Kraaien in het paradijs

Ik schrijf dit op een mooie vrijdagmorgen. Ik zette zojuist de balkondeuren open en zag in de tuin van de buren een paar groene halsbandparkieten. Mooie beestjes, waarvan de herkomst in Amsterdam een bekend verhaal vormt, maar ze hebben de huismussen verdrongen die hier vroeger nog weleens zaten. Ook de duiven zijn er niet langer. Het is een kleine herinnering aan het feit dat onze leefomgeving permanent verandert. Op zich niets catastrofaals maar het valt ook niet helemáál los te zien van de klimaatcrisis waarin we verkeren. Ik las gisteren dat wereldwijd nog maar drie procent van de ecosystemen onaangetast is.

Ik weet niet wat dat betekent. Ik ben geen bioloog of klimaatwetenschapper. Vermoedelijk kunnen ook biologen en klimaatwetenschappers zich geen goede voorstelling maken van wat ons op de middellange termijn precies te wachten staat. Dan kan de verbeeldingskracht van een romanschrijver te pas komen. Ik heb het over Kraaien in het paradijs, de net verschenen tweede roman van Ellen de Bruin, waarin de neergang wordt beschreven van een geïsoleerd jungle-eiland. (Full disclosure: ik heb De Bruin weleens ontmoet en ze signeerde mijn exemplaar.)

[Hierna volgen enkele spoilers]

Of de mensheid volledig ten onder gaat, laat De Bruin in het midden, maar al in het eerste hoofdstuk is er sprake van een uitgestorven plantensoort en ook de zoogdieren zijn druk bezig met uitsterven. Alleen de Homo sapiens lijkt nog in leven en voor deze allerlaatste zoogdierensoort ziet het er evenmin heel rooskleurig uit. Dat klinkt allemaal heel dramatisch en is dat ook, maar het boek bevat gelukkig enkele geslaagde grappen. De NS mogen inlijsten dat men in de toekomst verlangend zal terugdenken aan stiltecoupés waarin gezagsdragers wél ingrepen als mensen er hun mond opentrokken.

Kraaien in het paradijs had loodzwaar kunnen zijn, maar De Bruin zorgt ervoor dat het verhaal prettig afwisselend is, zodat je nooit lang blijft hangen in malheur. Het helpt dat een van de drie verhaallijnen gaat over een vreselijke macho, die grappig is tot hij niet langer grappig is. Het spel van de verhaallijnen zorgt bovendien voor allerlei momenten van herkenning, die het leesplezier sterk vergroten. Een vrouw wier naam afwijkt van de namen van de overige eilandbewoners, Lipa, blijkt voor te komen in een andere verhaallijn en we lezen over de ondergang van een eiland nadat we elders al lazen dat de zee een eilandje heeft verzwolgen. Atlantis. Ook al geen vrolijk verhaal.

Wat Kraaien in het paradijs leuk maakt, is dat De Bruin een eigen wereld heeft uitgedacht. Het eiland, voorzien van een stad en een dorp, is niet ergens op de landkaart aan te wijzen, terwijl het vasteland, waar treinen rijden en ooit goede scholen bestonden, ook niet werkelijk bestaat. Het is een wereld die je wil verkennen, zoals je ook meer wil weten over Middle Earth en de wereld van Harry Potter.

Ik kondigde een spoiler aan. Hier is ’ie.

Aan het einde verlaat Lipa het eiland, zonder haar man, die haar heeft gewaarschuwd dat het eiland, met minder dan twintig plantensoorten, nog altijd een paradijs is, vergeleken met de buitenwereld, waar het allemaal al veel erger is. Het einde van de wereld, zoals beschreven in Kraaien in het paradijs, is perfect symmetrisch met het Bijbelverhaal over het begin van de wereld. Bij Adam en Eva gaan de ogen open en samen verlaten ze het Paradijs. Wat een zondeval heet, is in feite een weg omhoog naar menselijke zelfverwerkelijking. Lipa doet het omgekeerde: ze verlaat het paradijs, maar alleen, en nadat ze haar ogen stevig heeft gesloten.

De Bruin zal de Bijbelse parallel niet hebben beoogd. Ik denk echter wel dat ze heeft willen vertellen wat er gebeurt nu, anno 2021, een substantieel deel van de mensheid de ogen voor een moeilijke werkelijkheid lijkt te willen sluiten.

