Brugge, Breedbeeld

In de vitrine lag een mooie landkaart waarop een vijftiende-eeuwse Catalaanse cartograaf in de pietepeuterigst denkbare lettertjes uitleg had geschreven. Omdat ik geen loupe bij me had, moest ik zó ver vooroverbuigen dat mijn neus bijna het glas raakte, maar langzaam kon ik het ontcijferen. Ik had contact met een kaartentekenaar uit 1439. Fantastisch. Alleen al deze ervaring rechtvaardigde de reis naar de expositie “Breedbeeld”, waarmee het nieuwe museum Brusk in Brugge toont hoe die stad in de Volle en Late Middeleeuwen deel uitmaakte van wereldwijde netwerken. Mijn semi-mystieke extase werd echter onderbroken door een vriendelijke suppoost die zei mijn enthousiasme te begrijpen, maar dat ik beter niet kon leunen op de vitrine. “Kijk,” zei de suppoost, “om de vitrine loopt een houten lijst die sterker is.”

Ik ben nooit met zoveel empathie gecorrigeerd. Van mij zul je geen klachten horen over Brusks museumpersoneel. Slim ontworpen vitrines ook, die verdienen een compliment. De voorwerpen in de expositie zijn eveneens prima. Behalve landkaarten zijn er boeken en wapens, sculptuur en munten, kazuifels en wandtapijten, schilderijen en documenten; samen tonen ze middeleeuws Brugge en zijn economische, politieke en culturele netwerk. Dat verhaal is interessant; feitelijk blog ik al bijna vijftien jaar dagelijks over verbonden culturen, al gaat het hier over de Oudheid en niet over de Middeleeuwen. Kortom, ik bekeek de expositie met plezier en met vrucht.

Landkaart van Europa (Apulië rechtsboven)

Het nieuwe museum is feitelijk één grote rechthoekige zaal, waarin voor de gelegenheid ronde afdelingen waren gebouwd, als paviljoens in een middeleeuws legerkamp. (Het deed denken aan de Iran-expositie in Assen in 2018.) Die paviljoens waren gewijd aan thema’s als de Noordzeehandel, de internationale hofcultuur, de Mediterrane wereld of het christendom. De voorwerpen waren schitterend en aan alles was te merken dat het museum een indrukwekkend debuut wilde maken. Afgaande op de voorwerpen is dat zeker gelukt.

Goede opstelling, goede voorwerpen, interessant verhaal, vriendelijke mensen, zelfs goede vitrines: een geslaagde première dus? Ik aarzel. Ik heb het idee dat het museum z’n draai nog moet vinden. Er is nog wat verbetering mogelijk.

Noodzaak

Werelderfgoedstad Brugge als onderdeel van een wereldsysteem is een prachtig thema om even prachtige voorwerpen te tonen, maar ik herken de noodzaak niet. Het is bepaald geen vernieuwende invalshoek. In 1953 toonde Suske en Wiske en de Tartaarse Helm de verwevenheid van Brugge met de rest van de wereld al.

Geen van deze ballaststenen, gevonden bij Brugge, kwam uit Vlaanderen

Tentoonstellingen waren er ook al: in 2017 was er CrossRoads (Allard Pierson-museum, Amsterdam) en in 2014 kon u de relatie van de Arabische en de Europese wetenschap zien (Wereldmuseum, Rotterdam). In het Louvre zag u Fatimidisch kristalwerk uit de Europese hoven, in de Hofburg zag u de kroningsmantel van de Duitse keizers met leeuwen, dromedarissen en islamitische datering. U heeft weleens iets gelezen over migrerende volksverhalen: de legende van Barlaam en Josafat is het levensverhaal van Boeddha, de christelijke Sint-Joris is de islamitische Khidr, het model van Dantes Goddelijke Komedie is Mohammeds nachtreis.

De interconnectedness is, zo niet bij het grote publiek dan toch bij het museumbezoekende publiek, allang bekend. Het beste bewijs dat het vieux jeu is, zijn die gemakzuchtige boeken van auteurs die snel wat grijpstuivers willen verdienen door pakweg de gebeurtenissen rond 1492 te presenteren alsof Europa aanhaakt aan al bestaande handelssystemen. Het is allemaal niet gelogen, maar vernieuwend is het ook niet.

Verdieping

Interconnectedness, of wereldgeschiedenis, of globalisering, of verwevenheid, of hoe u het thema ook wil noemen, vindt inspiratie in de dependencia-theorieën van de jaren zeventig. En om heel eerlijk te zijn: als de makers van Breedbeeld hadden gekeken naar de dependencia-theorieën, zou Brusk niet alleen, zoals nu het geval is, tonen dát Brugge functioneerde in een groter netwerk, maar ook uitleggen waaróm dat zo was (en welke gevolgen dat nog altijd heeft).

