Christelijke magie

miletus_theater_inscr_wall1
Magische tekst uit Milete

Het antieke christendom is wat ze een “valse vriend” noemen. Die term slaat van oorsprong op woorden uit een vreemde taal die lijken op woorden uit de eigen taal maar een andere betekenis hebben: dus het Duitse Meer, dat niet slaat op wat wij een meer noemen, maar verwijst naar de zee. Een instinker dus. Op soortgelijke wijze lijkt het antieke christendom bedrieglijk veel op het christendom van onze tijd, met priesters en religieuze maaltijden en heilige teksten, maar is het de vraag in welke mate het werkelijk hetzelfde is.

Veelvormig vroeg christendom

Voor het goede begrip: het huidige christendom is ontstaan in de Oudheid en niemand betwijfelt dat wat na pakweg 400 n.Chr. heeft bestaan, grosso modo is wat nu bestaat. Ook staat vast dat het christendom van rond 400 is voortgekomen uit oudere vormen, die op hun beurt teruggaan op een messiaans geïnspireerde halachische stroming binnen het jodendom. Het grote probleem is nu dat die joodse stroming de inspiratie is geweest van diverse religieuze vormen, die na de regering van Constantijn zijn overvleugeld door twee ideeën: één, dat de verering van Christus de verering van andere goden uitsloot, en twee, dat binnen dit exclusivistische geloof maar één opvatting bestond, de juiste. In het Grieks: orthodoxie.

Lees verder “Christelijke magie”

MoM | Digitale archeologie

Als een wetenschap zich niet presenteert als wetenschap, zal het publiek die wetenschap niet herkennen als wetenschap, en zoals de trouwe lezers van deze blog weten denk ik dat de diverse oudheidkundige bloedgroepen op dit punt nogal wat kunnen bijleren. Oudhistorici hebben het misbruik van de oude geschiedenis – afrocentrisme, Jezusmythicisme, koloniale frames – deels te wijten aan zichzelf; met hun goedbedoelde vertalingen tonen classici niet waarom het doorgronden van de antieke denkwereld geen “simsalabim, bron, spreek tot mij!” zou zijn; en archeologen hebben het vaker over vondsten dan over archeologie.

Ik ken maar één museum dat echt gewijd is aan archeologie als archeologie: het is in Brugge. Een tijdelijk alternatief is er nu in het Universiteitsmuseum in Groningen, waar tot eind dit jaar een expositie is met de naam “Dig it all. Archeologie van de toekomst”. Met de leutige naam heb ik al de helft van de minpunten genoemd; het is namelijk een erg geslaagde tentoonstelling over de invloed van digitale technieken op de archeologie, en als u in het noorden bent, moet u er zeker naartoe.

Lees verder “MoM | Digitale archeologie”

De slag bij Mantineia (2)

Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)

[Vierde deel van een reeks over de oorlog tussen Athene en Sparta. Het eerste deel was hier.]

De Spartanen waren uitgerukt tegen een coalitie van Argos, Mantineia, Elis en Athene. Volgens Thoukydides stuitten de legers twee kilometer ten zuiden van Mantineia op elkaar. De Spartanen, die meenden dat hun vijand zich noordelijker bevond, rukten in een rij op door een bos en zagen, toen ze de bosrand hadden bereikt, ineens het al opgestelde leger van hun tegenstanders. Snel stelden de Spartaanse onderdelen zich op:

Lees verder “De slag bij Mantineia (2)”

De slag bij Mantineia (1)

Alkibiades (Capitolijnse musea, Rome)

[Derde deel van een reeks over de oorlog tussen Athene en Sparta. Het eerste deel was hier.]

De Archidamische Oorlog (431-421 v.Chr.) was geëindigd met een vredesverdrag, maar in Athene heerste grote frustratie. Men had de oorlog niet verloren maar ook geen verbetering bereikt in de strategische positie. De ergernis maakte de weg vrij voor politici als Alkibiades, die met diplomatieke middelen wilde bereiken wat met geweld niet was gelukt. Sparta’s reputatie was zo sterk gehavend dat het in 420 kon worden uitgesloten van deelname aan de Olympische Spelen zonder dat het daartegen veel kon uitrichten.

