtje wandelen bezuiden het dorp. Er liggen nog altijd wat rails en de Eexterhalte bestaat nog als hoofdgebouw van een camping. En even verderop ligt ’s Neêrlands op zestien na noordelijkste hunebed.

Hunebed D14 is enigszins te dateren: het oudste aardewerk stamt uit 3250-3125 v.Chr. Het is een opvallend groot grafmonument, want het is achttien meter lang en 4½ meter breed. Bovendien is het redelijk intact, wat ook een reden is om er eens langs te gaan. D14 schijnt ooit bekend te zijn geweest als de “dikke stenen”. Een begrijpelijke bijnaam.

Lees verder “Hunebed van de dag: D14 (Eexterhalte)”

Het Babylon van Nebukadnezar

De Ištarpoort (Pergamonmuseum, Berlijn)

Volgens de Babylonische kroniek die bekend staat als ABC 2, nam Nabopolassar op 23 november 626 v.Chr. de koningstitel aan. Ik blogde er al over. Dit was het begin van een reeks veldtochten tegen de Assyriërs. In 614 plunderden de Babyloniërs en de Meden de religieuze hoofdstad van Assyrië, Aššur, twee jaar later gevolgd door Nineveh. Babylon, al ruim een millennium de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten, was nu ook weer de politieke hoofdstad.

Van Nebukadnezar tot Cyrus

De zoon van Nabopolassar, Nebukadnezar, regeerde van 605 tot 562 v.Chr. en herbouwde Babylon als de mooiste stad van het Nabije Oosten. De beroemde muren met blauwe glazuurtegels en de Ištarpoort zijn twee voorbeelden. Elders verbeterde hij het koninklijke paleis en herbouwde hij de Etemenanki. De roemruchte Hangende Tuinen, volgens Griekse auteurs een van de zeven wonderen van de toenmalige wereld, zijn misschien wel het bekendste werk van Nebukadnezar. Helaas zijn ze een sprookje.

Lees verder “Het Babylon van Nebukadnezar”

Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier

De restauratie van Babylon door Esarhaddon (Louvre, Parijs)

Ik schreef onlangs dat Babylon de culturele hoofdstad van het Nabije Oosten bleef. Dat was zo nadat een Hethitische aanval rond 1595 v.Chr. – opnieuw die dateringskwestie – een einde aan het Oud-Babylonische Rijk had gemaakt, dat bleef zo in de slecht gedocumenteerde Kassitische tijd, dat bleef zo toen Elam in het oosten tijdelijk een supermacht was, dat bleef zo toen Mitanni in het noorden belangrijk was, dat bleef zo terwijl de Zeevolken in het westen de boel op stelten zetten, dat bleef zo toen de Assyrische koningen het Nabije Oosten verenigden.

Hoofdpijndossier Babylon

Voor hen was Babylon een hoofdpijndossier. Ze wierpen in de achtste eeuw v.Chr. “het juk van Aššur” over Babylonië en vonden dat ze de culturele hoofdstad netjes moesten behandelen. Vanaf Tiglath-pileser III (r.744-727) lieten ze zich daarom kronen als heersers van zowel Assyrië als Babylonië. Door de stad in een personele unie met hun rijk te verenigen, brachten zij hun respect voor de Babylonische beschaving, instellingen en wetenschap tot uitdrukking. De Babyloniërs kwamen echter in 703 v.Chr. in opstand onder leiding van Marduk-apla-iddin II (de Bijbelse Merodach Baladan), en koning Sanherib plunderde de stad in 689. Dit was een daad van verschrikkelijke goddeloosheid: dit verbrak immers de band die de aarde verbond met de hemel, zoals vorm gegeven in de Etemenankiziggurat, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”. Hij deporteerde de bevolking van Babylon richting Nineveh en de culturele hoofdstad stond jarenlang leeg.

Lees verder “Babylon, Assyrisch hoofdpijndossier”

Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad

De (inmiddels verwoeste) Nergal-poort van Nineveh

De laatste hoofdstad van Assyrië, Nineveh, ligt op de oostelijke oever van de Tigris, op de plek waar de Khosr erin uitmondt. Dit riviertje verdeelt de oude stad in een noordelijke en een zuidelijke helft. Beide hebben een citadel dicht bij de westelijke muur: de zuidelijke heuvel heet Nebi Yunus (“profeet Jona”) naar het oude islamitische mausoleum op die plaats, terwijl de noordelijke heuvel Kuyunjik heet.

Over de alleroudste resten van Nineveh blogde ik al: neolithisch aardewerk uit het zevende millennium v.Chr. Maar ook al is dat erg mooi, er is maar weinig bekend over deze periode.

Lees verder “Nineveh, de laatste Assyrische hoofdstad”

Hunebed van de dag: D13 (Eext)

Hunebed D13 bij Eext

Hunebed D13, het op vijftien na noordelijkste hunebed in Nederland, is ook een van de meest merkwaardige. Het is erg klein: het meet slechts 4¼ bij 3¼ meter en dan rond ik nog naar boven af ook. Het bijzondere is dat het nog in de heuvel ligt die erover is opgetrokken. Een flinke heuvel trouwens, met een doorsnede van een meter of dertig.

Het graf is rond 1735 ontdekt door een Eexter boer die een hol geluid hoorde. Om die reden zou de heuvel ook Klankenberg en Stemberg genoemd zijn geweest, al kan die laatste naam ook een verbastering zijn van Steenberg (vgl. hunebed D1, dat deze naam gaf aan het nabijgelegen dorp Steenbergen). Later is het grafmonument ontdaan van enkele stenen. Zwerfkeien waren immers nuttig voor de versterking van de beschoeiing van de diverse waterwerken. Eén steen was in Eext nog tot 1976 in gebruik als bruggetje. De website Hunebedden.nl voegt toe dat er geruchten gaan over een soortgelijke grote steen bij de kerk van Eext.

Lees verder “Hunebed van de dag: D13 (Eext)”