Waarom geschiedenis?

De Boog van Constantijn in Rome

Zomaar een vraag bij de mail: waarom zou je je bezighouden met geschiedenis? (Eigenlijk stond er “met de Romeinen”, maar ik neem het wat breder.) Het simpele antwoord is natuurlijk dat geschiedenis leuk is. Je kunt genieten van een boek, van een website, van een Napoleontisch Weekend in Archeon of van een bezoek aan een museum. Ik heb wel vaker de vergelijking gemaakt met een boswandeling, een concert, een computerspelletje, strandbezoek: niemand vraagt wat dáárvan het nut is.

“Je kunt van het verleden genieten” is dus een prima antwoord maar het is wat lastig als er geld rondgaat. Als geschiedenis er immers uitsluitend was om van te genieten, zou financieel bezien de bizarre consequentie zijn dat u en ik betaalden om anderen te laten genieten, zoals de mensen van een universiteit, een gesubsidieerde stichting of een museum. Gelukkig is het zo bizar niet. We betalen omdat we er iets voor terug (zouden moeten) krijgen: inzicht.

Laat ik het illustreren met een onderwerp waar ik momenteel zelf druk mee ben en dat de vragensteller, die immers in Rome was geïnteresseerd, wel zal aanspreken: Constantijn de Grote. In het voorjaar van het jaar 310 ervoer hij iets wat als visioen de boeken in is gegaan. De oudste beschrijving ervan is door-en-door heidens: hij ziet Apollo en Victoria die hem kransen aanbieden. In de daarop volgende jaren slaat Constantijn munten waarop hij zelf staat afgebeeld naast Apollo en als je kijkt naar de sculptuur op de Boog van Constantijn, zie je dat de enige plek waar zijn persoonlijke geloof misschien een plaats heeft gekregen, opnieuw een afbeelding is van Apollo – al is het een beschadigd stuk.

Tegelijk weten we dat Constantijn de eerste christelijke keizer is geweest. Een latere tekst vermeldt een visioen van een lichtend kruis met de woorden “in dit teken zul je overwinnen”. Wij voelen hier een tegenspraak. Of Constantijn was heidens, of hij was christelijk. Meer smaken zijn er niet.

Wij herkennen daardoor een bepaalde ambiguïteit in de teksten uit die tijd. Een redenaar die in 313 het woord tot Constantijn richtte, vraagt zich af welke godheid het toch was die de keizer aanzette tot een expeditie naar Rome. Het is alsof de spreker zich wat gegeneerd voelt bij Constantijns geloof en Christus niet wil noemen. Elders heeft hij het over het feit dat Constantijn werd “geleid door goddelijke inspiratie” (divino monitus instinctu). Die woorden echoën ook door in de inscriptie op de Boog van Constantijn, waar de auteur ervan rept dat de keizer “door ingeving van de godheid” (instinctu divinitatis) had gehandeld om Rome te bevrijden van een tiran. Vaagheid troef.

Wij denken dat wij hierin schroom herkennen en wellicht is die schroom er inderdaad geweest. De auteurs vonden het dan schokkend dat de keizer christelijk was geworden. Ze konden het niet over hun lippen krijgen – in het geval van de redenaar zelfs letterlijk. Constantijn hield in zoverre rekening met hun gevoeligheden, lijkt het, dat hij zich liet afbeelden als vereerder van Apollo. Apollo was immers een lichtgod én een zoon van de oppergod: twee punten van overeenstemming met Christus, die immers zoon van de allerhoogste was en gold als licht dezer wereld. De een was de ander, om zo te zeggen. De vakterm is “syncretisme”.

Misschien bestonden deze schroom en gêne werkelijk. Maar er is een andere optie. We hebben diverse voorbeelden van mensen die én heidens én christelijk waren. Ik noem altijd graag generaal Bacurius, die leefde aan het einde van de vierde eeuw. De christelijke auteur Rufinus beschouwde hem als christen, terwijl de heidense auteur Libanios meende dat de generaal de oude goden in ere hield. Beiden waren met Bacurius bevriend en er is geen reden aan te nemen dat een van hen liegt. De officier moet gewoon een hoffelijke man zijn geweest die in het ene gezelschap het Onzevader bad en zich een ander huis richtte tot de huisgoden.

Er zijn geen harde cijfers, maar er moeten duizenden Bacurii zijn geweest die, tot verdriet van de toenmalige bisschoppen, heidens én christelijk waren. Voor zover er een discussie was, hebben de bisschoppen die gewonnen. In onze tijd vinden we het vreemd als iemand opgeeft zowel christelijk als islamitisch te zijn. Of als iemand zegt tegelijk gelovig en niet-gelovig te zijn. Ik heb het weleens “quantumreligie” genoemd omdat pas in bepaalde situaties duidelijk wordt waar iemand staat.

Waar het mij nu om gaat is dat de tot in onze tijd nog altijd gebruikte, normatieve definitie (namelijk dat je maximaal één religie kunt hebben) in feite specifiek christelijk is. En binnen het spectrum aan christelijke opvattingen is het nog een idee dat de afgelopen eeuwen vooral populair was bij bisschoppen, theologen, dominees en andere beroepsgelovigen.

