MoM | Koolstofdateringen: Isotoopfractionering

Fotosynthese is een van de processen waarbij isotoopfractionering een rol speelt (foto Needpix.com)

We hebben in de eerste stukjes gemakshalve aangenomen dat de hoeveelheid koolstof-14 in de atmosfeer correspondeert met die in levende wezens, de biosfeer. In de wat ingewikkelder werkelijkheid blijkt dit niet helemaal te kloppen.

Een atoom koolstof-14 heeft twee kerndeeltjes meer dan een normaal koolstof-12-atoom en dat wil zeggen dat het 16% zwaarder is. Dat heeft om te beginnen gevolgen voor het fysische gedrag van het koolstof-14-atoom: koolzuurgas met de zwaardere isotoop verdampt iets minder makkelijk uit water dan koolzuurgas met koolstof-12. Omgekeerd slaat een verbinding met koolstof-14 net even iets sneller neer dan één met de lichtere vorm. Zo ontstaan verschillen tussen het gehalte koolstof-14 in zee en in de atmosfeer.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Isotoopfractionering”

MoM | Koolstofdateringen: Kalibratie

Het principe van de koolstofdatering mag dan simpel zijn en correctie voor de halfwaardetijd eveneens, er is een fundamenteler probleem: het gehalte koolstof-14 in de atmosfeer is niet constant. Het heeft door de eeuwen heen gevarieerd. En die variatie, veroorzaakt door de stormen van deeltjes die supernova’s op ons zonnestelsel afvuren, is niet regelmatig geweest. Dit valt niet simpel om te rekenen. Het jaarringenonderzoek maakte het echter mogelijk dit op te lossen.

Door simpel terug te tellen kun je van een jaarring bepalen uit welk jaar hij stamt. Iedereen heeft het als kind weleens gedaan. Je kunt nu van het hout van die jaarring meten hoeveel koolstof-14 erin zit. Dit onderzoek is aangevuld met andere studies naar fenomenen met een jaarcyclus, zoals de jaarringen in koraal (kalk), ijskernen uit de poolgebieden en zogeheten “varven” uit meersedimenten. Dankzij dit onderzoek, dat nog volop plaatsvindt en leidt tot steeds verfijndere resultaten, hebben we nu een grafiek die voor de afgelopen 46.000 jaar laat zien hoe de werkelijke (kalender)datering afwijkt van de (gemeten) koolstofdatering. Dit is de roemruchte kalibratiecurve.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Kalibratie”

MoM | Koolstofdateringen: Halfwaardetijden

De ouderdom van de Artemidorospapyrus

Wie een monster wil dateren, kan de hoeveelheid overgebleven koolstof-14 op verschillende manieren meten. Na een voorbewerking zijn er ruwweg twee methoden: je hangt er een geigerteller bij of je gooit het hele monster door wat bekendstaat als een accellerator mass spectrometer (AMS).

De geigerteller telt gedurende een bepaalde periode het aantal vervallende radioactieve atomen. Aan de hand daarvan kan statistisch worden bepaald hoeveel er nog aan koolstof-14 in zit. Hoe ouder het monster, hoe langer de meetperiode om tot een betrouwbare uitkomst te komen. Je moet dus van te voren al een idee hebben hoe oud je monster ongeveer is, anders kun je de meetduur niet bepalen. Die kan bij heel oude monsters weken duren.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Halfwaardetijden”

MoM | Koolstofdateringen: Het principe

Koolstofdatering uitgelegd (Universiteitsmuseum, Groningen)

In mijn reeks Methode op Maandag bleef, zolang die reeks bestaat, één thema onaangeroerd: koolstofdatering. De ontwikkeling van deze techniek is een van de belangrijkste doorbraken geweest in de oudheidkunde. Tot de jaren veertig waren vrijwel alle archeologische dateringen namelijk gebaseerd op aardewerk, waarvan de ouderdom op zijn beurt weer was gebaseerd op teksten, zoals de koningslijsten van Egypte en Mesopotamië of de lijst van Siciliaanse stadsstichtingen van Thoukydides. Dit was de methode van Montelius.

