Misverstand: Mensenrechten

De Cyruscilinder (British Museum, Londen)

Misverstand: De Cyruscylinder is ’s werelds eerste mensenrechtendocument

In december 2008 corrigeerde de Nederlandse uitgave van de National Geographic een vergissing uit het augustusnummer van hetzelfde jaar: een uiting van de zelfkritiek waaraan het blad zijn onverwoestbare reputatie van degelijkheid te danken heeft. De fout lijkt op het eerste gezicht triviaal: de National Geographic had ten onrechte geschreven dat de Perzische koning Cyrus de Grote ooit zou hebben geproclameerd nooit tot oorlog te zullen besluiten om heerschappij te verwerven.

Deze woorden komen uit een vervalste vertaling van de zogeheten Cyruscilinder, een in Babylon gevonden, in het Babylonisch geschreven en voor de Babyloniërs bedoelde tekst, waarin Cyrus claimt – en dit staat er wel – dat hij enkele onrechtmatig opgelegde herendiensten afschafte en sommige gedeporteerde goden en hun vereerders liet terugkeren. Dit laatste lijkt te bevestigen wat in de Bijbel staat: dat de Joden die door de Babylonische koning Nebukadnessar II in 586 naar Babylonië waren gedeporteerd, mochten terugkeren toen Cyrus in 539 Babylon had veroverd.

Lees verder “Misverstand: Mensenrechten”

Misverstand: De beslissendheid van de Perzische Oorlogen

Modern monument in Thermopylai

Misverstand: De Perzische Oorlogen waren beslissend voor de Europese cultuur

Tien jaar na de Perzische nederlaag bij Marathon probeerde de Perzische koning Xerxes (r. 486-465) Griekenland te veroveren. In de zomer van 480 versloeg hij een Grieks leger dat probeerde de toegang tot Griekenland te blokkeren, terwijl zijn zeemacht de vijandelijke vloot verdreef. Stormen en een verloren tweede zeeslag leidden echter tot grote Perzische verliezen, zodat het offensief niet verder kwam dan Athene en Korinthe. Om redenen die nooit helemaal duidelijk zijn geworden, trok Xerxes een groot deel van zijn troepen terug. Het restant werd in 479 door de Griekse legers verslagen.

Veel negentiende-eeuwse historici redeneerden dat als de Grieken de oorlog met Perzië zouden hebben verloren, de nieuwe heersers in Athene de democratie zouden hebben vervangen door een intolerante tirannie. De Atheense cultuur zou ten onder zijn gegaan in een draaikolk van oosters despotisme, irrationaliteit en wreedheid. De democratie en de Griekse filosofie zouden in de kiem zijn gesmoord en de Griekse cultuur zou een ander karakter hebben gekregen. De Duitse oudhistoricus Eduard Meyer (1855-1930) wist:

Lees verder “Misverstand: De beslissendheid van de Perzische Oorlogen”

Het Teheran van F. Springer

“Het Shayad-monument doemde op. ‘De pik van Arie. Kijk er nog eens goed naar. Die moet een nieuwe naam krijgen.” (p.344)

Er is een romantisch idee over literatuur dat een goede auteur zich onderscheidt van vakbekwame auteurs doordat hij een bepaalde intuïtie bezit die hem of haar doet aanvoelen wat nog belangrijk zal gaan worden. De auteur als profeet: ik weet dat ik me aan obscurantisme te buiten ga. Maar toch: sommige boeken overstijgen de plaats- en tijdgebondenheid van hun auteur. Dan blijkt die aangevoeld te hebben, misschien niet eens bewust, dat er andere visies mogelijk zijn, en een latere generatie ontdekt dat die perspectieven in zo’n boek dan al aanwezig zijn. Teheran, een zwanezang van F. Springer (pseudoniem van C.J. Schneider) is volgens mij zo’n boek.

Springer zelf was niet bepaald positief over de Iraanse Revolutie, die hij meemaakte terwijl hij als diplomaat was gestationeerd in Teheran. Hij zou later opmerken dat hij zelfs niet meer over Iran wilde vliegen en in zijn roman laat hij een Nederlandse diplomaat samenvatten dat de Middeleeuwen op de stad neerdalen. Omdat de revolutie in Teheran, een zwanezang zo negatief wordt beoordeeld, blijft wat mysterieus waarom een van de vrouwelijke personages thuisblijft in Iran en een kans laat lopen zich in veiligheid te brengen.

Lees verder “Het Teheran van F. Springer”

Waar moet dat heen?

