
Als de techniek een beetje werkt, gaat dit blogje op donderdagmorgen automatisch online. Ik heb dit stukje wat langer geleden voorbereid omdat ik momenteel in Spanje ben, ter voorbereiding van een boek dat ik aan het maken ben over de laatste jaren van Julius Caesar. Zoals ik al eens schreef, kende ik de regio rond Lleida nog niet, en daarom ben ik nu dus daar. Althans, als alles volgens plan is verlopen, maar de treinen en bussen functioneren hier doorgaans goed.
Hemelvaart
Ter zake: het is Hemelvaartsdag. Dat is een wat ongemakkelijk christelijk feest. Immers, als het graf leeg was en Christus was opgestaan, en als Christus goddelijk was, waarom was hij er dan niet meer? Het logische antwoord is dan: omdat hij ten hemel is gevaren. Het problematische is dat slechts één auteur deze gebeurtenis vermeldt, namelijk de auteur van de Handelingen van de Apostelen, het vervolg op het Evangelie van Lukas. En één bron is geen bron.
Nog complexer is het dat de auteur zichzelf tegenspreekt, want in zijn evangelie schrijft Lukas nog dat Jezus in de hemel is opgenomen op de dag van zijn opstanding.noot Dan vallen Pasen en Hemelvaart dus op dezelfde dag, terwijl het in Handelingen een paar weken later was.
Met de autheniticiteiscriteria waarmee historici proberen in antieke bronnen feit en fictie te scheiden, valt dit in de categorie non liquet: het kan waar zijn, het kan niet waar zijn. De gevolgtrekking is dus dat we nog eens moeten nadenken over die methode. (Daar zijn overigens alle goede onderzoekers het over eens: als de methode immers niet innoveert, stagneert een vakgebied.) De historiciteit van de gebeurtenis laat ik dus maar wat ze is, maar ik pik er een detail uit.
Veertig dagen
Handelingen begint wat verdedigend: Lukas – zo zullen we de auteur maar noemen – pareert kritiek dat Jezus niet echt uit de dood zou zijn opgestaan. Vermoedelijk kregen de eerste christenen nogal wat smalende opmerkingen te horen, maar Lukas bemoedigt ze.
Dat hij leefde heeft hij hun [de apostelen] na zijn lijden en dood herhaaldelijk bewezen door gedurende veertig dagen in hun midden te verschijnen en met hen over het koninkrijk van God te spreken.noot
De passage heeft echter een tweede doel: Jezus heeft de apostelen, d.w.z. de gezanten die het evangelie moesten verspreiden, instructies gegeven. Anders geformuleerd, ze zijn deskundig en de gelovige mag erop vertrouwen dat de eerste christelijke leiders goed waren geïnformeerd.
En natuurlijk duurde dat veertig dagen. Daarvoor hebben we een interessante parallel in de joodse apocalyptische tekst die bekendstaat als 4 Ezra (in de Engelse literatuur 2 Esdras).
4 Ezra
Geschreven na de verwoesting van Jeruzalem, is 4 Ezra ongeveer even oud als Handelingen en de Openbaring van Johannes, eveneens apocalyptiek. De auteur, die doet alsof hij de profeet Ezra is, beschrijft enkele visioenen, die erop neerkomen dat mensen niet moeten proberen te begrijpen waarom God heeft toegestaan dat de Babyloniërs (lees: Romeinen) het volk van Israël knechten, maar dat redding nabij is. De messias zal verschijnen en daarna zal de Wet van Mozes worden hersteld. Dat is een klus voor Ezra, die snel vijf klerken verzamelt en als een razende begint te dicteren.
Ze zaten veertig dagen lang. Overdag schreven ze, en ’s nachts aten ze brood. Wat mij betreft: ik sprak overdag, en ook ’s nachts hield ik mijn mond niet. In veertig dagen schreven ze 204 boeken. Toen veertig dagen voorbij waren, zei de Allerhoogste: “Het eerste dat u hebt laten schrijven, maak dat openbaar, zodat zowel de waardigen als de onwaardigen het lezen. Bewaar echter de laatste zeventig boeken, want die mag u alleen overhandigen aan de wijzen onder het volk. Daarin bevindt zich namelijk de bron van inzicht, de bron van wijsheid en de stroom van kennis.”noot
Veertig dagen om de kennis over te dragen: dat was het dus. De kring die 4 Ezra las, kon geloven dat de eigen leiders toegang hadden tot nog niet gepubliceerde delen van de Wet, en dus wisten wat ze deden. Iets dergelijks geeft de auteur van Handelingen mee aan zijn lezers. Hier ontstond de “apostolische successie”, die ik afgelopen zondag noemde.
