Beiroet: een explosie bij je huis

Beiroet, twee-en-een-halve kilometer vanaf de ontploffing

[Het zal niemand zijn ontgaan dat Beiroet het hard voor de kiezen heeft gekregen. De stad verdient beter; straks meer daarover. Ik kreeg vandaag een mailtje waarin een vriendin verslag deed van wat het voor haar betekent.]

***

Ons appartement ligt op zo’n twee-en-een-halve kilometer van de haven, lekker hoog op de veertiende etage, wijds uitzicht over Beiroet. Nadeel: in de volle vlaag van de explosie. De schrik zit ons nog in de benen! We hadden alle ramen en deuren dicht zodat de airco effectief kon werken. Als ze open hadden gestaan waren we er waarschijnlijk beter uitgekomen. Maar het was zesendertig graden!

Welnu, onze woning is veranderd in een ravage, maar wij hebben, wonder boven wonder, alleen enkele schrammetjes.

Lees verder “Beiroet: een explosie bij je huis”

E.P. Wegener (1908-1958) (1)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Bij het schrijven van mijn boekje over de wedloop tussen de vervalsers en de onderzoekers van papyri, Bedrieglijk echt, kon ik altijd advies vragen aan prof.dr. Klaas A. Worp (KNAW). Hijzelf werkte in die tijd aan een geschiedenis van de Nederlandse papyrologie, waarin ook dr. Eefje Prankje Wegener voorkwam. Haar leven bleek interessant genoeg voor een eigen biografie (noot 1). Deze dagen dus een gastbijdrage van Klaas Worp.]

Dr. Eefje Prankje Wegener (hierna “EPW”) geniet bekendheid en waardering bij twee niet erg omvangrijke groepen bewonderaars: enerzijds bij papyrologen, anderzijds bij enkele Leidse “Lokalhistoriker”. Deze biografische schets bevat twee aspecten, enerzijds een beschrijving van haar werk en carrière als papyroloog en anderzijds de korte periode tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin zij voor ir. H.A. van Oerle de belangrijkste bijdragen heeft geleverd ten behoeve van de totstandkoming van het zogenaamde “Register van de huizen in Leiden 1581-1585-1601” (noot 2). Haar biografie begint natuurlijk bij haar ouders, haar geboorte in Amsterdam en haar jeugd in Rotterdam en Wassenaar.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (1)”

Vrouwelijke gladiatoren

Amazon en Achilla (British Museum, Londen)

Het bovenstaande tweede-eeuwse reliëf, 64 bij 79 centimeter, is gevonden in Halikarnassos (het huidige Bodrum in het zuidwesten van Turkije) en is te zien in het British Museum in Londen. We zien twee vrouwelijke gladiatoren in gevechtshouding tegenover elkaar staan en we mogen aannemen dat een reële situatie is afgebeeld die ooit heeft plaatsgevonden tijdens een munus, “gladiatorenshow”. Beide krijgers zijn hetzelfde uitgerust met een groot schild en een kort zwaard. Hun kapsels stellen ons in staat het tweetal te identificeren als vrouwen en de inscriptie vermeldt hun namen: Amazon en Achillia. Gladiatoren namen wel vaker Griekse mythologische namen aan als noms de guerre.

Omdat ze hetzelfde zijn uitgerust, hebben ze vrijwel zeker gevochten als provocatores, waarbij de twee strijders identiek waren bewapend. (Veel gebruikelijker was dat ze verschillende wapens droegen, zoals een secutor met een schild en zwaard tegen een retiarius drietand en net.) De vrouwen missen echter de borstplaat die voor een provocator typerend is, maar dit moet zijn omdat ze verondersteld werden Amazones na te spelen, die volgens de antieke opvattingen vochten met ontbloot bovenlijf.

Lees verder “Vrouwelijke gladiatoren”

Hexham Abbey en de Romeinen

Hexham Abbey (© Wikimedia Commons | Bob Castle)

Na een eerdere afgeblazen poging onder keizer Caligula vielen in het jaar 43 n.Chr. op bevel van keizer Claudius de Romeinen met vier legioenen plus hulptroepen ‘Britain’ binnen, waarvan zij het huidige Engeland en Wales bezetten en tot de provincie Britannia maakten. Om de noordgrens, de limes van de provincie, te beschermen tegen de in het huidige Schotland wonende Picten, bouwden de soldaten op bevel van Hadrianus (r.117-138) de Muur van Hadrianus.

