Nog eens: de val van Tyrus

De kerk van Willem van Tyrus

Onlangs blogde ik over de val van Tyrus: hoe het leger van het Koninkrijk Jeruzalem de belangrijke havenstad wist te bemachtigen. De auteur van de Damascuskroniek, Ibn al-Qalanisi, oordeelde dat zowel de landsheer van Tyrus, de Fatimidische kalief, als de Seljukische emir Toghtekin van Damascus, die had toegezegd de stad te zullen verdedigen, tekort hadden geschoten. Uiteindelijk hadden de verdedigers zich moeten overgeven. Ze mochten op 8 juli 1124 de stad met hun roerende goederen verlaten.

Hetzelfde verhaal is te vinden bij Willem van Tyrus (ca.1130-ca.1185), die later aartsbisschop was in de stad en een beroemde kroniek van de Kruistochten heeft geschreven. De Nederlandse vertaling is van Gust de Preter en is hier in haar geheel te downloaden.

***

Ondertussen hadden de Tyriërs erg te lijden van de catastrofale voedselschaarste. Ze zochten naar andere uitwegen, begonnen in groepjes te vergaderen en oplossingen te zoeken om een einde te stellen aan de ellende, waaraan zij ten prooi waren. Deze burgers vonden het meer opportuun om hun stad in handen te geven van de vijand om daarna in alle vrijheid te kunnen emigreren naar andere steden, die in handen waren van hun volksgenoten in plaats van weg te kwijnen van de honger en hun vrouwen en kinderen in ontberingen te laten omkomen, onder hun eigen ogen en zonder dat zij daaraan iets konden verhelpen.

Nadat dit alles in diverse groepen was uitgepraat, maakten ze hun conclusies unaniem over aan de ouderen, aan het stadsbestuur en aan de hele bevolking. Daarop werd de voltallige burgergemeenschap samengeroepen en het voorstel werd aan dat publieke forum  voorgelegd en daar zorgvuldig onderzocht. Iedereen was daar vastbesloten om een einde te tellen aan die zware crisis en tot een vredesverdrag te komen met al de daaraan mogelijk verbonden voorwaarden en risico’s.

Ondertussen was de koning van Damascus erg onder de indruk van de catastrofale situatie van de Tyrische burgers. Hij had vernomen dat ze ten einde raad waren en voelde mee met hun problemen. Van overal trommelde hij militaire versterkingen op en daarmee zakte hij af in de richting van de zee. In de buurt van de rivier vlakbij Tyrus liet hij zijn kamp opslaan op dezelfde plaats als in het recente verleden.

De christenen kregen hierover bericht en zij maakten zich zorgen over zijn komst. Andermaal stelden ze zich in slagorde op, in voorbereiding op een gevecht vóór de poorten van de stad. Maar ondertussen gingen ze wel verder met hun belegeringsoperatie en ze bestookten onafgebroken de stad. De koning van Damascus vaardigde in tussentijd gezanten af met een verzoenende boodschap naar onze legerleiding, naar de patriarch, de doge van Venetië, de graaf [Pons] van Tripoli, naar Willem van Bures en de andere vooraanstaanden van het Koninkrijk.

De missie bestond uit verstandige en wijze mannen en zij moesten een vredelievende oplossing voorbereiden. Na heel veel discussies kwamen beide partijen overeen om de stad aan de christenen over te geven, op voorwaarde dat de burgers met vrouw en kinderen en met al hun bezittingen vrijuit konden vertrekken. Anderen uit de burgerij, die toch in de stad wilden blijven, zouden een onbeperkte  verblijfsvergunning krijgen met garanties voor de vrijwaring van hun woonst en van hun bezittingen.

Maar bij de christenen kreeg het gewone volk en zij, die niet tot de hogere standen behoorden, het door dat er in die termen door de legertop onderhandeld werd en ze  waren er erg boos om dat de stad onder die voorwaarden overgedragen werd. In tegenstelling tot een gewelddadige overname zouden ze nu immers geen kans krijgen om te plunderen en oorlogsbuit in de wacht te slepen. Daarom besloten ze uit protest tegen de houding  van hun leiders unaniem om, noodgedwongen door de oorlogsomstandigheden, de resultaten van hun inspanningen op te vorderen.

