De islam in Europa (2)

Troonzaal in het Zisa-paleis, Palermo

[Tweede van vier blogjes over Crucible of Light van Elizabeth Drayson. Het eerste blogje was hier.]

Onvolledige bewijsvoering

De factchecker die ik in het vorige blogje opperde, zou Crucible of Light overigens niet hebben gered, want het probleem met dit boek zit dieper dan de vele onjuistheden. Drayson wil tonen dat de islam een rol speelde bij de vorming van de Europese cultuur, maar is onduidelijk over wat Europa is, over wat de islam is en over wat vorming is.

Eerst haar Europa. Op het eerste gezicht ligt het voor de hand dat ze zich beperkt tot landen waar de islam op zeker moment voetafdruk heeft gekregen, maar zo logisch is dat niet. Wat Europa ook moge zijn, Scandinavië hoort erbij. Je zult, als je een uitspraak wil doen over islamitische invloed op de Europese cultuur, ook moeten vertellen hoe Noorwegen, Zweden en Finland die invloed ondergingen. We lezen echter vrijwel niets over die landen. Drayson beperkt zich tot gebieden waar ze haar stelling kan onderbouwen, negeert de gebieden waar dat niet kan (de confirmation bias) en doet desondanks een algemene uitspraak over de Europese cultuur. Anders gezegd: een te snelle generalisering.

Lees verder “De islam in Europa (2)”

Een geschiedenis van El-Andalus (1)

Deze zomer blogde ik enkele keren over de geschiedenis van El-Andalus, zoals ik het zuidelijke deel van het Iberische Schiereiland in de Middeleeuwen noem. Dat je het niet Spanje kunt noemen, is logisch: er is immers ook Portugal. Dat je het niet Arabisch Iberië kunt noemen, is ook logisch, want ook al was Arabisch de kanselarijtaal, er leefden ook Berbers en mensen die ik maar even “post-Romeins” zal noemen. Daaronder waren mensen die zichzelf identificeerden als Visigoten en Byzantijnen.

Islamitisch Spanje?

Je kunt El-Andalus ook aanduiden als “islamitisch Spanje”, maar ik heb nooit veel gezien in die naam. Toen ik begin jaren negentig mijn scriptie schreef over de romanisering en arabisering van Iberië, had ik niet het idee dat de islam erg belangrijk was. Eén reden is dat onze bronnen de Arabische verovering van El-Andalus nergens typeren als een overwinning voor het geloof. Het was een extreem succesvolle plundercampagne, niet méér.

Lees verder “Een geschiedenis van El-Andalus (1)”

De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (1)

Een oudheidkundige analyse waar India, China en Japan deel van uitmaken (meer)

Een leuke, problematische en terechte vraag, afgelopen donderdag bij de mail:

Waarom beperkt de oudheidkunde zich tot het gebied rond de Oriënt en Middellandse Zee en niet bijvoorbeeld India, China en Japan waar ook al heel lang geschreven geschiedenis bestaat?

Terechte vraag

Dat de vraag leuk is, spreekt vanzelf. Waarom ’ie terecht is, vertel ik zo meteen. Het problematische is de aanname dat oudheidkunde beperkt zou zijn tot Oriënt en Middellandse Zee. Dat is echter niet het geval. Neem de definitie van “Antiquity” op de Wikipedia:

Lees verder “De ruimtelijke grenzen van de Oudheid (1)”

1700 jaar Nikaia (6): bronnen

Ik heb in de voorafgaande blogjes al een paar keer verteld dat de handelingen (actae) van het Concilie van Nikaia verloren zijn gegaan en dat de deelnemerslijst (Synodikon) een reconstructie is. Die is bovendien overgeleverd in uiteenlopende talen en versies, wat ons confronteert met een uitdagend tekstkritisch probleem. We zijn voor onze informatie over de kerkvergadering aangewezen op andere bronnen. Gelukkig zijn die er.

Antieke geschiedschrijving

Om te beginnen is er het boek dat Eusebios van Caesarea veertien jaar na de gebeurtenissen publiceerde: het Leven van de zalige keizer Constantijn. Deze terugblik is een invloedrijke tekst, die ook ten grondslag ligt aan de legende dat Constantijn aan de vooravond van de veldslag tegen zijn rivaal Maxentius aan de hemel een lichtend kruis zou hebben gezien en zich na dat visioen tot het christendom zou hebben bekeerd.

