Geliefd boek: De opgang van Stefan Hertmans

Vandag, na de Italiaan Pennacchi over Italië in de beide wereldoorlogen en daarna, twee prachtige Nederlandse (Vlaamse) romans over WO I en II in Vlaanderen. Omdat deze beide romans mij ook zeer lief zijn (prachtig geschreven, boeiende opbouw en thematiek) en ook wel een beetje omdat ik in de rubriek Geliefd boek geen recente Nederlandse literatuur tegenkom en daarover her en der ook nogal wat gemopperd wordt. Alsof er in Nederland en Vlaanderen geen goede hedendaagse literatuur geschreven zou worden. Quod non.

Evenals Pennacchi is Stefan Hertmans zelf deel van de geschiedenis waarover hij schrijft. Maar op een andere wijze, en met iets meer afstand. Tegelijk is met name De Opgang in tijd en geografische afstand veel dichter bij de hedendaagse Nederlandse lezer.

Oorlog en terpentijn

Oorlog en Terpentijn (2013) is geschreven met in zijn handen het dagboek van zijn grootvader die als jonge soldaat deelnam aan de Eerste Wereldoorlog aan Belgische zijde.

Dat dagboek, in een paar schriften, gaf zijn grootvader hem vlak voor zijn dood. Jarenlang heeft hij ze niet durven en willen lezen.

En als hij dat dan eenmaal doet leest hij over de armoedige jeugd van zijn grootvader rond 1900 in Gent, over zijn ervaringen als frontsoldaat in WO I, over een stille liefde en over zijn andere liefde: het schilderen.

Hertmans noemt zijn boek wel degelijk een roman maar hij is zelf ook een persoon daar in, hij verhoudt zich tot wat hij leest in de schriftjes van zijn grootvader, tot diens geschiedenis en daarmee tot zijn familie maar ook tot de grotere geschiedenis,  die van het begin van de twintigste eeuw en van de Eerste Wereldoorlog.

De Opgang

De Opgang (2020) heeft eenzelfde soort persoonlijk vertrekpunt. Op een zeker moment ontdekt Hertmans dat hij twintig jaar gewoond heeft in een huis dat van een van de belangrijkste Vlaamse SS- leiders was in Gent, in de Tweede Wereldoorlog. Hij doet er een poosje niets mee, wil ook eigenlijk niet, maar ontkomt er ook niet aan. En dan is daar deze roman waarin ook weer de wordingsgeschiedenis deel is van de roman, dus ook Hertmans zelf.

Het was in het eerste jaar van het nieuwe millennium dat ik een boek in handen kreeg waaruit ik begreep dat ik twintig jaar in het huis van een voormalige SS-man had gewoond. Niet dat ik geen signalen had gekregen: zelfs de notaris had me, op de dag dat ik het huis met hem bezocht, terloops op de vorige bewoners gewezen. (…..) Nu zag ik mijn intieme herinneringen doordrongen raken van een werkelijkheid die ik me amper kon voorstellen, maar die ik ook niet meer kon wegduwen. Het was alsof er schimmen opdoemden in de kamers die ik zo goed had gekend; ik wilde ze vragen stellen maar ze liepen dwars door me heen.

En dan gaat Hertmans op zoek in archieven naar deze SS-leider, Willem Hulsman, en spreekt met nabestaanden waaronder zijn zoon, een bekende hoogleraar geschiedenis, en zijn dochter.

Willem Hulsman wordt geboren in 1898 als jongste kind van een diamantbewerker. Hij is de lieveling van zijn moeder. Op vierjarige leeftijd krijgt hij een soort koortsstuip waarna hij blijvend blind blijft aan één oog. Hij wordt eindeloos gepest op school. Hij zit op een Vlaams-Franse school en er zijn veel vechtpartijen onderling, De Vlaamsen voelen zich geminacht. Wanneer hij 13 is, overlijdt zijn moeder, zijn grote beschermer en toeverlaat. Zijn vader is aan de drank.

Willem heeft een paar ingewikkelde liefdesrelaties en leert dan Mientje Wijers kennen in de Betuwe, een intelligente en gevoelige boerendochter, een idealistische protestant. Na veel aandringen en veel afwijzen van haar kant, trouwen Mientje en Willem toch in 1927. Ze gaan in Antwerpen wonen eerst, later in Gent. En Willem raakt steeds meer verbonden met de Vlaamse ‘Germaans-nationalisten’  en heeft tot zijn veroordeling na de oorlog een relatie met een andere vrouw die ook tot de SS aanhang behoort.

De geschiedenis loopt door tot recente tijd met bijvoorbeeld de schokkende redevoering van Bart De Wever (burgemeester Antwerpen, NVA) in 1997 bij de negentigste verjaardag van deze vrouw waarin hij haar prijst: ‘een kranige dame die haar leven in dienst stelde van de Vlaamse ontvoogding’; en waarin ook een aantal oud-SS-ers de revue passeert als goede vrienden.

Documentatie en verbeelding

Hertmans zet in beide romans naast het gebruik van historisch materiaal (dagboek, brieven, andere historische documenten) zijn literaire beeldende vermogen in om dialogen te schrijven, omgevingen te schilderen, verschillende sferen en de gemoedstoestand van zijn personages.

En dát doet hij zo treffend dat beide boeken voor de lezer als vanzelf de verbinding tonen tussen de kleine en grote geschiedenis.

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging Truus Pinkster opnieuw in. Dank je wel Truus!]

Mocht nog iemand zin hebben om mee te doen aan deze reeks: stuur maar in. De lockdown duurt nog wel even, er is geen bal op TV maar wel een avondklok, en u verrijkt uw mede-blog-lezers door ze op mooie boeken te attenderen.]

4 gedachtes over “Geliefd boek: De opgang van Stefan Hertmans

  1. Huibert Schijf

    Oorlog en Terpentijn heb ik een paar jaar geleden ontdekt. Ik vond het een adembenemend boek waarbij de beschrijvingen van de armoede diepe indruk maakte. Dat andere boek ken ik nog niet. Wel heb ik de historische roman De bekeerlinge gelezen. Heel anders maar ook heel goed en het unieke Geniza-archief komt er ook in voor. Hertmans schrijft een soort Nederlands dat je in moderne Nederlandse romans zelden tegenkomt. En waarom zou moderne Nederlandse romans moeten lezen. Ik heb het veel te druk met Duitse, Engelse en Franse romans in het origineel te lezen.

  2. Elizabeth

    Oorlog en Terpentijn heb ik gelezen. Ik vond het fantastisch en ben diep onder de indruk, van het verhaal zelf en van de schrijfkunst. Andere literatuur over de tijd van de Grote Oorlog die me ook diep raakte zijn Birdsong van Sebastian Faulks en The Regeneration Trilogy van Pat Barker.
    Ik zal vervolgens De Opgang en De Bekeerlinge lezen.

  3. Martin van Staveren

    Begrijpen wij wel iets van wat “Vlaamse ontvoogding” voor veel Vlamingen betekende in die tijd?

Reacties zijn gesloten.