Dat het idee dominant werd en is gebleven, is een gevolg van ontwikkelingen uit de Late Oudheid. De bestudering van Constantijn de Grote of het laatantieke christendom is op zichzelf niet zo heel belangrijk (al is de puzzel met het antieke bewijsmateriaal amusant) maar het is wel zinvol dat je ontdekt dat je eigen, eenentwintigste ideeën niet de enige mogelijkheid zijn.

Dat is het soort inzichten wat je van geschiedenis kunt krijgen. Ik zeg niet dat je er een beter of gelukkiger mens van wordt. Ik zeg ook niet dat dit de enige manier is om met het verleden om te gaan. En ik zeg zéker niet dat de erfgoedbeheerders, musea en universiteiten hun inzichten allemaal professioneel delen. Maar het is een dimensie die belangrijk is. En je kunt het spiegelen van je eigen ideeën en het onderkennen van het betrekkelijke ervan, beschouwen als een vorm van bevrijding.

44 gedachtes over “Waarom geschiedenis?

    1. Peter J.I. Flaton

      En in zijn bundel “Op Pennewips plek” (Amsterdam, 1982) verwoordt Ed Leeflang het zo:

      Beheersing van de spelling en ontleding
      maakt niet harmonisch, bezonnen kosmopoliet
      wordt de kenner van rivieren en hoofdsteden
      niet door het kaartbeeld. Jaartallen
      brouwen geen leven als omhelzen en bevallen.

      Terwijl zijn teamgenoten het pure weten
      gretig verachten, blijft hij van feiten
      heil verwachten vanwege onbewezen,
      koppig verdedigd perspectief:

      dat wie meer weet, meer ziet, zich
      makkelijk verwondert, meer betreurt
      en meer geniet. Wie durft te kennen
      het gruwelijke in, heeft met meer
      reden lief.

  1. Laten we één ding vooropstellen: Constantijn was allereerst een Romeinse keizer, en als zodanig in de eerste plaats bezig met het handhaven en versterken van zijn eigen positie. Die werd immers van alle kanten bedreigd: er waren invallen van buiten het Romeinse Rijk, tot 324 rivalen binnen het Rijk en mogelijk zelfs rivalen binnen de eigen familie. Zelfs als Constantijn uitgesproken religieuze opvattingen heeft gehad, dan waren die altijd ondergeschikt aan zijn belangen als keizer. Het “gij zult niet doden” was bijvoorbeeld tamelijk lastig voor iemand in zijn positie, maar daaruit mag je niet de conclusie trekken dat Constantijn dús geen christen was.

    De vergelijking met Bacurius lijkt me niet helemaal zuiver. In feite probeer je uit een voorbeeld een theorie te destilleren en die op Constantijn te betrekken. Dat er duizenden waren zoals Bacurius moge waar zijn, er waren er ook duizenden voor wie het offeren in de keizercultus volstrekt onverenigbaar was met hun christelijke geloof. Sommigen bezweken onder de druk en offerden toch, anderen hielden vast aan hun geloof. En die zijn ook vervolgd. Weliswaar in mindere mate dan latere schrijvers ons willen doen geloven, maar dat er christenvervolgingen zijn geweest (en vervolgingen van anderen die weigerden te offeren voor de keizer) staat buiten kijf. Dat er mensen als Bacurius waren, betekent niet dat Constantijn een Bacurius was. Wat je dus zou moeten doen, is kijken of je ook in het geval van Constantijn typisch ‘heidense’ handelingen kunt ontwaren, handelingen die verder gaan dan de ‘vaagheid’ die je hierboven beschrijft. Constantijn die zich richt tot de laren en penaten, Constantijn die offert in de tempel van Jupiter Optimus Maximus, Constantijn die een nieuwe ‘heidense’ tempel inwijdt. De portee van het boek van Henk Singor dat enkele jaren geleden verscheen was nu juist dat dit soort voorbeelden ontbreken, terwijl er voorbeelden te over zijn van Constantijn die christenen voortrekt. Ik hoor natuurlijk graag tegenspraak.

    Een andere vraag is of gelovigen die zowel ‘heidense’ als christelijke rituelen uitvoerden zich wel bewust waren van de oorsprong van die rituelen. In Rome werden bijvoorbeeld in de vierde eeuw zogenaamde ‘gravenbasilieken’ gebouwd. Dat waren basilieken in de vorm van een circus rondom christelijke graven. Het staat vast dat christenen die daarheen kwamen dodenmaaltijden hielden, rituelen die van de ‘heidenen’ gekopieerd waren. Die rituelen werden actief bestreden door de Kerk en een eeuw later bestonden ze niet meer. De vraag is echter of de christenen die hier kwamen zich realiseerden dat ze iets ‘heidens’ deden. Vergelijk het met mensen die Sinterklaas of Kerst vieren zonder christelijke bijbedoelingen. Dat zijn er immens veel (de organisatie van de Sinterklaasoptocht in Amsterdam dacht een jaar of tien geleden de goede Sint religieneutraal te kunnen maken door zijn kruis te verwijderen en te vervangen door de drie Andreaskruizen van Amsterdam; oftewel, één christelijk symbool werd door drie christelijke symbolen vervangen).

    Overigens zet ik ‘heidenen’ en ‘heidens’ bij voorkeur tussen aanhalingstekens. Van een coherente groep was immers geen sprake. ‘Traditionele godsdiensten binnen het Romeinse Rijk’ (meervoud) zou eigenlijk een betere term zijn.

