Romeinse bestuurlijke correspondentie

Een jaar of twintig geleden werd ik benaderd met de vraag of ik in Madurodam een lezing kon verzorgen over een historisch persoon die kon doorgaan voor interim-manager. Ik koos voor de Romeinse senator Plinius de Jongere, die ten tijde van keizer Trajanus orde op zaken stelde in de in problemen verkerende provincie Bithynië-Pontus, zeg maar het noorden van het huidige Turkije. Die lezing groeide later uit tot mijn eerste boekje.

Hoe groot de problemen in Bithynië-Pontus waren, valt moeilijk uit te maken, want je weet nooit hoe representatief de bronnen zijn, maar het staat vast dat in de voorafgaande jaren rechtszaken dienden in de Senaat en dat Plinius tijdens zijn verblijf de bizarre titel van legatus Augusti pro praetore consulari potestate ex senatusconsulto missus voerde, “krachtens Senaatsbesluit door de keizer gezonden gouverneur met consulaire bevoegdheden”. Zelfs in het Nederlands herken je dat daar iets raars aan de hand is: is Plinius nou uitgezonden door de Senaat of door de keizer? En ook: is het niet wat curieus een gouverneur, die toch een duidelijk mandaat had, te voorzien van consulaire bevoegdheden?

Lees verder “Romeinse bestuurlijke correspondentie”

Het ideale Sinterklaaskado

Een fresco van het Concilie van Nikaia (325) uit het Rila-klooster in Bulgarije. Vooraan staat, even links van het centrum, de ketterpletter klaar om een aureoolloze heiden een herderlijke opdoffer te verkopen. Rechts kijkt keizer Constantijn geschokt toe.

De eerste druk van Het visioen van Constantijn is uitverkocht en ik vermoed dat dat mede komt doordat menig lezer van deze blog een exemplaar heeft aangeschaft. Daarvoor mijn dank! Inmiddels is er een tweede druk, die is uitgebreid met de illustratie die ik al eens terloops besprak en waaruit ook wat foutjes zijn weggepoetst. Als u het boek al heeft, moet u het niet opnieuw kopen, want zó veel verschil maakt het nu ook weer niet uit en die toegevoegde illustratie – tja, ik zou zeggen: volg deze link en dan weet u het ook.

Toch maak ik even reclame voor dit boek. Het is immers binnenkort Sint-Nikolaas en u weet waaraan deze heilige zijn faam dankt: aan de pastorale oplawaai waarmee hij tijdens het Concilie van Nikaia een ketter tegen de vlakte sloeg. Een ongehoorde breuk van het protocol, zeker in de nabijheid van een keizer. U ziet het hierboven. Wat ik maar zeggen wil: zeg Sinterklaas en je zegt Constantijn.

Het visioen van Constantijn is daarom het perfecte Sinterklaaskado. En er zijn mensen, ook in uw vriendenkring, die het boek nog niet hebben. (Als u het boek slecht vond: geef het dan aan iemand aan wie u een hekel hebt.) Mocht u aarzelen, dan vindt u hieronder enkele citaten uit de boekbesprekingen. Kortom, bestel het boek hier.

Lees verder “Het ideale Sinterklaaskado”

Oorlog in Gallië: een nieuwe vertaling

Er zijn weinig antieke auteurs die je zó kunt lezen, als het ware voor de vuist weg. De Romeinse biograaf Suetonius is er een, de Griekse onderzoeker Herodotos is een andere. Caesars Oorlog in Gallië is ook zo’n tekst. De beschrijving van de campagnes waarmee de Romeinse generaal het gebied benoorden de Alpen onderwierp, laat zich makkelijk lezen, zonder veel uitleg. De vertaling van Vincent Hunink die sinds vorige week te koop is, bevat daarom weinig toelichting. U kunt gewoon op bladzijde 9 beginnen met lezen en doorgaan tot bladzijde 276 en u kunt daarna het beknopte nawoord, intelligent als het is, overslaan zonder dat uw leesplezier er minder om is.

Verwacht van mij geen objectieve bespreking. Dit is eerder een signalement van een boek dat uw belangstelling kan hebben. Ik ken Hunink immers persoonlijk. Ik heb regelmatig met hem samengewerkt en altijd met heel erg veel plezier. We zijn even oud en hebben wat gedeelde belangstellingen, maar hij is anders terechtgekomen dan ik, zodat we regelmatig anders denken over dezelfde zaken, wat garant staat voor een prettige uitwisseling van ideeën. Ik zou deze fijne werkrelatie niet waard zijn als ik nu pas aan kwam zetten met kritiek. De inhoud van de volgende twee alinea’s, dat er wél toelichting had moeten zijn, is hem dan ook allang bekend. We hebben het er namelijk al sinds 2015 over.

