De Dame van Byblos

De Dame van Byblos (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Hunter S. Thompson was ooit te ver heen – drugs of alcohol, daar wil ik vanaf zijn – om de reportage die hij moest inleveren, fatsoenlijk af te ronden. Daarom leverde  hij toen bij wijze van ooggetuigenverslag zijn aantekeningenbriefjes maar in. Zo ontstond de gonzo-journalistiek. Eigenlijk zou ik de grotendeels onbewerkte, notitieachtige filmpjes die mijn geliefde en ik maakten in Irak en in Byblos, gonzo-filmpjes moeten noemen. De draad van de microfoon komt regelmatig in beeld, de horizon ligt scheef, op de achtergrond gebeurt van alles, er duiken Kruisvaarderskastelen op zonder dat iemand daarom heeft gevraagd. Wij waren niet dronken of stoned. De reden van onze gonzo-filmpjes is dat we een telefoon als camera gebruikten en in het felle licht niet goed konden zien wat we precies filmden.

Dame van Byblos

Nou ja, het gaat om de inhoud. Vandaag de Dame van Byblos ofwel Ba’alat Gubla. De Egyptenaren identificeerden haar lange tijd met hun godin Hathor. Na de IJzertijd lijkt ze gelijkgesteld te zijn aan Astarte. In de hellenistische tijd kwamen identificaties met Afrodite en met de gehelleniseerde Egyptische godin Isis. De Romeinen dachten dan weer aan Venus. De vraag is wel gesteld hoe de bewoners van Byblos hun godin noemden, maar dat is misschien de verkeerde vraag. In de Levant heette de oppergod gewoon Ilu of El of Allah (“god”), Balu of Ba’al (“heer”), of Adon (“meester”). Een godin heette Allat (“godin”) of Ba’alat (“heerseres”). De Dame van Byblos heette dus gewoon Dame.

Lees verder “De Dame van Byblos”

De kerstening van Armenië

Gregorios de Verlichter en Trdat (tijdelijk veranderd in een varken). Miniatuur uit de Matenadaran-collectie in Yerevan.

[In de laatste van vier blogjes over de geschiedenis van Armenië ga ik in op het ontstaan van de Armeens-Apostolische Kerk in de Late Oudheid. Het eerste deel van deze reeks is hier.]

De Romeinse veldtochten plaatsten de Parthen onder steeds meer druk en in 224 n.Chr. stortte hun rijk in. Een nieuwe dynastie trad aan, de Sassaniden uit Perzië. In Armenië bleef aanvankelijk de Arshakunidische vorst Trdat II aan de macht, maar rond 252 vluchtte hij voor de Sassanidische koning Shapur. Gedurende enige tijd werd Armenië bestuurd door degene die in Perzië gold als troonopvolger, eerst Hormizd Ardašir en daarna Narseh.

Trdat III

Op een gegeven moment is de Armeniër Trdat III aan de macht gekomen. De naam suggereert dat hij kwam uit de Arsakidische familie, maar er zijn veel onduidelijkheden. Diende hij werkelijk eerst in het Romeinse leger, zoals zijn biograaf Agathangelos schrijft in zijn Geschiedenis van Sint-Gregorios en de bekering van Armenië? Of was hij een vazal van Narseh die later onafhankelijk werd? Regeerde hij over heel Armenië of was hij slechts het hoofd van een aristocratische familie uit oostelijke deel? Was zijn vader, zoals Agathangelos beweert, een onafhankelijke vorst en, zo ja, waar regeerde hij dan?

Lees verder “De kerstening van Armenië”

Het Forum Romanum

Er zijn maar een paar plekken op aarde die je écht, zonder marketing-hype, kunt aanduiden als werelderfgoed. Eén zo’n plek is het Forum Romanum in Rome. Hier – en hier in de omgeving – zijn dingen gebeurd die u en mij nog altijd raken en die ook betekenis hebben voor mensen in pakweg Rio de Janeiro, Manila of Nairobi. Niet per se positief, niet per se door iedereen benoembaar, maar wel reëel. Leuk is daarbij dat er volop onderzoek plaatsvindt. Of het nu gaat om de hoek achter de tempel van Vesta, waar in de jaren tachtig grote huizen uit de zesde eeuw v.Chr. zijn opgegraven, of om het huidige onderzoek voor het Senaatsgebouw, er is nog volop ruimte voor andere visies en nieuwe inzichten.