    1. mnb0

      Al in de Vierde Eeuw vormden de christenen evenmin een coherente groep, dus als u uw eigen argument serieus neemt moet u dat woord eveneens tussen aanhalingstekens zetten. Waarom eigenlijk waren het christelijke en het joodse geloof na drie eeuwen nog geen “traditionele godsdienst binnen het Romeinse Rijk”? En hoe zit dat met niet-christelijke religies die van buiten het Rijk zijn geïmporteerd of nog jonger zijn dan het christendom? Hoe bepalen we of zij wel coherent waren en dus gevrijwaard mogen blijven van uw aanhalingstekens?
      Voorlopig zie ik niet in dat uw terminologie beter is (in de zin van accurater, sterker discriminerend vermogen, minder ambigu) dan de simpele tegenstelling christendom vs. heidendom (waar het joodse geloof dan buiten valt, alsook later de islam). Die doet niets om de inhoud van beide beter te begrijpen, maar wel om grip te krijgen op een belangrijk historisch feit: het incoherente samenraapsel genaamd christendom bleef voortbestaan terwijl het incoherente samenraapsel genaamd heidendom gedurende een proces van ongeveer tien eeuwen verdween uit het Midden-Oosten (Perzië reken ik even niet mee, want nog weer een geval apart), Noord Afrika en Europa..

      1. Laat ik het dan proberen te verduidelijken. Mijn punt is dat de mensen die wij aanduiden als ‘heidenen’ zichzelf niet als zodanig zagen en zichzelf zeker niet zo noemden. Het is een term die christenen gebruikten om de niet-christenen – álle niet-christenen – aan te duiden, en nog op een pejoratieve manier ook. Tot de traditionele polytheïstische godsdiensten – die toevoeging polytheïstisch is wellicht beter – binnen (en inderdaad ook buiten) het Romeinse Rijk behoorden er vele tientallen met een eigen ontstaansgeschiedenis. Ze stonden zeker niet volledig los van elkaar, er was op diverse manieren sprake van interactie en inderdaad syncretisme. Door echter mee te gaan in de kwalificatie ‘heidenen’ nemen we de christelijke kijk over dat er een soort eenheidsworst was. En die was er niet.

        Natuurlijk ontken ik niet dat de christenen ook geen coherente groep vormden, maar wat mij betreft zijn we dan wel appels en peren aan het vergelijken. De christenen, die zich wél zo noemden, hadden het geloof in één God en Jezus Christus gemeen. Dat ze elkaar vervolgens doctrinair de hersens insloegen, onder meer over de verhouding tussen die God en genoemde Jezus, doet daaraan niet af.

        1. mnb0

          Tja, christenen hebben mijn terminologie op geen enkele manier te bepalen, noch positief noch negatief. Dat zij destijds de term heiden op een bepaalde wijze gebruikten dient volgens mij geen enkele invloed te hebben en al helemaal niet in een wetenschappelijk onderzoek. Wat voor mij voorop staat heb ik al beschreven en uw terminologie is ook na uw verduidelijking op geen enkele wijze een verbetering volgens die drie normen. UIteraard hadden heidenen wel degelijk iets gemeen: ze erkenden het Oude Testament en het Nieuwe Testament niet als het woord gods.

          1. Ik ga u natuurlijk niet verbieden de term ‘heiden’ als een soort geuzennaam te gebruiken. Maar op het moment dat je een wetenschappelijk stuk publiceert waarin je een bepaalde interpretatie ‘specifiek christelijk’ noemt, zul je ook moeten onderkennen dat de ‘heiden’ eveneens een specifiek christelijk product is (en JL doet dat blijkens zijn reactie ook). Nogmaals, de mensen in kwestie noemden zichzelf niet zo (dit is een beetje vergelijkbaar met de discussie over de term ‘Byzantijnse Rijk’) en het ging om groepen met onafhankelijke ontstaansgeschiedenissen die hooguit met elkaar gemeen hadden dat ze (doorgaans) non-doctrinair, sterk op het ritueel gericht en polytheïstisch waren. Uw opmerking dat de heidenen gemeen hadden dat ze het Oude en het Nieuwe Testament niet als het woord gods erkenden is weinig verhelderend. Het is een definitie vanuit het negatieve, die bovendien suggereert dat de mensen in kwestie de beide boeken – waarvan de precieze samenstelling pas in 397 is bepaald – van kaft tot kaft hadden gelezen en vervolgens na rijp beraad hebben verworpen.

            Ik vind overigens iedere term – ook heiden – prima zolang uit de context maar duidelijk wordt dat hieronder meerdere religies vielen.

        1. mnb0

          Volgens moslims zijn christenen polytheïsten. En of we manicheërs polytheïstisch kunnen noemen …..
          Het handigste lijkt miji nog in deze context christenen, joden en overige gelovigen. Waarbij (zie boven) ik heiden in deze context definieer als overig gelovige. Wat christenen daarvan vinden en vonden zal Messalia geen maar mij wel worst wezen. Ik heb het Griekse Pantheon altijd een stuk aantrekkelijker gevonden dan die rare drie-eenheid met wel of niet een duale natuur van één die drie die toch ook weer één zijn, maar ben beslist niet beledigd als de Griekse goden heidens genoemd worden.

