Zen en de kunst van het boeken lezen

bibliofilie

Het bovenstaande plaatje doet al een tijdje de ronde op de sociale media. Het illustreert leuk hoe twee soorten mensen de wereld aanschouwen: de romantische visie en de klassieke visie. Deze etiketten hebben niets te maken met historische tijdvakken: ze zijn geïntroduceerd door de Amerikaanse auteur Robert Pirsig in zijn beroemde roman Zen and the Art of Motor Cycle Maintenance (1974).

Hij vertelt daarin hoe sommige mensen, de romantici, vol ontzag naar techniek kijken. Hun bewondering is oprecht en daardoor kunnen ze moeilijk zien wat het feitelijk is. Daar tegenover staan de mensen die op de klassieke manier kijken naar techniek: ze zien precies wat het is of doet, zijn praktisch, en hebben er geen overdreven bewondering voor. Als een onderdeel van een motorfiets kapot gaat, zal de romanticus naar de dealer gaan om dat onderdeel van de leverancier te betrekken, omdat hij exact het goede onderdeel wil hebben. De klassieke denker loopt een werkplaats binnen en maakt van een stuk blik een vervanging. Als het functioneert is het goed.

Zo is het met boeken. Het plaatje illustreert links mensen die vol bewondering zijn voor het boek als boek.  Mensen die, zoals Salman Rushdie, een boek respectvol kussen als ze het per ongeluk uit hun handen hebben laten vallen. Dat is misschien wat overdreven, maar ik heb twee bibliofiele vrienden die elk boek dat ze lezen eerst kaften. Romantici.

Ik behoor zelf tot het tweede type. Een boek functioneert als ik er informatie uit kan halen. Ik streep erin, heb wat codes om snel terug te kunnen vinden wat ik nodig heb, leg ezelsoren en gebruik de schutbladen om aantekeningen te maken als de marge te smal is. Ik ben blij dat er nu e-readers zijn. Ik heb al een paar meter boeken de deur uit gedaan – ze stonden toch maar stof te vangen.

De aanhangers van deze twee visies hebben, geloof ik, weinig begrip voor elkaar. De romantische tekenaar van het plaatje hierboven noemt mij een monster. Ik vrees dat ik hem, diep in mijn hart, eigenlijk beschouw als een hedendaags soort afgodendienaar die dode voorwerpen aanbidt.

22 gedachtes over “Zen en de kunst van het boeken lezen

  1. Ik begrijp van fervente Koran lezers dat je het Grote Boek alleen met een schoongewassen rechterhand vast mag houden ….

    Een boek blijft gewoon een voorwerp met een boodschap, goed of kwaad.

    Vrolijke groet,

  2. Karin

    Vraag me dan wel af hoe je tegenover boekverbrandingen staat… Niet erg, omdat het toch maar om dode voorwerpen gaat? 😉

    1. Ik lig dáár niet wakker van. Ik lig wél wakker van wat ermee is bedoeld: de vervolging van ideeën. Letterlijk, want ik heb vannacht liggen piekeren over de sneue manier waarop de geesteswetenschappen zichzelf vermoorden.

      Zie de geschiedenisbijlage van het NRC Handelsblad dit weekend.

  3. henktjong

    Ik behoorde lang tot de eerste groep, tot ik ging studeren op mijn 55ste… Ik weet nog goed mijn aarzeling bij de eerste keer onderstrepen in A history of the western world. Het was een overwinning.

  4. Oom Paspasu

    Daarentegen kan een boek dat na gelezen te zijn er nog als nieuw uitziet, ook slechts een voorwerp met het doel informatie over te dragen zijn, terwijl een boek vol vouwen, vlekken en persoonlijke aantekeningen een stukje van je ziel is.

    1. Juist! Een gelezen boek is een deel van de ziel! De inhoud moet ook worden veroverd op de schrijver. Aantekeningen en ezelsoren zijn littekens van dat gevecht.

  5. mnb0

    Ha! Ik behoor tot beide categorieën. Is een boek een kunstwerk – inclusief triviaalkunst – dan behandel ik het met respect middels een bladwijzer (meestal liniaal, pen of potlood). Heb ik het boek voor de informative dan klieder ik boven, tussen en naast de regels. Met pen, want potlood verdwijnt na verloop van tijd. Je zou mijn boeken over schaakboeken moeten zien.
    Maar ik houd niet van ezelsoren. Die irriteren mij.
    De cartoon gaat uiteraard terug op The Good, The Bad and The Ugly – oftewel hoe vaag is de scheidingslijn tussen kunst en triviaalkunst.

  6. Manfred

    Ik behoor tot een derde categorie. Als ik het met een blikje zelf kan fixen en het functioneert dan is het goed. Maar het moet morgen ook nog functioneren, mijn voorraad blik is niet oneindig en ik heb nog meer te doen. Dus ga ik daarna alsnog naar de winkel om het onderdeel te kopen.

    Mensen die ‘geen ontzag voor techniek hebben’ en dus maar een beetje zelf gaan dokteren zijn namelijk ook romantici. Zij tegen de rest van de wereld, de pioniers, survivalists, de trappers en de Macgyvers.

    Zelfdokteren = zelfrommelen = kwakgezalf.
    Kwaliteit = specialisatie + samenwerking.

