Het wilde in 52 v.Chr. niet vlotten met de Romeinse belegering van Avaricum, het huidige Bourges, en Julius Caesar kon zijn frustratie niet onderdrukken. Het kwam allemaal door die verdraaide stadswal. In zijn Gallische Oorlog geeft hij een beschrijving van de muren die hem weerhielden van het innemen van de hoofdstad van de Bituriges. Hier is de vertaling van Vincent Hunink.
En dat brengt me op het eigenlijke thema van dit stukje: langs elkaar heen praten. Voor Plinius sloegen de twee christinnen wartaal uit. Ook de kloof tussen Saturninus en de Noordafrikaanse christenen die hij voor zich heeft wordt niet overbrugd. In een in 2021 verschenen commentaar op deze martelaarsakte gaat Vincent Hunink ervan uit dat de hier ondervraagde christenen met opzet uitspraken doen die de overheidsfunctionaris niet kan begrijpen. Het is in zijn visie moedwil om misverstand te vergroten, omdat deze christenen er gewoon op aansturen de marteldood te mogen ondergaan. De studie van Hunink is zeer informatief en goed doordacht, maar op dit punt ben ik het niet met hem eens. Vervolging is niet het doel van het volgen van Christus, maar een gevolg. Er bestaan zeker aanwijzingen dat er kamikazechristenen geweest zijn, maar die vormen eerder een uitzondering – niet de regel.
Mysterie
Als u uw oren kalm te luisteren legt, vertel ik een mysterie van eenvoud.
Dat zegt de christelijke woordvoerder tegen Saturninus. Het is geen toonbeeld van duidelijke communicatie. Vermoedelijk biedt de christen aan te onthullen wat de christelijke leer is en bedoelt hij dat die gemakkelijk te begrijpen is. Maar zijn woordkeus zet Saturninus op het verkeerde been. Die maakt eruit op dat de christen hem wil inwijden in deze voor hem afstotelijke cultus.
Zomaar wat dingen die me opvielen tijdens de Week van de Klassieken. Die is bijna voorbij, maar u leest het programma van vandaag en morgen hier.
De Week van de Klassieken online
Eerste observatie: er gebeurde van alles op de website van het evenement. Ik heb het niet geturfd maar heb het idee dat er meer aanbod was dan in eerdere jaren. U moet, als u wat tijd hebt, maar even kijken op de blog. Het groeiende aanbod zal de zes Europese oudheidkundige instituten waarvoor de afgelopen vijf maanden sluiting is aangevraagd niet redden, maar toch: er gebeurt eens wat. We tonen dat we bestaan. En daar ben ik blij mee.
Ook buiten de eigenlijke organisatie haakte men erop in; ik wijs op “Oudheidkunde op maat” van Robert Nouwen op de website van het voormalige tijdschrift Streven. Hij behandelt het maatschappelijk belang van de omgang met de Oudheid.
Hanno de Zeevaarder ontmoette mensen van de Nok-beschaving. Die maakten terracottabeeldjes zoals deze. Ze zijn te zien in Kurá Hulanda, Willemstad.
Had het eerste deel van de onderneming van Hanno de Zeevaarder bestaan uit stadstichtingen en het tweede deel uit een tocht naar de goudrivier Senegal, het derde deel was een echte ontdekkingsreis. Opnieuw in de vertaling Floris Overduin en Vincent Hunink, met commentaar gebaseerd op Lacroix’ Africa in Antiquity (1998).
De Golf van Guinea
Hanno voer eerst langs westelijk Afrika, boog naar het zuidoosten en bereikte de noordkust van de Golf van Guinea. Het is waar nu landen als Ivoorkust, Ghana en Nigeria liggen. De mensen spraken (en spreken) hier Atlantische Congo-talen.
De door Hanno de Zeevaarder genoemde Troglodyten woonden vermoedelijk in abri’s als deze
In het voorgaande stukje legde ik uit dat Hanno de Zeevaarder, een koning van Karthago, enkele steden stichtte in het westen van Marokko. Zijn verslag is over, al is het volgens vertalers Floris Overduin en Vincent Hunink “vanuit literair oogpunt geen hoogstandje”. Interessant is het wel!
Het eerste deel van zijn expeditie, de kolonisering van westelijk Afrika, is goed gedocumenteerd. Het tweede deel is wat lastiger, maar het genoemde onderzoek van W.F.G. Lacroix komt hier te pas.
We zitten meteen met een crux, namelijk de locatie van de rivier de Lixos. We kennen een stad met die naam in het noorden van Marokko en Jerôme Carcopino opperde dat Hanno terug zou zijn gevaren. De verkenningsmissie zou dus later zijn begonnen nadat Hanno eerst langs zijn eerdere steden was gevaren. Een alternatief is dat we te maken hebben met een stroom ten zuiden van Agadir, waar in historische tijden het Berberkoninkrijk Ilegh lag. Dit lag ten zuiden van de in het vorige stukje genoemde zes nieuwe steden.
