Corona en wetenschapscommunicatie

De VWN is de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie Nederland. Tot mijn genoegen mag ik er al bijna drie jaar bestuurslid zijn. Misschien trok onze wetenschapspoëziewedstrijd uw aandacht. Over de zaken waarmee de vereniging zich nog meer bezighoudt, leest u hier meer. Zelf heb ik hoge verwachtingen van een toekomstige prijs voor nonfictie. Alfa’s mogen wel wat vaker bèta-boeken lezen en bèta’s mogen ontdekken waarom de geesteswetenschappen wetenschappen zijn.

Vorig week vierde de VWN haar lustrum in het Amsterdamse Science Park. Het had eigenlijk al twee jaar geleden moeten zijn gebeurd en we wilden het oorspronkelijk vieren buiten de Randstad, maar de corona strooide roet in het eten en dit was onder de omstandigheden mogelijk. Onder leiding van Martijn van Calmthout discussieerden wetenschapsjournalist Maarten Keulemans, politiek verslaggever Niels Klaassen en viroloog Marion Koopmans over de wijze waarop wetenschap, politiek en wetenschapscommunicatie waren omgegaan met de pandemie. Het was een ontspannen discussie, gevolgd door een ontspannen borrel in een ontspannen lentezonnetje. Er zijn uitbundiger lustrumvieringen geweest, maar het was fijn mensen terug te zien.

Overversimpeling

Eén van de kwesties die aan de orde kwam, was dat het publiek de afgelopen twee jaar nogal eens schijnzekerheden geboden heeft gekregen. Waarom verstrekten de media niet wat vaker de onzekerheidsmarge bij bepaalde cijfers? Wie had eigenlijk bepaald dat zulks te moeilijk was voor het grote publiek?

Dit speelt natuurlijk vaker. Als een team zegt dat het, bij die en die aannames, 85% zeker is deze of gene Anne Frank heeft verraden, is dat iets wezenlijk anders dan de bewering dat het voor 85% zeker is. Maar in die laatste vorm haalde het wel de kranten, die dus bang waren het hun lezers al te moeilijk te maken. (Eén van de aannames is overigens dát Anne Frank is verraden. Ik zeg het er maar even bij.)

Het gaat me nu niet om cijferangst, maar om twee andere dingen. Eén: het publiek is echt niet zo dom als aangenomen. Het is bereid dingen zelf op te zoeken. Het belandt dan nogal eens bij kwakgeschiedenis en pseudowetenschap, maar de wil tot weten is veel breder dan aangenomen. Volgens mij volgt hieruit dat we in de wetenschapscommunicatie de informatie niet alleen moeten vereenvoudigen, maar dat we ook de verdiepende informatie moeten aanbieden waarnaar mensen zoeken. Dat moet gestructureerd gebeuren en op de plek waar mensen ernaar zoeken. Online dus, waar u ook dit leest.

Twee: een flink deel van het publiek heeft een hoge informatiebehoefte. Dit is een sleuteldoelgroep, want deze mensen versterken een signaal. In elk geval in de voorlichting over mijn vak, de bestudering van de Oudheid, wordt deze groep onvoldoende bediend. Methodische verdieping ontbreekt geheel en al. Menigeen concludeert inmiddels dat er geen verdieping is en haakt af. Ik vermoed dat een soortgelijke frustratie over het aanbod een rol speelde om mensen richting coronascepsis te drijven.

Tastend zoeken

De symposiumsprekers hadden het er ook over dat de media in het verleden onvoldoende hebben gedaan om aan te geven dat wetenschap tastend zoeken is. Vaak was de wetenschapscommunicatie beperkt tot schitterende resultaten. Toen over corona geschreven moest worden, bleek wetenschap echter ook maar mensenwerk. Tegenover het eclatante succes van een vrijwel bijwerkingloos vaccin, stonden aarzelingen en missers. Doordat de media het publiek daarop slecht hadden voorbereid, was er al snel de sceptische verdachtmaking dat de wetenschappers maar wat aanrommelden. Ik kreeg de indruk dat de symposiumsprekers het erover eens waren dat we vaker moesten aangeven dat wetenschap een methode is om de waarheid te benaderen. En niet de waarheid is.

