Argus

Ik heb op deze plek al een paar keer lekker zitten mopperen op het gebrek aan inhoud van de weekendkranten. Ik meen daar elke letter van: ooit kon ik op zaterdag urenlang zitten lezen in de kranten, nu heb ik ze allemaal vrij snel uit. Dat laat onverlet dat die mopperstukjes, oprecht als ze zijn, eigenlijk ook redelijk futiel zijn. De aloude taak van de krant, informeren over het nieuws, is overgenomen door het internet en de kranten doen tegenwoordig wat vroeger werd gedaan door tijdschriften. Dat zal niet meer veranderen, zoals ook de tijd niet terugkomt waarop kranten diverse edities per dag uitbrachten om het alleractueelste nieuws te kunnen bieden.

Na mijn laatste mopperblog werd ik van twee of drie kanten tegelijk gewezen op Argus. Op de website typeren de hoofdredacteuren het als

een smakelijke opiniekrant, zo’n blad dat we zelf graag zouden lezen, ingaand op het nieuws, maar ook met al dan niet actuele grotere verhalen waar het schrijfplezier vanaf spat.

En verrek, het klopt, al is het natuurlijk geen echte krant maar een twee keer per maand verschijnend tijdschrift dat zich heeft vermomd als krant. De charme ligt er voor een deel in dat Argus eigenlijk van alles wat biedt: nu eens serieus, dan weer ironisch, dan weer verontwaardigd, dan weer volkomen onzin (zoals de constatering dat als we een tatoeage-vrij Nederlands elftal willen, de voorhoede wat problematisch zal zijn). Een mixed bag die desondanks een eenheid vormt.

Eén overeenkomst tussen de diverse stukjes is dat ze allemaal wel nieuws bevatten. Misschien niet de allerlaatste actualiteit, maar in elk geval wel altijd iets dat je nog niet wist maar waarvan je na afloop denkt dat je blij bent dat het je is getoond. Een andere reden is dat Argus de toon heeft die Het Parool vroeger had: serieus, maar met een ietwat ironisch trekje. (De slagzin van Argus, “léés die krant”, is overigens ooit door Het Parool gebruikt.) En tot slot: de auteurs beleven merkbaar plezier aan het schrijven. Dat is welbeschouwd een nogal obscurantistisch argument, maar zoiets proef je.

Neem nou het laatste nummer, met daarin een overtuigend beargumenteerd stuk over de wijze waarop elfstedenzwemmer Maarten van der Weijden werd vergiftigd door de uitlaatgassen van de bootjes die hem begeleidden. Een stuk over joods Amerika. Politieke analyses over Angela Merkel, over de D66 en over de CU. Recensies van documentaires en boeken. Een oproep de griepprik te halen. Een scherp stuk over de slinkse manier waarop in Alkmaar de gemeentelijke regelgeving wordt gehandhaafd. Een kookrubriek.

Herinneringen aan Wim Kok. Een diepgravende beschouwing over de vraag of de directeur van het Rijksmuseum in 1945, toen de tijdens de oorlog in de Limburgse mergelgrotten in veiligheid gebrachte kunststukken waren teruggebracht, kan zijn gestruikeld over de opgerolde Nachtwacht. Een longread over kus-cursussen. Een geweldig stuk van Ivo de Wijs over de dag waarop Mick Jagger én Driek van Wissen én Drs.P. ontmoette. En o ja, ik schreef er zelf ook in (namelijk dit).

Ik ben er nog niet helemaal uit waarom ik dit nu wél leuk vind om te lezen terwijl ik in de weekendkranten alleen de boeken- en wetenschapsrubrieken de moeite waard vind. In elk geval heb ik voldoende plezier in het blad om het onder uw aandacht te brengen. Een proefabonnement neemt u hier, een jaarabonnement neemt u daar en voor een algemene indruk is er deze pagina. Ik zou zeggen: léés die krant.

14 gedachtes over “Argus

  1. Luberta

    Dat Het Parool ‘ooit’ de slagzin ‘Léés die krant’ gebruikte, doet de krant (of de slagzin) een beetje te kort. Niet voor niets heet het boek van Mulder & Koedijk ‘Léés, die krant’ met als ondertitel: Geschiedenis van het naoorlogse Parool 1945-1970′. Mijn vader, de journalist/schrijver/dichter Evert Werkman is vanaf het allereerste (illegale) begin van de krant tot zijn pensioen in 1980 werkzaam geweest voor ‘Léés die krant’, zoals ik Het Parool vaak heb horen aanduiden.
    Verder ben ik het met u eens: de weekendbijlagen heb je tegenwoordig veel te snel uit en dan zit je even te koekeloeren met een berg papier op schoot.

  2. De weekendkranten zouden zinvoller zijn als ze echt wat verdieping boden. Geen lifestyle meer maar lange boekbesprekingen en artikelen over wetenschap die wat verder gaan dan nu het geval is. Zeker als het over geschiedenis gaat, kan het stukken beter.

      1. Het probleem is dat de kranten er advertenties mee verkopen en dat de corresponderende webpagina’s veel worden gelezen. Je kunt het niet zomaar weg doen.

        Zoals ik het zelf zie, is het probleem vooral dat de kranten, die een journalistieke insteek hebben en een over het algemeen vooral breed georiënteerde redactie, niet in de positie zijn om de gespecialiseerde artikelen te schrijven die nodig zijn voor een lifestyle-rubriek of een reisbijlage. Dat geldt eigenlijk ook voor sport en cultuur. Daarvoor moet je bij gespecialiseerde tijdschriften zijn.

        Als ik een krant was, zou ik het niet zoeken in deze verbreding, maar enkele zaken uitbreiden waarin ik als krant wel goed ben: nieuws dat online is weggedrukt, duiding daarvan, commentaar en opinie, en vooral goede wetenschapsbijlagen en boekenbijlagen. Die delen zijn nu goed, dus zet daar op in.

    1. Leg eens uit? Ik herken wel dat de meligheid van de “paroliebollen” wel erg schrijnend was, maar over het algemeen vond ik de krant een weldadig ironische toon hebben. Ik mis die relativering een beetje.

      1. FrankB

        Er valt niet veel uit te leggen. De typische toon van Parool in de jaren 1980 heeft me nooit erg aangestaan. De lichte ironie, zoals jij het noemt, vond ik altijd maar slap en gemakzuchtig. Ik kon me niet eens lekker aan het Parool ergeren, laat staan me op andere manieren druk maken over wat ze schreven. Echt een krantje voor “Bij ons in het dorp”, zeg maar.

  3. ´Lees die krant!´ Ga ik doen, heb een abonnement aangevraagd. Ik ben heel benieuwd naar deze ongebonden journalistiek. Ik hoop dat het Argus beter vergaat dan Opinio, dat na een satirisch artikel over Balkenende de burelen moest sluiten vanwege een bodemprocedure aangespannen door Balkenende zelf? Of in naam van de staat? Ik weet het niet meer precies. De inhoud van de krant strookte vaak niet met mijn gedachtegoed, maar ik zal de samengeknepen billen – reactie van het CDA niet snel vergeten, noch vergeven. Bah!

Reacties zijn gesloten.