Een grotere vernedering bestond niet en op de Peloponnesos begon zich een nieuwe, niet meer door Sparta gecontroleerde, alliantie te vormen van de democratische stadstaten Argos, Mantineia en Elis. Alkibiades meende dat Athene zich daar alleen maar bij hoefde aan te sluiten om verzekerd te zijn van bondgenoten in Sparta’s achtertuin. Dat moest voldoende zijn om de Spartaanse alliantie uiteen te doen vallen.

Lees verder “De slag bij Mantineia (1)”

De Archidamische Oorlog (2)

Sfakteria, waar Kleon de Spartanen gevangen nam

 [Tweede deel van een reeks over de oorlog tussen Athene en Sparta. Het eerste deel was hier.]

Hoewel de Atheners hun kasboek niet op orde hadden en werden geconfronteerd met een tyfusepidemie en opstandige bondgenoten op Lesbos, zodat het er al met al niet goed voorstond, bleken de Spartanen niet in staat Lesbos hulp te bieden. Daarna durfden de Atheense bondgenoten niet meer aan opstand te denken. De Atheense staatsman Kleon kon daardoor het tribuut verhogen. Tegelijkertijd boekten capabele generaals als Nikias en Demosthenes goedkope maar spectaculaire overwinningen die veel deden om het Atheense prestige te herstellen.

Athene kreeg zelfs de overhand toen Demosthenes een fort bouwde in het zuidwesten van de Peloponnesos. Talloze Spartaanse staatshorigen (“heloten”) konden nu weglopen van het platteland, wat de economie van Sparta grote schade toebracht. Bovendien slaagde Kleon er in 425 in een Spartaans legertje tot overgave te dwingen. Het dreigement de krijgsgevangenen te doden was voldoende om Athenes vijanden te doen besluiten het platteland rond de stad niet meer te plunderen.

Lees verder “De Archidamische Oorlog (2)”

De Archidamische Oorlog (1)

Perikles (British Museum, Londen)

Een tijdje geleden blogde ik over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Er was een goed-doordacht vredesverdrag geweest tussen Athene en Sparta, het Dertigjarig Bestand, maar de diplomatieke complexiteiten waren groter dan het menselijk vernuft kon oplossen. In de crisis rond Korkyra waren de complexiteiten onbeheersbaar geworden en de oorlog was uitgebroken in 431.

Athene had toen de eerste slag al verloren: die om de publieke opinie. Het orakel van Delfi steunde Sparta en zelfs de Atheners twijfelden aan de wijze waarop Perikles de kwestie-Korkyra had afgehandeld. De erop volgende maanden droegen niet bij tot een afname van de spanningen. Rekening houdend met een conflict met Korinthe dwong Athene de stad Poteidaia, een Korinthische kolonie die tevens lid was van de Delische Zeebond, zich ondubbelzinnig vóór Athene uit te spreken. Het enige resultaat was een kostbare belegering en extra ergernis in Korinthe. Vervolgens legde Perikles de Korinthische bondgenoot Megara een handelsembargo op, waarschijnlijk met het doel verdere steun aan Korinthe te ontmoedigen.

Lees verder “De Archidamische Oorlog (1)”

Keltische verhalen

Cernunnos (Musée de Cluny, Parijs)

Als de Vlaamse auteur Herman Clerinx, aan de trouwe lezers van deze blog bekend als de auteur van door mij bewonderde boeken over de hunebedden en de Romeinen in de Lage Landen, in zijn nieuwe boek Het oudste geheugen op aarde. Verhalen uit de Keltische wereld de La Tène-cultuur moet typeren, dus de tweede grote fase van de Keltische beschaving, schrijft hij:

deze kunstenaars leefden gelijktijdig met de meesters van de klassieke Griekse kunst. Maar terwijl de Grieken bedreven waren in het realistisch afbeelden van mensen, hadden de Keltische kunstenaars een andere belangstelling. De dagelijkse werkelijkheid boeide hen niet; zij toonden liever hun dromen, hun angsten, hun fantasie en hun mythen. Ook dat herkennen we in de verhalen uit de Keltische wereld. Realistisch kunnen we die moeilijk noemen, fantasierijk des te meer.

