Iraans erfgoed

Lotfollah-moskee, Isfahan

Ik heb vandaag viermaal de vraag voorgelegd gekregen wat ik vind van het dreigement van de Amerikaanse president Trump om Iraans erfgoed te vernietigen.

Ik vind dat heel erg en ik heb gespeeld met de gedachte tweeënvijftig foto’s online te plaatsen om u een beeld te geven van waar het om gaat. Het gaat om werelderfgoed en de vernietiging daarvan is een oorlogsmisdrijf.

Dat kan echter niet het laatste woord zijn. Deze escalatie is ongewenst en we moeten onze afschuw zeker uitspreken, maar ik heb liever dat het accent daarbij wat minder ligt op het erfgoed en wat meer op het vermijden van bloedvergieten.

Zie ook de Tweet van Michael Press.

Er is er een jarig

Frankfurt

Het eerste stukje van het nieuwe jaar: ik wens u het allerbeste.

En ik begin het nieuwe jaar met een stukje over een zegening die ik vandaag tel: de Europese samenwerking. Die is geen panacee voor alle kwalen, maar wel degelijk nuttig, en dan denk ik vandaag vooral aan de invoering van de gemeenschappelijke munt. Dat die fantasieloos euro moet heten is omdat politici écu te Frans vonden klinken, wat alweer aangeeft hoezeer het een gedrocht is, beklonken in de politiek. En zoals we de afgelopen jaren hebben gezien was het monetair beleid niet zelden eveneens een gedrocht. Ik denk bijvoorbeeld dat Griekenland dwaas is geweest maar dat de bestraffing excessief was. Dat alles wil niet zeggen dat ook het bestaan van de euro een gedrocht is.

Waarom kregen we de euro ook alweer? Niemand zat er werkelijk op te wachten – zeker de bankiers niet. Het besluit over te schakelen op één munt was zuiver politiek: de twee Duitslanden wilden zich na 1989 verenigen, en Frankrijk, dat begreep politiek en economisch overvleugeld te zullen worden, eiste controle over de Duitse mark. De euro was een dappere uitruil en alleen al hierom verdienen Kohl en Mitterand een standbeeld. Wie er meer over wil weten, moet The Road to European Monetary Union van André Szász maar lezen.

Lees verder “Er is er een jarig”

Een museum als belediging

Maa-Palaiokastro, Museum voor de Griekse kolonisatie

In de Late Bronstijd, bezochten Mykeense Grieken Cyprus. Hun producten zijn op allerlei plekken gevonden, de naam “Alashiya” (Cyprus) is te vinden op Lineair-B-tabletten, Hithitische teksten vertellen dat een krijgsheer uit Ahhiyawa (Griekenland) een expeditie deed naar Alashiya en aan boord van het Uluburun-schip, dat tjokvol bronsbaren uit Cyprus lag, lijken twee Mykeense krijgers te hebben gevaren, op weg naar huis. Toen in het Griekse moederland de paleisburchten in de dertiende eeuw v.Chr. ten onder gingen, trokken vluchtelingen naar Cyprus. Een van hun vestigingsplaatsen was Maa-Palaiokastro, de voorganger van het latere Pafos. Na een kwart eeuw werd deze plek alweer ontruimd.

Kort als de Grieken er hebben gewoond, laten we zeggen van 1200 tot 1175 v.Chr., de plek was wel de plek waar ze echt woonden. Alle eerdere aanwijzingen zijn nog te verklaren als handel, als krijgers die komen en gingen, als kooplieden die waren gemigreerd naar hun afzetmarkt. Maar Maa-Palaiokastro is een echte Griekse nederzetting en dat maakt de opgraving nogal symbolisch voor het huidige Cyprus. De meeste Cyprioten spreken immers Grieks en volgen de Cypriotische variant van het Griekse christendom. Een Cyprioot herkent in Griekse liedjes iets dat hem aanspreekt en zal op het Eurovisie-songfestival dan ook douze points geven aan Griekenland.

Lees verder “Een museum als belediging”

Verkiezingen in Algerije

Oproep om te gaan stemmen in het tifinagh-schrift van de Berbers.

Akkoord, ik wist dat ik, door op reis te gaan naar Algerije, zou belanden in een land waar de aanloop naar de nieuwe verkiezingen onrustig was verlopen. Samengevat: president Abdelaziz Bouteflika is dit voorjaar afgetreden, de verkiezing van zijn opvolger is tweemaal uitgesteld en er zijn nu vijf kandidaten die, in de ogen van een aanzienlijk deel van de bevolking, teveel onderdeel uitmaken van het systeem om geloofwaardig te zijn. Er zijn echter wel veranderingen gaande. In een recente rechtszaak zijn twee oud-premiers wegens corruptie veroordeeld (“Le système Bouteflika en accusation” kopte een krant). Het lijkt de bevolking echter niet te overtuigen (een analyse hier).