Een teruggekeerde kruisridder

Een andere mogelijke insteek zou zijn geweest dat historische kennis anno 2026 beter, gefundeerder, robuuster is dan in 1976. Het voordeel is dat je toont waarom de geschiedkunde een voortschrijdende wetenschap is, en niet slechts de dagdagelijks wisseling van perspectieven. Het is waar: historici zijn ook maar mensen die meewaaien met elke culturele en politieke wind, maar het zijn tevens wetenschappers die, zeker met de huidige hermeneutische revolutie, komen tot betere inzichten. Brusk toont nu mooie voorwerpen en toont dat Brugge maar één radertje was in een groter geheel, maar er had meer in gezeten.

Uitleg

Een tweede punt waar verbetering mogelijk is, is de uitleg. Er zijn veel oude manuscripten te zien, voorzien van een bordje dat vertelt wat het is, met daarnaast uitleg van het belang. Maar als het gaat om een handschrift, wil je toch weten wát er in het Latijn, Arabisch of Perzisch staat. Bij elk middeleeuws manuscript is er een materieel aspect, dat Brusk goed uitlegt, en er is een inhoudelijk aspect, en op dat punt kan de uitleg beter.

Ik noem ook nog de uitleg aan het begin, waar een filmpje van een Engelssprekendenoot Waarom toch Engels als je in België de rijkdom van het Nederlands, Frans en Duits hebt? En vooral: waarom een hegemoniale taal voor een tentoonstelling die juist pluriformiteit benadrukt? meneer je vertelt dat we de wereld niet steeds vanuit hetzelfde middelpunt – Brugge, West-Europa – moeten bekijken. Ja, oele: dat wordt geïllustreerd in elke atlas en elk aardrijkskundeboek. De Engelstalige meneer voegt niets toe. Het veel interessantere punt is dat we het niet hoeven laten bij deze constatering, dat we niet hoeven berusten in een bête “er zijn veel perspectieven”, maar dat we wel degelijk structuur kunnen aanwijzen in de wereldgeschiedenis.

Suleyman de Prachtlievende

En nu ik het toch heb over dat Engelstalige intro: dat blokkeert de tentoonstelling voor mensen met hyperacusis. Je hoort die Engelse meneer tot in het achterste paviljoen. Dat is niet erg inclusief. (Voor mensen in een rolstoel zijn de faciliteiten overigens prima.) Mijn advies: zet die niets toevoegende Engelse meneer stil. Bezoekers die hun aardrijkskundeles zijn vergeten, kunnen de ondertiteling lezen.

Tot slot

Ik schrijf dit niet om een beginnend museum de grond in te boren. Brusk geeft een visitekaartje af met prachtige voorwerpen waar u anders half Europa voor moet afreizen. U zult er plezier aan beleven. Het is niet innovatief of urgent, maar wel interessant en mooi. Ik was er op een vrijdagmorgen en het was geen moment onprettig druk, wat in Brugge best onderscheidend is.

Astrolabe met kalender-met-tandwielen uit Isfahan

Er is dus veel te prijzen. Het museum is echter nog onvoldoende inclusief, de uitleg van manuscripten is meer gericht op het materiële dan op het inhoudelijke aspect, en Breedbeeld presenteert wel de resultaten van geschiedwetenschappelijk onderzoek maar niet wat historici doen. Dat is jammer. De geesteswetenschappen presenteren zich al zo vaak als leveranciers van leuke, triviale, interessante, intrigerende feiten en verhalen, en zo zelden als wetenschappen. Die zelfpresentatie past in een wereld waarin de media vooral leuke verhalen en lollige feitjes willen; het verleden is fijne clickbait. Maar geschiedenis is méér. Het is een serieuze intellectuele activiteit die zich vaker zo moet presenteren. Geschiedkundigen zijn immers wetenschappers en meer dan leveranciers van bladvulling.

Praktisch

Enfin. Ga naar Brugge. Neem een hotel. (Mijn B&B was niet geweldig.) Bezoek de andere musea en de kerken. Wandel langs het Minnewater. En geniet van het nieuwe museum Brusk.

Het is vlakbij het Groeningemuseum; de expositie Breedbeeld is nog tot 6 september; toegang €20; je hebt ruim twee uur nodig. De baksteenzware, schitterende catalogus telt dertien essays en kost €59.

Deel dit:
Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.