Boekpresentatie

Rudmer Koopal (uitgever), ik, Constantijn, Vincent Hunink

Het visioen van Constantijn is niet het eerste boek dat ik schreef, de presentatie afgelopen dinsdag was niet de eerste die ik meemaakte en in het Rijksmuseum van Oudheden ben ik ook wel vaker geweest, maar toch was ik nerveus bij de boekpresentatie. Misschien kwam het doordat ik bij mijn praatje keek in een halfverlichte zaal, waardoor ik de reacties van de mensen niet van hun gezichten kon lezen. Desondanks geloof ik dat het een geslaagde middag is geweest.

De bezoekers werden verwelkomd door een erewacht van Fectio, de enige re-enactment-groep in Nederland die zich richt op de laat-Romeinse tijd. In Constantijns dagen zal men er ruwweg zo uit hebben gezien als op de onderstaande foto:

Re-enactors van Fectio voor het RMO

De eerste die het woord nam, was Wim Weijland, de directeur van het museum, die – als ik me (nerveus als ik was) goed herinner – vertelde dat het museum twee eeuwen bestond. Daarna was de lichtshow die het museum enkele keren per dag vertoont en vervolgens vertelde ik over de totstandkoming van dit boek. Ironisch was wel dat ik, de laatste keer dat ik op die plek had gestaan, me had voorgenomen geen boeken meer te schrijven.

Ik heb weleens slechter gestaan op een foto (Foto Paul te Stroete, net als alle onderstaande foto’s)

Vincent was de volgende spreker. Hij kreeg de lachers op zijn hand door zijn toespraakje te openen met de hoogdravende formuleringen die kenmerkend zijn voor laatantieke lofredes en legde vervolgens aan de hand van enkele citaten uit waarom hij kon genieten van zulk on-Nederlandse krullendraaierij. En waarom hij een hekel had aan de Griekse auteur Eusebios. U leest Vincents toespraakje hier.

Vincent aan het woord

De derde spreker was Huub Eggen, wetenschapscommunicator in ruste en kenner van alles wat er aan de hemel is te zien. (Ik schreef al eens over zijn mooie boek met satellietfoto’s, dat u moet lezen als u Het visioen van Constantijn uit hebt.) Hij legde uit wat halo’s waren, de lichtkringen rond de zon die je weleens ziet. Die waren er in alle soorten en maten, zodat het zeker mogelijk is dat Constantijn kransen rond en boven de zon heeft gezien. Huub toonde ook twee mooie historische prenten van halo’s die plausibel eerst uitgelegd kunnen zijn geweest als door de zonnegod aangeboden kransen, later als lichtend kruis en ook nog als ⳨.

Huub Eggen aan het woord

Hierna was het woord aan Ben van den Bercken, die vertelde over de Grote Leidse Constantijncamee, die moet zijn gemaakt ten tijde van een van Constantijns regeringsjubilea. Het voorwerp is een prachtig voorbeeld van de rijkdom waarmee een keizer zich kon omringen. Het is echter tevens een door-en-door heidens voorwerp, dat je nou niet bepaald het idee geeft dat deze man de oude goden heeft afgezworen en christelijk is geworden.

Ben van den Bercken

Daarna volgde dan de overhandiging van wat dan het eerste exemplaar wordt genoemd (al ligt het boek natuurlijk al een week in de winkel). Marc van Oostendorp, hoogleraar Academische Communicatie aan de Radbouduniversiteit, nam het aan en observeerde dat Vincent en ik, hoe verschillend we ook zijn, allebei iets gedrevens over ons hebben en informatie delen móeten – en dus een boek schrijven als we ons hebben voorgenomen dat niet meer te doen en desnoods Eusebios vertalen als we er een hekel aan hebben.

Getrokken zwaarden als Marc van Oostendorp het zogenaamd eerste exemplaar aanneemt.

Het was een mooie observatie die me aan het denken zette, maar dat gebeurde pas na de signeersessie en na de derde avond van Oog op de Oudheid, toen ik in de trein naar huis zat. Het was een mooie middag, gevolgd door een mooie avond.

13 gedachtes over “Boekpresentatie

  1. A. Minis

    Ik heb dus heel wat gemist. Maar het gesprek met Roel Salemink in Amsterdam was ook de moeite waard. Het boek ga ik dit weekeinde lezen, de inleiding al doorgenomen, belooft veel goeds.

  2. Ben Spaans

    Iedereen ziet weleens kransen rond en boven de zon. Of rond het licht deel van lantarenpalen (ok, flauw, die kon je in 4e eeuw niet zien, kaarsen en olielampen kunnen ook.)😒

  3. Gelet op het feit dat de vroege christenen weinig origineel waren in hun beeldtaal en veel – zo niet bijna alles – van de heidenen kopieerden, vind ik het nog wel meevallen met dat door-en-door heidense karakter van de camee. Ik zou eerder van geserreerd heidens spreken. Uiteraard is de oorsprong van de gevleugelde Victoria en de centauren niet-christelijk, maar een christen in de tijd van Constantijn zou niet wakker hebben gelegen van deze afbeeldingen. Victoria kon evengoed een gevleugelde engel zijn, en een centaur komt ook voor in de legende van de Heilige Antonius van Egypte, een tijdgenoot van Constantijn. Het is zelfs een vrij bekend thema in de middeleeuwse christelijke kunst.

    Het lastige vind ik ook dat dit soort voorwerpen eigenlijk niets zegt over de persoonlijke overtuiging van iemand als Constantijn. De camee is een ‘zegeteken’, niet iets religieus. Vergelijk het met prenten die in de zeventiende eeuw verschenen met Maarten Tromp in zijn zegewagen. De gevleugelde Victoria zweeft door de lucht, terwijl Tritons door het wartel dartelen. De beeldtaal is onvervalst heidens, maar niemand zal serieus beweren dat Tromp én heiden én christen was, en stiekem af en toe wat wierook brandde voor Neptunus.

    Nee, als we willen weten wat Constantijns persoonlijke overtuiging was (en op welke momenten in zijn leven), dan zullen we het hem moeten vragen. Dat kan natuurlijk niet meer, dus we moeten zijn daden beoordelen aan de hand van geschreven bronnen en archeologische vondsten. Wat dat laatste betreft is toch opmerkelijk dat Constantijn, die tussen 312 en 326 regelmatig voor kortere of langere tijd in Rome verbleef, daar geen enkele heidense tempel heeft laten bouwen. Dat zou een ‘smoking gun’ zijn geweest. Hij heeft nochtans flink gebouwd in de Eeuwige Stad, baden en een seculiere basilica op het Forum (overigens al begonnen onder Maxentius), en bevorderd dat de christenen dat deden (Verlossersbasiliek, baptisterium).

    Wat de geschreven bronnen betreft had de heiden Zosimos ondersteuning voor eventuele heidense sympathieën van Constantijn kunnen bieden. Maar nee, Zosimos ziet Constantijn toch echt niet als medeheiden. Ik schreef al eerder over Zosimos 2.29, dus ik doe even knip-plak:

    “Is dat een verwijzing naar Zosimos 2.29 (wat je net online hebt gezet)? En zo ja, ben je het dan met me eens dat dit een nogal duistere passage is, die je juist ook zo uit kunt leggen dat Constantijn weinig meer van de traditionele Romeinse rituelen moest hebben? Het is eigenlijk een intens vileine passage, waarin Zosimos claimt dat Constantijn vol wroeging was over de moord op Crispus en Fausta. De scène moet zich dus in 326 afspelen, want toen waren Crispus en Fausta dood en was Constantijn in Rome om zijn vicennalia te vieren. Maar dan tovert Zosimos een Egyptenaar uit Spanje uit de hoge hoed, die Constantijn het christendom aanbiedt, dat vergeving in petto heeft voor alle zonden van de keizer. Die Egyptenaar uit Spanje is óf een verzinsel, of een grote onbekende, of het moet Hosius van Cordoba zijn. Het is uitgesloten dat Constantijn die pas in 326 zou zijn tegengekomen. Constantijn bekeert zich dan, en over het offer op het Capitool schrijft Zosimos:

    [2.29.5] And on a particular festival, when the army was to go up to the Capitol, he very indecently reproached the solemnity, and treading the holy ceremonies, as it were, under his feet, incurred the hatred of the Senate and People.

    Het is geen gemakkelijke passage, maar eerbied voor de traditionele goden kan er toch niet uit afgeleid worden. Eerder het tegendeel: Constantijn maakte er een potje van.

    Overigens schrijft Zosimos eerder in Boek 2 dat Constantijn de traditionele Ludi saeculares niet meer vierde, een ‘heidens’ religieus festival.”

    We zullen Constantijns persoonlijke religieuze overtuiging nooit weten. Maar vooralsnog ben ik nog geen aanhanger van de ‘én heiden én christen’-theorie.

    1. Robbert

      Heiden en/of christen, doet dat er veel toe?
      Ik trap, ondeskundig als ik ben, de open deur in dat Constantijn een generaal en politicus was, die ongetwijfeld geloofde in uitbreiding en bestendiging van zijn macht. Ik denk dat hij in zichzelf en in de steun van alle toen aanwezige goden geloofde. Ik ga er zeker meer over lezen.
      Leuk bericht over de boekpresentatie!

  4. Manfred

    Direct boven de foto van Huub Eggen staat de regel:
    “later als lichtend kruis en ook nog als X.”
    Dat X wordt bij mij weergegeven als een vierkantje, een ‘placeholder’, doorgaans een teken dat een symbool niet kan worden getoond wegens een ontbrekende karakterset of lettertype.
    Wat stond daar?

Reacties zijn gesloten.