Kim Philby en Graham Greene

Het irritante van het werk van geheime diensten is dat het werk van geheime diensten geheim is. Historici weten er minder van dan ze zouden willen. Natuurlijk zijn er archieven, maar het kan heel lang duren voordat die worden vrijgegeven. Dat de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog alle Duitse codeberichten konden lezen, werd pas dertig jaar na dato erkend en voor zover ik weet duurde het nog eens veertig jaar tot alle stukken openbaar waren. Maar ook een onderzoeker die toegang heeft tot alle overgebleven stukken, zal regelmatig moeten raden wat bedoeld kan zijn geweest met codewoorden en toespelingen. Historici zijn natuurlijk vertrouwd met embargo’s en contextverlies, maar als het gaat om de geschiedenis van een geheime dienst, zijn de problemen groter.

Kim Philby

Je merkt dat op elke pagina van The Writer and the Traitor, het boek dat de Britse journalist Robert Verkaik wijdde aan de vriendschap tussen Graham Greene en Kim Philby. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de laatste een bliksemcarrière bij de Britse buitenlandse inlichtingendienst MI6. Op tweeëndertigjarige leeftijd stond hij aan het hoofd van alle Britse tegen de Sovjet-Unie gerichte contraspionage. Later was hij gestationeerd in Washington. En dat terwijl hij, zoals zou blijken, werkte voor Stalin. Als hoofd van de contraspionage kon hij alle aanwijzingen die tegen hem bestonden, laten verdwijnen; een overloper die hem kon ontmaskeren merkte te laat dat Philby Moskou had ingelicht. Niemand weet wat er van deze Konstantin Volkov is geworden.

Lees verder “Kim Philby en Graham Greene”

Archeologie en neoliberalisme

Archeologie als city marketing (©Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019)

De hoge kwaliteit van de Spaanse archeologische musea merk je pas goed in de museumboekhandels. Zo zag ik in januari in Alicante een in 2016 verschenen boek Archaeology and Neoliberalism, onder redactie van Pablo Aparicio Resco. Wie begrip, vertrouwen en steun voor een wetenschap wil bewaren, moet openlijk spreken over sterke én zwakke punten, en blijkbaar is daar in Spanje ruimte voor. Natuurlijk spreken ook Nederlandse archeologen over dingen die beter kunnen, maar dat gebeurt vooral binnenskamers. Zelfs de overzichtstentoonstelling over een kwart eeuw Nederlandse archeologie, onlangs in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, kwam er onvoldoende aan toe. Die benadrukte vooral de mooie kanten.

Het archeologisch bestel

Voor een overzicht van enkele minder mooie kanten kunnen we terecht in het artikel “Caught in a Business Scenario: Implications of Neoliberalism on Archaeological Heritage Management in the Netherlands” van de Leidse archeologe Monique van den Dries, te vinden in het genoemde boek. Ik vond het artikel ietwat somber, maar het zette wel aan tot nadenken.

Lees verder “Archeologie en neoliberalisme”

De strijdbare Herman Schaepman

Herman Schaepman

Wie in Twente over de randweg van Tubbergen rijdt kan het haast niet missen: het meer dan levensgrote standbeeld van Herman Schaepman, dat even voorbij de afslag aan de weg van Tubbergen naar Almelo staat opgesteld. Reusachtig, somber: zo maar wat woorden die opkomen als er een beschrijving van dit beeld gegeven zou moeten worden.

Hoe anders is het wanneer je – na wat vriendelijke woorden te hebben uitgewisseld met een Zwitserse Gardist ter linkerzijde van de colonnade van het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad en nadat je je tas of rugzak hebt laten controleren op explosieven – vlak langs de basiliek loopt en dan aan de linkerzijde de toegang betreedt van het zogenaamde “Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi”, waar belangrijke Duitstalige, Nederlandse en Belgische katholieken begraven zijn. Op dit overvolle kerkhof, dat letterlijk in de slagschaduw van het Vaticaan ligt, is het even zoeken maar dan ziet men de rechtopstaande steen tegen de achtermuur die memoreert dat hier diezelfde dr. Schaepman begraven ligt. Uit het verslag van de Limburger Koerier van 29 januari 1903:

Lees verder “De strijdbare Herman Schaepman”

Modern Spanje

Toen ik in september Segovia bezocht, ontmoette ik Giles Tremlett, de auteur van Ghosts of Spain, het boek dat ik had willen lezen vóór ik naar Spanje reisde. Het was er niet van gekomen en ik had het boek zelfs niet meegenomen als vliegtuiglectuur. Dat ik het niet bij me had nu ik aan tafel zat tegenover de auteur, was jammer, want het is fijn als je iemand kunt complimenteren, en het is ook leuk voor een schrijver als hij “in het wild” een lezer ontmoet. In dit geval was het zelfs dubbel jammer, want dit is een boek dat schreeuwt om aanvullend commentaar. Ik had het daar in Segovia aan de auteur kunnen vragen.