Stenen en stemmen

Onlangs publiceerden Guido Cuyt (wereldberoemd in Antwerpen) en Michiel Verweij hierover Het Forum Romanum. Stenen en stemmen. Simpel samengevat: een volledige en actuele beschrijving van een van de allerbelangrijkste archeologische sites in Italië. Ik zou liegen als ik zei dat het rijk geïllustreerd was, maar de illustraties zijn goed gekozen en gaan voor een deel terug op de maquette die Cuyt van het Forum Romanum heeft gemaakt.

Lees verder “Het Forum Romanum”

De slag bij Farsalos (8)

Brutus (Palazzo Massimo, Rome)

[Laatste deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

Niet zonder trots legt Julius Caesar in zijn Burgeroorlog uit dat hij bij Farsalos de zege had behaald met minimale verliezen. We hebben hier te maken met geregistreerde Romeinse burgers. Dit zijn niet per se de gebruikelijke overdreven cijfers.

Dit gevecht kostte Caesar niet meer dan tweehonderd soldaten, maar hij verloor ongeveer dertig moedige centurio’s. Ook de @reeds genoemde Crastinus sneuvelde, onverschrokken vechtend, doordat hij een zwaard recht in zijn gezicht kreeg. Wat hij had gezegd toen hij ten strijde trok was geen leugen geweest. Want Caesar was van mening dat Crastinus in deze slag buitengewone moed had getoond en dat hij aan hem zeer veel te danken had.

Van het Pompeiaanse leger waren, naar het scheen, ongeveer vijftienduizend man gesneuveld. Meer dan vierentwintigduizend man capituleerden. (Burgeroorlog 3.99)

Lees verder “De slag bij Farsalos (8)”

De slag bij Farsalos (7)

De maan

[Zevende deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

De door Caesar behaalde overwinning bij Farsalos was totaal en zijn manschappen wilden al beginnen met de plundering van Pompeius’ kamp. Een deel van het vijandelijke leger had zich echter in veiligheid gebracht op wat nabijgelegen heuvels. Omdat onduidelijk was hoe groot dit leger was, en dus niet viel uit te maken of Caesars mannen het terrein werkelijk meester waren, verlegde Caesar zijn aandacht naar de Pompeianen in de heuvels.

Caesar schrijft het volgende – net als in de eerdere stukken geeft ik het weer in de vertaling van Hetty van Rooijen.

Lees verder “De slag bij Farsalos (7)”

De slag bij Farsalos (6)

Caesar (Archeologisch Museum, Palermo)

[Zesde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

In de vorige stukjes liet ik Julius Caesar (in de vertaling van Hetty van Rooijen) de slag bij Farsalos beschrijven. De legers van Caesar en Pompeius waren slaags geraakt, een ruitergevecht was in Caesars voordeel verlopen en zijn mannen konden hun tegenstanders omsingelen. Toen zij Pompeius’ leger in de rug aanvielen, keerde Pompeius terug naar zijn kamp.

Lees verder “De slag bij Farsalos (6)”

De slag bij Farsalos (5)

Pompeius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

[Vijfde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

In het vorige stukje beschreef ik – of beter: gaf ik in Hetty van Rooijens vertaling weer wat Caesar beschreef – hoe bij Farsalos de legioenen van Caesar en Pompeius slaags waren geraakt en hoe het ruiterijgevecht in Caesars voordeel was beslist. Daarna hadden de legionairs waarmee Caesar zijn cavalerie had versterkt, om Pompeius’ slaglinie getrokken en hadden zijn legionairs in de rug aangevallen.

Caesar had nog een troefkaart. Zijn legionairs hadden opgesteld gestaan in drie linies. De twee eerste linies waren al actief, maar de derde linie stond er achter. (Vaak wordt over het hoofd gezien dat hier ook de hospikken stonden.) Caesar activeerde deze troepen. Pompeius zal het ook hebben gedaan, maar in zijn geval ging het vrijwel zeker om rekruten en niet om veteranen.

