Geliefd boek: Een keel van glas

Enkele decennia geleden maakte men nog een scherp onderscheid tussen (hoge) literatuur enerzijds en (lage) genres als misdaad anderzijds. Als scholier leek me dat al onzin. Een Nagelaten Bekentenis wordt immers algemeen als literatuur erkend. Men kan volhouden dat literatuur niet spannend mag zijn en geen plot mag bevatten, maar dat lijkt mij misplaatst snobisme.

Toch is het me meteen duidelijk waar dit onderscheid vandaan komt, zelfs als we naar recente Nederlandse misdaadboeken kijken. De karakters zijn zo plat als een Hollandse polder; de plot is flinterdun, net goed voor vijftig bladzijden en wordt uitgesmeerd over 300+; de hoofdpersoon neemt nogal eens hoogst onverstandige beslissingen en weet dat, waarna de auteur met uitgebreide psychologische analyse van de koude kleigrond duidelijk maakt dat de hoofdpersoon toch echt niet anders kon. Kortom, zich meten met de internationale top kan het overgrote deel van de Nederlandse misdaadauteurs bij lange na niet.

Dat is reden te meer om de uitzonderingen te koesteren. Mijn favoriet is Een Keel van glas. Het boek is een sluitstuk van een serie misdaadboeken met dezelfde hoofdpersoon in dezelfde omgeving. Dat heeft het grote voordeel dat beide volledig ontwikkeld zijn. Ze sluiten nauw op elkaar aan.

De boeken spelen zich af in een niet nader genoemde stad, die de lezer onmiddellijk als Nederlands herkent. Alleen kloppen er een paar dingen niet. De stad is door en door corrupt, morsig en heeft overal het karakter van een achterbuurt, ook in de dure wijken. Vele achterbuurten kennen wel een sterke sociale cohesie en die ontbreekt in de stad helemaal. Er komt dan ook geen normaal mens in voor, hoewel de belangrijke personages allemaal levensecht zijn. Niemand vertrouwt elkaar, niemand is te vertrouwen, ook zij die in Nederland bijna altijd wel te vertrouwen zijn, zoals verpleegsters en overheidspersoneel. Iedereen is er op uit elkaar een gemene streek te leveren en doet dat ook als men ervan overtuigd is ermee weg te kunnen komen.

Dat werkt in het boek voortreffelijk, want daardoor krijgt de lezer sympathie voor een onsympathieke hoofdpersoon, de kruimelcrimineel Marc Johansz. Hij houdt zich in leven middels uitkeringsfraude, chantage van (liefst rijkere) dames die overspel plegen en dergelijk klein spul. Hij is er goed in, maar is zwaar ontevreden met zijn leven. Het ontbreekt hem aan vriendschappen en liefde, want hij heeft geen sociaal leven. Dus streeft hij het voor de hand liggende en enig mogelijke na: een flinke slag slaan en wegwezen. Daartoe ontwikkelt hij geleidelijk een ingenieus plan. Uiteraard weet de lezer dat het zal mislukken. Zoals in een ouderwetse Franse misdaadfilm is de voornaamste vraag hoe. Tegelijkertijd hoopt de lezer voor Marc dat het deze keer wel lukt.

Parallel aan dit verhaal ontwikkelt zich de medische behandeling die Marc moet ondergaan aan de tumor op zijn keel. Daar verwijst de titel naar. Ik weet nog steeds niet of dit parallelle verhaal noodzakelijk is, maar ik weet wel dat het voortreffelijk werkt. Elk hoofdstuk vertelt over één dag in het leven van Marc en bevat een verslag van de medische behandeling. Uiteraard is de sfeer in het ziekenhuis, waar Marc ambulant patiënt is, even onaangenaam als in de rest van de stad. Op de dag dat Marc is genezen volgt ook de ontknoping. Middels een quasi-dagboek brengt De Zwaan een solide structuur aan.

In dit boek klopt alles. De structuur, de plot, de ontwikkeling ervan, de karakters, de sfeertekening, de twee verhalen, de onopgesmukte schrijfstijl, de bij vlagen uiterst cynische humor. Een keel van glas voldoet aan alle eisen die men aan literatuur kan stellen en wordt ook nog eens met elke bladzijde spannender.