Zelfde tijdvak
Troje is nooit veroverd!maart 7, 2023
De familie van Jezusoktober 12, 2025
Geweld in Judea (3)februari 12, 2017

Bepaalde teksten in het evangelie van Johannes doen sterk denken aan een hemelvaart van Christus.
In het vierde evangelie zijn er twee afdalingen van de Messias (Logos, Mensenzoon): een eerste keer waarin Hij in de wereld kwam die door Hem (Logos) is geworden, en waarin Hij lijdt en sterft, gevolgd door een verheerlijking (overwinning op Satan). (12.31) Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld, nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen worden.
Hij blijft evenwel na zijn dood nog enige tijd onder de mensen*. Voorbeeld: (20.17) ‘Houd Me niet vast [noli me tangere],’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’
Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest, die de Vader jullie in mijn naam zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat Ik tegen jullie gezegd heb.’ (Joh 14.26).
En (14.3) Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben.
Er is bijgevolg nog een tweede komst, waarin het Oordeel zal worden uitgesproken over de levenden en de doden. De doden zullen verrijzen. (Joh 5.28-29) Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen 29 en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden. Daarna volgt een tweede opstijging, dit keer met de levenden.
Geza Vermes heeft over dit onderwerp geschreven in zijn boek Christian Beginnings: “Johannes’ Mensenzoon, die Jezus symboliseert, is een ervaren reiziger in beide richtingen.” (p. 121)
Hoewel niet expliciet over hemelvaart wordt gesproken, kan dit waarschijnlijk toch uit dit evangelie afgeleid worden.
Ik zou wel benieuwd zijn naar wat er in het Grieks staat, of er een verschil is tussen in de hemel opgenomen (Lukas-evangelie) en ten hemel gevaren (Handelingen van de apostelen).
Lucas beschikte blijkbaar over een diverse woordenschat om dit opstijgen te beschrijven.
Lc 24.51: En terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.
“Ging … heen” : Grieks werkwoord “dia – histemi” (bedoeld wordt dat de afstand groter wordt, zich verwijderen)
“werd opgenomen in de hemel”: Grieks werkwoord “ana-pheroo” (opnemen)
Hand 1.9: werd Hij voor hun ogen omhooggeheven
“omhooggeheven”: Grieks werkwoord “epi-airoo” (optillen)
Hand 1.10: Terwijl Hij zo van hen wegging
“van hen wegging”: Grieks werkwoord “poreuoo” (weggaan, vertrekken) Letterlijk: ze bleven staren naar Hem die steeds kleiner werd.
Hand 1.11: Deze Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen
“opgenomen”: Grieks werkwoord “ana-lambanoo” (wegleiden, aan boord nemen)
Ik ben geen classicus! Veelal heb ik geput uit Bible Hub.
Ik heb begrepen dat de verwijzingen naar Hemelvaart vrij laat zijn, vierde-eeuws (Constitutiones Apostolorum, Filastrius van Brescia), vergeleken met andere kerkelijke feesten.
Veertig dagen:
Reeds Mozes had een veertigdaagse leerschool boven op de berg om door God onderricht te worden in de Wet. Een oude legende onder joden en kerkvaders wil dat hij toen ook als eerste sterveling in het alfabet werd onderwezen, dat voordien nog niet bestond. Tevens had Mozes deze tijd nodig om alles wat hem in Egypte was bijgebracht af te leren.
Ook de veertigjarige trektocht der Hebreeën door de woestijn is wel opgevat als de leerperiode die het volk nodig had om zich Mozes’ Wet eigen te maken en zich aldus voor te bereiden op de inbezitname van het Beloofde Land, a.h.w. een incubatietijd om als herboren daar binnen te gaan, na zich beetje bij beetje en met vallen en opstaan te hebben ontdaan van al wat hen na de uittocht nog aankleefde aan sporen van hun verblijf in het Egyptisch slavenhuis.
Koptische pseudo-evangeliën situeren de geheime woorden die Jezus zijn leerlingen toevertrouwt graag in de periode tussen diens verrijzenis en hemelvaart.