Kijk, dat snap ik dus niet

Vandaag was ik in het Kruisvaarderskasteel van Tripoli. Het is in 1102 door Raymond de Saint-Gilles gebouwd op een heuvel ten oosten van de stad, met het doel de toegang daartoe af te snijden. De belegering sleepte zich voort tot 1109; toen viel Tripoli in Kruisvaardershanden. Dat zou zo blijven tot 1289.

In de fenomenale burcht maakte ik bovenstaande foto. En ik vraag me dus nu al de hele dag af waarom in dit raam dat hoekje rechtsboven ontbreekt. Iemand heeft er echt werk van gemaakt om deze wonderlijk gevormde lijst te maken, maar waarom in vredesnaam? Aan de binnenkant is niets bijzonders te zien, dus wat is hier aan de hand geweest?

Saladins

De hoorns van Hattin
De hoorns van Hattin

In juli 1187 versloeg de Koerdische leider Saladin, sultan van Egypte en Syrië, het leger van het Kruisvaarderskoninkrijk Jeruzalem. Kort na de Slag bij Hattin nam hij ook Jeruzalem in en nog een handvol andere steden. Hij wist echter de havens van het Heilig Land niet te veroveren, zodat een christelijk tegenoffensief mogelijk werd: de Derde Kruistocht, waaraan onder andere Richard Leeuwenhart deelnam. Die slaagde er weliswaar nog niet in Jeruzalem te heroveren maar wist de christelijke posities voldoende te versterken om de Kruisvaarders in staat te stellen de klus in 1229 alsnog af te maken.

In de islamitisch wereld kreeg Saladin een slechte naam. De soennieten beschouwden Hattin als een overwinning waarvan de winst uiteindelijk werd verspeeld, de sjiitische moslims herinnerden zich vooral dat Saladin de sjiitische Fatimidendynastie had beëindigd. In het westen was Saladins reputatie vanzelfsprekend ook niet al te best. In de Carmina Burana worden de gebeurtenissen beschreven in apocalyptische termen, met Saladin als aanvoerder van ruim twee dozijn met naam en toenaam vermelde vreemde volken.

Lees verder “Saladins”

Hattin

De hoorns van Hattin
De enige foto die ik heb van de Hoorns van Hattin

Elk jaar reizen duizenden toeristen in Israël van Megiddo naar Tiberias, dwars door Galilea. Vanuit de busramen zien ze eerst de slagvelden van Toetmozes III, Debora en Barak, Napoleon en Allenby, alvorens aan te komen bij Golani Junction, dat is vernoemd naar een Joodse brigade die hier actief was in 1948. Van een afstandje zien de toeristen dan de Hoorns van Hattin, waar in juli 1187 de Koerdische sultan Saladin het leger vernietigde van het Kruisvaarderskoninkrijk Jeruzalem.

Deze veldslag vormt slechts een van de onderwerpen in Hattin, het korte boek van de Britse medievist John France over de Kruistochten. Het kan alleen worden getypeerd als een krachttoer: ik was verbaasd hoeveel informatie een schrijver in 168 pagina’s kan persen. Zo noemt France de etnische spanningen binnen de Fatimidische legers, een onderwerp dat weinig met het eigenlijke betoog heeft te maken maar dat de lezer desondanks niet stoort. Ondanks de hoge informatiedichtheid blijft Frances boek prettig leesbaar.

Lees verder “Hattin”

Chanson de Roland

Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)
Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)

Ik heb gisteren en eergisteren geblogd over de mislukte Spaanse campagne van Karel de Grote en over de nederlaag die zijn achterhoede, beladen met de buit van Pamplona, leed in de pas van Roncevalles. Al heel vroeg moet iemand over die gebeurtenis hebben verteld dat Roeland heel dapper had gevochten en daardoor onsterfelijke roem had behaald. Als ik schrijf “al heel vroeg” bedoel ik “binnen enkele jaren”.

Zeven jaar later, in 785, waren de Franken namelijk begonnen aan een tweede oorlog in noordelijk Spanje. Dat had geleid tot de inname van Girona en hoewel het Umayyadische emiraat van Zuid-Spanje terugvocht door bijvoorbeeld in 793 de Languedoc binnen te vallen, breidde de Frankische invloedssfeer zich gestaag uit. In 795 werd het gebied formeel geannexeerd (de “Spaanse mark”), waarna in 799 Pamplona en in 801 Barcelona vielen. In deze jaren moet het verhaal van Roelands ondergang, dat de Franken eerder zal hebben afgeschrikt dan bemoedigd, een nieuwe draai hebben gekregen: zeker, hij had een nederlaag geleden, maar de wijze waarop hij zich in die moeilijke situatie had gedragen, bewees wat een echte held was. (Een boek over de slag om Arnhem dat ik onlangs besprak illustreert dat dit nog altijd een manier is om te verbloemen dat soldaten hun taak niet konden uitvoeren.)

Lees verder “Chanson de Roland”

Bloedbad

Een bevriende mediëvist deed een tijdje geleden een grappige vondst. Het ging om een beruchte passage uit het verslag dat Raymond d’Aguilers, een van de chroniqueurs van de Eerste Kruistocht, deed van de inname van Jeruzalem. Al het bloedvergieten wordt in detail geschetst, inclusief deze constatering:

De mannen in de tempel en het voorhof van Salomo [d.w.z., het plein rond de Rotskoepel] waadden tot aan hun knieën en de teugels van hun paarden door het bloed.

Lees verder “Bloedbad”

Amin Maalouf

Wie zich gaat verdiepen in de Kruistochten, zal vrijwel ogenblikkelijk stuiten op een Rainbow-pocket: “Rovers, Christenhonden, Vrouwenschenners”. De Kruistochten in Arabische kronieken, geschreven door de Libanese auteur Amin Maalouf. Bij het uitbreken van de Libanese burgeroorlog vestigde hij zich in Parijs, zodat al zijn boeken zijn geschreven in het Frans. Frankrijk heeft hem, om het eens wat archaïsch te zeggen, erkend als een van zijn eigen zonen: toen Claude Lévi-Strauss in 2009 overleed, werd diens zetel in de Académie Française doorgegeven aan Maalouf.

Afgelopen zaterdag heeft hij ook in zijn vaderland een onderscheiding gekregen: president Michel Sleiman verleende hem de Orde van de Ceder, een ridderorde die het Libanese equivalent is van het Franse Legioen van Eer. Er zal ook een postzegel aan hem worden gewijd.

Lees verder “Amin Maalouf”

Het einde van de Oudheid

heraclius

De bovenstaande icoon is te zien in de middeleeuwse afdeling van het Louvre in Parijs. Ze is geschilderd in de tijd van de Kruistochten en toont de Byzantijnse keizer Heraclius (rechts) die Khusrau II (links) bestrijdt, de koning van de Sasanidische Perzen. Het is wat ironisch dat laatstgenoemde de geschiedenis is ingegaan met de bijnaam Parvez, “de zegevierende”, want hij won nou net niet.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”

Uitzicht

Zicht op Antiochië
Zicht op Antiochië

Ik heb het hier in Turkije tot nu toe goed getroffen met het uitzicht uit mijn hotelkamers: het Romeinse badhuis in Ankara, de ruïnes van Hattusa en de bergen achter Kayseri. Het plaatje hiernaast overtreft echter alles. De stad is Antiochië: hoofdstad van het Seleukidenrijk, residentie van de Romeinse gouverneur van Syrië, christelijke metropool en een van de voornaamste plaatsen uit de tijd van de Kruistochten.

Lees verder “Uitzicht”

Heilige Oorlog

Ik heb al eens geblogd over de veldslag bij Manzikert, waar de leider van de Seljukische Turken, Alp Arslan, in 1071 de Byzantijnse keizer, Romanos IV, versloeg en zelfs gevangennam. De sultan was niet geïnteresseerd in deze oorlog – hij was in feite op weg naar Cairo, om daar af te rekenen met de zijns inziens ketterse Fatimiden – en legde de keizer een niet al te hoge schatting op. De aristocratie in Constantinopel zette Romanos echter af en weigerde zelfs de gevraagde matsprijs te betalen. Een verontwaardigde Alp Arslan liet de Fatimiden daarop wat ze waren en viel het onbewaakte Byzantijnse Rijk binnen. Binnen de kortste keren stonden zijn troepen aan de Zee van Marmara en was hij meester van het gebied dat nu Turkije heet.

In Constantinopel zocht men nu hulp in het westen, bij de half-barbaarse volken die de Byzantijnen gemakshalve allemaal aanduidden als “Franken”. Weliswaar waren het onbetrouwbare woestelingen, die ook nog een onjuist beeld hadden van de oorsprong van de Heilige Geest en derhalve dienden te worden beschouwd als vervaarlijke ketters, maar het moest gezegd: ze konden goed vechten en waren voor de duvel niet bang, dus laat staan voor Seljukische Turken.

Lees verder “Heilige Oorlog”

Byzantijnse keizerkroniek

Het Byzantijnse keizerlijk hof (op een reliëf uit Istanbul).

Ik heb de woorden van de Duitse filosoof Georg Hegel al eens eerder geciteerd: de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk was “eine tausendjährige Reihe von fortwährenden Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosigkeit”. Andere negentiende- en twintigste-eeuwse auteurs hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Moderne auteurs over het onderwerp nemen deze opmerkingen vaak als uitgangspunt om aan te geven hoe sterk onze opvattingen sindsdien zijn veranderd.

Zo ook Hein van Dolen in zijn sympathieke Een kleine geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Hij begint met de constatering dat het onderwerp “verwaarloosd en ondergewaardeerd” is geweest, wijst erop dat dit beeld de afgelopen halve eeuw radicaal is gekanteld en neemt de lezer vervolgens mee door een geschiedenis van ruim elf eeuwen.

Lees verder “Byzantijnse keizerkroniek”