Deze liep van het huidige Carlisle in het westen tot Newcastle upon Tyne in het oosten, een bijna horizontale oost-west lijn van 117 kilometer. Velen denken dat de Romeinen niet noordelijker zijn gekomen, maar dat is niet juist. Hadrianus’ opvolger keizer Antoninus Pius herhaalde dit kunststukje in 142 met de aanleg van de Vallum Antonini die liep vlak boven het huidige Glasgow en Edinburgh en raakte aan de Schotse Hooglanden, waarvan de grens met de Schotse Laaglanden. Deze versterking is minder bekend omdat hij minder belangrijk en korter in gebruik is geweest dan de Muur van Hadrianus.

Lees verder “Hexham Abbey en de Romeinen”

Isidorus’ Etymologieën

Beeld van een hond uit Volubilis (Museum van Rabat)

Isidorus van Sevilla (ca. 560-636) is weliswaar al ruim 400 jaar heilig, maar dat hij het in 2000 nog tot officiële beschermheilige van het Internet zou brengen had hij toch waarschijnlijk niet voorvoeld. Die functie heeft hij overigens te danken aan de twintigdelige encyclopedie die hij onder de titel Etymologieën publiceerde. Die naam is echt veel te beperkt, want Etymologieën is een heuse encyclopedie, waarin Isidorus over duizenden onderwerpen zijn licht laat schijnen. Maar van de meeste onderwerpen geeft hij inderdaad ook de etymologie.

Nou ja: hij geeft wat men in de Oudheid onder etymologie verstond. Want het element etymo– betekent zoveel als ‘waar, echt’. In de Oudheid ging de etymologie op zoek naar de echte betekenis van een woord, en die kon je vaak, zo meende men, opsporen door de vorm van dat woord te analyseren. Anders gezegd: de vorm van een woord is de sleutel tot zijn ware betekenis. Waarom luidt het Latijnse woord voor vriend amicus? Omdat een ware vriend een animi custos is, een ‘bewaker van je hart’. Waarom heet een raam fenestra? Omdat het fert extra: ‘(ons) naar buiten brengt’. En mijn persoonlijke favoriet: waarom noemen we een canis (hond) eigenlijk canis? ‘Canis a non canendo’, weet Isidorus: een hond heet canis omdat het beest ten diepste ‘niet zingt’.

Lees verder “Isidorus’ Etymologieën”

Pseudo-Isidorus (2)

(Pseudo-Isidorus’ glossen bij het Concilie van Chalcedon in manuscript Parijs, Bibliothèque Nationale de France, Lat. 11611, folio 187recto. De afbeelding is matig, maar de nota-tekens staan ook daadwerkelijk in lichtere inkt op het perkament.

[Dit is het tweede deel van een gastbijdrage over de vervalsingen van Pseudo-Isidorus. Het eerste deel vindt u hier.]

Het onderzoek

Toen het hele scala aan vervalsingen, en met name de valse decretalen, in de negende eeuw in omloop kwam, fronsten sommige Frankische geestelijken wel hun wenkbrauwen. De echtheid van afzonderlijke decretalen zou ook later nog ter discussie staan. Het was echter de calvinistische geleerde David Blondel die begin zeventiende eeuw Pseudo-Isidorus definitief als vervalser ontmaskerde. Hij toonde aan dat de decretalen letterlijk citeerden uit veel latere teksten. In de negentiende eeuw verscheen de eerste wetenschappelijke editie van de decretalen.

Lees verder “Pseudo-Isidorus (2)”

Pseudo-Isidorus (1)

Lodewijk de Vrome (manuscript uit 826, Vaticaanse bibliotheek)

In het middeleeuwse christendom leidde de nadruk op autoriteit en traditie ertoe dat vernieuwing met enig wantrouwen bekeken werd. Geleerden pretendeerden vooral de traditie door te geven, die, behalve op de Bijbel, gegrondvest diende te zijn op de teksten van auctoritates, de gezaghebbende auteurs en teksten zoals de kerkvaders, patriarchen of de laatantieke concilies. Geconfronteerd met nieuwe omstandigheden of crisissituaties kon men in die autoriteiten uit het verleden niet altijd de juiste antwoorden vinden om deze het hoofd te bieden. Een paardenmiddel om de traditie naar de eigen hand te zetten was de vervalsing.

De vervalsingen

In het noorden van het Karolingische Rijk, ergens tussen 834 en 860, bracht een zekere Isidorus Mercator, een pseudoniem van een vervalser of een groep vervalsers, een aantal verzamelingen met vervalst kerkelijk recht in omloop om zijn standpunten kracht bij te zetten. Deze Pseudo-Isidorus is in de eerste plaats verantwoordelijk voor een verzameling deels bestaande en deels verzonnen decretalen (brieven) van pausen uit de eerste eeuw tot en met de achtste eeuw, die hij aanvulde met een serie bewerkte oude concilieteksten. Alle decretalen van vóór de vierde eeuw en sommige daarna zijn vervalsingen.

Lees verder “Pseudo-Isidorus (1)”

Frederik de Verschrikkelijke

“Daden van Anitta”: de oudst-bekende Hittitische tekst (Archeologische Musea, Istanbul)

Vandaag vieren we de 141e geboortedag van Frederik de Verschrikkelijke. Ik leg dat zo dadelijk uit, maar eerst het volgende.

Zo’n 100 kilometer ten oosten van Ankara ligt het dorpje Boğazkale. In 1834 waren daar al de ruïnes van Hattusa ontdekt, de oude hoofdstad van de Hittieten. De stad moet bestaan hebben tussen 1900 en ca. 1200 v.Chr. Spannend werd het helemaal toen in 1906 Duitse opgravers het koninklijk archief vonden: tienduizenden kleitabletten beschreven in Babylonisch spijkerschrift.

Dat zei nog niets over de taal van die tabletten: het spijkerschrift is drieduizend jaar lang in grote delen van het Nabije en Midden-Oosten in zwang gebleven om er heel verschillende talen mee te schrijven. De taal van een deel van de tabletten van Boğazkale was bekend: het was de oudst bekende Semitische taal: Akkadisch, de taal van Mesopotamië, maar ook de lingua franca van het hele Midden Oosten. Akkadisch was te lezen. Maar wat was de taal van die andere spijkerschrifttabletten? Het lag wel voor de hand dat die in het Hittitisch geschreven waren – en dus onleesbaar.

Lees verder “Frederik de Verschrikkelijke”

Oorlog in Nijmegen (11)

Monument voor het verzet in Nijmegen

Ook het Canisiuscollege is uitgeleefd door de militairen en beschadigd door granaten. Omdat de bioscopen in het centrum, over het algemeen niet meer functioneren, is de aula van ’t Hok (Canisiuscollege) ingericht als bioscoop. De kruk van de deur achter in de zaal ontbreekt. Als we vrij kwartier hebben, staan we soms om de beurt door het gat naar de middagfilm te kijken, onder andere naar Desert Victory met Montgomery bij El Alamein in Noord Afrika.

Een 6-gymklas van het Canisius nodigt 6-gym van Mater Dei uit voor een filmvoorstelling. Zij hebben ’s morgens les. Zus B. is er ook bij. Ik zie de jongens en meisjes plaatsnemen, terwijl ik door het gat in de deur kijk. De paters mogen het niet weten!

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (11)”

Oorlog in Nijmegen (10)

Na het bombardement van en de veldslag in Nijmegen was de schade immens. Dit is een luchtfoto uit 1945, toen al veel puin was geruimd

Vader en moeder zijn gaan kaarten bij vrienden. Ik zit een donkerblauwe wollen cloqué rok van zus B. korter te maken. We zetten radio Oranje aan. En dan vertelt “de Rotterdammer” met bewogen stem, dat in hotel De Wereld in Wageningen de wapenstilstand is gesloten tussen generaal Foulkes en generaal Blaskowitz, in aanwezigheid van prins Bernard.

We halen vliegensvlug de vlag van de zolder, maar hebben geen vlaggenstok meer. We volgen het voorbeeld van anderen en bevestigen de vlag aan twee kanten aan de gevel. Mijn zussen tillen mij daarvoor vanuit het raam op de erker. In het midden wordt de oranje wimpel om de vlag geknoopt. Er ontstaat een soort vlinder. Tijdens deze werkzaamheden klinkt er een knal. Mijn zussen rennen in een reflex richting kelder, maar keren gelukkig terug om mij naar binnen te tillen. Het was vuurwerk of een vreugdeschot.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (10)”