
Bovenstaande foto maakte ik afgelopen woensdag en u raadt het al: ik zat in een trein. En deze ongein wekte voldoende ergernis bij me op om weer eens te bloggen over de staat van het spoor. Ik heb eerst geteld tot 400.000 en daar ben ik nu. Het stoort me niet dat het quizje niet klopt, maar dat het er überhaupt is.
Reizigers moeten van A naar B, liefst op tijd, liefst met een zitplaats, liefst tegen een redelijke prijs en liefst zonder gezondheidsproblemen. Aan die voorwaarden zouden de Nederlandse Spoorwegen idealiter voldoen, maar dat wil almaar niet lukken. Daar zijn allerlei overtuigende verklaringen voor, waar ik het nu even niet over hoef te hebben; ik veronderstel dat de problemen algemeen bekend zijn.
Mijn punt is: als je een dienst niet leveren kunt, moet je alles op alles zetten om dat wel te doen, en als dat om welke reden dan ook niet gaat, moet je in elk geval tonen dat je serieus aan het werk bent om het op te lossen. Denk aan de directeur van een kantoor waar de zaken niet lekker lopen: die schaft zichzelf geen chique nieuwe auto aan, maar zorgt ervoor dat hij als eerste aanwezig is en als laatste het gebouw verlaat. Je gaat de lolbroek niet uithangen als iedereen weet dat er problemen zijn. Het quizje in de trein is het OV-equivalent van de minister die tijdens de COVID-pandemie, nadat er duizenden doden waren gevallen, voor de camera’s “zeg mondkapje waar ga je henen?” begon te zingen. Het is niet grappig, het is gewoon dom. En dat zegt iets over het management. Niet over het personeel, dat z’n stinkende best doet, maar over de bobo’s bovenaan.
Want weet je, datzelfde mededelingenbord dient om mensen te attenderen op serieuze zaken. Zoals werkzaamheden op het spoor. Dat is best nuttig – maar ook dat gaat verkeerd. In de trein waarin ik bovenstaande leutigheid fotografeerde, las ik over werkzaamheden in de hele maand november en begin december, maar niet dat er geen treinen reden tussen Geldermalsen en Den Bosch. Wat vorige week best belangrijk was.
En nu ik toch treinfrustraties aan het opsommen ben: dinsdag was het weer feest in de stiltecoupé. Jongeren die muziek aanzetten, zich nergens op lieten afspreken, zodat hun medereizigers maar in de lawaaicoupé gingen zitten, waar het stiller was. Ik weet het, de NS vinden dat reizigers elkaar moeten aanspreken, maar we mogen inmiddels constateren dat dit beschavingsoffensief in Nederland – anders dan in bijvoorbeeld Duitsland – is mislukt. En het roept wel een vraag op, want waarom is er in het belang van astmapatiënten wél gehandhaafd in niet-rook-coupés en waarom wordt er niet in het belang van mensen met hyperacusis gehandhaafd in stiltecoupés? Dit riekt naar discriminatie.
Ik brom nog even verder, want ik heb het nog niet gehad over de onoverzichtelijke prijzen, de beëindigde kortingen (ofwel: je perst je trouwste klanten af) en de almaar hogere prijzen, die mensen naar de auto jagen. Het management van de Nederlandse Spoorwegen heeft zich in dezelfde neerwaartse spiraal geplaatst als het management van de posterijen: ze maken zichzelf te duur, jagen hun klanten weg en denken dat ze de problemen oplossen door het product nog duurder te maken.
Misschien kan de directeur van de NS, die nu een rol speelt bij de vorming van een nieuw kabinet, de kwestie agenderen. Maar als dat niet lukt, zorg dan in elk geval dat er een einde komt aan de lolbroekerige quizjes.
PS
Terwijl ik dit schrijf, in de trein van Amsterdam naar Nijmegen, komt een schoonmaker de prullenmanden even leegmaken. Dank je wel.

Wat die prullenbakken betreft: nog een treinergernis is dat die dingen zo’n lawaai maken als ze dicht klappen.
Stoort mij niet.. ze zijn tegenwoordig veel kleiner dan vroeger, dat stoort wel.