Eigenlijk hebben we elke dag wel ergens demonstraties gezien tegen de verkiezingen en vóór structurelere hervormingen, maar het was mijn opzet daar niet over te schrijven. Gewoon aan voorbij lopen, geen fotografie, netjes doen wat de politie je opdraagt en geen partij worden. Ik ben hier niet om politieke redenen. Maar (a) het thuisfront begint zich zorgen te maken en hen wil ik toch even geruststellen en (b) als hier een revolutie aan het uitbreken is, dan is het een wel heel vriendelijke. Dus toch maar even een blogje.

Lees verder “Verkiezingen in Algerije”

De West-Anatolische cultuur

Een oinochoë ofwel wijnschenkkan uit Milete (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Voor Nederlanders ligt de grens met de grote oosterbuur al een paar eeuwen onveranderlijk vast. Sinds de Pragmatieke Sanctie van 1549 dus. Die grens is inmiddels volkomen onzichtbaar. Fiets van Glanerbrug naar Gronau en je zult zien dat er maar weinig verandert. Omdat de rijksgrens net zo goed een gemeentegrens had kunnen zijn, kunnen wij ons niet goed voorstellen dat een grens ook een open zenuw zou kunnen wezen. Voor de Grieken is dat anders. Thessaloniki, de op één na grootste Griekse stad, ligt pas sinds 1912 binnen Griekenland. Smyrna, ten oosten van de Egeïsche Zee, was vele eeuwen een centrum geweest van de Griekse cultuur toen het in 1922 verloren ging. Dus minder dan een eeuw geleden. Open zenuw.

Dat geldt omgekeerd voor de Turken. Ik zal niet snel de wrange lach vergeten van de man die moest toegeven dat “Istanbul” een Griekse etymologie had (eis ten polin, “naar de stad”) en langer de naam Constantinopel had gedragen dan de huidige naam. Ik begrijp die gevoeligheid niet, maar wat je niet rationeel vindt, hoeft daarom nog niet irreëel te zijn. Grenzen zijn in Zuid0ost-Europa meer dan bij ons een gegeven en dat geldt ook voor wantrouwen jegens de buren.

Lees verder “De West-Anatolische cultuur”

Nucleus accumbens

Ik heb een zwak voor Multatuli, hoewel er van mijn voornemen vaak over hem te schrijven nooit iets is geworden. De Mainzer Beobachter werd een Oudheidblog. Gelukkig is er inmiddels de Multatuli-leesclub op Neerlandistiek, waar Marc van Oostendorp het hele oeuvre van Douwes Dekker systematisch doorneemt met iedere zaterdag weer een als dialoog gecomponeerd stukje. Afgelopen zaterdag kwam een bekend incident aan de orde. Actrice Mina Krüseman had voor de opvoering van Vorstenschool een contract bedongen waarin was geregeld dat zij zelf ƒ125 kreeg per voorstelling en Douwes Dekker ook nog eens ƒ25. Dit laatste was een leuke bonus, want in die tijd kreeg de auteur van een toneelstuk een eenmalige betaling. En dat was dan dat.

Krüseman verwachtte dat Douwes Dekker, die nooit goed bij kas was, blij zou zijn, maar die was ontstemd. Als ik me goed herinner vatte hij de situatie samen als zou een Multatuli slechts een vijfde Krüseman waard zijn. Wat Krüseman niet wist, niet weten kon, was dat mensen een hersenkronkel hebben die nucleus accumbens heet. Maar voor ik dat uitleg, eerst even een voorbeeld van ruim een eeuw later, uit Zwitserland.

Lees verder “Nucleus accumbens”

Een band van millennia

Politici zeggen weleens domme dingen. Van Agt die zichzelf een ariër noemde. Rutte die niet wist hoe het Romeinse Rijk ten onder was gegaan. Donald Trump die beweert dat de Verenigde Staten en Italië zijn verbonden door een gedeelde culturele en politieke erfenis die duizenden jaren ver teruggaat tot het oude Rome.

Het gaat me er nu niet om dat de Verenigde Staten pas in 1776 zijn ontstaan en dat Italië nog bijna een eeuw jonger is. De geest van de opmerking is dat er een westerse culturele traditie is waarvan beide landen deel uitmaken. En dat, beste lezers, is iets wat vaker wordt aangenomen dan bewezen.

Lees verder “Een band van millennia”