Lees verder “De slag bij Farsalos (5)”

De slag bij Farsalos (4)

De reconstructie door Kromayer en Veith. Andere onderzoekers plaatsen de slag op de noordelijke oever van de rivier.

[Vierde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

Als Julius Caesar schrijft over de Slag bij Farsalos, plaatst hij uiteraard zichzelf in het zonnetje. Zeker, zijn mannen vochten dapper, en Pompeius had zich door overenthousiaste ondercommandanten laten verleiden tot fouten, maar uiteindelijk was het Caesars veldheersgenie dat de beslissing bracht. Vergelijk het met zijn bekendere verslag van de Gallische Oorlog, die zou zijn beslist in één belegering (Alesia), één gevecht om een zwak punt bij één fort, waarbij alles aankwam op de moed van één eenheid, die dreigde te bezwijken, waarbij de beslissing tot stand kwam toen de manschappen één man herkenden aan zijn felrode veldheersmantel.

Improvisatie

Zo ook dit keer: een laatste maatregel van Caesar redde de dag. Zijn cavalerie, duizend ruiters, stond op zijn eigen rechtervleugel, tegenover zevenduizend ruiters aan Pompeius’ zijde. Caesar schrijft (in de vertaling van Hetty van Rooijen):

Lees verder “De slag bij Farsalos (4)”

De slag bij Farsalos (3)

De vlakte van Farsalos

[Derde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

De wijze waarop de antieke auteurs de spanning voor opdrijven voordat ze de slag bij Farsalos beschrijven, is alleszins begrijpelijk. Het was bepaald geen uitgemaakte zaak wie het gevecht en de Tweede Burgeroorlog zou winnen. Aan de ene zijde de Senaat met als opperste generaal Pompeius. Dit leger was niet alleen getalsmatig sterker, maar had bovendien nog maar kort geleden bij Dyrrhachion de overwinning geboekt. Het was goed gemotiveerd.

Aan de andere zijde stond Caesar, met een kleiner leger, nog onlangs verslagen. Het bestond echter uit veteranen, die bovendien wisten dat het er vandaag op aan zou komen. Als ze opnieuw zouden verliezen, was er geen enkele hoop – niet op een eindzege, zelfs niet op een rustige oude dag. Pompeius’ ondercommandanten, zoals Titus Labienus, hadden immers krijgsgevangenen laten executeren. Dat zullen wel mensen zijn geweest die het burgerrecht hadden verworven onder de Lex Roscia, maar ook voor “oude” Romeinse burgers leek capitulatie levensgevaarlijk. Men moest winnen, zo simpel.

Lees verder “De slag bij Farsalos (3)”

De slag bij Farsalos (2)

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de eerste eeuw v.Chr.

[Tweede deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

Ik eindigde het vorige stukje met beschrijvingen, zoals te vinden bij Appianus, van de aarzelingen waarmee de troepen van Pompeius en Caesar zich tegenover elkaar opstelden. Alle aanwezigen – althans de uit Italië afkomstige legionairs – waren zich ervan bewust dat men stond tegenover andere burgers. Appianus lijkt hier een bron te delen met Cassius Dio; misschien is dat Titus Livius.

Telepathie

Ik noem hem, omdat hij in een verloren deel van zijn werk een persoonlijke anekdote opnam over die gebeurtenis, die is overgeleverd bij Ploutarchos.

In Patavium (Padua) zat op die dag Gaius Cornelius, een bekend waarzegger, medeburger en bekende van de schrijver Livius, de vogeltekens te raadplegen. Volgens Livius zag hij eerst het tijdstip van de slag, en hij zei tegen de aanwezigen dat de gebeurtenis aan de gang was en dat de mannen in actie kwamen. Daarna ging hij door met observeren en bij het zien van de tekens sprong hij enthousiast op en riep: “U overwint, Caesar!” De omstanders waren verbijsterd, maar Cornelius nam de krans van zijn hoofd en verklaarde onder ede dat hij hem niet meer op zou zetten totdat het feit voor zijn kunst getuigd had. Livius verzekert in elk geval dat het zo gebeurde. (Caesar 47; vert. Hetty van Rooijen)

Lees verder “De slag bij Farsalos (2)”