Geliefd boek / geliefde film: De Vierde Man

Voor mij is de grote makke van de Nederlandse literatuur het grote aandeel autobiografische romans over jeugdjaren verpest door religie. Ik hoef geen tientallen romans te lezen om te begrijpen dat voor een naar vrijheid en ontplooiing hunkerende geest het een hel is op te groeien in een klein, benauwd dorp of stadje met een heersende streng-christelijke of anderszinse moraal. Noch heb ik behoefte aan de vruchten van therapeutisch-van-je-afschrijven. Eén Anton-Wachter-roman vond en vind ik ruimschoots voldoende.

Bovendien is de ultieme semi-autobiografische roman al lang geleden geschreven: De Avonden. Dat geldt dus ook voor vele opvolgers van dat boek. En daarom was De vierde man voor mij een aangename verrassing. Dat boek ging over de auteur en toch weer niet.

Lees verder “Geliefd boek / geliefde film: De Vierde Man”

Geliefd boek: Herinneringen van een engelbewaarder

De meest gewaardeerde romans van W.F. Hermans zijn De donkere kamer van Damokles en Nooit meer Slapen. De eerste maakte hem beroemd in Nederland, de tweede wordt volgens Wikipedia als zijn meesterwerk beschouwd en werd besproken en geprezen op mijn middelbare school tijdens Nederlandse les. Maar ja, ik was toen al een dwarskikkertje; het eerste boek dat ik van hem las was Herinneringen van een engelbewaarder. De twee eerder genoemde vielen me licht tegen, ook vergeleken met het werk dat hij de eerste paar jaar na de Tweede Wereldoorlog schreef.

Dus toen Nooit Meer Slapen op deze blog werd besproken moest ik meteen aan de literaire verkenningen tijdens mijn tienerjaren terugdenken. Of daar een engelbewaarder bij kwam kijken laat ik in het midden. Wel besloot ik mijn favoriete boek van Hermans te herlezen. Dat is uiteraard een riskante onderneming; ik ben niet dezelfde meer als veertig jaar geleden en bijgevolg is mijn smaak dat ook niet meer.

Lees verder “Geliefd boek: Herinneringen van een engelbewaarder”

Geliefd boek: Een keel van glas

Enkele decennia geleden maakte men nog een scherp onderscheid tussen (hoge) literatuur enerzijds en (lage) genres als misdaad anderzijds. Als scholier leek me dat al onzin. Een Nagelaten Bekentenis wordt immers algemeen als literatuur erkend. Men kan volhouden dat literatuur niet spannend mag zijn en geen plot mag bevatten, maar dat lijkt mij misplaatst snobisme.

Toch is het me meteen duidelijk waar dit onderscheid vandaan komt, zelfs als we naar recente Nederlandse misdaadboeken kijken. De karakters zijn zo plat als een Hollandse polder; de plot is flinterdun, net goed voor vijftig bladzijden en wordt uitgesmeerd over 300+; de hoofdpersoon neemt nogal eens hoogst onverstandige beslissingen en weet dat, waarna de auteur met uitgebreide psychologische analyse van de koude kleigrond duidelijk maakt dat de hoofdpersoon toch echt niet anders kon. Kortom, zich meten met de internationale top kan het overgrote deel van de Nederlandse misdaadauteurs bij lange na niet.

Lees verder “Geliefd boek: Een keel van glas”

Misverstand: Van hoogspanning ga je dood

Op deze blog is het zo langzamerhand een running gag: laat de woorden kameel en dromedaris vallen en hele menigten houden vol dat er geen verschil is, dat het geen verschil maakt, dat het verschil niet ter zake doet of onbelangrijk is en dat er dus kamelen leefden in het Nabije Oosten. Jona’s halfslachtige poging dit te vermijden door het over één- en tweebulters te hebben haalde niets uit, want zo snel laten mensen zich hun lievelingsspeeltjes niet afpakken!

Wat hier werkelijk speelt is een kloof tussen wetenschapstaal en dagelijks taalgebruik. Die is verantwoordelijk voor allerlei misverstanden. Vandaag wil ik dat illustreren – ik ben al eens gekapitteld om mijn gewoonte een vergelijking te trekken met dit vak, dus doe ik het nog een keer – met een voorbeeld uit de natuurkunde: spanning versus stroom.