Lees verder “1700 jaar Nikaia (6): bronnen”

1700 jaar Nikaia (1): iets nieuws?

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Nikaia (325).

Aanstaande dinsdag is het 1700 jaar geleden dat in Nikaia, het huidige İznik in Turkije, een enorme vergadering begon van christelijke leiders: het Concilie van Nikaia. (Ook wel aangeduid als Nicea, maar ik wil niet invisibiliseren.) Onder toezicht van keizer Constantijn de Grote stelden de bisschoppen een formule vast waarmee ze de relatie tussen God de Vader en God de Zoon konden beschrijven; verder namen ze besluiten over de berekening van de paasdatum, de organisatie van de kerk en de levenswijze van de geestelijken.

Uit de baaierd aan christelijke vormen ontstond één christendom, dat nog steeds bestaat. De beslissingen zijn na al die eeuwen zó vanzelfsprekend, dat we niet langer herkennen hoe revolutionair ze ooit waren.

Lees verder “1700 jaar Nikaia (1): iets nieuws?”

De Franken van Nebisgast tot Elegast

Eindelijk, eindelijk, eindelijk: er is een nieuw boek over de Franken. Het heet De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen en is geschreven door de Vlaamse historicus Jeroen Wijnendaele. Niet dat er helemaal nooit iets wordt gepubliceerd over de mensen die ik gemakshalve even “onze voorouders” zal noemen. We hebben bijvoorbeeld het boek van Luit van der Tuuk. Maar de Franken, die lange tijd toch golden als het begin van de Nederlandse identiteit, hebben het de laatste twintig jaar publicitair moeten afleggen tegen de Romeinen. Een boek over de Franken is daarom welkom.

En niet uit nostalgie naar een traditioneler geschiedbeeld. De Late Oudheid is belangrijk en krijgt de laatste tijd eindelijk de aandacht die ze verdient. Recent onderzoek leidt tot nieuwe inzichten, zoals de muntschat die in 2017 is ontdekt bij Lienden: nog in 461 had Rome invloed in het Nederlandse rivierenlandschap. De Franken zijn echter niet alleen wetenschappelijk “hot”, ze zijn ook belangrijk. De ondertitel van Wijnendaeles boek mag dan klinken als goedkope hype, al in de inleiding is duidelijk waarom ze accuraat is: Clovis schiep in een versnipperd politiek landschap een West-Europese eenheid – en dat ideaal is sindsdien blijven bestaan. En van idealen kan vormende werking uitgaan. Kortom, een belangrijk boek.

Lees verder “De Franken van Nebisgast tot Elegast”

Het joodse Nieuwe Testament

Twee keer het Joodse Nieuwe Testament

Ik zal niet snel zeggen dat de Oudheid belangrijk is. Misschien is ze dat, maar dat kunnen we maar zelden vaststellen. Weliswaar beweren oudheidkundigen regelmatig dat de toenmalige samenleving de onze beïnvloedt (een recent boek van de Belgische classicus Patrick De Rynck heeft bijvoorbeeld als ondertitel “Hoe de oude Grieken en Romeinen ons leven nog altijd bepalen”) maar zulke sociaalwetenschappelijke claims zijn doorgaans lastig te staven. Er zijn maar een stuk of wat uitzonderingen, en één daarvan is het christendom. Van die antieke religie is vormende werking uitgegaan op alle daarop volgende eeuwen en op velerlei terrein. Die agency, om de jargonterm te gebruiken, is wetenschappelijk en overtuigend bewijsbaar. Het antieke christendom heeft daarom niet alleen grote betekenis voor onze hedendaagse samenleving, want het vormde haar, maar heeft tevens wetenschappelijk belang, want dit is waar oudheidkunde haar belang toont.

Het antieke christendom is bovendien interessant omdat er veel misverstanden over bestaan. Allerlei verouderde visies blijven maar herhaald worden, ook door wetenschappers. Ze negeren het belang van de in 1994 gepubliceerde Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4QMMT. En dat is jammer. 4QMMT (“Enige werken der Wet”) plaatst het ontstaan van het christendom in een geheel nieuw licht.