Nadine Labaki in “Et maintenant on va où?” (©Sony Pictures)

Ik ken weinig rauwere films dan Capharnaüm, waarmee de Libanese regisseuse Nadine Labaki twee jaar geleden internationaal de aandacht trok. Simpel samengevat: een jongen klaagt zijn ouders aan omdat ze hem geboren hebben doen worden. Welbeschouwd heeft hij een punt, omdat hij voorbestemd is voor een leven vol ellende. De film loopt goed af maar de ellende die de bioscoopbezoeker te zien krijgt garandeert een doorwaakte nacht.

Ik beken dat ik me met een lichte aarzeling onderwierp aan een eerdere film van Labaki, Et maintenant, on va où? (2011). Hoewel het begon met een uitvaart, was het dit keer allemaal heel wat lichtvoetiger. In een dorpje – de opnames vonden plaats in Taybeh, onder de rook van Baalbek – wonen christenen en moslims gebroederlijk naast elkaar, maar door gebeurtenissen buiten het dorp raken de twee bevolkingsgroepen toch tegen elkaar opgezet. Dat wil zeggen: de mannen voelen zich aan hun eer verplicht aangedane beledigingen te vergelden.

[spoilers na de break]

Lees verder “Waar moet dat heen?”

Bericht uit Curaçao

Willemstad, Pontjesbrug

Eerder deze week maakt het kabinet bekend dat het een financiële bijdrage wilde leveren om de enorme problemen op te lossen die door het corona-virus in Zuid-Europa zijn ontstaan. Ondertussen lijkt in Nederland niemand oog te hebben voor het feit dat er binnen het Koninkrijk nog meer problemen zijn: op de Caraïbische Eilanden. Daar dreigen toestanden zoals u zich herinnert van Haïti na de cycloon Sandy of na de piramidespelcrisis in Albanië. Honger, plundering, instorting van het openbaar gezag en uiteindelijk noodhulp door de internationale gemeenschap.

Ik heb familie op Curaçao en hoor nu al nare verhalen; u kunt het stuk in De Volkskrant van vanmorgen lezen of de onderstaande “open brief” lezen die mw Manon Hoefman schreef aan minister Hoekstra.

***

Beste Minister Hoekstra,

Op Curaçao is maandag een lockdown afgekondigd, waarbij mensen alleen naar buiten mogen om boodschappen te doen, vitale beroepen uit te oefenen of voor noodgevallen. Ons luchtruim is gesloten voor iedereen van buitenaf, bedrijven zijn dicht en we zijn verplicht om thuis te blijven.

De economische problematiek van een dergelijke Coronacrisis geldt natuurlijk wereldwijd, maar op zo’n klein, Caribisch eiland als Curaçao, is dat wel direct heel tastbaar. Op Curaçao kennen wij geen sociaal vangnet. Uitkeringen, premies, tegemoetkomingen… er is hier niets. Dat maakt het voor een groot deel van de bevolking schijnend simpel: no work – no pay, no pay – no food.

Ik begrijp dat alle lokale beslissingen, met de beste intenties voor het bewaken van de volksgezondheid en met inachtneming van de beperking van onze gezondheidszorg zijn genomen, maar ik vraag me inmiddels wel af of dit in verhouding staat tot de huidige gevolgen voor onze economie. Wat hebben we aan gezondheid, als niemand meer in zijn onderhoud kan voorzien?

40% van onze economie draait op toerisme en met spin-off is dat eerder 50 tot 60%. Echter komen er nu – en wie weet voor hoe lang – geen toeristen meer naar Curaçao en is de kraan met de noodzakelijk buitenlandse geldstroom al meer dan twee weken gesloten. Nu vervolgens ook nog het laatste stukje van onze lokale economie op slot is gegaan, is er voor bedrijven helemaal geen mogelijkheid meer om overeind te blijven.

Ik probeer het regelmatig objectief en in een macroperspectief te bekijken, maar in geen enkel scenario ontkom ik aan het beeld, dat dit nog jarenlang een impact zal hebben op ons bestaan en gevolgen zal hebben voor ons dagelijks leven. Een donker toekomstbeeld op een zo zonnig eiland.

Echter nog veel zorgwekkender vind ik de nabije toekomst. Ik ben op dit moment vooral bang voor de directe gevolgen van al die mensen die geen reserves of alternatieven hebben. Vanaf het moment dat deze mensen geen inkomen meer hebben, is er nood en honger. Hoe langer deze situatie aanhoudt, hoe groter deze groep wordt en hoe groter deze groep wordt, hoe hoger de kans op escalatie en criminaliteit… mensen in nood maken rare sprongen.