          1. Anders dan u suggereert, is het voor mij helemaal geen kwestie van ‘worst wezen’ of ‘beledigd zijn’. Ik probeer enkel de term ‘heiden’ in een historische context te plaatsen en te wijzen op de problematische kanten ervan. Met een persoonlijke voorkeur voor poly-, mono- of atheïsme heeft dat niets te maken. De term ‘mohammedaans’, die je nog sporadisch tegenkomt, vind ik ook problematisch, maar ik zal er niet wakker van liggen.

            Waar ik ook niet wakker van lig, is de wijze waarop u mijn naam telkenmale verkeerd schrijft. Maar voor de goede orde: het is Messalla (naar de vriend van keizer Augustus).

    2. Kan ik mij wel in vinden. Voordat ik me ga verdiepen in het zoeken naar typisch ‘heidense’ handelingen van Constantijn houd ik wel in mijn achterhoofd dat de kans bestaat dat juist deze zaken door latere auteurs zijn weggemoffeld – eventuele gene over de bekering van Constantijn werd later waarschijnlijk gevolgd door een gene over de periode dat hij overduidelijk nog geen christen was.

      Ik denk ook niet dat Constantijn een ‘allesvriendje’ Bacarius was, maar ik zie hem ook zeker niet als een fanatiek gelovige.

      1. Eens, als fanatiek gelovige had Constantijn het als keizer vermoedelijk niet lang volgehouden. Ook eens met de stelling dat christelijke auteurs de typisch ‘heidense’ handelingen kunnen hebben weggelaten, al kun je volgens mij de bouw van een nieuwe tempel moeilijk verdonkeremanen. Aurelianus bouwde een tempel voor Sol. Constantijn, die ook iets met Sol had, deed dat niet.

        In dat verband is de stichting van Constantinopel interessant. Ik meen uit oudere, populariserende literatuur (Norwich, Byzantium in drie delen) onthouden te hebben dat Constantinopel geen exclusief christelijke stad was. Er stonden ook traditionele tempels. Singor zegt dan weer dat die er puur voor de vorm stonden en er geen echte cultus was. Ik zou me er meer in moeten verdiepen om te kunnen zeggen wie gelijk heeft (en dan nog laat ik het eindoordeel graag aan de specialisten over).

  2. Ik weet niet of het waar is, dat er duizenden waren die het offeren voor de keizer niet combineerbaar achtten met hun verering van Christus. Ik denk wel dat de vervolgingen van Decius en Valerianus waren gericht tegen de exclusivisten.

    Wat Constantijn zelf betreft: het probleem is dat de heidense handelingen zó vanzelfsprekend waren dat ze onvermeld blijven. Hij lijkt in elk geval geen bezwaar te hebben gehad tegen de beeldentaal op de boog in Rome. Hij heeft een keer geofferd op het Capitool (Zosimos vermeldt het expliciet).

    Mijn persoonlijke mening is: 310 een licht-ervaring (ik zal het woord “visioen” even laten wat het is), na 314 in toenemende mate het christendom binnengezogen, na 325 steeds christelijker. Eigenlijk wat je zou verwachten: zijn mate van christen-zijn is evenredig met het percentage christelijke inwoners. Geen nieuwe conclusie.

    Eens met je observatie over de heidense oorsprong van christelijke gebruiken. In mijn boek vermeld ik amuletten.

    En het woord “heidens”, tja. Dat is een erkend probleem, Ik stip het in mijn boek aan. Dat er zoiets als heidenen zijn geweest en dat we dat woord nog gebruiken, is weer een christelijke erfenis.

    1. Is ‘Pantheïsten’ niet een aardige naam? Tijdens mijn reizen door India werd ik altijd aangenaam getroffen door de soepelheid waarmee regionale goden met gemak werden ingelijfd in het Hindoeïsme zonder dat ze iets van hun smaak verloren. Het Hindoeïsme als zodanig lijkt me dan ook een late uitvinding. Christus heeft er ook een plaats in en zo kan het ook zijn dat God en Christus een onderdeel waren van de brede pantheïstische ervaring van die tijd, tot exclusivisten (wat volgens mij een beetje begon bij de Joden) steeds meer begonnen te overheersen.

    2. mnb0

      “zijn mate van christen-zijn is evenredig met het percentage christelijke inwoners”
      Tot op zekere hoogte. Er speelde immers nog iets anders, voor een machtspoliticus die een keizer nu eenmaal moet zijn van doorslaggevend belang: een idee die (geen typo) voor politieke samenhang kon zorgen. De rampen van de derde eeuw hadden de politieke samenhang van het Rijk aangetast. Constantijn heeft wellicht gemeend dat het christelijk geloof een bindmiddel kon zijn. Alleen kon hij het zich niet veroorloven de niet-christenen al te sterk van zich te vervreemden – dat zou juist ten koste gaan van de nagestreefde eenheid. Wat hem echter niet lukte (itt zijn veel latere opvolgers in Constantinopel) is het christelijk geloof en specifiek de christelijke autoriteiten dienstbaar te maken aan de belangen van het Rijk. Dat lukte in West-Europa pas definitief toen de katholieke Keizer Karel V Rome liet plunderen door protestante huurlingen, dus 1200 jaar later.

    3. Ja, die persoonlijke mening over het binnenzuigen kan ik heel goed onderschrijven. Misschien met een paar amendementen/toevoegingen.