Geesten uit verleden

Ghosts of Spain verscheen voor het eerst in 2006. Tremlett, correspondent voor The Guardian, zette zijn persoonlijke indrukken over zijn tweede vaderland op papier, niet heel lang nadat een vastgoedschandaal in Marbella de banden tussen openbaar bestuur, bedrijfsleven en misdaad had blootgelegd, en ook niet heel lang na de reeks terroristische aanslagen op enkele treinen naar spoorwegstation Madrid Atocha. Tremlett herkende dat in de politiek oude tegenstellingen (de “geesten” uit de titel) terugkeerden, en schreef zijn boek tegen die achtergrond. Daarop volgden de bankencrisis van 2008 en de eurocrisis van 2011, zodat Tremlett in 2o12 Ghosts of Spain opnieuw uitgaf met een extra hoofdstuk. Inmiddels schreeuwt het boek om nog een extra hoofdstuk, want we zijn alweer dertien jaar, een nieuwe koning en vier kabinetten verder. Dáár had ik Tremlett dus wel wat over willen vragen.

Lees verder “Modern Spanje”

Interview met Jeroen Princen

Jeroen Princen (foto Eva Keeming)

Op 29 oktober, als er in Nederland verkiezingen zijn, ben ik op de dag af tweeënveertig jaar kiesgerechtigd, en hoewel ik in die tweeënveertig jaar lid ben geweest van verschillende politieke partijen, ben ik een zwevende kiezer. Mijn meest linkse stem was voor iemand van Groen Links en mijn meest rechtse voor iemand van de VVD. De cruciale woorden zijn hier “iemand van”, want ik streef ernaar een voorkeurstem uit te brengen op iemand die ik ken en vertrouw. Dit keer zal dat Jeroen Princen zijn. Ik ken hem persoonlijk en ook u kunt hem kennen, want hij was de curator van het Imtech-faillissement. Hij begrijpt dus hoe je een boekhouding moet lezen, wat me een aanbeveling lijkt voor een volksvertegenwoordiger.

Je hebt het grootste faillissement uit de Nederlandse geschiedenis afgewikkeld, je mag op je lauweren rusten. Wat beweegt een weldenkend mens om zich te storten in de Haagse slangenkuil?

Lees verder “Interview met Jeroen Princen”

De luchtbrug naar Berlijn (3)

De landingsbaan van Tempelhof, Berlijn

[Dit is het derde blogje over de Luchtbrug naar Berlijn. Het eerste blogje was hier.]

De zwarte markt in Berlijn

Hoewel de Luchtbrug dus etenswaren, kolen, hout en aggregaten binnenvloog, was het maandenlang onvoldoende. De hele winter door waren de rantsoenen te klein en de huizen te koud. Veel West-Berlijners zochten langs de rand van de stad naar brandstof, zoals hout, en voedsel. Daarvoor overschreden ze regelmatig de grens met de Sovjet-bezettingszone, waardoor deze hongertochten niet zonder gevaar waren. Agenten van wat later de DDR zou zijn, namen goederen in beslag en in de bossen lagen blindgangers. Er ontstond een levendige zwarte markt waar, omdat er drie soorten mark waren met voortdurend veranderende wisselkoersen, de sigaret de voornaamste rekeneenheid was.

Het grote plaatje

Berlijn was maar één plaats waar de confrontatie tussen de communistische en kapitalistische systemen werd uitgevochten. Vier dagen nadat de Sovjets de elektriciteit hadden afgesneden en de blokkade waren begonnen, verplaatste de Amerikaanse president Truman niet minder dan zestig B29-bommenwerpers naar West-Europa. Dat is, zoals u correct constateerde, het vliegtuigtype dat werd gebruikt bij het transport (en de inzet) van atoombommen. Stalin begreep hierdoor dat verdere escalatie te riskant was. De westerse geallieerden stelden ook een tegen-blokkade in door handel met de Sovjet-bezettingszone te verbieden.