Stel, als gedachtenexperiment, je zit in een trein die toevallig wel op tijd rijdt. En stel, als een soort van utopie, dat iedereen stilletjes op zijn telefoon zit te turen. En stel, ondanks dat het ochtend is, je hebt net je sudoku op diezelfde telefoon opgelost. En stel, om de waarschijnlijkheid nog kleiner te maken, dat de trein over 5 minuten echt op tijd dreigt te arriveren op het gewenste station. Dan is zo’n letterpuzzel op de info-schermen best leuk. Die van vorige maand was Zandvoort aan Zee…
Helaas. De laatste keer dat ik in de trein zat was uw fantasie mijn werkelijkheid – en het puzzeltje nog even stompzinnig.
Ik vind die puzzeltjes wel leuk en in elk geval volmaakt onschuldig
De meeste treinen rijen redelijk op tijd. Ja, ik erger mij ook aan luide (telefoon)gesprekken, maar ik koop geen recht op een privéreis maar op een plaats in de trein – niet eens een zitplaats. Wil je rust, stap dan alleen in een auto.
Van de week in de pers: ” een retourtje Utrecht -Groningen met 2 personen is goedkoper én sneller te doen met een huurauto dan met de trein.
ja, met 2 personen wordt de huurauto niet duurder… Je moet nog wel naast het station parkeren want dat is waar de trein je afzet.
Ik kijk altijd in de reisplanner voordat ik met de trein ga, er is ontzettend veel werk aan het spoor en dat wordt in de reisplanner goed verwerkt. De storing tussen Geldermalsen en Den Bosch heeft zelfs in de krant gestaan, en werd op diverse stations waar ik recent was zelfs omgeroepen.
In mijn ervaring zijn treinreizen tegenwoordig zo veel comfortabeler en beter dan in de zeventiger en tachtiger jaren, toen ik vaak als een haring in een ton naar mijn werk ging, dat ik tegenwoordig weinig meer te klagen heb. Er zijn zelfs treinen tegenwoordig zonder hoogteverschil met het perron bij het uitstappen., op de mededelingenborden wordt goed aangegeven waar de trein stopt en hoe lang hij is. Ik zie dus in de ca 15.000 uren die ik in de trein heb gezeten toch ook wel verbeteringen.
Dat van die bussen tussen Geldermalsen en Den Bosch was uitgebreid op het nieuws vanwege de crash van een trein met een vrachtwagen vol peren.
Ik denk niet dat mensen met hyperacusis bewust worden gediscrimineerd, maar het is zeker zo dat – in Nederland of België – mensen die zich storen aan lawaai worden bekeken als zeurpieten en niet als een kwetsbare groep die inclusie behoeft. Ik moet me dus alsmaar schuldig voelen als mijn buurt weer transformeert tot kennel, het orkest van bladblazers, hakselaars en grasmaaiers ten dans speelt op zondagmiddag, of patserbakken en opgedreven motoren ’s nachts de slaapkamer opleuken.
Op de trein in België, moet ik zeggen, valt het ongelooflijk mee. Het valt zo hard mee zelfs, dat ik, toen ik mijn koptelefoon op mijn mobiel aansloot en een youtube-fragment op mijn laptop bleef spelen tot ieders gehoor behalve het mijne, IK daarop aangesproken werd.
Wat me vaak tegenvalt: musea, waar ik enkel een ver geroezemoes als ambient noise verdraag, maar zeker niet het mechanisch vervormde stemgeluid uit een of ander educatief filmpje in de aanpalende zaal. In Treignes was het weer van dat. De fantastische expositie over het varken en het zwijn in de oudheid, werd opgeluisterd met een demo van hoe de Carnyx werkt. Toen niemand keek, heb ik het filmpje op de touchscreen gepauzeerd. Maar zo toegankelijk is de bron van lawaai lang niet altijd.
Ik vrees dat het wel opzet is. Ik ken iemand die last heeft van geluid en erover heeft gecorrespondeerd met de NS en als antwoord krijgt dat de reizigers het zelf maar moesten uitzoeken.