De last van subsidie

Multatuli’s bureau

Vandaag maakte de Amsterdamse Kunstraad zijn advies bekend over de wijze waarop de gemeente Amsterdam de komende jaren de schone kunsten moet subsidiëren. Daar gaan behoorlijke bedragen bij om, en menigeen was geïnteresseerd hoe zijn of haar favoriete instelling was beoordeeld. De server van de website waarop een en ander werd aangekondigd, schijnt de toeloop niet aangekund te hebben: de website was vanmiddag onbereikbaar.

Eén van de instellingen waarin ik zelf belang stel, is het Multatuli Huis, dat de herinnering levend wil houden aan een schrijver die, met een woord van W.F. Hermans, al ruim een eeuw interessant is. Dat schreef Hermans ook alweer een tijdje geleden, dus u mag daar best “anderhalve eeuw” van maken. Dat er een museum aan hem is gewijd, is dubbel en dwars terecht.

Of de piepkleine ruimte ook te exploiteren valt, is een andere kwestie. Het oordeel van de Kunstraad dat er “op die 80 m² in de binnenstad geen museale omstandigheden te scheppen zijn” lijkt me correct. Het museum moet het hebben van donateurs en vrijwilligers en straalt een zeker amateurisme uit. In de beste zin van het woord: de betrokkenen zijn liefhebbers, de aardige conservatrice leidt je op een ontzettend hartelijke manier rond en elke bezoeker loopt er voldaan weg. Maar af en toe is het ook onprofessioneel. Ik ben sinds kort lid van het Multatuli Genootschap, maar heb nog altijd niet vernomen hoe ik mijn contributie kan voldoen.

Ik was dus wel benieuwd naar het advies van de Kunstraad. Hier is de slotconclusie:

Om de instelling te behouden adviseert de Amsterdamse Kunstraad de gemeente het pand voor 1 euro over te dragen aan het Multatuli Genootschap. Hoewel dan verantwoordelijk voor het eigenaarsonderhoud, hoeft het Multatuli Huis dan geen huur meer te betalen en geen energie meer te steken in zijn positionering binnen het kunstenplan.

Als ik het goed begrijp – maar ik zit hier niet echt in – wordt hier in feite een constructie ongedaan gemaakt. Het huis is ooit voor 1 gulden aan de gemeente overgedragen; nu blijkt dat die constructie het Genootschap dwingt zich in allerlei bochten te wringen, maakt men er een einde aan. En dat is eigenlijk het punt wat mij het meeste trof: de slotwoorden dat het Genootschap dan “geen energie meer hoeft te steken in zijn positionering binnen het kunstenplan”.

Ik heb in het verleden wel eens gezien hoeveel tijd mensen kwijt waren aan de papierwinkel die samenhing met een subsidieaanvraag. Dat was heel, heel veel, en hun frustratie was begrijpelijk. (De noodzaak tot gedegen controle begrijp ik overigens eveneens.) Dit is de eerste keer dat ik zie dat een adviesorgaan zwart op wit toegeeft dat subsidie soms meer vraagt dan oplevert.

4 gedachtes over “De last van subsidie

  1. Voor mij is de hele discussie over bezuinigingen in de kunsten en de musea een raadsel. Het is typisch dat in Nederland de kunsten worden ervaren als een last, een kostenpost, iets waar Henk en Ingrid niet van genieten en waarnaar daarom geen subsidie mag vloeien.

    Maar het kan ook anders.

    Jarenlang was Berlijn arm, en eigenlijk banktroet. Toch onderhield de stad 5 operagezelschappen (waarvan 2 grote), de Berliner Philharmoniker en de prachtige musea op het Museum insel en nog veel meer. Ik geloof dat Berlijn een budget van 160Meur per jaar had voor de kunsten.

    Nu is Berlijn DE sexy en übercoole stad van Duitsland. Iedereen wil er naar toe, het aantal kamerboekingen stijgt ieder jaar enorm.

    Het wordt tijd dat we in NL de kunsten en de musea gaan zien als essentiele onderdelen van een echte stad, als kansen ipv belasting.

  2. Mij staat nog mijn prive leraar nederlands na zo’n 40 jaar nog levendig voor ogen. (Ik was nogal slecht in kofschip enzo, heeft trouwens niets geholpen ben ik nog steeds) De beste man was helemaal gek van Multatuli en leuterde daar eindeloos over door. En natuurlijk heb ik eindeloos Multatuli moeten lezen en moeten analyzeren. Dus ik heb er nu een zo ontstellende hekel aan dat het idee dat dat specifieke deel verloren gaat me met groot plezier vervult. Het spijt me, ik ben een cultuurbarbaar.

  3. MNb

    MarcodB: hoewel ik, destijds als Zaankanter, altijd een gezonde hekel aan Amsterdam heb gehad ben ik het volstrekt eens. Dankzij Stadsschouwburg, Stopera, Concertgebouw en Rijksmuseum kon ik ook niet zonder.

Reacties zijn gesloten.