Sapfo, door de Brygos-schilder (Antikensammlung, Munchen)
Sappho
Zij was al kruik voor ik haar kende fameus
van Dionysische toetjes oermoeder
om wie gelachen werd in Zeeuws klaslokaal
tussen worteltrekken en windrichtingen
gehoond om gekuiste scherven Sommigen noemen een stoet van ruiters voetvolk of schepen het mooiste wat bestaat op de donkere aarde
bleef zitten maar bestelde zinnen
die smaakten naar diepte
met slotgracht waar uilen voorleefden
hoe je uit schatlijsten nabij kon komen
ellebogen vouwden uit schachten
floten vertaalde zuchten
flarden van huid die ik herkende
toen zij al boven mijn bed logeerde
in haar klapperende zwart wit-tuniek
tokkelde op een wijnvat in München
dertig jaar tot ik haar opzocht
eveneens moedertaal had gevonden und noch so einiges mehr
Ik heb weleens geschreven dat als iemand het woord “Sapfo” in de mond neemt, er onzin zal gaan volgen. Dat was natuurlijk een hyperbool, maar helemaal onzinnig is het niet. We kennen Sapfo’s in de Oudheid veel geprezen poëzie alleen uit een beperkt aantal zeer korte fragmenten. Over de authenticiteit is vaak discussie en toen een paar jaar geleden na een misdrijf enkele langere gedichten bekend werden, leerden we dat classici gedragscodes en strafrecht als onzin beschouwen en bij wijze van retractie ook weer onzin uitsloegen. Ik hoop nu dat dit blogje niet méér onzin bevat dan u verwacht van een blog: een uit de losse pols geschreven observatie.
Het gaat me om een van de allerberoemdste Sapfo-gedichten, fragment 168b, waarvan de authenticiteit overigens omstreden is. Hier is de vertaling van Paul Claes.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.