      Geboren rond 272 en opgegroeid in een omgeving die relatief tolerant stond tegenover christenen. Moeder afkomstig uit een streek met een grote christelijke bevolkingsgroep, vader doet feitelijk niet mee aan christenvervolgingen. Vader hertrouwt met vrouw die gelet op haar laatste naam – Theodora (“Godsgeschenk”) – heel goed christelijk geweest kan zijn, al weten we dat niet zeker. Halfzus die Anastasia heet (“Wederopstanding”), ook een hint. Contacten met de goed georganiseerde bisschoppen in Spanje en Gallië, zoals Hosius van Cordoba, vanaf 306. Later de christen Lactantius aangesteld als tutor voor Crispus. Na de licht-ervaring van 310 misschien nog een tweede ervaring in 312 (ik ben er niet zeker van dat het om één en dezelfde gebeurtenis gaat). Dan na de overwinning op Maxentius in oktober 312 een pro-christelijk beleid in Rome. Vanaf 313 betrokken bij de casus van de Donatisten, vanaf 316 in het bezit van Griekse en Macedonische gebieden van Licinius’ rijk, waar al vanaf de eerste eeuw christelijke gemeenschappen zijn (Corinthe, Athene, Philippi). Uiterlijk in 324 verrijst de Verlossersbasiliek in Rome op de resten van de kazerne van de equites singulares, waarvoor Constantijn waardevolle geschenken geeft. Vermoedelijk ook rond die tijd de eerste heiligdommetjes over de graven van Petrus en Paulus. Moeder Helena is ook helemaal in de Heer in die tijd en beschikt over een paleiskapel (nu Santa Croce in Gerusalemme). En dan, na 19 december 324, de controle over het Rijksdeel van Licinius, met zijn grote christelijke bevolkingsgroepen. Ik vergeet vast nog wel wat.

      Wellicht kunnen we Constantijns religieuze opvattingen zien als communicerende vaten. Het gevuld raken van het christelijke vat was evenredig aan ledig geraken van het traditioneel polytheïstische vat.

    4. Roger Van Bever

      Wat die laatste zin betreft, Jona, ben ik zo vrij je te verwijzen naar de definitie van het WNT:

      http://www.wnt.inl.nl/iWDB/search?wdb=WNT&actie=article&uitvoer=HTML&id=M025142

      Daaruit blijkt dat het ‘begrip’ heiden zich niet alleen vanuit christelijke hoek heeft ontwikkeld, maar ook vanuit andere monotheïstische godsdiensten. Wellicht wordt het daar anders genoemd (ongelovigen of iets dergelijks). Feit is dat de missionarissen die in het zwarte Afrika bij ‘onze wilden’ het onvolprezen christelijk geloof gingen prediken, deze mensen als heidenen bestempelden! Over hoogmoed en minachting gesproken!

      Overigens vraag ik mij af of de relatie van Constantijn t.a.v. de christenen geen win-win situatie was: je stipt zelf aan dat zijn ‘christen-zijn’ gehalte correleerde met het aantal christelijke inwoners van zijn rijk. In zekere zin liet hij dus zijn huik naar de wind hangen.

      1. mnb0

        “Overigens vraag ik mij af of de relatie van Constantijn t.a.v. de christenen geen win-win situatie was.”
        Volgens mij niet, want binnen de kortste keren werden christelijke autoriteiten een politieke factor die nauwelijks de belangen van het Romeinse Rijk nastreefden. Dat weerspreekt uw laatste zin (wind, huik) echter niet.

  3. jan kroeze

    Heidens en christen; ik moet dan gelijk denken aan het christendom in Afrika en Zuid-Amerika.
    Over syncretisme gesproken.

  4. mnb0

    “In onze tijd vinden we het vreemd als iemand opgeeft zowel christelijk als islamitisch te zijn.”
    Uiteraard is dit een typisch voorbeeld van westers vooroordeel. Deze uitsluiting is het gevolg van het onverdraagzame karakter van de abrahamistische religies. Theologen omschrijven dat wel als de jaloerse god. Allah en YHWH sluiten elkaar uit. We kunnen niet zomaar aannemen dat dat altijd opgaat voor heidenen, integendeel. In het Surinaamse binnenland heb ik allerlei mensen leren kennen die hun abrahimistisch geloof probleemloos combineren met animistische overtuigingen. Een christelijke bosneger kan heel goed geloven dat bomen en rivieren bezield zijn en dus allerlei rituelen behoeven. In Brazilië en Haïti zijn er hele geloofsrichtingen die slechts ten dele christelijk zijn, maar daar weet ik niet zoveel van. Ook is er het zogeheten javanisme (vergelijk Kejawen, Wikipedia), beoefend door Surinaamse javanen. Dat is een mengelmoes van islam, hindoeïsme en animisme, het laatste in de vorm van eten klaarzetten voor de doden. Tegelijkertijd zijn er gelovigen die streven naar een zuivere beoefening van hun geloof en dergelijke invloeden willen weren.
    Er is geen enkele reden om aan te nemen dat vergelijkbare mengvormen in het Romeinse Rijk van de Vierde Eeuw onmogelijk waren. Een dergelijke onmogelijkheid zou heel bijzonder zijn.

  5. Hé, heb je mijn boek al gelezen? Ik eindig met precies jouw conclusie.

    In feite schrijf ik hoe bizar het is dat oudheidkundigen de overstelpende hoeveelheid antropologisch bewijsmateriaal negeren en allemaal, echt allemaal, vasthouden aan de normatieve definitie van “beroepschristenen”.

