Boekentips voor de feestdagen

Muurschildering bij Nineveh, Irak

[U hebt nog een paar dagen voor uw Sint-Nikolaas-aankopen. Mijn boekhandelaar geeft u wat tips. Het eerstgenoemde boek ben ik momenteel zelf aan het lezen en ik vind het erg prettig. JL]

Over het ontstaan en bestaan van het christendom in een wereld van heidenen en Joden schreef de Vlaamse auteur Daniël de Waele het boek Ontluikend Christendom. Cultuurgeschiedenis van een nieuwe religie in de Griekse-Romeinse wereld.

Emeritus hoogleraar Emily Hemelrijk maakte een vertaling van haar eerder in het Engels uitgegeven boek over Romeinse vrouwen. Verborgen levens, publieke figuren gaat over de rol van vrouwen in allerlei openbare functies, en waar we uit de meeste geschreven bronnen geen informatie over krijgen.

Lees verder “Boekentips voor de feestdagen”

Nubië

Standbeelden van Nubische koningen uit Dukki Gel (Museum van Kerma). Let op de dubbele uraeus-slang op het voorhoofd. Deze staat voor de twee culturen en de twee koninkrijken langs de Nijl.

Ik vermoed dat als Luuk de Blois en Bert van der Spek het handboek waarnaar ik (om uit mijn mentale impasse te geraken) ben teruggekeerd, anno 2021 zouden bewerken, ze meer aandacht zouden besteden aan Nubië. Eén reden is dat er inmiddels in het Drents Museum een expositie is geweest die duidelijk het belang toonde van het koninkrijk in het huidige Soedan. Als de auteurs het niet al wisten, kenden ze dat belang wel sinds hun bezoek aan Assen. Nubië was een IJzertijdkoninkrijk dat in zijn eigen recht belangrijk was.

Een andere reden is dat de corridor langs de Nijl meer dan vroeger in de belangstelling staat. De DNA-revolutie zijnde een hermeneutische revolutie, moeten we aannemen dat ideeën langs de rivier zijn gemigreerd. Ik schrijf “aannemen” omdat ik zelf geen voorbeelden noemen kan die kunnen dienen als bewijs. De auteurs van Een kennismaking met de oude wereld (allebei hoogleraar) zouden, als ze hun boek nu moesten herzien, de middelen hebben het wel uit te zoeken. Van ziektekiemen weten we zeker dat ze langs de Nijl naar het noorden kropen. Dat zal dus ook wel zijn gebeurd met prettigere zaken.

Lees verder “Nubië”

Caesar in Orikon

Een van de torens van Orikon

Als ik zeg dat het 7 januari was en toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls waren, en als ik dat omreken naar wat wij 1 december 49 v.Chr. noemen, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was bezig een bruggenhoofd te bouwen in wat nu Albanië heet.

De schepen die hem hadden overgevaren – zoals gezegd: te weinig – voeren meteen terug naar Brindisi om de rest van legioenen en de ruiterij over te zetten. Deze operatie liep echter weinig succesvol. De plaatselijke commandant van de Senaatstroepen, Marcus Calpurnius Bibulus, had vernomen van Caesars oversteek en voer uit om de terugvarende transportvloot te onderscheppen. (Deze Bibulus was in 59 v.Chr. Caesars collega-consul geweest.) Bibulus wist dertig schepen te bemachtigen en liet ze met bemanning en al in brand steken. Een nogal drastische methode om Caesars zeelieden af te schrikken. Vervolgens versterkte hij alle havens, in de hoop een eventuele tweede aanvalsgolf vóór te zijn.

Lees verder “Caesar in Orikon”

Hunebed van de dag: D52 (Diever)

Hunebed D52 bij Diever

Het op twintig na zuidelijkste hunebed in Nederland is ook een van de mooiste. Ik heb het over hunebed D52, even ten noordoosten van Diever. Met een breedte van 4¾ meter en een lengte van 14½ meter was is het best wel groot. Het aardewerk is te dateren tussen 3250 en 2975 v.Chr. en tegenwoordig in het Hunebedcentrum in Borger.

Archeoloog Albert van Giffen, die het naast dit hunebed gelegen landgoed Heezeberg bezat, heeft het graf in 1953/1954 laten restaureren, zodat de bezoeker een redelijk beeld heeft van het geheel. Toen ik er was, bleek dat iemand er bloemen had neergelegd.

Hunebed D52 bij Diever

Hunebed D52 heeft gezelschap van een vierhonderd meter verderop gelegen “steenkist”: een klein, uit de tijd van de hunebedbouwers daterend graf zonder dekstenen. Er zouden twee mensen bijgezet zijn geweest, samen met wat pijlpunten, bijlen, trechterbekers en een kraal van barnsteen. In zijn Gids voor de hunebedden  schrijft Wijnand van der Sanden dat, voordat Van Giffen in 1973 op de begraafplaats van Diever ter aarde werd besteld, zijn kist opgesteld heeft gestaan op de heuvel met de steenkist, zodat zijn collega’s hem daar de laatste eer konden komen bewijzen.

Het schijnt dat aan de andere kant van Diever hunebed D52a heeft gelegen, maar dat is al in de achttiende eeuw gesloopt. De grote stenen waren in een tijd van paalworrm te nuttig bij de versterking van waterwerken. De dekheuvel schijnt echter nog herkenbaar te zijn en omdat er weleens scherven zijn gevonden, zou de heuvel ter plekke bekend staan als de Pottiesbargien, “potjesberg”. Ik ben er niet geweest maar Evert van Ginkel vertelt erover op Hunebeddeninfo.nl.

Dit was het laatste hunebed dat ik heb bezocht. Zoals ik al schreef: het mooiste was voor het laatste bewaard. Hunebed D52 was een mooie afsluiting van mijn fietstochtjes, maar natuurlijk niet het einde van deze reeks. We hebben nog twintig trechterbekergraven te gaan.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

Google Earth: hier. Bezocht op 20 augustus  2021, fietsend van Steenwijk naar Hoogeveen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

De niet zo grote volksverhuizingen

(klik=groot)

Het landkaartje hierboven circuleert in allerlei varianten op het internet. Het is ook te vinden in allerlei boeken. Steeds opnieuw een akelig grote hoeveelheid pijlen, die allemaal staan voor een akelig grote hoeveelheid barbarenstammen die West-Europa bedreigen. Dat beeld is de akelige erfenis van het akelige negentiende-eeuwse idee, alleen nog verdedigd door de Leidse historicus Rutte, dat het West-Romeinse Rijk ten onder zou zijn gegaan ten gevolge van de Grote Volksverhuizingen.

Niemand gelooft dat nog. Daarvoor hebben serieuze historici, van Pirenne tot Meier, voldoende serieus onderzoek naar gedaan. Maar dat kaartje blijft terugkomen. Het heeft nu eenmaal het voordeel van de eenvoud. Het klopt echter voor geen meter. Voor geen centimeter zelfs.

Lees verder “De niet zo grote volksverhuizingen”

Storm op zee (of niet)

Zomaar een schip (Qasr Libya)

Gisteren noemde ik dat er in de klassieke poëzie nogal wat stormen op zee zijn. Het begint al te waaien in de Odyssee en als Vergilius zijn eigen epos schrijft, plaatst hij de noodzakelijke orkaan meteen aan het begin. Het zijn slechts twee voorbeelden. In de lange prozateksten – zeg maar de antieke keukenmeidenroman – behoort de storm op zee eveneens tot het standaardrepertoire. Een auteur die geen noodweer beschreef, verried dat hij het schrijversvak niet volledig meester was. Je kunt het vergelijken met het exclusus amator-gedicht dat een Griekse of Romeinse auteur op zijn repertoire behoorde te hebben: zo iemand moest een jeremiade kunnen schrijven over een aan straat gezette minnaar, anders was het gewoon geen goede dichter. Het heeft niet zoveel zin aan te nemen dat er in ’s mans biografie werkelijk een relatiecrisis is geweest. Of dat werkelijk iedere Griekse of Romeinse schipper moest rekenen op de speciale aandacht van de stormgoden.

De auteur van de Handelingen van de apostelen kende zijn klassieken. Ik heb tien jaar geleden al eens geblogd over een goed geplaatst citaat van de Griekse tragicus Euripides. Vandaag wil ik het hebben over de storm op zee die de auteur van Handelingen inlast. Hier zijn wat passages in de onlangs verschenen NBV21-vertaling. De situatie: Paulus is gearresteerd, beroept zich op de keizer en wordt nu door een Romeinse officier naar Rome begeleid. Na te zijn vertrokken van Kreta belandt men in de storm.

Lees verder “Storm op zee (of niet)”

Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)

Hunebed D31 bij Exloo

Laten we er geen doekjes om winden: één hunebed moet het minst interessante zijn en ik denk dat het hunebed D31 is. Het ligt even ten zuiden van Exloo op een helling in het bos. De aanzet van de dekheuvel die er ooit overheen lag, zou nog herkenbaar zijn maar ik heb die zelf niet herkend.

