Laurierblad

Bronzen laurierblad (Museum van Aquincum, Boedapest)

Aquincum is de Romeinse voorganger van Boeda, dat op zijn beurt de westelijke is van de twee steden die tegenwoordig samen Boedapest heten. De antieke nederzetting was, zoals zoveel antieke nederzettingen, meer een conglomeratie dan een op één plaats geconcentreerde stad: een militaire kamp, een bestuurlijk centrum, een civiel gedeelte en uiteraard de nodige grafsteden. Die laatste waren nog lang in gebruik – er is immers continuïteit van bewoning tot op de huidige dag.

In een van de graven van Aquincum is het bovenstaande bronzen laurierblad gevonden. Het graf in kwestie bevatte vooral voorwerpen uit de Avaarse periode (c.560-c.800), zoals een ijzeren schaar, een toen al antiek Romeins naaidoosje en een gesp. Het laurierblad was, net als het naaidoosje, al antiek toen het aan de overleden werd meegegeven. En niet zomaar antiek: het stamt uit de Bronstijd.

Lees verder “Laurierblad”

Het vernieuwde Thermenmuseum

Het Thermenmuseum

Het economische zwaartepunt van de Lage Landen lag in de Romeinse tijd in het zuiden van die Lage Landen, bij de villa’s op de lössgronden. In Nederland telde eigenlijk alleen Zuid-Limburg een beetje mee. Noordelijker waren er de arme Kempen, nog wat noordelijker waren de forten van het rivierenlandschap (de limes dus), nog noordelijker waren de gebieden waar de Limburgse boeren hun vee naartoe lieten verweiden en helemaal in het noorden waren de terpen en wierden. Omdat het zuiden het zwaartepunt vormde, is het Thermenmuseum in Heerlen eigenlijk hét centrum van Romeins Nederland, zeker nu ook het Limburgs archeologisch provinciaal depot hier wordt gevestigd en er een belangrijk restauratieatelier is. Als u eens een fijn weekendje weg wil, combineer Heerlen dan met Tongeren. Aken en Maastricht zijn ook wel aardig, trouwens.

Het Thermenmuseum heeft een geweldige collectie, prachtig ontsloten ook, en je ziet er een van de grootste ruïnes uit de Benelux: een Romeins badhuis. Beter hebben we het in Nederland niet.

Lees verder “Het vernieuwde Thermenmuseum”

Parthisch schot

Parthisch schot (British Museum, Londen)

Simon Stevin wist al dat de talen van de wereld zijn te verdelen in twee groepen. Aan de ene kant is er een zeer kleine verzameling talen die mooi, nuttig, bruikbaar en goed zijn; aan de andere kant staan de overbodige talen. De eerste verzameling bestaat uit één element, het Nederlands. De andere verzameling, die ruim 6500 elementen telt, bestaat uit alle andere talen. Nu is het denkbaar dat er in die andere talen woorden voorkomen die in onze taal niet bestaan. Meestal heb je die woorden natuurlijk ook helemaal niet nodig, maar soms valt er iets over te nemen dat het Nederlands alleen maar nog rijker en beter maakt.

Toegegeven, dit lijkt een beetje op een gedachtenexperiment, zoals je ook kunt mijmeren over de wijze waarop je zou kunnen communiceren met buitenaards leven. Maar toch: dat er voor ons bruikbare woorden in die overbodige talen zouden kunnen zitten, is niet een helemaal theoretische mogelijkheid. Het komt werkelijk voor en een voorbeeld wordt genoemd op de website van Onze Taal: het Nederlands heeft geen woord voor l’esprit d’escalier.

Lees verder “Parthisch schot”

Een kroon van de Hunnen

Kroon (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Ik heb het er weleens eerder over gehad: in musea vind je veel aardewerk omdat dit materiaal niet makkelijk écht kapot te krijgen is – het breekt hooguit – en ook niet zó kostbaar is dat je er bijvoorbeeld voor terugloopt om het uit een brandend huis te halen. Goud is iets anders. Als een dorp is verwoest, door mensenhanden of door natuurgeweld, gaan mensen daar nog eens naartoe om het edelmetaal veilig te stellen. Sieraden zijn daardoor in museumcollecties ondervertegenwoordigd.