Lees verder “De luchtbrug naar Berlijn (3)”

De luchtbrug naar Berlijn (2)

De instructies voor piloten, betrokken bij de Luchtbrug naar Berlijn

[Dit is het tweede blogje over de Berlijnse Luchtbrug. Het eerste blogje was hier.]

De blokkade van Berlijn, zoals gezegd rond 24 juni 1948 begonnen, trof vooral de arme bewoners hard. Dit was een fors deel van de bevolking, aangezien veel mannen nog in krijgsgevangenschap waren en lang niet elke vrouw kostwinner kon zijn. We moeten ons een stad voorstellen waarin vrouwen een voor die tijd heel grote rol in het openbare leven hadden, en daarnaast zorg hadden voor én hun kinderen én de armen: vluchtelingen, ouden van dagen, weduwen en wezen, mensen met oorlogswonden.

Hoewel er vrijwel onmiddellijk voedseluitdelingen kwamen, zat er voor arme West-Berlijners weinig anders op dan zich te registeren in het oosten. Dat je daarom in het westen met je nek werd aangekeken, namen de hongerenden maar op de koop toe. Erst kommt das Fressen dann die Moral. Zolang mensen met bonkaarten in de beter voorziene oostelijke winkels allerlei producten konden krijgen, was er feitelijk geen alternatief voor registratie.
Lees verder “De luchtbrug naar Berlijn (2)”

De luchtbrug naar Berlijn (1)

Henry Ries’ beroemde foto van de luchtbrug naar Berlijn

Een kleine twee jaar geleden was ik een paar dagen in Berlijn. Er was een expositie over Oezbekistan. Het hoogtepunt van de reis was echter de dag waarop we fietsen huurden en een tochtje maakten langs enkele locaties uit de Koude Oorlog. Iets wat ik al heel lang wilde. Vandaag dus een blogje over de Luchtbrug.

Terug naar 1945. De geallieerden hadden Duitsland verslagen, de Duitse industrie was kapotgebombardeerd, ook andere economische sectoren waren beschadigd en de Reichsmark was niets waard. Er was tekort aan levensmiddelen, aan brandstof en vanzelfsprekend aan woonruimte. Talloze mannen waren in krijgsgevangenschap en de wederopbouw verliep heel langzaam. U kent waarschijnlijk de filmbeelden wel van de Berlijnse vrouwen die de gebombardeerde stad aan het opruimen zijn.

Lees verder “De luchtbrug naar Berlijn (1)”

Boekpresentatie

Even een blogje in de categorie “ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid en het najagen van wind”. De wind die ik najaag is concreet aards slijk, maar daarover zo meteen meer.

Gisteren mocht ik in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden mijn boek over de geschiedenis van Libanon ten doop houden. Meestal bestaan dat soort ceremonies uit een toespraakje of een stukje voorlezen door de auteur, uit een vragenrondje, en uit de overhandiging van een “eerste exemplaar” aan iemand die dan eveneens een toespraakje houdt. Daarna gaat de auteur ergens zitten om verkochte exemplaren te signeren. Eerlijk gezegd houd ik er niet van. Die vorm had ooit zin, toen mensen nog goede feestredes wisten te houden, toen degene die het eerste exemplaar kreeg een Voornaam Persoon Die Het Beleid Kon Verbeteren was. Maar zo iemand ken ik niet. En het is wat raar om als auteur te vertellen wat mensen beter in je boek kunnen lezen. Wat mij betreft heeft de vorm zichzelf overleefd.

Lees verder “Boekpresentatie”

Wat is archeologie? (1) Onbegrip

“You call this archaeology?”

Twee weken geleden was het opnieuw raak. Op een besloten bijeenkomst klapte Wesley De Visscher, de kabinetschef van de Belgische minister van Financiën, uit de school over de wijze waarop het federale kabinet werkelijk denkt. Hij legde uit dat onderzoeksgelden ook naar echt onderzoek moesten gaan.

Wat was daar de consensus rond de tafel? Dat er zeker … steun is voor universiteiten, akkoord. Maar moet dat ook voor een geschiedkundige of een kunstwetenschapper of een archeoloog?

Zoals we alweer en duidelijk zien: op het hoogste niveau, waar bestuurders zitten met goede ambtelijke ondersteuning, heeft men geen idee van het belang van de oudheidkundige disciplines.

Lees verder “Wat is archeologie? (1) Onbegrip”