Geliefd boek: Berlijn

Voor mij is Berlijn een geliefde stad waarover ik altijd veel heb willen weten. Berlijn werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd. Het werd toen de “riesigsten Schuthaufen der Welt” genoemd. Zo’n zestigduizend Trümmerfrauen met beschermend schoeisel hebben het puin opgeruimd. Overigens is er veel hersteld of gereconstrueerd, ook in Oost-Berlijn tijdens de D.D.R.. Maar ook daar was Totalsanierung. Zo werd de Stalinallee (tegenwoordig Karl-Marx-Allee) gebouwd. Soms werd iets niet gesloopt. De monumentale straatverlichting ontworpen door Albert Speer, de architect van het Dritte Reich, doet nog steeds dienst.

Geen totale verwoesting

Dat beeld van totale verwoesting is niet onjuist. Maar Berlijn is veel te uitgestrekt om in zijn geheel in puin te liggen, wat er ook gebombardeerd werd door de Britten en Amerikanen, of beschoten door het Russische leger. Buiten het centrum bleef veel ongeschonden. Zo ook de veelkleurige Wohnsiedlung Onkel Toms Hütte in Berlin-Zehlendorf van de Berlijnse architect Bruno Taut uit de jaren twintig. Er zijn meer van zijn (veelkleurige) Siedlungen in de stad te bewonderen. Net zoals andere Bauhausarchitectuur.

Ook nauwelijks veranderd is een van de mooiste pleinen van de stad: de Rüdesheimer Platz in Berlin-Wilmersdorf. De gebouwen uit 1905 hebben een Engelse bouwstijl met fraaie portieken en in het midden is een druk bezocht parkje. Het ligt bij het U-Bahn-station met dezelfde naam. Dat heeft nog zijn vooroorlogse aankleding. Villawijken in Dahlem, Grunewald en Wannsee zijn eveneens gespaard gebleven. De grote villa Am Großen Wannsee 56-58 kan worden bezocht.

Zestig objecten

Over Berlijn is heel veel geschreven. Een lievelingsboek is Geschichte Berlins in 60 Objekten (Berlin, 2023) van Maritta Tkalec. Ze is sinds 1984 redacteur van de Berliner Zeitung, toen nog een Oost-Berlijnse krant. De inspiratie van zulke titels is het elegant geschreven boek van Neil MacGregor, A History of the World in 100 objects, waarover op deze plaats al eerder is geschreven. MacGregor put uit de immense collecties van het British Museum. Tkalecs kloeke boek heeft minder objecten maar ze geeft meer uitleg. De gekleurde afbeeldingen zijn dik in orde, en terloops krijgen we een aardig overzicht van te bezoeken musea. De schrijfster kiest niet alleen voorwerpen uit musea, maar ook objecten in de openbare ruimte.

Het chronologisch opgezette boek begint met het geraamte van een eland. Dat is in 1956 zeven meter onder de grond bij de aanleg van het U-Bahnhof Hansaplatz gevonden. Het geraamte kan worden bekeken in het Neues Museum. Daar is het een trekpleister in het Museum für Vor- und Frühgeschichte.

Het Egyptische museum bevindt zich in hetzelfde gebouw. Daar is de buste van Nefertiti het pronkstuk. De opgravingen in Egypte in 1912 werden gefinancierd door de zakenman en mecenas James Simon die de buste contractueel in eigendom verwierf. De nieuwe uitbouw van het Neues Museum is naar hem genoemd. In 1920 schonk hij de buste aan het Egyptische Museum. Tkalec vertelt wat een indruk Nefretete toen maakte want de vrouwenfiguur paste volgens haar in de toenmalige tijdgeest:

Die weibliche Avantgarde der Metropole kultivierte gerade das Androgyn-Sportliche. … Kühle Eleganz plus eine Prise Arroganz spiegelten perfekt die selbstbewusste Neue Frau der Zwanziger, die sich ihre Freiheiten nahm.

Tkalec schrijft over nog een ander geraamte. De Berliner dino die Oskar heet. Te zien in het bezienswaardige Museum für Naturkunde. In 1911 werd gezegd dat hij in Duitsland was gevonden. Dat was natuurlijk niet letterlijk zo. Hij werd opgegraven in Tendaguro, dat toen nog behoorde tot koloniaal Duits-Oost-Afrika. De herkomst heeft dus een koloniale achtergrond. De expeditie begon in 1909 en Afrikanen verrichtten het graafwerk. Daarbij ging het niet alleen om wetenschappelijke interesse, maar ook om nationaal prestige. Zoals de museumdirecteur toen opmerkte, is het een ereplicht:

jene im afrikanischen Boden ruhenden wertvollen wissenschaftlichen Schätze für Deutschland baldigst zu retten.

