
Pompeius
Lucanus schrijft in de Pharsalia
Over een plek vol dode bomen
Een glazen huis
Besmeurd met menselijk bloed
Bosgoden durven er niet te komenLeunend tegen een boom
Slaapt een haarloze beer
Met stijve poten, kan niet liggen
Kan zijn knieën niet strekken
Om weer op te staanNiemand het onmogelijke
Pompeius de Grote
Spiedt om zich heen
Hij durft wel het bos in
Maar nooit alleenAfgrond roept tot de afgrond
Tak voor tak
Nadert hij de grens
Een beer staart hem aan
Met de blik van een mens
[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.