Lees verder “Misverstand: Van hoogspanning ga je dood”

Zuurkool met worst op hete of minder hete dagen

De zomer komt er weer aan en tegenwoordig is die heter en duurt die langer dan ooit. Wie van winterse kost houdt heeft dus een probleem. Dat geldt al helemaal voor een alleenstaande man als ik, die het zich in de keuken graag gemakkelijk maakt. Nou beweren tegenwoordig hele legioenen deskundigen dat hun recepten goed te doen zijn voor de grootste kookonbenul. Toch kan ik het op TV meestal niet volgen en begrijp ik recepten op papier vaak nauwelijks voor de helft. Internet is nog erger – daar geldt blijkbaar hoe moeilijker en ingewikkelder hoe beter. Mijn recept is voor twee personen (omdat ik lui ben kook ik altijd voor twee dagen). Niet geschikt voor fanaten, want wie doorwerkt is binnen een half uur klaar.

Lees verder “Zuurkool met worst op hete of minder hete dagen”

Roslavets: Damnatio Memoriae in de 20e eeuw

Nikolaj Roslavets

Zeg atonale muziek en iedereen die iets van klassieke muziek afweet denkt aan Schönberg. Vervolgens denkt men via zijn leerling Anton Webern aan piep-knars muziek: onbegrijpelijk en ontoegankelijk, behalve voor een handjevol uitverkorenen. Daar behoor ik niet toe, al maak ik graag een uitzondering voor Alban Bergs Vioolconcert. Ik heb dat horen spelen door een jongedame van het Nederlands Ballet Orkest en die wist hartverscheurend over te brengen hoe het voelt om een jong meisje kwijt te raken aan de dood. Het moge duidelijk zijn dat ik Stravinsky’s “noten drukken niets anders uit dan zichzelf” verwerp.

De ontwikkeling van atonale muziek loopt parallel aan de democratisering van deze kunstvorm. Na WO-1 werd de jazz populair, na WO-2 poprock (want ik heb er geen problemen mee om The Animals en Andre Hazes over één kam te scheren). Klassieke muziek kwam in een elitair hoekje terecht, al bleven de gouwe ouwen onverminderd populair.

Lees verder “Roslavets: Damnatio Memoriae in de 20e eeuw”

Rory Gallagher, de anti-gitaarheld

Laat de term gitaarheld vallen en iedereen noemt Jimi Hendrix, Eric Clapton en wellicht nog zo’n paar. De Ier Rory Gallagher wordt eigenlijk nooit genoemd. Als tiener kwam ik zijn naam tegen bij recensies van zijn concerten, eind jaren 1970. In de jaren negentig kon ik op zaterdagnacht (eigenlijk zondagochtend) op de WDR naar uitzendingen van Rockpalast kijken en die maakten grote indruk.

Voor een biografie kunt u googelen. Bovendien vind ik het lastig om een speelstijl te omschrijven. Daarom link ik eerst naar een fabelachtig optreden:

Dat is geen solo in het midden, dat is een duet, op een wijze die Cream (d.w.z. met Clapton) nooit voor elkaar heeft gekregen. Dit is overigens geen kritiek op Clapton; ik wil benadrukken hoe bijzonder het spel van Gallagher was. Elke noot is raak. Hij speelt niets teveel. Met name tijdens de eerste twee coupletten is zijn spel uiterst minimaal. Geleidelijk en moeiteloos worden de noten moeilijker, de muziek complexer. De luisteraar heeft dat niet echt door, want altijd blijft zijn techniek in dienst van de muziek in plaats van andersom. Bruce en Gallagher vullen elkaar perfect aan en scheppen volledige transparantie, het volstrekte tegendeel van de Wall of Sound. En bedenk: Gallagher was in de nadagen van zijn carrière. Dus hoe zat dat op het hoogtepunt?

Afgezien van zijn jeugd kunnen we vier, misschien vijf fases onderscheiden.

Lees verder “Rory Gallagher, de anti-gitaarheld”