De negentiende eeuw

In het deel Aufstieg zur Residenzstadt neemt Tkalic een verhaal op over de vangvork (Fanggabel), die bestaat uit een lange stok met aan een eind enkele gebogen metalen strippen. Werden die op de op de nek van iemand gedrukt dan was die gevangen omdat de metalen strippen terugsprongen. De vangvork was het gereedschap van mensenvangers uit de achttiende eeuw, en volgens Tkalic een symbool voor het Pruisische militarisme. Zo’n vangst loonde, want de vanger ontving een behoorlijke beloning van het leger voor het vangen van een deserteur, die daarna werd opgehangen. Het object bevindt zich in het Märkisches Museum, het museum voor de geschiedenis van Berlijn. Wegens renovatie en uitbreiding – de Nederlandse directeur Paul Spies heeft er jarenlang op gewacht – is  het museum de komende jaren gesloten, maar het ziet er naar uit dat het eerder open zal gaan dan het Pergamonmuseum.

Het Berlijnse Technikmuseum is een groot gebouw met grote objecten. Zo is er een hal vol locomotieven met wagons. Tkalec besteedt enthousiaste aandacht aan de eerste volledig in Duitsland ontwikkelde stoomlocomotief, de Beuth, gebouwd in 1842 in de Borsigschen Eisengießerei und Maschinenbauantstalt. De Beuth is genoemd naar Peter Beuth die de belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling heeft geleverd. De tentoongestelde stoomtrein ziet er prachtig opgepoetst uit.

Het andere grote object is een schip, een zogenaamde Kaffenkahn. Berlijn was en is een belangrijke binnenhaven. De Kaffenkahn was een zeilschip. Het type is al meer dan honderd jaar niet meer in gebruik. Het schip in het museum is het enige compleet bewaard gebleven exemplaar. Tkalic vertelt het spannende verhaal hoe hij is gevonden, jarenlang is bewerkt en uiteindelijk via de voorkant van het museum naar binnen is getakeld. Ze legt uit hoe belangrijk deze schepen voor het transport van alle mogelijke goederen voor Berlijn zijn geweest.

Het Derde Rijk

In 1921 richtte Hitler een knokploeg op, de SA (Sturmabteilung). Het uniform was bruin en daar hoorde ook een Braunhemd bij. Tkalec laat zien dat het hemd een koloniale Oost-Afrikaanse achtergrond heeft. In Duits Oost-Afrika voerde Paul von Lettow-Verbeck tijdens de Eerste Wereldoorlog een guerrilla-oorlog tegen de Engelsen. Het Duitse uniform was lichtbruin (khaki zoals de Engelsen de kleur noemen). In 1918 ging de kolonie verloren. In 1925 werd het bruinhemd onderdeel van SA uniform. Aanvankelijk waren er allerlei schakeringen bruin totdat Hitler in 1925 “Richtlinien zur Neuaufstellung von NSDAP und SA” uitvaardigde. En in 1932 ontving de firma Hugo Boss de opdracht om deze uniformen op grote schaal te produceren.

Het U-bahnstation Mohrenstraße in Berlin-Mitte is het luxueuste ingerichte station van de stad. De wanden van de perrons zijn met rood marmer bekleed. Uit eigen waarneming weet ik dat de ontvangsthal van de Humboldt Universität ook met rood marmer is bekleed. Er wordt weleens gezegd dat het marmer afkomstig is uit Hitlers die Neue Reichskanzlei (niets meer van te zien), die vlakbij het station lag. In de toen nog West-Duitse Der Spiegel had in 1949 al over de sloop van het marmer geschreven en berichtte enkele manden later dat het marmer voor de U-Bahn zou worden gebruikt. Het was nepnieuws. De D.D.R. wilde het station een bijzondere aankleding geven ter herinnering aan de moord de communistische politicus Ernst Thälmann in KZ Buchenwald in 1944. Het zou de naam Thälmannplatz krijgen, de naam Mohrenstraße is van later datum. Teruggevonden archiefstukken maken duidelijk dat het marmer niet uit die Neue Reichskanzlei stamt. Maar het gaat wel om dezelfde soort marmer uit de groeve bij Saalburg.

De D.D.R. en daarna

Aan de hand van documenten en voorwerpen vertelt de schrijfster veel over de D.D.R.. Zo stond tijdens de D.D.R. op de Leninplatz (tegenwoordig Platz der Vereinten Nationen) een reusachtig beeld van Lenin. Ze woonde er tegenover. Het is zo’n soort beeld dat overal in het Oostblok te zien was. Na de Wende is het gesloopt, maar het grote hoofd is behouden. Tegenwoordig is dat te zien in de Zitadelle in Berlin-Spandau in een vaste opstelling, getiteld Enthüllt. Berlin und seine Denkmäler. Het hoofd van Lenin is populair bij bezoekers, volgens Tkalec. Het loont alleszins om de vesting (niet beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog), gebouwd tussen 1559 en 1594, te bezoeken.

In het veelzijdige maar wellicht weinig bekende Museum Europäischer Kulturen in Berlijn-Dahlem bezocht ik een keer een tentoonstelling over Turkse ondernemers in Berlijn. De tentoonstelling liet zien dat de verkoop van de döner kebab (Turks voor draaiend vlees) samen met de aanlevering van ingrediënten en grills een flinke Turkse bedrijfstak was. Een grill voor de döner kebab stond opgesteld als museumstuk. Tkalec vertelt het verhaal aan de hand van dat plastiek kunstwerk. De döner kebap is het favoriete Berlijnse straatvoedsel, bedacht door Turkse ondernemers uit Berlin-Kreuzberg begin jaren zeventig. Na veel probeersels vonden ze de smakelijkste combinatie. En die is zoals, Tkalec opmerkt, met de toegevoegde groentes en salades een stuk gezonder dan een Berlijnse #currywurst. De schrijfster speculeert of er ooit een edeldöner zal komen met biovlees en groente van de bioboer die dan zo’n vijftien Euro moet kosten.

Ik heb al bladerend door het boek een indruk willen geven wat er aan verhalen te vinden zijn. Er is nog veel meer moois. Voor wie nieuwsgierig is naar de geschiedenis van Berlijn, kan ik Marita Tkalics boek van harte aanbevelen.

Tip

Over de geschiedenis van het twintigste-eeuwse Berlijn heeft de Belgische schrijver Piet de Moor (de Belgische spelling Piet De Moor ben ik niet tegengekomen) een prachtig boek geschreven: Berlijn. Leven in een gespleten stad (2016). De Moor woonde in Berlijn, keek goed rond en las veel. Zowel haters van de stad, als bewonderaars komen aan bod.

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging Huibert Schijf voor de zevenentwintigste keer in. Dank je wel, beste Huibert!]

Deel dit:

9 gedachtes over “Geliefd boek: Berlijn

  1. Frans Buijs

    Von Lettow Vorbeck moest overigens helemaal niets hebben van Hitler en ook het idee dat een Duitse soldaat zich nooit terugtrok was hem volkomen vreemd. Hij wist de oorlog juist t

  2. Frans Buijs

    Oeps, iets te vlug!
    …te rekken door zich voortdurend terug te trekken. Dat was zijn doel. Zo veel mogelijk geallieerde troepen bezig houden in Afrika die dan niet tegen Duitsland konden vechten. Het ging zelfs zo ver dat hij uit Duits Oost Afrika verdreven werd en Portugees Oost Afrika binnen viel. Hij was de allerlaatste Duitse generaal die zich overgaf omdat het nieuws van de wapenstilstand niet zo snel doordrong in de Afrikaanse savanne.

  3. Bedankt Huibert. Ik schrijf op mijn facebook aan een “Duitse canon”. Berlijn moet nog komen maar voorlopig ben ik nogal geneigd me ervan af te maken met een link naar dit artikel 🙂

  4. Roger Van Bever

    Ook van mij hartelijk dank voor deze recensie, Huibert.
    Mijn vrouw en ikzelf zijn grote fans van Berlijn. Ik ben er in totaal een drietal keer een week geweest, ook nog in de tijd van de DDR. Ik moest er toen beroepshalve zijn voor een congres van een week. Mijn vrije tijd was beperkt, maar ik heb toch nog de gelegenheid gehad om een excursie naar Oost-Berlijn te maken.
    Nu is het weer een prachtige stad met enorm veel cultuur, veel ruimte. En wat ons opviel, heel vriendelijke mensen!
    Ook het station-Mitte maakte op ons een grote indruk. Maar ook het Haupbahnhof is fenomenaal.
    Bij ons laatste bezoek hebben we de stad verder geëxploreerd en om het maar op een wat volkse manier te zeggen: deze stad heeft ons hart gestolen.
    Waarschijnlijk gaan we er dit jaar nog een weekje heen. Daarbij zal het boek van Tkalec een goede gids zijn. Ook het boek van Piet De Moor (met dezelfde naam als onze hoogleraar endocrinologie in Leuven) ga ik bekijken.
    Zeer hartelijke dank voor deze blog.

    Roger Van Bever (Van met hoofdletter! 😉)

    1. Huibert Schijf

      Ik kwam vrijwel ieder jaar wel een paar keer in Berlijn. Soms voor een congres, soms voor studie in de Stabi. Ik heb veel rondgereisd in die immense stad. Maar nog steeds zijn er buurten die ik nooit heb bezocht.

  5. Pingback: Archaeology 2024-01-25 – Ingram Braun

Reacties zijn gesloten.