Toch haalde het gezond verstand van de leiders de bovenhand en na de overgave van de stad kregen de burgers, zoals overeengekomen, de toelating om te emigreren. Daarna werd ten teken van de overwinning de standaard van de koning op de top geplaatst van de toren die uitgeeft op de stadspoort. Op de zogenaamde Groene Toren werd op dezelfde wijze de standaard van de doge van Venetië geïnstalleerd en op de zogenaamde Toren van Tanaria bevestigde men triomfantelijk de vaandels van de graaf van Tripoli. …

… De burgers waren het langdurige beleg grondig beu en om hun ongenoegen te verdrijven haastten ze zich naar ons kamp. Ze wilden nu weleens van dichtbij bekijken met welk volk ze precies te maken hadden: zo ijzersterk, zo bestand tegen inspanningen, zo bedreven in het hanteren van wapens, krijgers die erin geslaagd waren om een stad van dat kaliber met uitstekende versterkingen op enkele maanden tijd in diepe armoede en in een extreme crisis te doen belanden. Ze vergenoegden er zich in om de constructie van de katapulten te bewonderen, de hoogte van de stormtorens, het wapenarsenaal, de inrichting van het kamp.

Ze wilden zelfs de exacte namen van de aanvoerders te weten komen en ze stelden indringende vragen over alle mogelijke details om naderhand in staat te zijn om alle informatie in een duidelijk en geloofwaardig relaas door te geven aan het nageslacht. De christenen gingen op hun beurt de versterkte stad binnen en ze stonden in bewondering voor de stevige architectuur van de gebouwen, de indrukwekkende hoogte van de torens, de soliditeit van de muren, de mooie vorm van de haven en de sterk beveiligde toegang. Ze drukten hun appreciatie uit voor de volharding van de burgers, die erin geslaagd waren om de overgave zo lang uit te stellen, ook al werden ze geteisterd door een nijpend voedseltekort en hadden ze erg te lijden van de honger. Immers, na de overgave van de stad, vond men ter plaatse nog nauwelijks vijf schepels graan. Ook al was het in eerste instantie moeilijk te verteren voor de doorsnee christelijke krijger dat de stad tegen de hogervermelde voorwaarden in onze handen kwam, toch stond men daar naderhand positief tegenover. Ze hadden woorden van lof voor al de geleverde inspanningen en ze waren ervan overtuigd dat door hun inzet en hun investering iets verwezenlijkt was dat verdiende om voor altijd in herinnering gebracht te worden.

De stad werd nu in drie delen gesplitst, twee voor de koning en één voor de Venetianen, conform het eerder afgesloten contract. Daarna keerde iedereen zeer tevreden en in een uitgelaten stemming naar zijn thuis terug.

Tyrus werd ingenomen en aan de christenheid terug geschonken op 29 juni van het jaar 1124 na Christus, in de loop van het zesde regeringsjaar van koning Boudewijn II van Jeruzalem.

***

PS

U hebt begrepen dat ik deze dagen extra blog over Libanon omdat het land, dat al rijk is aan problemen, er een oorlog bij krijgt. Mijn blogjes zullen de situatie daar niet verbeteren, maar u kunt dat wel. Als u wat kunt missen, doneer dan voor de zorg van de vluchtelingen: dit is een project van iemand die ik persoonlijk ken en vertrouw.


Abbasiden en Turken

september 19, 2015

De Almoraviden

augustus 12, 2025
Deel dit:

3 gedachtes over “Nog eens: de val van Tyrus

  1. Robbert

    “…Willem van Tyrus (ca.1130-ca.1185)… kroniek van de Kruistochten…vertaling is van Gust de Preter en is hier in haar geheel te downloaden.”
    Daar heb ik een blik op geslagen: wat mooie middeleeuwse geschiedenis, wat een werk: de teksteditie en de vertaling.
    En die laatste is nog gratis ook.

      1. Marijn Taal

        Het is echt een indrukwekkende vertaling, 699 bladzijden. Ik heb het bijbehorende boek liggen, maar ik ben er nog niet aan toegekomen eraan te beginnen.

Reacties zijn gesloten.