Mleeta

De plaats waar de zionistisch-imperialistische ambities worden begraven

Vrijwel onmiddellijk nadat in 2012 in het Bulgaarse Burgas bij een aanslag zes joodse toeristen waren gedood, beschuldigden de Amerikaanse en Israëlische autoriteiten de Hezbollah. Dat was een onverwachte claim, want de sji’itische strijdgroep uit Libanon laat zich erop voorstaan een professioneel leger te zijn dat onschuldige burgers met rust laat. Het zonder aanziens des persoons vermoorden van joden is meer iets voor Hamas en nationaalsocialisten. Toen het onderzoek naar de aanslag enkele maanden later werd afgesloten, bleef de oorspronkelijke conclusie echter gehandhaafd: Hezbollah had het gedaan. Dat kan juist zijn maar ik zou er ook niet van opkijken als nog eens wordt ontdekt dat met het bewijsmateriaal is gerommeld. Ik heb geen mening.

Waar ik daarentegen wel een uitgesproken mening over heb, is dat Hezbollah geen frisse organisatie is. Het is een terreurgroep. Met vertakkingen in de drugshandel. Wie tegenwoordig door de zuidelijke Bekaa-vallei reist of door het zuiden van Libanon, ziet elegante huizen, gefinancierd met drugswinsten. Onfris. Ik zie ook de grap niet van de verkoop van Hezbollah-t-shirts aan toeristen (al ben ik niet zo humorloos dat ik niet moest grinniken om de verkoper die ze in Baalbek aanbood met een welgemeend “sjaloom”). Verder vind ik mokken met het portret van leider Hassan Nasrallah alleen geschikt voor het drinken van bier, wijn en andere spiritualiën.

Mijn weerzin maakt me echter niet blind voor het feit dat Hezbollah met succes vorm heeft gegeven aan het verzet tegen de Israëlische aanwezigheid in Libanon. Dit is des te opmerkelijker omdat de rest van het land op dat moment te druk was met de burgeroorlogen en de nasleep daarvan. Toen de partijen besloten hun strijd te staken, stemden ze ermee in dat Hezbollah haar wapens behield, aangezien er op dat moment geen Libanees leger was dat de zuidgrens zou kunnen bewaken.

Enerzijds een strijdmacht die vecht tegen het Israëlische leger, anderzijds een terreurgroep die wellicht joodse toeristen beschouwt als legitiem doelwit. Enerzijds drugssyndicaat, anderzijds gedisciplineerd leger. Hezbollah heeft althans voor mij iets ongrijpbaars.

Dat komt minstens evenzeer door Hezbollah zelf als door het feit dat ik als westerling mijn indrukken wil kunnen plaatsen in westerse hokjes, hokjes die niet precies corresponderen met de Midden-Oosterse realiteit. Iran is ook zo’n geval: het systeem past niet in mijn denkkaders en ik beschouw een bezoek aan dat land vooral als waardevol omdat je die kaders leert relativeren. (Relativeren – ik zeg het nog maar eens ten overvloede – is overigens niet hetzelfde als je ervan distantiëren. Ik ben een westerling en als ik mijn opvattingen relativeer, is het om ze beter te begrijpen.)

Kortom, het werd tijd om een bezoek te brengen aan Mleeta, waar een prachtig landschapspark is aangelegd om te gedenken hoe Israël werd verslagen. Ik schrijf de vorige zin met opzet in de passieve vorm omdat ook het park in het midden laat wie er streed tegen Israël. De naam “Hezbollah” valt nauwelijks, de geelgroene vlaggen ontbreken geheel en van een bekende geestelijke blijven de specifieke opvattingen onvermeld. Wat je wél ziet zijn Libanese vlaggen en strijdbare opschriften met jargon dat ruimte laat voor ieders persoonlijke invulling: uitdrukkingen dus als muqawama, “the resistance”, of het tijdloze mujahedin, “strijders voor het geloof”. Ondertussen ziet alleen een blinde niet voor welke strijdgroep het park reclame maakt, al was het maar omdat de nadruk op het martelaarschap karakteristiek is voor de sji’a.

Ondertussen is het park werkelijk prachtig: een met steeneiken begroeide heuvel, bekroond door een esplanade met diverse monumenten. Daar gaat het van-dik-hout-zaagt-men-planken. Zo is er een groot spinnenweb om aan te geven hoe fragiel de zionistische entiteit in Palestina wel niet is, terwijl even verderop wat grafstenen liggen met vijandelijk oorlogstuig, om beeldend tot uitdrukking te brengen dat Libanon het kerkhof vormt van de zionistische imperialistische ambities. Onder die grafstenen liggen overigens geen Israëlische gesneuvelden begraven, want de Hezbollah heeft de lichamen geruild tegen krijgsgevangenen.

In plantsoenen staan wapens opgesteld, met uitleg over wat je er zoal mee kunt doen. Meer wapens zijn te zien in een iets te ruim opgezet museum dat ook foto’s toont van vernederd huilende Israëli’s alsmede een organogram van het Israëlische leger dat zó had kunnen zijn overgenomen uit het Handboek Soldaat. Informatie die van onschatbare waarde zal blijken wanneer u Israël de oorlog verklaart.

