Ach ja, de VVD

vvd_logo

Ach ja, de VVD. Als zwevend kiezer heb ik ook weleens op die partij gestemd. Voor het stadsdeel. Ze maakte haar verkiezingsbeloften waar – het vuilnisprobleem werd inderdaad opgelost – en de keer daarna waren er weer andere partijen die mijn stem waard waren en dus zweefde ik verder.

Maar goed. Ik beschouw de VVD dus als een in principe normale partij. Het probleem is dat de grenzen van die normaalheid wel in zicht zijn. Mark Rutte begrijpt niet wat waarheid is en er is inmiddels een te lange reeks halve schandaaltjes en hele schandalen. Oké, een partij met een abonnement op de macht levert bovengemiddeld veel bewindslieden en heeft dus ook bovengemiddeld veel integriteitskwesties, maar het zijn er boven-bovengemiddeld veel. Als ik VVD-lid zou zijn raakte ik langzamerhand verontrust. Erg verontrust. Heel erg verontrust.

Lees verder “Ach ja, de VVD”

Zomaar een idee

Minerva’s uil denkt er het zijne van (Gevelsteen, Nieuwe Uilenburgerstraat 88, Amsterdam)

Over twee maanden zal mijn vriendin H. moeder worden. Ik denk niet dat iets aan het geluk van het jonge gezin zal afdoen, maar er is wel een probleempje. H. is nog niet zo lang geleden afgestudeerd en kan geen betaald werk vinden. Terwijl ze voor elke werkgever een droomkandidaat is: ze heeft niet één maar twee academische opleidingen gevolgd, waarvan één in het buitenland. Zo iemand wil je als werkgever in dienst hebben, maar een zwangere vrouw kan na afloop van een sollicitatiegesprek fluiten naar een tweede gesprek, laat staan naar een aanstelling. Ik begrijp ergens ook wel waarom dat zo is: een werkgever betaalt niet graag voor mensen die niet werken en als hij zoiets kan vermijden, zal hij dat doen. In een meer volmaakte wereld zou deze cynische argumentatie echter niet bestaan.

Het NRC Handelsblad plaatste onlangs een artikel over deze problematiek en spitste het toe op één groep: vrouwelijke wetenschappers die moeilijk een onderzoekssubsidie krijgen. In dit geval is de genoemde cynische argumentatie niet van toepassing, want die beurs is niet gekoppeld aan een bepaald aantal uren op kantoor maar aan een wetenschappelijk eindproduct. Dat vrouwen door de aard van de procedure worden achtergesteld, oogt als discriminatie. Ik schrijf “oogt” omdat de kwestie bij de rechter ligt. Dat is dan ook waarom het in de krant staat, want voor het overige is het vanzelfsprekend geen nieuws dat vrouwen het op de arbeidsmarkt lastig hebben.

Lees verder “Zomaar een idee”

Politici, vluchtelingen en showbusiness

Eind jaren tachtig wilde het Nederlandse kabinet de belastingwetgeving hervormen: het belastingplan-Oort. Premier Lubbers wilde dat de aanpassing brede parlementaire steun zou krijgen, maar dat leek niet te gaan lukken.  “Dan maar met weinig steun”, zal hij hebben gedacht, “maar dat moet niet teveel opvallen.” Als ik het me goed herinner, heeft hij die brede steun uiteindelijk wel gekregen, maar in januari 1989 leidde hij wel de aandacht van deze kwestie af. Hij liet de laatste nog gevangen zittende oorlogsmisdadigers vrij, de Twee van Breda.

Het is een smerige truc, maar dit is hoe politiek werkt. Het is voor een deel showbusiness. Soms zelfs echt. Bij de begrafenis van een beroemd staatsman komen politici uit de hele wereld hun eer bewijzen en het is publiek geheim dat er dan zaken worden gedaan. De premier van Israël wil echter niet worden gefotografeerd terwijl hij spreekt met de minister van economie van Iran, en dat weet het gastheerland ook. Dus organiseert die een concert, en terwijl de pers de daar aanwezige premiers aan het filmen is, zijn de ministers druk aan het overleggen. Degenen die niet aanzitten bij het staatsbanket, of die halverwege weg gaan, zijn altijd interessanter dan degenen die blijven.

Lees verder “Politici, vluchtelingen en showbusiness”

Wat Paulus met blauwe inkt schreef

Gustave Doré, Paulus

Toen hij zich moest verantwoorden voor het misdadige Amerikaanse migratiebeleid, dat kinderen met geweld aan hun ouders ontrukt en ze voor onbepaalde tijd in kampen opsluit, verwees minister van Justitie Jeff Sessions naar de Bijbel. Niet naar koning Herodes, zoals misschien toepasselijker was geweest, maar naar “de apostel Paulus en zijn duidelijk en wijs gebod in Romeinen 13 om de wetten van de regering te gehoorzamen, omdat God ze heeft uitgevaardigd om de orde te handhaven”.