Natuurlijk zijn ook wij op Curaçao, trots op de humanitaire, medische steun die Nederland de Europese landen in nood wil en kan bieden, maar wilt u in uw overwegingen ook rekening houden met uw medebewoners in het Nederlands Koninkrijk? Wij hebben het momenteel misschien medisch gezien nog onder controle, mede vanwege het adequaat handelen van onze regering, maar financieel is de nood hier aan de man.

Wij begrijpen dat uw hulp, de hulp van Nederland aan Curaçao, de nodige consequenties met zich mee zal brengen, dat er strenge, strakke voorwaarden aan gesteld zullen worden en dat hier uitgebreid over onderhandeld moet worden. Maar wij, de inwoners van Curaçao, hebben die tijd niet. Wij hebben jullie hulp nu nodig.

Dus ik hoop dat wij spoedig ook een persbericht mogen lezen over “substantieel bijdragen aan de volksgezondheid in het Caribische deel van het Nederlands Koninkrijk”.

Met een zeer bezorgde groet,

Eén van de koninkrijkskinderen

Misverstand: Democratie

De Atheense Volksvergadering wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

Misverstand: Onze democratie komt uit Athene

Eén van de opvallendste trekken van het klassieke Athene was de democratie, een woord dat letterlijk betekent dat het volk, de demos, de macht uitoefende, kratein. De Atheense volksvergadering, waaraan zo’n zesduizend mannen deelnamen, had reële bevoegdheden. De Atheense historicus Thoukydides (ca. 460 – ca. 395) legt de politicus Perikles het volgende in de mond:

We hebben een staatsvorm die geen kopie is van de instellingen van onze buren. In plaats van anderen na te bootsen, zijn wij juist een voorbeeld voor hen. Onze staatsvorm heet een democratie, omdat ze in handen is van velen en niet van enkelen. In onze persoonlijke geschillen verzekeren onze wetten gelijk recht. (Thoukydides, De Peloponnesische oorlog 2.37.1; vert. M.A. Schwartz)

Menig modern politicus zou het niet anders zeggen. Het oude Atheense staatsbestel vertoont ontegenzeggelijk gelijkenis met ons politieke systeem. Maar dat de huidige westerse democratie op de Griekse terug zou gaan, zoals nog in 2007 in een Nederlands schoolboek werd vermeld, is nu net niet waar. Alleen het woord is uit het Oudgrieks overgenomen.

Lees verder “Misverstand: Democratie”

MoM | Er is geen jaar nul (en dat doet ertoe)

Als keizer Trajanus net zo leergierig was geweest als Alexander de Grote had ik dit blogstukje vandaag niet hoeven schrijven. Toen Alexander de stad Babylon veroverde, liet hij zijn wetenschappelijk adviseur (vrijwel zeker Kallisthenes) inventariseren wat daar aan interessante informatie in de bibliotheken lag. Daarbij behoorde een grote hoeveelheid astronomische waarnemingen en de beste benadering van het zonnejaar die de wereld tot dan toe had gezien. Binnen een jaar had Alexander de Griekse kalenders laten aanpassen: ze waren niet langer gebaseerd op de Cyclus van Meton maar op die van Kallippos. Ook de Canon van Ptolemaios gaat op deze culturele roofbuit terug. En het idee van een wereldbibliotheek, zoals later toegepast in Alexandrië.

Maar Trajanus was dus niet zo leergierig en zo kwam het dat een belangrijke uitvinding die de Babylonische geleerden in de tussentijd hadden gedaan, de nul, niet bekend werd in het westen tot Gerbert van Aurillac en Fibonacci die in de Volle Middeleeuwen introduceerden. Hierdoor telt onze jaartelling, die vorm kreeg in de zesde eeuw n.Chr., vooruit (het jaar één, het jaar twee, het jaar drie…) en achteruit (één voor Christus, twee voor Christus…). Zo werkten alle antieke kalenders met een vast beginpunt. De ellende is dat als je vlot wil rekenen, optellen en aftrekken dus, een jaar nul wel makkelijk zou zijn. Astronomen hebben dan ook een alternatieve jaartelling waarin ze wel een nul hebben. Het jaar dat u en ik kennen als één voor Christus is dus het astronomische jaar nul en het jaar 480 v.Chr. is -479.

Lees verder “MoM | Er is geen jaar nul (en dat doet ertoe)”