Het schrijversvak

Al een paar dagen circuleert er een lijstje van tien vragen door de blogosfeer waarmee je kunt diagnosticeren of je wellicht lijdt aan schrijverschap. De oorspronkelijke versie lijkt te zijn gemaakt door een mij niet bekende Lisa Morton, de auteur van griezelverhalen. Aangezien ik druk bezig ben met een boek, nam ik de proef op de som: ben ik wel een Echte Schrijver of ben ik gewoon een amateur?

1. Is your home/work place messy because that time you’d put into cleaning it is better spent writing?

Ja. De afwas kan ook een week lang blijven staan.

2. Do you routinely turn down evenings out with friends because you need to be home writing instead?

Nee, ik zie ze al zo weinig.

3. Do you turn off the television in order to write?

Ik heb geen TV en als ik in een hotelkamer even kijk, weet ik dat ik volstrekt niets mis. Het is bovendien heerlijk geen tijd te hoeven verspillen aan de voor- en nabeschouwingen rond Zomergasten.

4. Would you rather receive useful criticism than praise?

Ja. Niets is zo zinvol als een ter zake kundige recensie. Ze zijn helaas zeldzaam.

5. Do you plan vacations around writing opportunities (either research or networking potential)?

De gelegenheid tot schrijven is de vakantie. En schrijven heeft niets met netwerken te maken.

6. Would you rather be chatting about the business of writing with another writer than exchanging small talk with a good friend?

Dat hangt er vanaf. Niet in algemene zin, maar ik denk dat ik een gesprek over een concrete tekst wel reken tot de grootste genoegens des levens.

7. Have you ever taken a day job that paid less money because it would give you more time/energy/material to write?

Nee. Ik ben door mijn slaapstoornis sowieso niet bijster geschikt voor regulier werk.

8. Are you willing to give up the nice home you know you could have if you devoted that time you spend writing to a more lucrative career?

Nee. Ik heb een alleszins geschikt huis in een fijne buurt in een mooie stad en op loopafstand van de huizen van mijn vrienden. Een duurder huis, waarvoor ik meer zou moeten werken en minder schrijven, zou betekenen dat mijn vrienden zouden moeten meeverhuizen. Ik zie niet in wat er voor hen leuk aan is om naar een andere stad te gaan met een Jona die daar vooral aan het werk is.

9. Have you done all these things for at least five years?

Nee.

10. Are you willing to live knowing that you will likely never meet your ambitions, but you hold to those ambitions nonetheless?

Ja. Je moet blijven denken aan hoe de wereld eigenlijk zou moeten zijn, want haar aanvaarden zoals ze is, betekent dat je ervan afziet de (misschien kleine) kansen op verbetering te benutten. Wie niet blijft dromen, is geen realist.

Samenvattend: ik schrijf graag en veel en beantwoord desondanks drie vragen met nee en maar drie-en-halve vraag met ja. Drie vragen zijn voor mij irrelevant. Toch denk ik dat iedereen die me meemaakt, meteen weet dat ik lijd aan schrijverschap, aangezien ik altijd een aantekenboekje of een dictafoon bij me heb om invallen niet te vergeten.

8 gedachtes over “Het schrijversvak

  1. Je vermeldt niet hoe de score zou moeten zijn om als een echte schrijver aangemerkt te mogen worden. Mag ik aannemen dat je 3,5-3-3 de perfecte score voor minutieus en integer schrijverschap is?

  2. MNb

    2. beantwoord je in feite met ja als je naar de bedoeling kijkt ipv de letterlijke vraag.
    3. moet ook een ja zijn – geen TV hebben is een vorm van systematisch de TV uitlaten.
    5. is een dubbele ja. Bijna je hele leven is een vakantie waarin je gelegenheid hebt tot schrijven en dat heb je zorgvuldig gepland na je afstuderen.
    7. je hebt alle baantjes van 9-5 verworpen niet alleen om je slaapgewoonten (waarom stoornis?) maar ook om te kunnen schrijven. Je zou vast geen beter betaalde baan aannemen van 14:00 tot 22:00.
    9. is een halve ja.
    6. tel ik als een nee.
    Daarmee kom ik op 8½ ja plus een bonus voor vraag 5 kom ik op een score van 9½ punt. Conclusie van professor Dwarskikker: een ongeneeslijk geval van schrijverschap.

  3. MNb

    10. is overigens niet speciaal op schrijvers van toepassing. Een leraar, vooral aan de rand van de Surinaamse jungle als ik, heeft die mentaliteit ook nodig.

    1. Nee, ik ben geen wetenschapper. Ik mis de analytische geest. Ik ben iemand van de communicatie. Je weet wel, het vak waarvoor onze keurige letterenfaculteiten 4% geld uit de eerste geldstroom aannemen zonder ooit iets te leveren.

Reacties zijn gesloten.