Hij bevond zich wel in goed gezelschap met die verwijzing, want die regels zijn vaker gebruikt als zelfrechtvaardiging door onderdrukkers. Door negentiende-eeuwse slavenhouders in Amerika, bijvoorbeeld, door de Nazi’s en door het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Dat roept de vraag op in hoeverre Paulus’ woorden zich lenen voor zulke repressieve toepassingen. Hier komen ze:

Lees verder “Wat Paulus met blauwe inkt schreef”

Partizanen, communisten en bunkers

Standbeeld voor Mujo Ulqinaku, Dürres

Ik houd niet van de monumenten waarmee de gevallen helden doorgaans worden geëerd. Strijdbare opschriften roepen van alles, terwijl je weet dat geen enkele sneuvelende soldaat ooit heeft gedacht aan koning of vaderland. Zo’n arme drommel verging van de pijn, zal zijn commandanten hebben vervloekt en aan zijn gezin hebben gedacht. Wat het “veld van eer” heet is een stinkende poel van zand, schroot en bloed. Dáárvoor een monument oprichten – ik begrijp waarom het gebeurt maar ken slechts een paar geslaagde kunstwerken.

Dit is er een. Het staat in Dürres en stelt Mujo Ulqinaku voor, de Albanese majoor Landzaat. Hij is gesneuveld toen de Italianen op 7 april 1939 Albanië binnenvielen.

De Italianen hadden al eens eerder geprobeerd het land te veroveren. In de zomer van 1920 waren ze echter verjaagd en Mussolini had het getypeerd als een regelrechte nederlaag. Negentien jaar later, kort nadat de Duitsers Tsjechoslowakije hadden bezet, meende de Duce dat de tijd was gekomen om de smaad uit te wissen en hij zorgde ervoor dat hij kon beschikken over 400 vliegtuigen, 22.000 soldaten en een reserve van nog eens 78.000 man. Dat is nogal veel om een land te bezetten waar op dat moment een miljoen mensen woonden en dat een leger had van 8.000 man.

Lees verder “Partizanen, communisten en bunkers”

Ikoon

Ikoon met de bron des levens

Berat mag dan het antieke Antipatreia zijn, de Oudheid is niet waarom je in deze mooie stad bent, al denk ik dat ik op de citadel wat hellenistisch muurwerk heb gezien. Die citadel, dát is waarom je hier komt, en het moet gezegd: die is buitengewoon de moeite waard. Er ligt daar een compleet dorp, hoog boven de witte huizen van de stad, met een stuk of veertig kerken (om twaalf uur vandaag meer over dit duizelingwekkende aantal), kasseienstraten, twee moskeeën, torens, een indrukwekkende toegangspoort en natuurlijk een brede en hoge muur. Er is trouwens ook een modern beeld van Constantijn de Grote omdat de Albanezen denken dat deze keizer in hun land is geboren.

Eén van de kerken is gewijd aan Maria Hemelvaart en in het eraan grenzende Onufri-museum fotografeerde ik deze icoon. U ziet Maria en de “bron des levens”, maar het gaat me om de achtergrond: twee moskeeën. Je kunt dat interpreteren alsof Gods liefde zich uitstrekt naar niet-christenen. Ik vermoed dat dat ook is wat de onbekende kunstenaar uit de achttiende eeuw heeft willen zeggen: wij Albanezen horen bij elkaar. Zie ik het (vanuit mijn toeristische ivoren toren) goed, dan spelen er in elk geval momenteel weinig religieuze spanningen. Na de Culturele Revolutie van Hoxha, die in de jaren zestig alle uitingen van religiositeit verbood, is dat misschien ook niet zo vreemd: moslim of christen, ze delen allemaal dezelfde nare ervaringen en hebben allemaal op gelijke wijze hun religie aan de nieuwe tijd aangepast.

Lees verder “Ikoon”

Never Enver

Bij Berat

Zoals u misschien vermoedde na mijn drie stukjes over Alexanders veldslag bij Pellion, over Eleni Karinte en over de Albanese grootheden Hoxha en Kadare, zwerf ik momenteel over het zuidelijke deel van het Balkanschiereiland. We zijn begonnen in Thessaloniki, mijn favoriete stad in Griekenland, en doorgereisd naar Pella en Kastoria. Hiervandaan reden we Albanië binnen en bekeken de Bronstijd-grafheuvel Kamenica en het stadje Korça (iedereen drinkt hier Korça-bier). We zijn verder gegaan naar de Macedonische steden Ohrid en Bitola, die ooit Lychnidos en Herakleia hebben geheten. De opgraving van de laatste stad is de moeite waard en de kerken van de eerste zijn dat nog meer.

We reden opnieuw naar Albanië en kwamen aan in Tirana, met een mooi museum. De Albanese hoofdstad was minder saai dan me was voorgehouden. Sowieso bevalt dit land me wel: rijk is het niet, maar de voorzieningen zijn alleszins redelijk en de mensen nemen voor alles rustig de tijd. Ik ben er ondertussen niet blind voor dat een deel van de bevolking erg arm is. In de stadscentra merk je het niet zo, maar in een dorp als Kamenica wel.

Lees verder “Never Enver”