Lees verder “Oorlog in Gallië: een nieuwe vertaling”

Opnieuw: de Didache

Twintig jaar geleden werd over de Nijmeegse classicus Vincent Hunink – full disclosure: ik heb herhaaldelijk en plezierig met hem samengewerkt – weleens het grapje gemaakt dat hij voornemens was vóór het nieuwe millennium de integrale klassieke literatuur vertaald te hebben. Dat is hem niet gelukt maar aan zijn arbeidsethos ligt het niet. Alleen al de afgelopen maand kwamen er drie boeken van hem uit: de Didache, waarover ik het hieronder wil hebben, en twee bewerkingen van eerdere vertalingen, namelijk een boekje van Augustinus over onderwijs en een traktaat over landbouw van Cato. De Augustinustekst heb ik nog niet gelezen; Cato mag u gerust overslaan; de Didache is echter een unieke en fascinerende tekst. Dat vergt echter wat uitleg.

***

Tegenwoordig maken we onderscheid tussen joden en christenen, maar in de eerste eeuwen van onze jaartelling zou slechts een enkeling dat hebben begrepen. Je had destijds mensen die één God vereerden, voor wie de tempel in Jeruzalem belangrijk was en die meenden dat God zich in boekvorm had geopenbaard. Die mensen vielen te verdelen in diverse groepen met uiteenlopende antwoorden op allerlei vragen. Mocht je ook andere goden vereren? Zo ja hoe? Waren er ook andere cultusplaatsen dan Jeruzalem? In welke boeken had God zich eigenlijk geopenbaard?

Lees verder “Opnieuw: de Didache”

Boekpresentatie

Rudmer Koopal (uitgever), ik, Constantijn, Vincent Hunink

Het visioen van Constantijn is niet het eerste boek dat ik schreef, de presentatie afgelopen dinsdag was niet de eerste die ik meemaakte en in het Rijksmuseum van Oudheden ben ik ook wel vaker geweest, maar toch was ik nerveus bij de boekpresentatie. Misschien kwam het doordat ik bij mijn praatje keek in een halfverlichte zaal, waardoor ik de reacties van de mensen niet van hun gezichten kon lezen. Desondanks geloof ik dat het een geslaagde middag is geweest.

De bezoekers werden verwelkomd door een erewacht van Fectio, de enige re-enactment-groep in Nederland die zich richt op de laat-Romeinse tijd. In Constantijns dagen zal men er ruwweg zo uit hebben gezien als op de onderstaande foto:

Lees verder “Boekpresentatie”

Boekpresentatie

Vanmiddag wordt in het Rijksmuseum van Oudheden Het visioen van Constantijn gepresenteerd. U bent natuurlijk de hele dag welkom in het dit jaar twee eeuwen jonge museum, maar als u de heren hierboven de ingang aan het Rapenburg ziet bewaken, weet u zeker dat u op ruwweg het juiste moment binnen komt lopen. Dat is een andere manier om te zeggen dat de inloop begint rond een uur of drie.

Voor wie het nog niet weet: Het visioen van Constantijn gaat over een gebeurtenis die de wereld heeft veranderd. Vóór de regering van keizer Constantijn werden christenen vervolgd en gedood. Tijdens zijn regering – maar niet dankzij hem – kwam aan die vervolging een einde. Sterker, hij begon de kerk te begunstigen. Volgens een legende deed Constantijn dat na een visioen en een militaire zege, maar het wonderlijke is dat dat visioen een heidens karakter had en dat noch de teksten over die overwinning noch het beeldmateriaal veel christelijks bevatten.

Lees verder “Boekpresentatie”

Zelfinterview

Als het goed is, ligt vanaf vandaag Het visioen van Constantijn in de winkel, een boek waarin classicus Vincent Hunink en ik een bekende oudheidkundige puzzel presenteren: hoe kon een heidens visioen veranderen in een christelijke legende? Een volledig antwoord is er niet maar we gebruiken de puzzel om en passant te wijzen op de problemen waar een oudheidkundige mee wordt geconfronteerd. In een kort vraaggesprek interviewen we elkaar.

Jona: Je had zin in het vertalen van de Lofrede van 310, de tekst waarin het heidense visioen wordt gepresenteerd, omdat dit het hoge stijlregister betrof en laatantieke welsprekendheid. Wat is daar zo speciaal aan?

Vincent: Het is een genre dat wij eigenlijk niet meer kennen. Ook wie tegenwoordig een speech houdt tegenover de koning of minister-president zal zich uitdrukken in min of meer “gewoon” Nederlands. Maar in deze antieke speeches gaan echt alle remmen los. De redenaar pakt breed uit en hanteert alle talige middelen die hij kent om zijn lofzang te zingen. Of juist om onwelkome details te verdoezelen. Ik vond het spannend om te kijken of ik die talige “grandeur” enigszins in taal van nú kon uitdrukken, zonder te belanden in de valkuil van oubollig Nederlands. Of dat gelukt is mag de lezer beoordelen.

Lees verder “Zelfinterview”