15 gedachtes over “Kraaien in het paradijs

  1. “een paar groene halsbandparkieten. Mooie beestjes, waarvan de herkomst in Amsterdam een bekend verhaal vormt”

    Is dat zo? Ook het artikel in het Parool geeft slechts een hypothese. Hoe betrouwbaar is deze hypothese eigenlijk? Ik zag begin 2020 vele halsbandparkieten in Rome, en een klein onderzoekje leerde dat ze over grote delen van de wereld voorkomen. In onze streken bevinden de grootste populaties zich in Zuidwest-Engeland, België, Nederland en Duitsland, maar ook in Spanje, Lissabon, Parijs en dus Rome. In 2016 werd het aantal halsbandparkieten in Europa geschat op 85.000 (https://nl.wikipedia.org/wiki/Halsbandparkiet).

    Volgens Wikipedia werd in 1974 in het Brusselse Meli Park een 50-tal parkieten losgelaten door Guy Florizoone, de toenmalige directeur van de Brusselse Meli, en die kolonie werd in 2014 geschat op 28.000. Wat mij betreft is het veel logischer om deze dieren te zien als de bron van de c. 10.000 halsbandparkieten in onze grote steden (hun favoriete habitat).

    Een andere verwilderde (eveneens groene) parkiet is trouwens de Monniksparkiet…

    En de echte schuldige is trouwens bekend!
    Volgens de overlevering bracht Onesikritos, een stuurman op de vloot van Alexander de Grote, als eerste een levende halsbandparkiet mee, de eerste papegaaiachtige in Europa. Kijk, daar kun je een een leuk stukje over schrijven 😉

    1. Dirk Zwysen

      Het groen in de buurt zorgt voor een fijne soundtrack: een ransuil ’s avonds, een trommelende specht in de ochtend, de hoge kreet van buizerds op warme dagen. Maar die halsbandhooligans in het schoolpark achter me geven me te vroeg van hun paretten.

  2. Robbert

    Hoog tijd om dierenbelangen als nr. 1 op prioriteitenlijstjes te zetten.
    Redden wat er te redden valt.

    1. Saskia Sluiter

      Oeps! Ik mag het niet zeggen natuurlijk, maar daar is de covidpandemie nou net druk mee bezig, en dan gilt iedereen moord en brand want dat is de bedoeling nou ook weer niet.
      Het punt is dat halveren ook niet helpt; binnen de kortste keren zit je over het oorspronkelijke getal heen. Om met Hariri te spreken: we hebben onszelf behoorlijk klem gezet toen we ooit aan de landbouw begonnen.

      1. FrankB

        Tjonge, en ik dacht nog wel dat ik een pessimistische zuurpruim was mbt dit onderwerp.

        “binnen de kortste keren zit je over het oorspronkelijke getal heen”
        Maar zover ben ik zelfs nooit gegaan.
        +1.

        1. Saskia Sluiter

          ‘binnen de kortste keren enz.’ Daar ben ik het woordje ‘weer’ vergeten. Wat ik bedoel is dat na tijden van rampspoed een gedecimeerde bevolking weer binnen de kortste keren op haar oorspronkelijke aantal zit of zelfs daaroverheen. ‘Halveren’ helpt dus niet. Tenzij die rampspoed aanhoudt natuurlijk, dan sukkelt het de andere kant op tot geheel uitsterven aan toe. Dat geldt voor alle dieren dus ook voor ons mensen.

  3. Robbert

    A. den Teuling:
    Ach ja, laten we even dromen: wereldbevolking halveren, veestapel 100 x minder, wilde dieren 100x meer.

    1. Ben Spaans

      Vijfhonderd miljoen mensen en het daarop houden is weleens genoemd als een gezonde wereldpopulatie. Dat zou het streven moeten zijn voor de komende miljoen (!) jaar.

      Colin Tudge, The Time Before History, 5 Million Years of Human Impact, (New York 1996), hfdst. 9 ‘The Next Million Years’ want daarna zou de evolutionaire koek voor de mensheid heel goed sowieso op kunnen zijn…

      Lang voor Harari behandelde Tudge al de valkuil van de landbouw.

      1. Ben Spaans

        Correctie, het ging om een omvang van 300 miljoen, uiteindelijk, dus nog een beetje minder.