  7. Maurits de Groot

    Die ‘twee soorten mensen’-verhalen zijn altijd wat te simpel. Al vind ik deze wel leuk. Maar ik ben zelf eerder een mix van deze twee. Er zijn vast wel een paar boeken in mijn kast die enkel stof staan te vangen, maar het merendeel zou ik toch niet kwijt willen. Boeken kussen deed ik nog niet, laat staan kaften, maar ik hou wel een beetje van ze. Is dat romantisch? Mij best. Een boek vertegenwoordigd een idee en ik koester dat idee in de vorm van dat boek. Ondertussen repareer ik vrijwel alles zelf, met of zonder blikje. Dat is, zoals Manfred terecht opmerkte, ook een soort romantiek. Dus wat ben ik nu? Maurits. Zonder etiket graag.
    Tot slot, de beste ‘twee soorten mensen’-regel die ik ken, luidt: er zijn twee soorten mensen, zij die de mensen in twee soorten verdelen en zij die dat niet doen.

  8. Ton Spamer

    Het is met boeken als met woorden. In sommige kringen kun je sommige woorden niet gebruiken. Dan val je er buiten. Gebakjes kan, taartjes niet, je gaat naar de wc en niet naar het toilet, want dan hoor je bij de omhooggevallen burgerij. Het oude geld had een ijskast en heeft die nog. Wie van later is heeft een koelkast. Het is een vorm van gecultiveerd snobisme. Je geeft aan dat je hoort bij ‘ons soort mensen’. Met boeken is het niet anders. De overdreven waardering ervoor, om niet te zeggen de heiligverklaring ervan, heeft al heel veel ellende in de wereld gebracht.

    1. O.L.E Jongmans

      Bij “Ons soort mensen” moeten “gebakjes” en “taartjes” precies worden omgekeerd. Taartjes kunnen, gebakjes niet!

  9. Joost K.

    Behoor zelf duidelijk tot de eerste categorie, wil degene die ik houd gewoon mooi houden 🙂 en de boeken die ik niet houd is het ook nog wel zo handig als ze nog in een goede staat verkeren voor eventuele verkoop.

    1. Manfred

      Met de pdf-lezer van Foxit kun je commentaren toevoegen aan een pdf. En met Calibre aan epub-boeken.

  10. O.L.E Jongmans

    Het grote voordeel van een papieren boek is dat je in de kantlijn kunt schrijven en, inderdaad, op het schutblad. Een tweede voordeel is dat je in een papieren boek véél sneller kunt zoeken dan in een boek op een E-reader. Een derde punt is: door de individuele vorm en uiterlijk van een papieren boek is het als zodanig een souvenir. Laatst pakte ik de Verzamelde Gedichten van H. Marsman nog uit de kast, (dat u niet denkt dat ik een cultuurbarbaar ben), en ik zag dat het een uitgave was uit 1961! Ik was meteen terug in de tijd!

  11. Kun je dit zwart/wit stellen?
    Ik zal nooit ezelsoren maken.
    Maar ik streep wel in lesboeken.
    Een papieren boek zal altijd de voorkeur krijgen boven een E-book.
    Maar ik heb duizenden artikelen alleen als pdf.
    Ik maak (met potlood) aantekeningen in de kantlijn van een wetenschappelijke studie.
    Maar iemand die een boek van mij leent en direct de rug breekt zal nooit meer een van boeken aanraken.
    Zeker, ik leen wel eens boeken uit.
    Maar ik heb ooit eens een (strip)boek uit iemands handen gerukt die het in bad was gaan lezen! 🙂

  12. Ik ben één van die kennissen van je die zijn boeken kaft. Dat heeft overigens twee verschillende redenen: 1) om het boek voor schade te behoeden (inderdaad) en 2) om te voorkomen dat ik in de trein al te veel nieuwgierige vragen krijg. Ik lees namelijk best wel rare boeken (de bijbel bijvoorbeeld) en ik lees mijn boeken vooral in de trein. De uitvinding van de E-reader is op dit punt een uitkomst en mijn E-reader is dan ook niet gekaft.

    Maar ik maak in bepaalde boeken wel degelijk aantekeningen (in potlood, want dat krijg je nooit meer weg – mits je de juiste hardheid gebruikt – zelfs niet als het boek in het water valt). Ik gebruik ook ezelsoren, zij het tijdelijk om – als ik even geen potlood bij de hand heb – bepaalde plaatsen te markeren.

    Voor samenvattingen gebruik ik het kaftpapier, dat je kunt omdraaien als de buitenkant is volgeklad. In één boek heb ik ooit de schutbladen aan de achterzijde gebruikt voor het aanleggen van een index van geciteerde bijbel- en koranpassages.

    Maar ik zal van een paperback de rug nóóit breken. Sterker nog: als na lezing het hele boek een beetje scheef is getrokken, trek ik dat weer recht (dat is heel eenvoudig: het boek nog eens doorbladeren van achter naar voren).

    Dus bij welke helft hoor ik nu?

    Het heeft niets te maken met het feit dat het hier om een boek gaat. Het is eerder een vorm van respect voor een voorwerp op zichzelf: het kost moeite om het te maken en je wilt zo lang mogelijk die moeite tot zijn recht laten komen. Een beetje zoals ik ook de plastic beschermstickers op mijn mobiel of E-reader zo lang mogelijk laat zitten, of mijn laptop dichtsla met een papiertje ertussen zodat de toetsen niet op het scherm komen te staan. Zo ken ik ook iemand die zijn Zippo aansteker bewaart in het doosje waarin hij het heeft gekocht.

    Overigens zijn er twee soorten mensen: zij die de mensheid in twee groepen verdelen en zij die dat niet doen.

Reacties zijn gesloten.