We weten niet hoe de schepen van Hanno de Zeevaarder eruit zagen. Dit Karthaagse scheepsmodel is niet heel informatief. (Archeologisch museum, Sousse)
Een van de “vragen rond de jaarwisseling” die u me voorlegde betrof ontdekkingsreizen en ik bedacht toen dat ik nog nooit had geblogd over Hanno de Zeevaarder. En dat is maf, want (a) Karthago heeft mijn belangstelling, (b) er is een leuke vertaling door Floris Overduin en Vincent Hunink (gepubliceerd in Hermeneus 87/1 [2015]) en (c) er is fascinerend Nederlands onderzoek over de topografie gedaan.
Dat fascinerende onderzoek is W.F.G. Lacroix, Africa in Antiquity. A Linguistic and Toponymic Analysis of Ptolemy’s Map of Africa (1998). De auteur toont dat Ptolemaios’ kennis van Afrika groter is dan veelal wordt aangenomen. Daardoor heeft hij redelijk wat van de door Hanno genoemde plaatsen kunnen identificeren. En passant heeft hij ook een opvallend vroege datering geopperd.
Ik had vandaag eigenlijk willen bloggen over archaic survivals. Het is immers maandag en mijn methodologische blogjes plan ik nu eenmaal voor die dag. Alleen klikte ik het stukje vrijdag al weg en staat het nu al online. Dus ik blog maar even over het dichtstbijzijnde onderwerp dat voorhanden is. Dat zijn de boeken tussen bureau en bed.
Signalementen dus van wat ik nu aan het lezen ben. En voor het goede begrip: signalementen zijn geen recensies, zelfs al geven onze kranten tegenwoordig slechts 700 woorden voor wat ze recensie noemen. Degenen die geen zin hebben in onbenullige signaleringen dat boeken bestaan, hoeven niet verder te lezen. Hun bied ik een leuk muziekje.
Grafinscriptie van Tacitus (Nationaal museum, Rome)
Aanstaande woensdagavond is er een online-presentatie van Vincent Huninks nieuwe vertaling van de Annalen van de Romeinse auteur Tacitus. U kunt zich hier inschrijven. Het is een fascinerende tekst, dit overzicht van het Romeinse Rijk tussen de troonsbestijging van keizer Tiberius tot en met de beginnende desintegratie van het gezag van keizer Nero. Ik heb er geen cijfers over, maar vermoed dat de Annalen behoren tot de meest-gelezen teksten uit de oude wereld.
Thematiek
De auteur presenteert een reeks ontspoorde keizers en stelt in feite de vraag hoe een heer van stand zich moet gedragen in tijden van despotie. Je wil je verantwoordelijkheid nemen maar als je in ongenade valt, lopen ook de jouwen gevaar. Een aanklacht is zó verzonnen.
Na hen wordt Sextus Marius, rijkste man van Spanje, aangegeven wegens incest met zijn dochter en van de Tarpeïsche Rots geworpen. En er mocht blijkbaar geen twijfel zijn dat ’s mans vele geld hem fataal was geworden: zijn goud‑ en zilvermijnen, hoewel geconfisqueerd voor de staat, hield Tiberius apart voor zichzelf. (Annalen 6.19; vert. Vincent Hunink)
Ivoren doosje (Museu Arqueologic de Catalunya, Barcelona)
De dichter Marcus Valerius Martialis, die u moet plaatsen in het laatste kwart van de eerste eeuw na Chr., geldt als de grootmeester van het Romeinse puntdicht. Over zijn leven is weinig meer bekend dan wat hij in zijn gedichten vertelt: dat hij uit Spanje kwam, dat hij in Rome ergens drie hoog achter woonde en het niet breed had, dat zijn gedichtjes goed gelezen werden, dat hij het gaandeweg wat breder kreeg en dat hij zich tegen het eind van zijn leven terugtrok in Spanje.
Misschien is het waar, maar het zou mij niet verbazen als het allemaal pose is geweest en als Tout-Rome wist dat Martialis elke ochtend een cappuccino kwam wegtikken aan de Via Cavour, in de middag zat te lunchen op de Piazza Navona en ’s avonds meewandelde in de pantoffelparade door de Via dei Serpenti. Dat zo’n society-dichter pretendeerde in armoede te leven, maakt de poëzie alleen maar geiniger.
Een jaar of twintig geleden werd ik benaderd met de vraag of ik in Madurodam een lezing kon verzorgen over een historisch persoon die kon doorgaan voor interim-manager. Ik koos voor de Romeinse senator Plinius de Jongere, die ten tijde van keizer Trajanus orde op zaken stelde in de in problemen verkerende provincie Bithynië-Pontus, zeg maar het noorden van het huidige Turkije. Die lezing groeide later uit tot mijn eerste boekje, Een interim-manager in het Romeinse Rijk.
Hoe groot de problemen in Bithynië-Pontus waren, valt moeilijk uit te maken, want je weet nooit hoe representatief de bronnen zijn, maar het staat vast dat in de voorafgaande jaren rechtszaken dienden in de Senaat en dat Plinius tijdens zijn verblijf de bizarre titel van legatus Augusti pro praetore consulari potestate ex senatusconsulto missus voerde, “krachtens Senaatsbesluit door de keizer gezonden gouverneur met consulaire bevoegdheden”. Zelfs in het Nederlands herken je dat daar iets raars aan de hand is: is Plinius nou uitgezonden door de Senaat of door de keizer? En ook: is het niet wat curieus een gouverneur, die toch een duidelijk mandaat had, te voorzien van consulaire bevoegdheden?
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.