Iets boeiender vond ik de reconstructies van de loopgraven, de bunkers en de claustrofobische grotten waarin de strijders zich verborgen hadden gehouden. Je ziet zulke reconstructies wel vaker – bijvoorbeeld in het Vestingmuseum in Naarden en in het Airbornemuseum in Oosterbeek – en het is wat kitscherig, maar het geeft een vermoeden van de omstandigheden waaronder soldaten werkten.

Is Mleeta een museumpark met een overwinningsmonument? Misschien wel, maar een hooggelegen terras geeft een wel heel specifieke draai aan het verhaal: de bloemrijke uitleg is dat de overwinning zichzelf vermeerdert en zo opstijgt naar de hemel. Los van het feit dat het maar de vraag is of “the resistance” de zionistische vijand heeft overwonnen of dat Israël zich heeft teruggetrokken toen de operationele doelen onhaalbaar waren geworden, is het voor een westerling rijkelijk bizar om anno vandaag een overwinning nog op te dragen aan de hemel. Vergelijk dat eens met het ereveld bij Margraten: dat weet mij tot tranen te ontroeren, juist doordat het de bezoeker geen interpretatie opdringt. Het toont alleen dat duizenden en duizenden jonge mannen stierven voordat ze konden genieten van een leven dat zo prettig is als het onze. Mleeta is veel explicieter en doet mij weinig.

Bovendien hinkt het park op twee gedachten. Enerzijds appelleert het, bijvoorbeeld door de keuze van de Libanese vlag en de afwezigheid van de naam “Hezbollah”, aan nationalistische gevoelens: de oorlog in het zuiden was een vaderlandse strijd tegen een machtige buitenlandse vijand die niets had te zoeken in Libanon. Elk land heeft het recht zich te verdedigen. Anderzijds wist de vriendelijke man die ons afgelopen maandag over de esplanade rondleidde heel zeker dat de staat Israël niet behoorde te bestaan. Dat duidt niet op de verdediging van het eigen land maar op het aanvallen en vernietigen van een ideologische tegenpartij. Niet defensief maar agressief.

Ik heb in Mleeta niet meer vat gekregen op die ongrijpbare Hezbollah. Misschien wel op Libanon zelf, want geen van de mensen die ik vertelde dat we erheen gingen, vond het merkwaardig. Dat kan vanzelfsprekend beleefdheid zijn geweest, maar ik kreeg de indruk dat althans mijn vrienden en kennissen, die voor het overige erg weinig op hebben met de binnenlandse politiek van Hezbollah, erkennen dat deze zich heeft onderscheiden in de strijd tegen de Israëlische bezetter.

Hoe sympathiek ik Libanon ook vind en hoe graag ik er ook kom, uiteindelijk is het niet mijn land en uiteindelijk is Mleeta er niet voor mij. Ik ben maar een toerist voor wie een bezoek aan zo’n landschapspark vooral is ingegeven door nieuwsgierigheid. Het monument is er vooral voor de enige andere bezoekers die we er zijn tegengekomen: nabestaanden van de gesneuvelden, mensen voor wie Mleeta niet staat voor vrijblijvend toerisme maar voor een al vele jaren dagelijks gevoeld gemis.

8 gedachtes over “Mleeta

  1. mnb0

    “plaatsen in westerse hokjes”
    Dat zijn dan meestal hokjes die ons westerlingen ‘toevallig’ goed uitkomen. Het moge onfris zijn, “vertakkingen in de drugshandel” is bepaald niet bijzonder. Laat ik de Opiumoorlogen van de 19e eeuw even buiten beschouwing laten; de belangrijkste partijen uit de twee Wereldoorlogen hadden geen enkel probleem met drugsgebruik. Dan beschouw ik alcohol volkomen ten onrechte eventjes niet als een drug.

    “Niet defensief maar agressief.”
    In oorlog is dat geen tegenstelling. Het is een recent, westers, kunstmatig onderscheid dat dient om westerse morele superioriteit te benadrukken.

  2. Mohammed Boubkari

    Hizbollah in de drugs en Hamas dood joden omdat ze joden zijn. Zo kennen we ze weer.

    Het feit dat beide organisaties enkele decennia geleden niet bestonden en juist door de wandaden van de bezetters het levenslicht hebben gezien en hun bestaansrecht daaraan ontlenen wordt hier als een terzijde beschouwd.

    Wellicht dat een decennia lange bezetting van Nederland , etnische zuivering van een groot deel van de Nederlandse bevolking en alle andere begane misdaden nadien die westerse hokjes doet verdwijnen.

    Voor de gemiddelde Midden-Oosterling – van libertijnse atheïst tot religieuze extremist – is de bezetting van Palestina een historisch onrecht dat recht gezet moet worden links of rechtsom.

    Iets wat overigens onvermijdelijk is en slechts een kwestie van tijd is. De vraag is alleen hoe en wanneer.

    1. U wil toch niet in ernst beweren dat de stichting van Israël de moord op joodse toeristen in Bulgarije op enigerlei wijze legitimeert?

  3. Mohammed Boubkari

    @CK,

    “Het feit dat beide organisaties enkele decennia geleden niet bestonden en juist door de wandaden van de bezetters het levenslicht hebben gezien en hun bestaansrecht daaraan ontlenen wordt hier als een terzijde beschouwd.”

    Goed lezen is ook een kunst!

Reacties zijn gesloten.