Wanneer is Paulus geboren?

Een middeleeuwse afbeelding van de hebdomaden

Twee weken geleden blogde ik over de theorie van Jerome Murphy-O’Connor en Fik Meijer dat de apostel Paulus niet afkomstig was uit Tarsos, zoals aangegeven in de Handelingen van de Apostelen, maar uit Gischala in Galilea. Dat baseren ze op een laat-vierde-eeuwse bron,  Hieronymus. De Nederlandse oudheidkundige Paul Leunissen stuurde me een artikel waarin hij uitlegde waarom dit niet plausibel was. De opmerking van Hieronymus biedt echter meer informatie dan alleen over een (niet) mogelijke geboorteplaats.

Ze zeggen dat de ouders van de apostel Paulus afkomstig waren uit Gischala, een landstreek in Judea, en dat zij, toen de hele provincie (tota provincia) door de Romeinen verwoest werd en de Joden verspreid werden over de wereld, werden overgebracht naar Tarsos, een stad in Cilicië, en dat de jonge Paulus de omstandigheden van zijn ouders is gevolgd.noot Hieronymus, Commentaar op Philemon 23-24.

Lees verder “Wanneer is Paulus geboren?”

Moesia

De Donau bij Ruse

Europa kent al eeuwen twee grote handelsroutes. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee. De andere stond daar haaks op en leidde naar het oosten: de Donau. De eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers en de eerste Indo-Europees-sprekenden kwamen hierlangs stroomopwaarts, later gevolgd door Sarmaten, Hunnen, Avaren en Magyaren. Bij de Zwarte Zee zagen zij vóór zich een vruchtbaar gebied, begrensd door rechts de Donau en links het Balkangebergte. Die vruchtbare zone strekt zich uit tot Belgrado, het antieke Singidunum, waar de vlakte zich noordwaarts opende naar de Hongaarse poesta.

De naam Moesia

In de vijfde eeuw v.Chr. worden tussen Donau en Balkan genoemd:

  • de Dardaniërs (in wat nu Servië heet),
  • de Triballiërs (in het noordwesten van Bulgarije)
  • en de Geten (in het noordoosten van Bulgarije).

De laatste twee worden gewoonlijk gerekend tot de Thraciërs. Romeinse bronnen uit het begin van de jaartelling suggereren dat hier ooit ook Mysiërs hadden gewoond, een groep die later zou zijn verhuisd naar de Zee van Marmara. Naar hen noemden de Romeinen de regio Moesia.

Lees verder “Moesia”

Een ankerstok uit Duisburg

Ankerstok (Archeologisch park, Xanten)

Vandaag een kort blogje. Het gaat over de Rijn maar niet over de waterstanden. Het gaat wel over Duisburg, een stad in het Roergebied die u zult kennen als u weleens met de trein naar het zuiden spoort. Niet bepaald de eerste stad waaraan u denkt als het gaat om het antieke verleden. De oudste vermelding is middeleeuws, uit 883.

Maar er waren daarvoor al Romeinen. Logisch, want aan de andere kant van de Rijn lag het fort Asciburgium ofwel Moers-Asberg. De daar gelegerde soldaten zorgden ervoor dat er aan de Germaanse kant van de stroom geen al te grote nederzetting was – of het moest iets zijn dat de Romeinen controleerden. Een dergelijke nederzetting is nooit gevonden, maar dát er Romeinen in Duisburg waren, staat vast. Stenen die zijn gevonden in Krefeld en nu zijn te zien in het mooie museum Burg Linn, zijn gewonnen in wat nu Duisburg is.

Lees verder “Een ankerstok uit Duisburg”

Alexander de Grote in Sousa (2)

De troonzaal in Sousa

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote de capitulatie van de Perzische hoofdstad Sousa in ontvangst nam. Het paleis lag op een plateau dat hoog uitstak boven het hete maar vruchtbare rivierdal. De Perzen hadden op dat plateau – door de wind bewaaid en iets koeler dan het rivierdal – een immens terras aangelegd, dat met dertien hectare groter was dan dat van bijvoorbeeld Persepolis. Het paleis zelf had een omvang van vier hectare, de twintig meter hoge troonzaal niet meegerekend.

De luxe was groter dan de Macedoniërs ooit hadden gezien. Verbaasd dronken ze uit bekers van glas, aten ze van marmeren borden en openden ze deuren met klinken van lapis lazuli. Het moet hebben geleken op de beschrijving uit het Bijbelboek Ester:

Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver. Er werd wijn geschonken in gouden bekers, die allemaal verschillend waren, en er was koninklijke wijn in overvloed, zoals men dat bij een koning mag verwachten.noot Ester 1.6-7; NBV21.

Lees verder “Alexander de Grote in Sousa (2)”

De brug van Nero

Een fundament van de brug van Nero, Rome

Ik kan natuurlijk niet naar bed gaan zolang er iemand op het internet flauwekul rondbazuint. Dus ik moet even een blogje de wereld ingooien. Als trouwe lezer van deze blog weet u wel wat mij zoal ergert en ja, ik heb weer eens een archeologisch nieuwsbericht gevonden dat de conclusie rechtvaardigt dat archeologen het publiek liever misleiden dan informeren. Vier van de vijf verpesten het voor de rest. Want ook vandaag is er weer iemand die vond dat de archeologie in het nieuws moest komen, maar geen zin of geen talent had om echt iets te noemen.