Daarmee ben ik het natuurlijk eens. Op het gevaar af te klinken als de man die in de kroeg “dat zeg ik al jaren!” roept: ik zeg dat al jaren. U bent welkom op deze pagina’s.

Maar juist omdat ik dit al jaren zeg, weet ik ook waar het wringt. Ik heb oudheidkundigen zó vaak horen zeggen dat het vak “nou eenmaal” polyparadigmatisch is, dat wetenschap “failing forward” is, dat je “helaas” niet alles kunt bestuderen, om nog waarde te hechten aan deze op zich juiste constateringen. Ze zijn te vaak de smoesjes gebleken van hypergespecialiseerde onderzoekers die geen zin hadden zich te verdiepen in naburige vakgebieden. De vaste lezers van deze blog weten dat ik in Bedrieglijk echt en Hannibal in de Alpen schreef over wetenschappers die collegiale suggesties negeerden en daardoor de wetenschap beschadigden.

Ja, wetenschapscommunicatie moet beter aangeven dat wetenschap mensenwerk is. Inderdaad, we moeten minder hapklare brokken naar het publiek werpen en we moeten vaker ingaan op methodische problemen. Zeker, het publiek kan dat prima aan. Dus ja, wetenschapscommunicatie moet en kan het publiek vertrouwd maken met het wetenschappelijke proces. Maar begrip scheppen voor het wetenschappelijk proces wil niet zeggen dat we ook doorgeefluik zijn voor smoesjes om wetenschappelijk falen te verbergen.

***

PS: Oog op de Oudheid

Het wetenschappelijk proces uitleggen: er zijn natuurlijk best mensen die hun best doen. Als u belang stelt in de oudheidkundige disciplines, kunt u de komende dinsdagavonden aanschuiven bij Oog op de Oudheid. Het is in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden maar er is ook een livestream. Aanmelden kan hier.

5 gedachtes over “Corona en wetenschapscommunicatie

  1. Frans Buijs

    Door corona is wetenschap politiek geworden. Je kunt geen maatregelen afdwingen als wetenschappers zeggen dat ze het ook allemaal niet zeker weten.

    1. De grenzen tussen politiek en wetenschap zijn altijd vloeiend geweest. Denk eens aan het enorme enthousiasme dat de Nederlandse historici hadden voor een, eh, Nationaal Historisch Museum “om de nationale identiteit te versterken”. Er zijn ongeveer 5000 historici in Nederland, die kostten samen 100 miljoen, waaruit je kunt afleiden dat een historicus voor 20.000 euro bereid is te vergeten dat wetenschap onafhankelijk moet zijn.

    2. FrankB

      Laten we vooral niet vergeten welke wetenschap middels het militairendom het meest heeft bijgedragen aan politiek: natuurkunde. Zie bv. Simon Stevin.

  2. Frans Buijs

    Ja, voor de één is geschiedenis er om het nationale gevoel te versterken, voor de ander is het er om ons een schuldgevoel aan te praten. Maar wat ik bedoelde is dat de coronamaatregelen waren gebaseerd op wat wetenschappers zeggen en dan is er weinig ruimte voor twijfel. Dan wordt “er is geen bewijs dat het werkt” al gauw uitgelegd als “ze zeggen zelf dat het niet werkt!”

    1. FrankB

      Eigenlijk vond ik dat in Nld. nogal meevallen. Volgens de RIVM is op het moment van schrijven ruim 86% vd bevolking gevaccineerd. Nog eens 3% heeft één prik gehad.
      Het meeste geëmmer betrof de lockdowns en bijbehorende preventieve maatregelen en dan met name de mondkapjes en bijbehorende schijnveiligheid. De weigering om te leren van andere landen vond ik nog het meest typerend, meteen gevolgd door het onvermogen van Hen die op Democratische Wijze Boven ons Gesteld Zijn te leren van gemaakte fouten.

Reacties zijn gesloten.