Poëzie

Ik kreeg een aardig boekje toegestuurd met de titel Lees! Ondertitel: “Vijftig gedichten uit de wereldpoëzie”, gekozen door Ahmed Aboutaleb, de burgemeester van Rotterdam. In zo’n bundel kan Jules Deelder vanzelfsprekend niet ontbreken, want de nachtburgemeester is in Rotterdam Aboutalebs enige collega. En de twee eerste burgers zijn het eens. “De Omgeving van de Mens is de Medemens”, schrijft Deelder, en Aboutaleb zegt het hem na:

Het is een selectie geworden van poëzie die voor mij persoonlijk veel betekent, doordat ze een brug slaat van de ene mens naar de ander.

Het is een leuke bundel, waarin Bram Vermeulen staat naast Rumi, Martin Bril naast Vivian Hester van Leeuwen en Quevedo naast Derek Otte. Lezenderwijs ontdekte ik dat vooral auteurs die in het buitenland zijn geboren en naar Nederland gekomen, me het meest troffen, zoals het onderstaande gedicht van Rodaan Al Galidi. Misschien wel omdat ik moest grinniken dat een burgemeester, toch bij uitstek de belichaming van de overlegcultuur, uitgerekend dit gedicht heeft geselecteerd.

Lees verder “Poëzie”

Rotterdam CS

Stoplichten zijn wellicht zinvol om na een aanrijding te bepalen wie opdraait voor de schade, maar voor het overige heb ik er nog weinig nuttigs aan kunnen ontdekken. Ik trek me er dan ook niet zoveel van aan en verraste mezelf toen ik in Rotterdam, hoewel ik toch een trein te halen had, zomaar bleef staan toen een voetgangerslicht op rood sprong. De naderende tram was nog een eind weg, bedacht ik verbaasd, er was geen ander verkeer, ik kon royaal oversteken – en toch bleef ik stilstaan. Waarom?

Pas toen realiseerde ik me dat het stationsplein zo mooi is. Het rode stoplicht was de aanleiding geweest die ik nodig had gehad om het even op me te laten inwerken.

Lees verder “Rotterdam CS”

De Grote Rotterdamse Roman

Ik hou van havensteden: Palermo, Iskenderun, Hamburg, Istanbul, Napels, Antwerpen, Thessaloniki, Pula, Sidon… de hele wereld spoelt er aan. Zeg “havenstad” en je hebt het over kosmopolitisme, met alle mooie en lelijke kanten. Dat geldt ook voor Rotterdam: een stad vol mooie moderne architectuur (om een droevige reden), multicultureel, met de grootstedelijke problematiek én de grootstedelijke vrijheid van een wereldhaven. Een stad met humor ook: het is waar ik ooit, kort na de beruchte uitspraak van Geert Wilders, een Marokkaanse marktkoopman hoorde roepen “Marokkaanse sinaasappels, willen jullie meer of minder?!”

Rotterdam treft me steeds opnieuw als de stad waar in Nederland de tegenstellingen het scherpst zijn. Dat maakt het boeiend. Christian Jongeneel, met wie ik aan het Weena weleens een biertje heb gedronken, moet hebben geweten dat hij goud in handen had toen hij zijn stad maakte tot hoofdpersonage van zijn debuutroman Magda is overal. Voeg toe dat Jongeneel als journalist een geroutineerd schrijver is – dit pamflet is viral gegaan – en u weet dat Magda is overal niet mislukken kon.

Lees verder “De Grote Rotterdamse Roman”

Der Himmel über Rotterdam

Twee weken geleden had ik een vergadering in café Engels in Rotterdam. U kent het vermoedelijk wel: het zit in het Groothandelsgebouw, op een steenworp van het Centraal Station. Ik kom er graag. Je ziet er al die mooie hoge flats – ik hou wel van die moderne architectuur, al weet ik door welke trieste reden Rotterdam zo’n modern stadscentrum heeft. Het station zelf vind ik trouwens ook adembenemend en dan vooral de letters waarmee “Centraal Station” op de façade staat geschreven.

Omdat ik met de trein kwam en dus was voorbereid op ellende, maar omdat die ellende was uitgebleven, was ik een uur te vroeg voor mijn afspraak en daarom ging ik in een hoekje bij de ingang zitten. Kopje koffie, computer op schoot: anders dan in de trein, waar je gedwongen bent te luisteren naar andermans gesprekken, kun je je in een café concentreren. Het uur vloog voorbij zonder dat ik mijn vergadergenoten had gezien. Ik wijdde er een appje aan: als jullie aankomen, ik zit naast de ingang.

Lees verder “Der Himmel über Rotterdam”

Rotterdam, 10 mei 1940

rotterdam_1940
De brand van Rotterdam, mei 1940

“Zijn dit nou inbrekers, mamma?” Ik ben vijf jaar. Ik lig bedolven onder een muur. Mei 1940, de nacht van zaterdag op zondag. De eerste bommen op Rotterdam. Vlak naast ons huis. Het is oorlog!

Wist ik veel van oorlog… Ik had wel gezien dat de mensen papieren stroken op hun ramen plakten – om te voorkomen dat ze zouden springen, hadden ze me verteld – maar dat leek me meer een spelletje. Een paar dagen geleden waren er ook auto’s met luidsprekers door de  straten gereden en werd er omgeroepen: “Wilt u ramen en deuren sluiten, want Dordrecht wordt gebombardeerd.” Maar dat klonk eerder spannend dan dreigend. En er gebeurde niets, toen.

Lees verder “Rotterdam, 10 mei 1940”