    1. Ben Spaans

      Beroepschristenen bewaken het fort van de juiste leer, daar zijn ze voor. Jan en alleman kan wel van alles gaan geloven. Niet alleen in de late oudheid, ook tegenwoordig heb je mensen die zich christelijk vinden, maar wel bezig zijn met reïncarnatie of reiki b.v.

      1. Yup. Ik ontzeg beroepschristenen hun relevantie niet. Ik denk echter dat hun normatieve definitie, die het al een eeuw of wat volhoudt, voor Constantijn niet zo relevant was.

    2. A. Harmens

      Ik heb problemen met het zonder meer toepassen van antropologische modellen op de geschiedenis, zeker als een samenleving, zoals in het geval van het 4e-eeuwse Romeinse Rijk, sterk verschriftelijkt is. Er komt dan een bijkomend bronnenprobleem bij (want hoe betrouwbaar zijn die bronnen?). Deze modellen suggereren tijdloze en herhaalbare processen, maar de politieke, sociale en culturele situatie van Javanen in Suriname (of Friezen in de 8e-eeuwse Nederlanden, om maar iets te noemen) is wezenlijk anders dan die van de niet al te uniforme bevolking van het Romeinse Rijk in de vierde eeuw. Dat wil overigens niet zeggen dat scheidslijn tussen heiden en christen dun is. Van Boëthius, bijvoorbeeld, weet ik het ook niet wat hij was (waarschijnlijk beide). Maar, ik zou zelf niet via de antropologie tot die conclusie komen.

    3. mnb0

      Hoe vleiend ook, ik moet de opmerking van MichelG tegenspreken. Mijn conclusie is slechts het resultaat van persoonlijke waarneming in een specifiek bauxietdorp in een specifiek Zuid-Amerikaans land, aangevuld met oppervlakkige weetjes over Haïti en Brazilië.

      “In feite schrijf ik hoe bizar het is ….”
      Ik neem aan dat het een consequentie is van jaren tussen andere culturen vertoeven (en als ik een beetje ijdel mag zijn: van een beetje atheïstische zelfstandigheid) dat die “beroepschristenen” mij niets (te) zeggen (hebben). De kiem is misschien gelegd in mijn jeugd – ik vond de christelijke verhalen lang zo boeiend niet als de ouwe Griekse en zelfs als de Noors-Germaanse. Die ouwe Grieken wisten tenminste hoe ze lol moesten maken. Van de keerzijde (zie Messalia boven), antichristlijke invloeden moet ik net zo weinig hebben – dat is alleen maar een andere manier waarop het christendom het denken beïnvloedt. Dus ik vind de term heidenen OK, want het is mij volledig duidelijk dat daar voor jou geen negatieve betekenis aan vastzit. Als christenen op hen neerkijken is dat niet mijn (of jouw) probleem, ze maken zichzelf alleen maar belachelijk en daar heb ik nooit iets op tegen.

      1. “Van de keerzijde (zie Messalia boven), antichristlijke invloeden moet ik net zo weinig hebben”

        Geen idee welke ‘keerzijde’ hier met mijn reactie(s) in verband wordt gebracht. Met feitenvrije anti-christelijke retoriek heb ik ook niets, en ik dacht ook niet die indruk gewekt te hebben.

  6. jacob krekel

    Je hoeft niet naar verre oorden te gaan om allerlei plaatselijke invloeden in het christendom te zien. Om te beginnen vertaalde men het evangelie in het Grieks, en dacht vervolgens met allerlei Griekse modellen door over zaken waar in de eerste eeuw niemand zich om druk had gemaakt. Een vrij evident voorbeeld is ook de plaats van Maria in het katholicisme en de orthodoxie. Maar wat vlak voor onze neus staat is vaak slecht zichtbaar.

    Maar van der Spek is de enige die ingaat op de vraag boven deze blog, en dat vind ik wel jammer. Ik ben het in deze discussie eens met Lendering: geschiedenis is interesssant, en heeft dus amusementswaarde, en je kunt contrasten vinden met onze vanzelfsprekendheden. Dat kan overigens ook, en vaak beter, door de culturele anthropologie. Ik geloof niet dat geschiedenis ons veel lessen uit het verleden heeft te leren, of dat je moet weten waar je vandaan komt om je heden te begrijpen. De voorbeelden die Van der Spek in zijn artikel noemt zijn een goede illustratie van deze mening. Je hebt veel meer aan Piketty en een paar moderne theorieën dan aan de 19e eeuw om te begrijpen hoe marktwerking de rijken steeds rijker maakt. En dat Bush van de Assyriërs had moeten leren dat je een verslagen leger moet integreren (of uitmoorden) veronderstelt een niet bestaand determinisme. Omstandigheden verschillen en in iedere omstandigheid is wat er feitelijk gebeurt een onwaarschijnlijkheid, en dat zelfs in m.o.m. vergelijkbare omstandigheden dezelfde onwaarschijnlijkheid weer optreedt is heel onwaarschijnlijk