Lees verder “Het joodse Nieuwe Testament”

Identiteit tussen fictie en absolutisme

Iets met taal, negentiende-eeuws nationalisme en identiteit

Eerlijk is eerlijk: de Oudheid is niet zo relevant. Van een paar zaken kunnen we zeggen dat van de antieke samenleving vormende werking uitgaat op onze samenleving. Agency is makkelijker geclaimd dan wetenschappelijk bewezen, maar er zijn een stuk of wat voorbeelden. Ik heb bijvoorbeeld weleens verteld hoe het beleid van Domitianus ervoor zorgde dat ook in onze samenleving joden en christenen gescheiden zijn. Een tweede vorm van relevantie is dat je door de vergelijking van toenmalige denkbeelden, hoe moeilijk kenbaar ook, en onze eigen denkbeelden meer inzicht verwerft in die laatste. Ten derde vormen oudheidkundige inzichten onze samenleving: ons op taal gebaseerde nationalisme is ontstaan nadat oudheidkundigen de Indo-Europese taalfamilie ontdekten. Ten vierde is er de toeschrijving: sinds de Renaissance – en eigenlijk al daarvóór – projecteren we van alles op de Oudheid. Die aanhoudende projectie is terecht getypeerd als wezenskenmerk van de westerse cultuur.

Ergens verspreid over de eerste categorie (aspecten met agency) en vierde categorie (projecties) ligt identiteit. Ik laat even in het midden wat identiteit eigenlijk is; het gaat me er vandaag om dat sommige identiteiten projecties of nieuwvormingen zijn terwijl andere echt op het verre verleden teruggaan. Een voorbeeld van een recent gevormde identiteit die zich beroept op de Oudheid, is het neopaganisme: denk aan mensen die zich bijvoorbeeld druïde noemen en op 21 juni naar Stonehenge komen voor rituelen. (We weten feitelijk niets over de leer van de druïden.) Voorbeelden van écht op de Oudheid teruggaande identiteiten zijn de Armeense nationaliteit en jood of christen zijn.

Lees verder “Identiteit tussen fictie en absolutisme”

Het belang van de Oudheid(kunde)

Een I.D.O.H.Z.O.-tje toont het belang van de Oudheid niet

Wat is het belang van de Oudheid, van de oudheidkunde? Iemand vroeg me onlangs om het nog eens uit te leggen. Een nieuwe vraag is het niet. Toen het Gronings Archeologisch Instituut in 2017 een jubileum vierde, was een van de thema’s “Archeologie, voor wie doen we het ook alweer?” (Ik was een van de sprekers.) In 2019 hield David Fontijn een toespraak over dezelfde vraag. Ik heb het zelf uitgelegd in mijn laatste boek (blz.48-49). Het is opvallend dat de vraag, welbeschouwd eerstejaarsstof, terug blijft keren.

Antwoord 1: De Oudheid is leuk

Eerst het makkelijkste antwoord: inhoudelijk. Oudheidkundigen kunnen dingen vertellen over hoe het vroeger was. Dat is leuk. Ik houd me al veertig jaar met de Oudheid bezig en zie nog elke dag iets verrassends. Dat is waarom musea en parken als Archeon tienduizenden bezoekers hebben en publieksprijzen winnen. Zo simpel.

Lees verder “Het belang van de Oudheid(kunde)”

De tien invloedrijkste antieke teksten

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een tijdje geleden blogde ik over de wijze waarop oudheidkundigen documenteren  hoe Domitianus’ toepassing van de Fiscus Judaicus op ons nog steeds invloed uitoefent. Hoe er, met andere woorden, vormende werking uitgaat van de antieke samenleving op de hedendaagse. Nog anders gezegd: een enkele keer is de Oudheid relevant voor onze samenleving.

Invloed en inspiratie

Ik kreeg n.a.v. dat blogje de vraag of er meer voorbeelden waren. Ja. Die zijn er. Zie mijn boekje Vergeten erfenis. Daarin toon ik enkele structurerende elementen. Toen ik onlangs een paar dagen quarantaine in acht moest nemen, heb ik bovendien filmpjes gemaakt over antieke teksten die op zich misschien niet invloedrijk zijn, maar wel aspecten van de antieke samenleving documenteren waarvan vormende werking uitgaat. De trouwe lezers kennen die teksten al, want ik heb er eerder over geblogd: deel een, deel twee, deel drie, deel vier.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten”