Voor-westerse geschiedenis (15) de wegen

Romeinse weg bij Vulci

Er is wel beweerd – en ik denk terecht – dat het Romeinse Rijk zijn kracht mede te danken had aan een uitgebreid netwerk van wegen. Ik heb het nu over landwegen, omdat ik de zeeën en de rivieren al aanstipte in eerdere blogjes in deze reeks over de economische en sociale factoren die voorafgaan aan de evenementiële geschiedenis. Het lijkt mij een keihard feit dat de Romeinse ingenieurs grootmeesters waren op het gebied van de wegenbouw. De Via Appia, aangelegd in de laatste jaren van de vierde eeuw v.Chr., ligt er nog steeds, hoewel ze is gebruikt door de zware tanks waarmee de Geallieerden naar Rome oprukten. Ook andere Romeinse wegen liggen er nog: wie van Maastricht naar Tongeren gaat, volgt de kaarsrechte antieke straat vrijwel tot op de meter nauwkeurig.

Perzische wegen

Toch moet het krediet voor de eerste systematische aanleg van wegen naar een ander volk: de Perzen. De Griekse geschiedschrijver Herodotos van Halikarnassos beschrijft een koninklijke weg van Efese via Sardes naar Sousa, en vermeldt dat er op regelmatige afstanden karavaanserails waren. Bij Gordion is een deel van deze weg geïdentificeerd, zes meter breed. Allerlei kleitabletjes uit Persepolis documenteren het verloop vanaf Sousa naar het Perzische kerngebied. De Perzische paleisadministratie documenteert bovendien de afgifte van vouchers waarmee de reiziger zich langs de koninklijke wegen kon verzekeren van slaapplaatsen, verse rijdieren, eten en drinken. Ik meen dat Aristoteles ergens schrijft dat nieuws in een week van de randen van het Perzische Rijk naar de koning kon komen.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (15) de wegen” →

De triomfboog van Augustus (en de critici)

De triomfboog van Augustus

Het Forum Romanum is een wonderlijke plek: ooit het centrum van een wereldrijk, in de Late Oudheid verbouwd, daarna deels gesloopt, vervolgens gedegradeerd tot koeienweide, later veranderd in een (door Louis Couperus lyrisch beschreven) bloemenveld, in de eerste helft van de twintigste eeuw omgebouwd tot de huidige verzameling monumenten. Van sommige daarvan kun je je voorstellen hoe ze eruit zagen, van andere daarentegen totaal niet. Zoals de triomfboog van keizer Augustus.

Triomfboog één

Aan weerszijden van de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar stonden twee monumentale bogen, ongeveer zoals op het forum van Pompeii naast de Jupitertempel twee erebogen zijn te zien. De linkerboog op het Forum Romanum was een ereboog voor Gaius en Lucius, de kleinzoons en beoogde opvolgers van keizer Augustus. Dit monument maakte deel uit van de naar deze prinsen genoemde winkelgalerij voor de Basilica Aemilia. De andere boog, rechts als je vanaf het Forum naar de tempel van Caesar keek, was in 29 v.Chr. gewijd aan Octavianus omdat hij de zeeslag bij Aktion had gewonnen en Egypte geannexeerd.

Lees verder “De triomfboog van Augustus (en de critici)” →

Een jaar in Babylon

Reconstructie van de Ištarpoort in Babylon

Zou u, beste lezer, een tijdreis willen maken naar het oude Babylon? En hoe zou u dan aankijken tegen het leven in die oude stad met al haar vreemde rituelen en gebruiken?

Daan Nijssen gaat die uitdaging aan in zijn nieuwste boek Een jaar in Babylon. Eerder schreef hij over de opkomst en ondergang van de grote rijken in Mesopotamië (Het wereldrijk van het Tweestromenland) en over de handelsstromen in datzelfde gebied (Alle wegen leiden naar Babel).

Lees verder “Een jaar in Babylon” →

Het Proto-taoïsme (4)

De legendarische wijze Guan Zhong

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme. Het eerste blogje in deze reeks was hier.]

Guanzi

De Guanzi is een verzameling oude teksten over filosofie en politiek. Het is waarschijnlijk samengesteld in de Han-dynastie, dus na de Periode van de Strijdende Staten, maar de meeste samenstellende delen zijn ouder.

Lees verder “Het Proto-taoïsme (4)” →

Het Proto-taoïsme (3): Yangisme

Fantasieportret van Yang Zhu

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme. Het eerste blogje in deze reeks was hier.]

Stel: je wordt aangeboden het land te besturen. Zou je het doen?

Je hebt misschien wat bedenkingen. Je weet uiteraard dat er niemand meer geschikt is dan jij, maar je denkt ook wellicht: word ik daar nou zelf echt gelukkig van?

We gaan kijken naar het Yangisme. Als we zoeken naar filosofieën die minstens zo oud zijn als het taoïsme, en het taoïsme wellicht beïnvloed hebben, dan valt het Yangisme het meest op. Zij zijn vooral bekend gebleven vanwege hun afkeer van het idee een land te moeten besturen.

Meester Yang

Het Yangisme is vernoemd naar de denker Yang Zhu (oude spelling: Yang Chu), oftwel Yangzi (Meester Yang). Yang zou geleefd hebben tussen 440 en 360 v.Chr, was daarmee een jongere tijdgenoot van meester Mo (Mozi), en een generatie of twee ouder dan Mencius en Xu Xing, die we gisteren tegenkwamen.

Lees verder “Het Proto-taoïsme (3): Yangisme” →

Het Proto-taoïsme (2): School van de Landbouw

Shennong

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme. Het eerste blogje in deze reeks was hier.]

Geschiedenis in retrospectief

Chinese filosofen hebben er een handje van te beweren dat hun gedachten niet nieuw zijn, maar dat ze slechts eeuwenoude waarheden aan het licht brengen en in ere herstellen.

We hadden gezien dat de eerste Confucianisten voor de rechtvaardiging van hun eigen gedachten niet alleen verwijzen naar de Zhou-literatuur en de daar genoemde Shang en Xia, maar bovendien mythologische koningen aannemen die geleefd zouden hebben vóór de Xia-dynastie: Yao en Shun. Deze wijze vorsten waren niet heel toevallig toonbeelden van confucianistische waarden.

Lees verder “Het Proto-taoïsme (2): School van de Landbouw” →

Het Proto-taoïsme (1): introductie

Zomaar een mooi bronzen vat uit ongeveer de juiste periode uit de Chinese geschiedenis (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme.]

De filosofische scholen uit de Periode van de Honderd Scholen van het Chinese denken worden, zoals we eerder zagen, vaak in zes hoofdstromingen ingedeeld. We hebben het vroege confucianisme al behandeld, en vervolgens hebben we het mohisme en de School van de Namen bekeken. Het is nu tijd om naar de tweede belangrijkste hoofdstroming naast het Confucianisme te kijken: het taoïsme.

Het taoïsme heet in de moderne spelling overigens daoïsme, maar omdat de naam taoïsme zo is ingeburgerd, gebruik ik in dit geval de oude spelling.

Lees verder “Het Proto-taoïsme (1): introductie” →

De extra mijl

Mijlpaal uit Rafaneia

In het Engels kun je van iemand vragen of ’ie voor dit of dat project bereid is an extra mile te gaan: zich bovenmatig in te spannen. Dat gaat terug op een vers uit het Evangelie van Matteüs, uit de Bergrede, waarin Jezus adviseert:

Als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op.noot Matteüs 5.41; NBV21.

Het komt uit de Bergrede, waarin Matteüs Jezus presenteert als een schriftgeleerde, die zijn commentaar geeft op de Wet van Mozes. Als God de Joden uitverkoren heeft, is het minste wat Joden terug kunnen doen, proberen de Wet zo goed mogelijk na te leven en diepste betekenis te vinden. De Jezus van Matteüs is hier een schriftgeleerde die zijn duit in het zakje doet, ongeveer zoals de auteur van 4QMMT. Jezus’ uitleg is een oproep tot een welhaast bovenmenselijke volmaaktheid: mensen moeten ernaar streven even volmaakt te zijn als God zelf. Je moet dus maar een extra mijl lopen.

Lees verder “De extra mijl” →

Rood bij de Romeinen

De normale rode achtergrond in een muurschildering (Archäologischer Park, Magdalensberg)

De redacteuren van de Thesaurus linguae Latinae zijn inmiddels klaar met de letter R, en dat betekent dat ze zich hebben beziggehouden met de kleur rood. Blijkbaar maakte men in het oude Rome onderscheid tussen allerlei roodtinten, die worden vertegenwoordigd door allerlei bijvoeglijke naamwoorden, waarvan er ongeveer twintig zijn te vinden bij de R. Ze zijn meestal afgeleid van de Indo-Europese stam *h₁reudh-.

Ruber

Het meest gebruikte woord voor “rood” is ruber, afgeleid dus van *h₁reudh, kon een breed spectrum aanduiden – van vuurrood, cinnaberrood, scharlakenrood, bloedrood of karmijnrood tot tinten die naar oranje neigden, zoals saffraan- of goudkleurig. Ook lichamelijke reacties werden taalkundig vastgelegd: men kon blozen, en daarom duidt rubor niet alleen de blos zelf aan, maar ook de verlegenheid.

Lees verder “Rood bij de Romeinen” →

Wat heet mooi? Overig

De Gouden Hoed van Berlijn (Neues Museum, Berlijn)

Een tijdje geleden vroeg ik u te noemen wat u mooi vond uit de Oudheid en omdat de respons nogal overweldigend was, heb ik uw antwoorden verdeeld over mooie teksten, mooie antieke architectuur, mooie antieke sculptuur. Vandaag neem ik u mee langs alles wat nog niet genoemd is, zoals muurschilderingen en aardewerk. Opnieuw zitten er verrassende keuzes bij. En dat is maar goed ook, want dat is natuurlijk de opzet van de reeks: dat we elkaar dingen tonen waarvan we nog niet wisten dat ze bestonden en/of mooi waren.

Prehistorie

Eerst maar even twee voorwerpen uit de Europese Bronstijd. Genoemd werden de Hemelschijf van Nebra, te zien in het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle, en de Gouden Hoed van Berlijn, die is te zien in het Neues Museum.

Lees verder “Wat heet mooi? Overig” →