In vaktermen: er is een c-transformatie geweest, een culturele handeling die ervoor zorgt dat het bodemarchief geen gewone weergave is van wat er ooit is geweest. (Je hebt ook n-transformaties, een natuurlijk proces dat er bijvoorbeeld voor zorgt dat organisch materiaal makkelijker verdwijnt dan bijvoorbeeld bakstenen of aardewerk.)

De kroon hierboven is dus zeldzaam, te zien in het Nationaal Museum in Hongarije.

Lees verder “Een kroon van de Hunnen”

MoM | Hoe mol ik een debat?

Kültepe (Kaneš): Paleis van Waršama (en u leest hier maar waarom het belangrijk is)

Ergens rond 2005 of 2006 werd ik uitgenodigd om in het Allard Pierson-museum te spreken over wetenschapscommunicatie. Om me voor te bereiden sprak ik met twee journalisten, die allebei een verschijnsel noemden dat ik vaag kende en waarvan ik destijds ook een voorbeeld kon noemen, maar dat ik nooit had geïdentificeerd als probleem: de wetenschapper die een publieksboek schrijft om zijn gelijk te halen nadat hij de wetenschappelijke discussie heeft verloren.

Dat was dus in 2005 of 2006. Het internet was al niet meer weg te denken en op de bijeenkomst in het museum is zeker ook gesproken over het simpele gegeven dat we niet konden doorgaan met “populariseren” alsof we nog leefden in de jaren tachtig.  Dat de Wikipedia zou uitgroeien tot een plek waar wetenschappers buiten de officiële kanalen om zouden proberen hun gelijk te halen, was toen echter nog ondenkbaar. Het gebeurt echter wel degelijk, zoals bij de chronologie van Mesopotamië.

Lees verder “MoM | Hoe mol ik een debat?”

De aqedah

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Nog even een stukje naar aanleiding van iets dat ik eergisteren schreef over het offerdier, waarvan de poten waren gebonden. Ik moest ineens denken aan de aqedah, het “vastbinden” van de jonge Isaak door Abraham, de aartsvader. Het verhaal wordt verteld in Genesis 22 en begint met het onthutsende bevel van God dat Abraham zijn enige zoon moet offeren op een bergtop. Voor het goede begrip: dit soort offers kwamen in de oude wereld voor maar golden binnen het jodendom als volkomen onaanvaardbaar.

Isaak zei: “Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?”
Abraham antwoordde: “God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.”
En samen gingen zij verder. Toen zij de plaats bereikt hadden die God hem had aangewezen, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van Jahwe hem van uit de hemel toe: “Abraham, Abraham!”
En hij antwoordde: “Hier ben ik.”
Hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij god vreest, want gij hebt Mij uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.”
Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon.

Lees verder “De aqedah”

Prosmans obscurantisme

Jezus in de Hof van Olijven (muurschildering uit de Sta. Maria in Via Lata, Rome, nu in het Museo della Crypta Balbi)

Ik meende dat de Evangelische Omroep steeds opener werd voor wat ik maar even “de wetenschap” zal noemen. Ik heb weleens op de radio mogen uitleggen waarom al die opgravingen in Israël waarin het gelijk van de Bijbel werd bewezen, volstrekte flauwekul zijn. EO-voorman Andries Knevel liet zich ervan overtuigen dat wetenschap en religie niet (hoeven te) snijden en dat het bestaan van evolutie niet betekende dat er geen voorzienigheid was. Ik ben in een vroege fase betrokken geweest bij een documentaire-reeks over de historische Jezus die een paar weken geleden is uitgezonden.

Dat de EO opener was komen staan voor de wereld, was bovendien in lijn met wat ik zie bij evangelische vrienden, die wel een voorkeur hebben voor een meer letterlijke uitleg van de Bijbel, maar moeiteloos erkennen dat er ook anders naar kan worden gekeken. In de zin dat ze het vermogen hebben hetzelfde probleem vanuit twee perspectieven te bekijken, met en zonder de geloofsaanname dat de Bijbel letterlijk waar is, belichamen ze een ruimdenkendheid die ik de “angry atheists” zou toewensen. Kortom, ik was optimistisch over de EO. Maar ik had dit interview met “evangelisch populist” dominee Henk-Jan Prosman nog niet gelezen. “Eigenlijk was Jezus ook een populist.”

Lees verder “Prosmans obscurantisme”