Uitslag VWN-wedstrijd wetenschapspoëzie

Met ruim zeshonderd inzendingen is de VWN Gedichtenwedstrijd een klein succes te noemen, dat alle verwachtingen overtrof. De juryleden waren blij om te zien dat de wetenschap en de poëzie in ons land en daarbuiten springlevend zijn. Hoewel enkele onderwerpen (zoals Schrödingers kat, Gods dobbelstenen en Einsteins relativiteit) relatief vaak voorkwamen, waren de onderwerpen zeer heterogeen. Bijna alle vakgebieden kwamen aan bod.

Uiteindelijk selecteerde de voorjury ruim dertig gedichten, die voor de prijzen in aanmerking kwamen. Daarover besliste een vakkundige jury. Deze jury, bestaande uit Anna EnquistIonica SmeetsEdward van de Vendel en Marlies ter Voorde, was streng, maar rechtvaardig. In veel gedichten stond er volgens hen net een woordje te weinig of een strofe te veel voor een mooi lopend ritme of een sterke boodschap. Naast de drie prijswinnaars reikten zij tevens twee eervolle vermeldingen uit, aan Joop Dullaart, voor het Afrikaanse gedicht ‘Entropie’, en aan Paul Vincent, voor zijn gedicht ‘berging ijsselkogge – kampen’.

De derde prijs is voor het gedicht ‘Wederopstanding’ van Dick Schlüter. De jury prijst de manier waarop hij de lezer juist door de passieve vorm aan het begin meteen al in het gedicht weet te krijgen. Daarbij gebruikt hij concrete beelden. De jury zag de opgraving duidelijk voor zich. Ook de plaatsbepaling midden in het gedicht is sterk, net als de wederopstanding die in de laatste strofe een diepere betekenis krijgt. Het hele gedicht is op deze manier een liefdesverklaring aan zowel het werk als de vergankelijkheid.

In plaats van een tweede en een eerste prijs besloot de jury om twee eerste prijzen uit te reiken. Daarmee krijgt de VWN Gedichtenwedstrijd niet één, maar twee winnaars. Deze winnaars zijn Gerda Posthumus, met haar gedicht ‘Overview-effect’, en M. den Blanken, met het gedicht ‘Alles is mogelijk’.

‘Overview-effect’ is volgens de jury een gedicht dat je moet ondergaan. Als vanzelf komt er tijdens het lezen een bepaalde duizeligheid in je hoofd, waarbij drie verschillende ruimten, te weten die in je hoofd, een zwembad en de ruimte buiten de aarde, vakkundig met elkaar verweven zijn. Er wordt goed gebruik gemaakt van herhalingen. Pas in de laatste regel wordt duidelijk waar de titel reeds naar vooruitwees: de verliefdheid of nederigheid die astronauten bekruipt als ze naar onze eigen planeet kijken.

Ook ‘Alles is mogelijk’ heeft een sterke, dubbelzinnige titel. De jury was zeer onder de indruk van het vakmanschap van de dichter. Dat blijkt onder meer uit de vorm, uit de aflopende regellengte en uit het kunstig gekruiste rijm, overal bestaand uit a-klanken, dat nergens dwingend aandoet. Ook het beeld is krachtig. Maar bovenal vond de jury het gedicht heerlijk relativerend. Dat is dan ook de boodschap die zij uit wil dragen met de bekroning van twee winnaars: neem zowel de poëzie als de wetenschap zeer serieus, maar vergeet deze ook niet op z’n tijd te relativeren.

Gedeelde eerste prijs:

Alles is mogelijk

Stel, je tilt je brein met beide handen uit je hersenpan.

Vochtig glanzend ligt het op het tafelblad,
zorgvuldig strijk je alle kronkels glad.

Dan, als was het op een sterrenkaart,
wijs je stom een vonkend vlekje aan.

Het is alsof je naar de hemel staart,
het volgt een mooie ronde baan.

‘En dat was kennis’, zeg je dan.

Gedeelde eerste prijs:

Overview- effect

neem een denkbare ruimte in je hoofd
vul deze met een ervaring aan gewichtloosheid
bijvoorbeeld de lucht uit je longen na vijfentwintig meter
onder water schoolslag toen je boven kwam

blaas een denkbeeldige dampkring om deze ruimte
zodat het een bolletje wordt in je hoofd, een bolletje
gevuld met lucht uit je longen na vijfentwintig meter
onder water schoolslag toen je boven kwam

bij iedere zucht beweegt het bolletje door je hoofd
en vult zich met een ervaring aan gewichtloosheid
toen je boven kwam met je handen op de rand van het universum
steunde, jij jezelf omhoogtilde aan het meest kwetsbare
in je hoofd: de gedachte dat je een bewoner bent van de aarde.

Derde prijs:

Wederopstanding

Er mocht worden gegraven
naar ingevallen schedelblikken, littekens
van pusbuilen, steekwonden uit oorlogen.

Er mocht worden gezeefd om munten
en wat al niet te rapen uit dat versleten,
weggesmeten, Godverlaten bodemarchief.

Rond de Plechelmuskerk liggen de knekels,
na het wormen, in gewijde dikke lagen
te verkleuren, te vervagen.

Nu het opgraven van de diggels is gedaan,
worden de naamlozen gewassen,
de knoken gemeten, de tanden geteld.

Genummerden, wezenloos op een tafel.
Klaar om in een wetenschappelijk bestaan
alsnog weer een tijd mee te gaan.