        1. Ben Spaans

          Wat is je ogen sluiten, hoeveel kun je aan slecht nieuws aan…ik was een paar jaar een soort redacteur ‘by default’ voor een milieuorganisatie, die nog een tijdje een zijpad functie opleverde. Vrijwel iedere dag was er een vloedgolf van berichten over opwarming, klimaatverandering, smeltende poolkappen, overbevissing etc. Niet bij te houden. Voor de zijpadfunctie woonde ik een congres bij van klimaatmensen in de RAI, bij de sprekers droop de wanhoop er al vanaf. Boevrouw van het moment was Sarah Palin (het was vlak voor de presidentsverkiezing in de VS van 2008), maar uiteindelijk kwam het gevaar van een ander iemand, zoals we nu weten.
          We moeten ook nog leven, toch.

  4. Frans Buijs

    Ik zat laatst in Rotterdam op een bankje naast vier mussen en het opvallende is dus dat dat me opviel. Zo vaak zie je dat niet meer. Ik bedacht hoe moeilijk het is om van katten EN vogeltjes te houden.
    Wat het boek betreft, het klinkt veelbelovend, misschien iets voor als ik mijn sundoku onder controle heb. Een boek over een wereld die vergaat wordt tenslotte heel gauw somber (ik heb ook weinig behoefte om de nieuwe Adriaan van Dis te lezen), maar doorspekt met humor lijkt het me wel wat. Dat is tenslotte de enige manier om al die narigheid in de wereld een beetje te kunnen verdragen.

  5. Rob Duijf

    ‘Mooie beestjes, waarvan de herkomst in Amsterdam een bekend verhaal vormt, maar ze hebben de huismussen verdrongen die hier vroeger nog weleens zaten. (…)’

    Er wordt wel vaker een oorzakelijk verband gezien tussen het uitdijen van de kolonies halsbandparkieten en het verdwijnen van de mussen. De halsbandparkieten eten net als mussen graag zaden en het zijn opportunistische cultuurvolgers. Dat we steeds minder mussen in onze omgeving zien, komt echter niet door voedselconcurrentie of door poes Minous. Huismussen – de naam zegt het al – nestelen graag bij ons huis, het liefst onder pannendaken. Bij de isolatie van onze woningen wordt daar echter al decennia geen rekening mee gehouden; er heerst dus woningnood onder onze mussen. Maar er is nog iets veel ergers gaande… Om een nestje huismussenkuikens groot te brengen zijn insecten nodig en die zijn er steeds minder. Onze leefomgeving verstedelijkt en onze tuinen verstenen waardoor insecten onvoldoende voedsel kunnen vinden en ze hun eitjes niet kunnen afzetten. Veel bloeiende kruiden worden nog altijd gezien als ongewenst en ze worden bestreden met glyfosfaat, een zeer omstreden herbicide. En helaas worden er ook nog altijd insecticiden gebruikt, met name in de landbouw. Huismussen en insectenetende zangvogels kunnen in onze steden onvoldoende noodzakelijke dierlijke eiwitten vinden om een nest groot te brengen. De meeste mensen die in de winter vogels bijvoeren omdat dat zo leuk is, houden daar in het voorjaar mee op en juist dan wordt de grootste honger geleden…

  6. Willem Jongkind

    Kon ik vroeger niet bevatten dat wetenschappers in een door god geschapen wereld geloven, tegenwoordig ga ik ervan op tilt dat ze zich een klimaatcrisis hebben laten aanpraten. Ze zouden toch beter dan de gemiddelde mens in staat moeten zijn om juiste conclusies te trekken uit een grote hoeveelheid informatie. Maar wacht, wetenschappers leren dat ze van elkaars vakgebied moeten afblijven. Zijn ze daardoor juist meer gemakkelijke meelopers?

    Niet het klimaat is in crisis, de mens is in crisis met toenemende angsten voor de toekomst. Ik constateer een verstikkende vorm van bewustzijnsvernauwing waar voorlopig niets aan te doen is -de continue stroom aan angstaanjagende meningen en theorieën is duizelingwekkend.
    We stevenen af op een liefdeloze wereld, waarin controle en dwang het nieuwe normaal zijn ten behoeve van een ‘hoger’ doel. Daaronder ligt de negatieve mensvisie dat de mens in wezen niet deugt. Ik heb echter de positieve mensvisie ‘ieder mens wil zich waarmaken en tot zijn recht komen’.

Reacties zijn gesloten.