Rotterdam CS

Stoplichten zijn wellicht zinvol om na een aanrijding te bepalen wie opdraait voor de schade, maar voor het overige heb ik er nog weinig nuttigs aan kunnen ontdekken. Ik trek me er dan ook niet zoveel van aan en verraste mezelf toen ik in Rotterdam, hoewel ik toch een trein te halen had, zomaar bleef staan toen een voetgangerslicht op rood sprong. De naderende tram was nog een eind weg, bedacht ik verbaasd, er was geen ander verkeer, ik kon royaal oversteken – en toch bleef ik stilstaan. Waarom?

Pas toen realiseerde ik me dat het stationsplein zo mooi is. Het rode stoplicht was de aanleiding geweest die ik nodig had gehad om het even op me te laten inwerken.

Ik heb al wel vaker geschreven dat ik graag kom in Rotterdam. Ik kan niet precies benoemen waarom, maar de mooie moderne architectuur – om een tragische reden uiteraard – vormt een deel van de verklaring.

19 gedachtes over “Rotterdam CS

  1. Truus Pinkster

    Joan,

    Geen onzin schrijven ove rhet nut van stoplichten.
    Hoeveel doden en zwaar gewonden zouden we niet gehad hebben als ze er niet waren ?
    vele.

    1. Nemo

      Je hebt stoplichten en stoplichten. De meest sympathieke voor het voetvolk – voetgangers, fietsers en e-bikers – zijn toch wel die met een aflopende wekker. Intussen kin je je blik laten glijden waarheen je maar wilt, of een boom opzetten, een blik op de lichtjes van de ronde wekker laat je weten hoe lang er nog van je tijd wordt geroofd. Dat is, m.a.w. een wachtlicht. Best goed over nagedacht. Maar fietsers blijven vrije vogels, om over die e-bikers maar te zwijgen.

  2. Ik zat in 1955 of daaromtrent bij mijn vader achterop de fiets. Hij fietste ieder jaar met een van zijn kinderen een week door Nederland en dat jaar mocht de jongste mee. We waren op weg naar het zuiden. Op een gegeven moment hobbelden we over een lange, smalle straat met ´kinderhoofdjes´ = straatkeien, midden in een eindeloze kale vlakte. Pas heel veel later heb ik begrepen dat dit het oude centrum van Rotterdam was geweest.

  3. Rob Duijf

    Ik hoef mezelf als Zaankanter geen provinciaal te noemen. Bovendien stam ik uit een geslacht Amsterdammers dat in ieder geval administratief tot het begin van zeventiende eeuw is na te volgen.

    Ben ik in de Grote Stad, dan sta ik braaf te wachten voor het rode voetgangerslicht. Onderwijl wordt ik aan alle kanten voorbijgestoken door mensen die mij aanstaren alsof ik Gekke Gerrit ben. Laat het groene mannetje zich zien, dan hoef ik niet de ilusie te hebben dat ik veilig over kan steken; zou ik een pantalon dragen, dan zouden de vouwen eruit worden gereden.

    Misschien moeten die stadse lichten maar worden opgedoekt. Wat denk je dat dat scheelt aan onderhoudskosten…

    1. FrankB

      Eerlijk is eerlijk, vergeleken met 35 jaar terug, toen ik voor studie vijf keer per week in de Grote Boze Stad moest zijn, is het verkeer er een stuk veiliger op geworden. Maar nog steeds geldt: de voetganger en fietser die zich aan de verkeersregels houdt (inclusief stoplichten) is levensmoe.
      Wie dan in Oost-Groningen terecht komt, zoals ik, heeft nog lang last van ontwenningsverschijnselen.

  4. Christo

    Niets is zo ergerlijk als een voetganger die eerst op de knop drukt en dan besluit door rood te lopen. Sta je daar als automobilist te wachten voor rood, maar geen voetganger meer te zien. Loop je door rood, prima. Maar blijf dan van die knop af.

    1. FrankB

      Nog ergerlijker dan een voetganger die een automobilist van een handjevol kostbare seconden berooft is de automobilist die nog even gas geeft als een voetganger twijfelt via een zebrapad zonder stoplicht over te steken. Het allerergerlijkst is als een stuk of vijf, zes automobilisten dat grapje achter elkaar uithalen.

  5. Christo

    Dat klopt, FrankB. Gevaarlijke situaties (in het verkeer) zijn nooit goed te praten. Zeker van automobilisten richting zwakkere en kwetsbare verkeersdeelnemers. Ook agressie is niet goed. Maar: een betere wereld begint bij jezelf. Ik loop en rijd al jaren niet meer door rood, dan maar enkele minuten wachten.

  6. FransL

    Het zijn trouwens “verkeerslichten”, om verkeersstromen te regelen. Als ik visueel en auditief waarneem dat er voor mij ruimte is om over te steken, dus geen verkeer, dan doe ik dat; soms kan dat op enkele meters ergens tussen door zijn. Irritant is dat fietsers en voetgangers altijd op een knopje moeten drukken, en nog lang moeten wachten omdat het hele riedeltje voor de automobilist eerst moet worden afgewerkt.
    Auditief zit ik er wel een beetje mee: elektrische auto’s/brommers hoor je niet. Tja, ik ben al wat voorzichtiger.

    1. Rob Duijf

      Ik stond laatst voor een voetgangersverkeerslicht. Moeder legde aan haar kroost uit dat ze moesten wachten met oversteken. Een dame en een heer negeerden echter het rode licht en staken gewoon over. ‘Maar die mensen doen het wel…!’, zei het kleine meisje. Daar sta je dan als moeder…

      Ik bedoel maar, je hebt ook een voorbeeldfunctie.

  7. FransL

    …Ik bedoel maar, je hebt ook een voorbeeldfunctie.
    Helemaal gelijk! Dan gedraag ik mij ook. Maar, als Amsterdammer die in Haarlem is terecht gekomen, verbaas ik mij er nog steeds over dat om twaalf uur s’nachts middelbare scholieren in een uitgestorven stad nog steeds voor een rood lampje staan te wachten; wie heeft ze zo geïndoctrineerd?

    1. Rob Duijf

      ‘(…) wie heeft ze zo geïndoctrineerd?’

      Indoctrinatie is in dit verband wel een heel groot woord, want verkeersregels hebben niets met doctrine te maken maar met verantwoordelijkheidsbesef en gezond verstand. Er zijn betere voorbeelden van indoctrinatie te geven, Frans!

      Die middelbare scholieren houden zich netjes aan de algemene verkeersregels en die stellen dat je voor rood moet wachten. Dat elke regel een uitzondering kent, is nog iets anders. Onder bepaalde omstandigheden van de regel afwijken, is ook je eigen verantwoordelijkheid. Die mag je gerust nemen, dat is niet verkeerd.

  8. HansR

    Ga ook eens naar Arnhem en blog over dat werkelijk fantastische station, met name de hal en de totale misplaatsing van die grandeur in die kleinschalige binnenstad. Hoe anders dan de ‘alles in verhouding’ situatie in Rotterdam.

Reacties zijn gesloten.