Ineens dacht ik: ja, dát is het. Wonderlijke goden met hertengeweien of drie gezichten, toverketels waar allerlei goeds in zit en dat in oneindige hoeveelheden, wezens van het duister, rondzwervende demonen: het zijn droomgezichten, fantasieën en soms ook angsten. Clerinx is een goede docent die vaak precies de juiste formulering weet te vinden.

Lees verder “Keltische verhalen”

MoM | Verhalende geschiedschrijving

Kleio, muze van de geschiedvorsing (El Djem, Huis van de Maanden)

Geschiedvorsing wil niet slechts zeggen dat je gebeurtenissen op een rijtje zet maar houdt ook in dat je die probeert te verklaren, dat wil zeggen dat je verbanden legt met andere gebeurtenissen. Daarvoor kennen historici verschillende verklaringsmethoden. Zo kun je proberen wetmatige verbanden te leggen. Als de bevolking in omvang toeneemt, stijgt – als andere zaken hetzelfde blijven – de graanprijs. Een andere vorm van verklaren is de hermeneuse: je verklaart iets door je in mensen uit het verleden in te leven. De moeite die Justinianus zich getroostte om met voormalig prostituee Theodora te trouwen, kan alleen betekenen dat hij echt van haar hield.

Een derde benadering staat bekend als vergelijkend-oorzakelijk of comparativistisch en wil zeggen dat je verbanden opspoort door middel van vergelijking. Als de romanisering en de arabisering van het Iberische Schiereiland identieke processen waren, alleen verschillend doordat de Romeinse belastingdruk hoger was, is dat de sleutelfactor waardoor de grondig geromaniseerde bevolking de Visigoten assimileerde en de aan minder dwang onderworpen en minder gearabiseerde bevolking de reconquistadores niet kon assimileren. Over de vierde verklaringswijze, het modelleren met computers, valt een boom op te zetten en dat laat ik nu rusten.

Al deze benaderingen hebben de aanname met elkaar gemeen dat het verleden nog kenbaar is. Dat is niet de aanname van het de vijfde verklaringswijze: narrativisme ofwel verhalende geschiedschrijving.

Lees verder “MoM | Verhalende geschiedschrijving”

Altaar in Rindern

Het altaar van Rindern (foto Paul van der Heijden)

Eerst even een misverstand uit de wereld helpen: het dorpje Rindern, even ten noorden van Kleef, is niet het Romeinse Arenacum. De namen lijken op elkaar, zeker, maar archeoloog Jan Verhagen heeft aannemelijk gemaakt dat de Romeinen met die naam Kleef bedoelden. (Op mijn website moet ik dit nog corrigeren.) De heridentificatie neemt niet weg dat Rindern in de Oudheid bewoond is geweest en dat het kleine museum Forum Arenacum heet.

Ik ben daar in 2009 met mijn zakenpartner langs gereden, op weg naar een echt buitenland dat ik me nu niet herinner. We wilden destijds ook het altaar in de kerk zien, want er is een beroemde Romeinse inscriptie, maar die dag was de kerk op slot. Afgelopen zaterdag hadden mijn vriendin en ik meer succes. Hier is de tekst op de ongeveer een kubieke meter grote steen, zoals die er momenteel uitziet (EDCS-11100795).

Marti Camulo
sacrum pro
salute Tiberii
Claudi Caesaris
[A]ug(usti) Germanici Imp(eratoris)
[c]ives Remi qui
[t]emplum constitu-
erunt

Lees verder “Altaar in Rindern”