De Libanese burgeroorlog (2): Thuis in Beiroet

In de Libanese burgeroorlog beschadigde woonhuizen (2012)

[Tweede deel van zes blogjes van de hand van Françoise Hbeyka uit Beiroet over haar ervaringen tijdens de Libanese Burgeroorlog. Het eerste van haar blogjes was hier.]

In Beiroet hadden de meeste gebouwen geen schuilkelders. Mensen zochten hun toevlucht op de eerste of tweede verdieping. De begane grond en de bovenste verdiepingen golden als gevaarlijk. Ons appartement bevond zich op een tweede verdieping en hoewel het klein was, werd het een toevluchtsoord voor gezinnen uit zowel ons eigen gebouw als de aangrenzende gebouwen.

We kozen bij elke gelegenheid zorgvuldig de kamer waarvan we dan dachten dat die het veiligst was. Als de beschietingen uit de ene richting kwamen, konden we naar de andere kant van het gebouw; die ontruimden we weer als de beschietingen plaatsvonden van die zijde. Wonderlijk genoeg waren het vaak de badkamers die het veiligst aanvoelden. In zowel ons appartement als dat onder ons verdrongen mensen zich in de kleine doucheruimte, die niet meer dan een paar vierkante meter mat, en in de kleine gang.

Voor de veiligheid bedekten we de gasflessen, die uiteraard te gevaarlijk werden geacht, met dikke wollen dekens, sloten we alle luiken en lieten we de ramen een beetje of helemaal open om te voorkomen dat ze zouden versplinteren onder de druk van een nabije explosie.

Non-stop gebeden brachten ons samen en gaven ons kracht, daar in die kleine doucheruimte. We voelden geen kou of hitte, geen honger of dorst. Aan wat blikken conserven hadden we genoeg, soms was er maar één maaltijd per dag. Er was vaak geen brood.

Ook water was schaars. Ik herinner me dat alle vaders en moeders uit ons gebouw en uit de naburige gebouwen om beurten naar de begane grond gingen om daar water te halen. Ze hadden een regenpijp opengebroken om water op te vangen, druppel voor druppel. Elk gezin kreeg eerst een liter. Pas als elk huishouden zijn deel had gehad, begon de ronde opnieuw – een tweede liter, dan een kruik van vijf liter, enzovoort – maar alleen als het een relatief rustige dag was. Op gevaarlijke dagen was zelfs die ene fles, die met gevaar voor eigen leven werd gehaald, een zegen.

Ik herinner me nog levendig hoe in die moeilijke tijden een zeldzame verkoeling, zoals een ijskoude Pepsi, kon aanvoelen als een zegen. Te midden van de black-outs en de angst om een privégenerator te starten, was dat ijskoude drankje een trouwe vriend die zich liet zien in de donkerste momenten. Het voelde als een geschenk uit het onbekende.

[Een gastbijdrage over de Libanese Burgeroorlog van Françoise Hbeyka uit Beiroet. Straks meer. Dank je wel Françoise!]


Een onzalig idee

juli 14, 2011

Mleeta

december 21, 2017
Deel dit: