De gelukkige klas

De gelukkige klas

Wij waren alfa’s, schopten lawaai
vulden schoolkrant en lokalen
schreeuwend van verlangen
naar de grote uitwedstrijd

K ging het verst, doelbewust
aanvallend om te scoren
als vroeger in elk tussenuur
viel hij door kogels in El Salvador

H zag de oorlog jong, het was
iets met Japanners, Indië, een kamp
op één nier leefde hij jarenlang
voor twee – en stierf in bed

Wij komen niet veel verder dan
de eerste letter van het alfabet
weerklank van een verwondering
te groot voor onze talen.

– Koos Hagen

Het is vandaag veertig jaar geleden dat journalist Koos Koster (de “K” in dit gedicht) werd vermoord. De foto hierboven toont de tekst van dit gedicht, zoals te lezen voor het Beyers Naudé-gymnasium in Leeuwarden, waar Koos Koster en dichter Koos Hagen naar school gingen.

Uitslag VWN-wedstrijd wetenschapspoëzie

Met ruim zeshonderd inzendingen is de VWN Gedichtenwedstrijd een klein succes te noemen, dat alle verwachtingen overtrof. De juryleden waren blij om te zien dat de wetenschap en de poëzie in ons land en daarbuiten springlevend zijn. Hoewel enkele onderwerpen (zoals Schrödingers kat, Gods dobbelstenen en Einsteins relativiteit) relatief vaak voorkwamen, waren de onderwerpen zeer heterogeen. Bijna alle vakgebieden kwamen aan bod.

Uiteindelijk selecteerde de voorjury ruim dertig gedichten, die voor de prijzen in aanmerking kwamen. Daarover besliste een vakkundige jury. Deze jury, bestaande uit Anna EnquistIonica SmeetsEdward van de Vendel en Marlies ter Voorde, was streng, maar rechtvaardig. In veel gedichten stond er volgens hen net een woordje te weinig of een strofe te veel voor een mooi lopend ritme of een sterke boodschap. Naast de drie prijswinnaars reikten zij tevens twee eervolle vermeldingen uit, aan Joop Dullaart, voor het Afrikaanse gedicht ‘Entropie’, en aan Paul Vincent, voor zijn gedicht ‘berging ijsselkogge – kampen’.

Lees verder “Uitslag VWN-wedstrijd wetenschapspoëzie”

Allerzielen

Soms loopt er door een drukke straat
ineens een oude kameraad
of reisgenoot.
Je weet zodra je hem begroet:
het kan niet dat ik hem ontmoet,
want hij is dood.

Eerst ben je nog een tijd verbaasd
omdat die levende toch haast
die dode was.
Heb je de zaak dan afgedaan,
dan komt er weer zo’n dode aan,
met flinke pas.

Thuis van het dodencarnaval
zie je de spiegel in de hal,
je schrik is groot:
die man daar in het spiegelglas,
met die bekende regenjas,
was die niet dood?

— Willem Wilmink (1936-2003)

Ausonius in Bordeaux

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

In de bundel zijn ook drie gedichten opgenomen over Van Zanens Romeinse voorganger Decimus Magnus Ausonius. Die moet u plaatsen in de vierde eeuw n.Chr.; hij was – behalve dichter – ook de docent van keizer Gratianus (r.367-383).

De woorden Succedens aevum prorogat ipse suum, “door vernieuwing zet zij haar bestaan voort”, is ontleend aan een gedicht over ontbottende rozen. Het is in het Nederlands vertaald door Willem Bilderdijk en Karel D’huyvetters. Lees verder “Ausonius in Bordeaux”

Ausonius in Trier

Cupido in actie: zijn slachtoffer is te identificeren met Psyche. Plafondschildering uit Trier (Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum)

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

In de bundel zijn ook drie gedichten opgenomen over Van Zanens Romeinse voorganger Decimus Magnus Ausonius. Die moet u plaatsen in de vierde eeuw n.Chr.; hij was – behalve dichter – ook de docent van keizer Gratianus (r.367-383).

Het motto Cupido cruciatus, “Cupido aan het kruis”, is de titel van een van Ausonius’ gedichten. De strekking ervan is dat vrouwen de liefdesgod straffen voor de martelingen die hij hen heeft opgelegd. Het is in het Nederlands vertaald door Patrick Lateur.

Lees verder “Ausonius in Trier”

Ausonius aan de Moezel

De Moezel bij Mehring

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

In de bundel zijn ook drie gedichten opgenomen over Van Zanens Romeinse voorganger Decimus Magnus Ausonius. Die moet u plaatsen in de vierde eeuw n.Chr.; hij was – behalve dichter – ook de docent van keizer Gratianus (r.367-383).

Het motto quis color ille, “wat is dat voor kleur?” is ontleend aan zijn bekendste gedicht Mosella ofwel Het lied van de Moezel. Dat is door Patrick Lateur vertaald in het Nederlands.

Lees verder “Ausonius aan de Moezel”

Martialis compleet

Ivoren doosje (Museu Arqueologic de Catalunya, Barcelona)

De dichter Marcus Valerius Martialis, die u moet plaatsen in het laatste kwart van de eerste eeuw n.Chr., geldt als de grootmeester van het Romeinse puntdicht. Over zijn leven is weinig meer bekend dan wat hij in zijn gedichten vertelt: dat hij uit Spanje kwam, dat hij in Rome ergens drie hoog achter woonde en het niet breed had, dat zijn gedichtjes goed gelezen werden, dat hij het gaandeweg wat breder kreeg en dat hij zich tegen het eind van zijn leven terugtrok in Spanje.

Misschien is het waar, maar het zou mij niet verbazen als het allemaal pose is geweest en als Tout-Rome wist dat Martialis elke ochtend een cappuccino kwam wegtikken aan de Via Cavour, in de middag zat te lunchen op de Piazza Navona en ’s avonds meewandelde in de pantoffelparade door de Via dei Serpenti. Dat zo’n society-dichter pretendeerde in armoede te leven, maakt de poëzie alleen maar geiniger.

Lees verder “Martialis compleet”

Literaire quiz (11)

Een verlaten plein, midden in de nacht. Ik heb er zelf heel mooie herinneringen aan. Dat het een persoonlijke lieu de mémoire is, deel ik met een beroemde auteur, die er een al even beroemd gedicht over schreef. Het gedicht is zo beroemd dat ik de vraag niet eens hoef te stellen.

Uw goede antwoord zal, zoals de trouwe lezers van deze blog weten, nooit worden vergeten. Het Nationaal Archief en Archive.org (kijk maar) maken namelijk geregeld backups van deze site, dus zowel uw antwoord als uw vermoeden over wat de vraag zou kunnen zijn geweest, zullen tot in de voorzienbare eeuwigheid terug zijn te vinden.