Dus wat doe je? Het is komkommertijd, elk bericht is sowieso goed, zeker als het aansluit bij het weinige nieuws dat er wel is. Voilà, het is heet en droog, en in veel rivieren staat weinig water. Hier en daar worden archeologische resten zichtbaar die dat anders niet zijn. Daar heb je iets om mee naar aandacht te hengelen.

Lees verder “De brug van Nero”

Poëzie: Pompeius

Pompeius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Pompeius

Lucanus schrijft in de Pharsalia
Over een plek vol dode bomen
Een glazen huis
Besmeurd met menselijk bloed
Bosgoden durven er niet te komen

Leunend tegen een boom
Slaapt een haarloze beer
Met stijve poten, kan niet liggen
Kan zijn knieën niet strekken
Om weer op te staan

Niemand het onmogelijke
Pompeius de Grote
Spiedt om zich heen
Hij durft wel het bos in
Maar nooit alleen

Afgrond roept tot de afgrond
Tak voor tak
Nadert hij de grens
Een beer staart hem aan
Met de blik van een mens

[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Alexander de Grote in Sousa (1)

Perzische decoratie uit Sousa (Louvre, Parijs)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we vorige maand vertrokken uit de grote stad Babylon en op weg gegaan naar Sousa. Zoals wel vaker in de oude geschiedenis kennen we de plannen van de generaal niet en moeten we die afleiden uit wat hij feitelijk deed. Het is plausibel dat de Macedoniërs de diverse hoofdsteden van het Perzische Rijk wilden plunderen, want dat hebben ze gedaan, maar eigenlijk weten we dat niet. Alexanders biograaf Ploutarchos vertelt:

Toen hij door Babylonië trok verbaasde hij zich vooral over een kloof waaruit onophoudelijk vuur opsteeg als uit een bron, en over de stroom van nafta die zo groot was dat hij niet ver van die kloof een meer vormde. Dit nafta leek op asfalt, maar was zo licht ontvlambaar dat het, al voordat de vlam het bereikte, ontbrandde door de vuurgloed, en dikwijls ook de lucht ertussen deed ontvlammen.noot Ploutarchos, Alexander 35.1-2; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “Alexander de Grote in Sousa (1)”

Zes vragen aan Bert van der Spek

De “Arched Room” in het British Museum, waar Van der Spek kleitabletten kan bestuderen.

De trouwe lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek waarin dit de vierde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologische vondsten en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan oudhistoricus Bert van der Spek, aan wiens handboek ik eerder een reeks blogjes wijdde, maar die meer heeft gedaan dan alleen een handboek maken.

**

Wat bestudeert u?
De geschiedenis van Babylonië na de verovering door Alexander de Grote in 331 v.Chr., die de zgn. Hellenistische periode inleidde. Veruit de meeste bronnen over deze periode zijn in het Grieks gesteld (geschiedschrijvers die soms eeuwen later leefden, Griekse inscripties). Daardoor hebben veel oudhistorici (die veelal opgeleid zijn als classici) door een Griekse bril naar het Hellenistische Nabije Oosten gekeken.  Ik probeer de in het Babylonisch geschreven bronnen bij het onderzoek te betrekken.

Lees verder “Zes vragen aan Bert van der Spek”

Een Romein in Marokko: Juba II

Juba II (Musée de l’histoire et des civilisations, Rabat)

Hij was, met een woord van de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos, wel de allergelukkigste krijgsgevangene: Juba II. Hij was de zoon van Juba I, de koning van Numidië (zeg maar Algerije) die in het conflict tussen de Romeinse Republiek en de opstandige generaal Julius Caesar op het verkeerde paard had gewed en, in 46 v.Chr. verslagen bij Thapsus, op een wonderlijke manier zelfmoord had gepleegd. Caesar had geen reden om Juba’s tweejarige zoon te doden, voerde hem mee in zijn triomftocht en nam hem vervolgens op in zijn huishouding. Zijn achternichtje Octavia Minor voedde de kleuter op.

Octavia’s tiental

Octavia’s broer Gaius was een van de potentaten die na de dood van Caesar vochten om de heerschappij. Om een bondgenootschap te sluiten, huwde hij zijn zus uit aan zijn rivaal Marcus Antonius, die haar in 33 verstootte om te kunnen trouwen met Kleopatra VII Filopator van Egypte. Terwijl haar broer en haar voormalige echtgenoot een burgeroorlog uitvochten, en ook daarna, bleef Octavia in Italië wat op de achtergrond, maar (of: want) ze was verantwoordelijk voor een complete klas aan hoogadellijke kinderen.

Lees verder “Een Romein in Marokko: Juba II”

Bleef Paulus in Rome? (2)

Paulus (Teseum, Tongeren)

In het vorige blogje legde ik uit dat het archeologisch onderzoek onder de Sint-Paulus buiten de Muren niet hielp om vast te stellen of Paulus na zijn gevangenschap in Rome in die stad was gebleven. De traditie geeft echter een duidelijk antwoord: Paulus is onthoofd tijdens de vervolging door Nero, die plaatsvond na de grote brand van Rome. Die woedde in de zomer van 64 en afgaand op het verslag van Publius Cornelius Tacitus liet de keizer enkele christenen levend verbranden. De bevolking, voegt Tacitus toe, was verontwaardigd over deze onmenselijke straf. Er is geen vermelding van Paulus.

Clemens en Ignatius: geen Rome, geen Nero

De marteldood van Paulus is echter in een oude bron vermeld: de Eerste Brief van Clemens. Die dateert vermoedelijk uit de laatste jaren van de eerste eeuw, misschien een tikje later.

Lees verder “Bleef Paulus in Rome? (2)”