[Aan mijn uitnodiging om tijdens deze lockdown geliefde boeken te delen, gaf ook Frank Buisman gehoor. Dank je wel Frank!]

12 gedachtes over “Geliefd boek: Een keel van glas

  1. Arnold den Teuling

    Ik vind dit wel een goede gelegenheid om een lans te breken voor de verhalen van Van Gulik met de hoofdpersoon rechter Tie. Ook deze vertonen geen overmaat aan loze psychologie en zinloze uitweidingen en roepen desondanks een exotische sfeer op. Er staat geen woord te veel in, en de boeken zijn dan ook hoewel wijd gedrukt op een royale bladspiegel meestal net 200 bladzijden.

    1. Huibert Schijf

      Helemaal mee eens. Ik ontdekte de rechter Tie verhalen denk ik toen ik achttien was en herlees ze met enige regelmaat tot op mijn huidige oude dag. Robert van Gulik was een sinoloog en kende zijn bronnen die hij verder bewerkte. En zo waren de rechter Tie verhalen voor mij het begin van een blijvende interesse voor China.

      1. Ben Spaans

        Ik las een tijd terug dat Rechter Tie (Dee) nog echt bestaan heeft ook. (Nooit zelf gelezen trouwens).

  2. Huibert Schijf

    Ik ontdek net dat Peter de Zwaan een hele reeks boeken heeft geschreven in de stijl van de Bob Evers-serie uit de jaren vijftig en zestig. De oude serie avonturen heb ik als jongen verslonden, Drie jongens beleven de meest fantastisch (en onwaarschijnlijke) avonturen in boeken met allitererende titels als Trammelant in Trinidad. Ik vermoed dat ik ze nu tamelijk onleesbaar zou vinden. En vraag af of deze typische jongensboeken in die tijd ook door meisjes werden gelezen. Geen idee.

    1. Frans

      Ik dacht al, waar ken ik die naam van! Ik vind de Bob Evers serie nog steeds goed leesbaar, ik vond onlangs de trilogie Een overval in de lucht/De jacht op het koperen kanon/Kabaal op een Engelse vrachtboot bij de straatbieb en heb ze achter elkaar uitgelezen. Bij dit soort boeken is het uitgangspunt precies tegenovergesteld aan die van het hier besproken boek: je weet van tevoren dat het goed afloopt, de vraag is alleen hoe.

      1. Ben Spaans

        Bob Evers…die probeerde een zeer naast familielid mij ooit door de strot te duwen omdat ik op die leeftijd veel te veel ongezonde geschiedenisboeken las en dat had moeten stoppen…gaat het niet meer worden bij mij denk ik.

        De schrijver was trouwens goed fout in de oorlog…Willy van der Heide alias Willem Waterman alias echte naam Willy van den Hout, in de oorlog propagandist voor de Duittse bezetter, bracht het pseudo-satirische blad De Gil uit, met grappen en grollen als de veranderingen van de naam van de Duitse hoofdstad tijdens de oorlog: Groot-Berlijn-Berlijn-Zevenhuizen-Kuilenburg, maar ook sneren naar ‘Spekjodinnen’ en ‘,gedoken’ Joden. Maar vooral verrijkte hij de Nederlans(ch)e taal met ‘Dolle Dinsdag’ en ‘Labbekakken’.

        Opdat wij nooit vergeten…

      1. frayek

        Het zou off-topic kunnen raken maar affijn, ik begon. Ik denk dat er in Nederland overheidspersoneel bestaat dat wel te vertrouwen is. Dat wil dan nog niet zeggen dat ze goed werk afleveren.

      2. frayek

        Je zegt dat ‘de belangrijke personages allemaal levensecht zijn. Niemand vertrouwt elkaar, niemand is te vertrouwen’. Dit is voor ‘levensecht’ nogal wat. Ik kan dat in Nl tenminste niet uitgelegd krijgen.
        ‘Iedereen is er op uit elkaar een gemene streek te leveren en doet dat ook als men ervan overtuigd is ermee weg te kunnen komen’, zo geeft deze roman je te denken. Dat gaat te ver. Er zijn er ook, de meesten zelfs, die er niet op uit zijn anderen welk kwaad dan ook te doen. Speltheorie, je weet. Maar dat deze roman aantrekkelijk is kan ik me voorstellen.

Reacties zijn gesloten.