    1. mnb0

      “Maar van der Spek is de enige die ingaat op de vraag boven deze blog”
      Mijn eerste antwoord is nogal oppervlakkig – ik vind geschiedenis gewoon leuk. Niet alles – al die Middeleeuwse soapopera’s met eeuwige familietwisten en voortdurend veranderende grenzen kunnen mij niet boeien. Wat hebben Neustrië en die andere tijdelijke opsplitsing van Gallië/Frankrijk nou voor belang? Die zielige Britse koninkrijkjes? Of de Seleucidische tegenhanger met oorlogen die niet bij te houden zijn?
      Mijn tweede antwoord volgt uit het demarcatieprobleem (wetenschap vs. niet-wetenschap). Om MichelG’s compliment nu wel een beetje te bevestigen, ik heb JL er een aantal jaren geleden van weten te overtuigen dat geschiedkunde een wetenschap is en een behoorlijk harde ook. Natuurkunde en geschiedkunde hebben bepaalde dingen gemeen die we in rommel als creationisme en jezusmythologie niet terugvinden.
      Ten derde is daar het aloude streven naar een Theorie van het Al. Als verstokt ongelovige moet ik het met wetenschap doen en dan moet geschiedkunde ook een plaats hebben. Of om het in religieuze termen te zeggen: wetenschap duidt niet alleen het hier en nu, maar ook het toen en overal. Zonder oudheidkundigen blijft het verhaal van Oerknal (of misschien nog daarvoor) tot ikke achter mijn computer gegarandeerd onvolledig en dat kan ik niet hebben.
      Dat ik het er op deze pagina nog niet over heb gehad komt omdat ik niet de ambitie koester dat de rest van de mensheid mijn drie antwoorden moet accepteren – ze zijn persoonlijk.

  7. ras400517317

    … een boswandeling, een concert, een computerspelletje, strandbezoek: niemand vraagt wat dáárvan het nut is. Van een boswandeling en strandbezoek kan je nog zeggen, dat je wat frisse lucht en lichaamsbeweging opdoet. Bij een concertbezoek en helemaal bij het doen van een computerspelletje is dat natuurlijk niet aan de orde. Misschien een opfrisser voor de hersenen?
    Ik ben wel benieuwd wat Van der Spek heeft bijgedragen aan het inzicht in de noodzaak van geschiedenis, maar of die nu voor de evolutie nodig is, waag ik te betwijfelen. Ik zal het artikel opzoeken.
    Wat ik bij iedereen mis als nut en vrolijkheid van de geschiedenis, is het contact met anderen. Je bezoekt lezingen, excursies, rondleidingen, opgravingen toch ook om anderen te ontmoeten en erover te praten? En verder is iedere stap in het beschavingsproces (of wat daarvoor doorgaat) alleen maar mogelijk als je de voorgeschiedenis kent. Is dat wat Van der Spek bedoelt?

  8. PG

    Maatschappijen vertellen zichzelf verhalen en bestaan dankzíj die verhalen. Ik sluit niet uit dat zo’n narratief zich op de toekomst kan richten, maar tot nu toe is gebleken dat vooral het verleden verhaalstof heeft geboden. In een wetenschappelijke tijd is het onvermijdelijk dat die stof van het verleden ook op een wetenschappelijke manier wordt behandeld. Iets anders is gewoon ondenkbaar – toch in ons tijdsgewricht. Waarom dan vragen naar het nut, als er sprake is van noodzaak?

  9. Hendrik Jan Bakker

    Ik heb ook lang geloofd dat geschiedenis noodzakelijk is om het heden juist te beoordelen en ons te behoeden voor het herhalen van steeds dezelfde fouten. Maar inmiddels is mij duidelijk dat we maar zelden van onze fouten leren. Voor mij blijft geschiedenis dus een amusante hobby, net als ruimtevaart, opera en oorlog voeren (dat laatste is iets minder amusant). Hobby’s waar we kennelijk graag geld in steken. En dat is prima.

    1. PG

      Het gaat mij niet om de lessen die we kunnen trekken, want ik ben het met je eens dat dat moeilijk ligt. De noodzaak zit ‘m in het feit dat onze tijd ‘wetenschappelijk geconditioneerd’ is. We kúnnen de verhalen over het verleden niet vertellen zonder ze methodisch te onderzoeken. Neem wereldwijd alle financiering weg, en de historiografie zal gewoon blijven bestaan (zij het aan niveau inboeten).

  10. jacob krekel

    Het heden biedt ook leuke stof voor verhalen, de meeste romans gaan daarover. Als liefhebber van SF heb ik heel wat over de toekomst gelezen. En dan heb je ook nog sprookjes. Als geschiedenis voor die verhalen wordt gebruikt dan krijgen we de ontkenning van de genocide op de Armeniërs, de opvatting dat je slavernij in zijn context moet zien, kortom dan wordt het verhaal een steunpilaar voor het nationalisme, dat ons nog nooit iets goeds tot stand heeft gebracht, en dat nog heel wat ellende voor de mensheid in petto heeft. Het misbruik van geschiedenis heeft wat dat betreft al veel te veel kwaad gesticht. Dus geen noodzaak, maar vermijding van dit gebruik zou ik aanraden.

    1. mnb0

      “Als liefhebber van SF heb ik heel wat over de toekomst gelezen.”
      Eerder over het heden van de auteurs.

      “de opvatting dat je slavernij in zijn context moet zien”
      Ik vind dat je alles in zijn context moet zien, anders lukt het nooit om geschiedenis te begrijpen. Dat verhindert mij totaal niet om afkeer te voelen of voorkeuren te hebben. Tien (of twintig) eeuwen lang was het Romeinse Rijk (dus inclusief de Republiek) een doffe ellende voor de meerderheid van de inwoners. Niet dat het onder het juk van Carthagers, onder de Atheners, bij de Ieren of bij de Picten ook maar iets beter was. En juist hier komt enig onverwacht chauvinisme om de hoek kijken. Mijn voorkeur voor zeg de Eerste Eeuw gaat uit naar enkele tientallen kilometers ten noorden van de monding van de Rijn. Minste kans op de gebruikelijke ellende van die tijd. Niet toevallig ook de streek waar vele van mijn voorouders vandaan kwamen. Mijn geboortestreek, de Achterhoek, is ook wel leuk, maar daar kwamen toen teveel migrerende Germanen voorbij, ook al geen lekkerdjes.

  11. jacob krekel

    Natuurlijk moet je alles in zijn context zien, ook de opmerking van Rutte over slavernij. Daarmee wil hij zeggen dat we onze slavenhandelende voorouders niet zomaar moeten veroordelen, omdat iedereen slavenhandel in die tijd normaal vond. Wat feitelijk onjuist is. In de christelijke kerken is altijd een sterk verzet tegen slavernij geweest. Ik heb het voorbeeld alleen genoemd als voorbeeld van hoe historische verhalen worden gebruikt om onze voorouders beter voor te stellen dan ze waren. Dan denk ik aan de mythologie die ik voeger als “vaderlandse” geschiedenis op school heb geleerd: “wij werden omringd door boze vijanden maar dank zij de opofferingen, dapperheid en doorzettingsvermogen van onze voorouders en helden zijn wij er toch in geslaagd ons plaatsje onder de zon te verwerven” De buren vertellen (den?) hetzelfde verhaal met een andere rolverdeling. Het is dat soort geschiedenis dat zo veel kwaad heeft gesticht. Lees b.v. Ernst Piper, Nacht over Europa.
    De geschiedenis van het Romeinse rijk is interesssant en boeiend, maar niet veel meer dan dat. In Italië lag dat in de 20e eeuw heel anders.

  12. In Afrika zijn er ook vandaag nog heel veel mensen die en islamitisch of christelijk, en animistisch zijn, dus dat het bij prille Christenen in Europa ook zo ging, lijkt mij inderdaad zeer aannemelijk.

    1. Yup.

      En de kernvraag is waarom zoveel wetenschappers dat overstelpende bewijsmateriaal negeren. Het is een focus op bronnen bij verwaarlozing van de sociale wetenschappen.

  13. Het bewijsmateriaal wordt niet genegeerd, het wordt anders geïnterpreteerd. Geen historicus zal stellen dat het christendom puur en van vreemde smetten vrij was. Algemeen wordt erkend dat amuletten (jouw voorbeeld) en dodenmaaltijden (mijn voorbeeld) van de traditionele godsdiensten (meervoud) waren overgenomen en een plek kregen in het nieuwe geloof, niet zelden tijdelijk en met tegenstand van de exclusivisten. En dan hebben we het nog niet eens over de van de klassieken gekopieerde beeldtaal waarin het christelijke geloof moest worden uitgebeeld, of de joodse wortels van het christendom. De interpretatie dat vierde-eeuwse christenen zich tevens met van oorsprong ‘heidense’ rituelen bezighielden lijkt me niet beter of slechter dan de interpretatie dat deze christenen tevens heidenen wáren of konden zijn. Het is een accentverschil, we kunnen niet in de hoofden van mensen kijken om te zien hoe ze zichzelf beschouwden en misschien moeten we wat minder aan etikettenplakkerij willen doen. Daar komt dan nog bij dat de gekopieerde rituelen op een gegeven moment niet meer als heidens of joods worden herkend, maar gewoon als onderdeel van het christelijk geloof. Psalmen zingen in de kerk bijvoorbeeld. En ook dat zie je in Afrika terug, waar sommige bisschoppen zich al jarenlang inzetten om klassiek-Afrikaanse libatierituelen als onderdeel van de christelijke liturgie erkend te krijgen.

    Overigens misschien aardig om te melden: vandaag exact 1697 jaar geleden wees een decreet van Constantijn de zondag aan als rustdag. Een handreiking aan de christenen of een gebaar richting de cultus van Sol Invictus? Of beide? Los van Constantijns niet meer vast te stellen persoonlijke opvattingen, maar uitgaande van zijn noodzakelijke pragmatisme zou ik zeggen: beide.

  14. Ik bedacht me nog het volgende. Keizer Severus Alexander (222-235) stond tolerant ten opzichte van christenen. We hoeven niet alle verhalen over hem (bijvoorbeeld in de Historia Augusta) te geloven om die conclusie voor juist aan te nemen. Stel dat hij zijn (vermeende) plan had doorgezet om in Rome voor voor de god Christus een tempel te bouwen, hoe zouden we dan over hem oordelen? Als de heidense keizer die Christus in het Romeinse pantheon integreerde? Of als heiden én christen?

    Interessant zou ook zijn om na te gaan welk etiket de niet-christelijke gelovigen op zichzelf plakten. Mij schieten niet zo snel de Griekse of Latijnse woorden daarvoor te binnen. Ik vraag me zelfs af of die er waren. Bij de mysterieculti kom je in teksten wel woorden als ‘initiatus’ of ‘mystes’ (ingewijde) tegen, maar veel verder kom ik niet. Welk woord zou de ‘heidense’ Germaan met Romeins burgerrecht Marcus Livius Jona uit Mogontiacum hebben gebruikt als hem gevraagd werd naar zijn geloof?

Reacties zijn gesloten.