Het grafmonument is niet groot: zeven meter lang en 3¼ meter breed. Ik kan zelf geen hunebed bouwen. Ik ben nooit verder gekomen dan in Archeon duwen tegen zo’n rolling stone. Dus ik doe het de hunebedbouwers allemaal niet na, maar toch, om eerlijk te zijn, daar bij Exloo maakten ze zich er wat makkelijk vanaf. En inmiddels is dit prehistorische monument ook nogal beschadigd. Wetenschappelijk onderzoek van de kelder is vooralsnog achterwege gebleven. Herman Clerinx typeert het in Een paleis voor de doden als ruïne.

Lees verder “Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)”

Lucanus over Caesars oversteek naar Albanië

Romeins oorlogsship (quadrireme) op een munt uit Patras (Museum für antike Schifffahrt, Mainz)

Als ik u zeg dat het 4 januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 28 november 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag morgen 2069 jaar geleden?”

Hij was bezig met de overtocht van de Adriatische Zee. Kort daar voor was hij aangekomen in Brindisi in de hak van Italië en zoals we al zagen waren daar meer manschappen dan zomaar mee te nemen waren op de schepen – waarvan er te weinig waren. Desondanks waagde hij zich aan de oversteek. Op 5 januari (29 november 49) zette hij voet aan wal in Palasë in het huidige Albanië.

Lees verder “Lucanus over Caesars oversteek naar Albanië”

Wereldrijk Assyrië

Assyrische soldaten branden een Arabisch dorp plat (Vaticaanse Musea, Rome)

Zoals ik al aangaf behandelen De Blois en Van der Spek in hun handboek, Een kennismaking met de oude wereld, eerst de Levantijnse IJzertijdrijkjes en daarna de grote oosterse rijken. Ik attendeerde er al op dat die laatste zijn te beschouwen als één rijk met diverse dynastieën. Dus een Assyrische, een Babylonische, een Achaimenidisch Perzische, een Seleukidische, een Parthische, een Sassanidisch Perzische en een Arabische periode. Er was veel organisatorische en culturele continuïteit, zelfs als de elite steeds een andere, eh, “heersende etnoklasse” was. Dat laatste was een jargonterm om te vermijden dat we moeten schrijven dat dynastieën uit voortdurend andere volken de macht van elkaar overnamen, maar ik voor mij heb niet het idee dat we met deze term veel verder komen.

Assyrië

Over Assyrië is veel te zeggen en dat heb ik hier vier jaar geleden al gedaan in de aanloop naar de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De Blois en Van der Spek noemen dat de Assyriërs de moeilijke twaalfde eeuw v.Chr. redelijk hadden doorstaan. In de strijd met de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië in het westen bouwden ze een steeds beter leger op. Dat de Assyriërs als eersten het ijzer redelijk wisten te bewerken, leek mij vermeldenswaard maar De Blois en Van der Spek noemen het niet. Misschien hecht ik er ook wel teveel waarde aan. Het eindresultaat is in elk geval onomstreden: in de loop der tijd werden wat eens vazalstaten waren geweest provincies. In de IJzertijd verenigde het Nabije Oosten zich tot één grote staat.

Lees verder “Wereldrijk Assyrië”

Geliefd computerspel: Civilization

Wie wat bewaart, die heeft wat.

Wat grappig: ik heb nog nooit geblogd over het computerspel Civilization. En dat terwijl ik dat uren en uren heb gespeeld! De eerste kennismaking is zeker een kwart eeuw geleden. In Den Haag had ik bovenstaand pakket gekocht en in de vertraagde trein – stilstaand in de Schipholtunnel – had ik de spelregels gelezen. Eenmaal thuis had ik het spel geïnstalleerd en terwijl ik een half oog had op het pruttelende eten in de keuken, begon ik met de tutorial.

Het spel

Ik stichtte een stad. Een verkenner ontdekte nieuwe gebieden terwijl de stedelingen nieuwe technieken ontdekten. We stichtten nieuwe steden. Het werd later en later. Onze beschaving, Amerika, maakte contact met andere beschavingen: de Indiërs of de Fransen of de Zoeloe’s. Het werd middernacht. Onze legers streden tegen barbaren en tegen de andere beschavingen. Vooral de Britten waren taai, herinner ik me nu ineens.

Lees verder “Geliefd computerspel: Civilization”