Koolstofdateringen veranderden dat. Voortaan konden archeologen zonder teksten vaststellen hoe oud iets was. En dat, lieve kijkbuiskinderen, veranderde de discipline zélf: van een vak dat afhankelijk was van de filologische vakgebieden emancipeerde het tot een zelfstandig vak. De discipline veranderde – net als de historische taalkunde – van een kunsthistorische geesteswetenschap in een harde science, wat overigens niet wil zeggen dat er geen enkele onzekerheid is. Integendeel. In elk geval: er was sprake van een échte wetenschappelijke innovatie en niet van zo’n flauwe aanpassing van de positieve heuristiek die sinds de jaren tachtig aan de universiteit moet doorgaan voor innovatie.

Belangrijk dus, die koolstofmethode, en ze behoorde allang behandeld te zijn in Methode op Maandag. Het probleem is dat het principe weliswaar simpel is maar de praktijk niet. Daarom heb ik deze blog vandaag uitgeleend aan iemand die er meer van weet: mijn goede vriend Richard, wiens blog u behoort te volgen. Ik heb zijn tekst, die eerder hier is gepubliceerd, voor mijn eigen blog bewerkt. Ga er even voor zitten, want als u het naadje van de kous wil weten, gaat u een kleine 5000 woorden tegemoet.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Het principe”

Ringcompositie

Drie Romeinse ringen uit Dab’aal bij Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet)

[Vandaag een gastbijdrage van mijn goede vriend Richard Kroes, oorspronkelijk op zijn eigen blog, hiero.]

Nog niet zo lang geleden ontbrandde op deze blog een korte discussie over de “ringcompositie”: een andere manier van het ordenen van een tekst, waarin de gedachtegang niet serieel wordt geordend (zoals in A-B-C-D-E) maar in ringen rondom een middendeel: A-B-C-D-C-B-A. Aanleiding voor de discussie was de opmerking van theoloog Cees van Veelen dat het belangrijkste stuk tekst steeds in het midden van zo’n compositie te vinden was.

Twee reageerders, een natuurkundeleraar en een wiskundige, vroegen daarop om empirisch bewijs voor die stelling. Dat vond ik grappig omdat het de cultuurgebondenheid van schijnbaar harde wetenschappelijke vragen illustreert: niemand uit onze cultuur zal ooit vragen om bewijs voor de seriële compositie van een stuk tekst en de bewering dat het belangrijkste stuk aan het einde staat.

Lees verder “Ringcompositie”

De eerste wereldtaal

[Vandaag een gastbijdrage van mijn goede vriend Richard Kroes, die heel veel weet van oosterse talen en wiens blog u ook eens moet bekijken.]

Vanavond is de officiële presentatie van een boek dat ik stiekem al gelezen heb: De eerste wereldtaal, de geschiedenis van het Aramees van Holger Gzella, professor Hebreeuwse en Aramese Taal- en Letterkunde in Leiden, uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep. Ik kreeg de proefdrukken toegestuurd en heb het boek direct verslonden. Aramees, dat kent u als de taal die Jezus sprak. Gzella krijgt regelmatig een vraag om uitspraken van de timmerman uit Nazareth in het Aramees. Voor een tatoeage.

Op dergelijke vragen gaat hij doorgaans niet in, want hoe Jezus zijn moerstaal sprak, daar weten we eigenlijk niet heel veel van. Het Aramees dat we kennen uit de periode waarin hij leefde, is de Aramese schrijftaal uit de Dode Zee-rollen, en dat sprak de gewone bevolking niet. Arameese spreektaal kennen we wel: het Palestijns Aramees, maar de bronnen daarvoor zijn van enkele eeuwen daarna. En dan weten we bovendien nog dat Jezus sprak met een Galilees accent, waar we helemáál niks over weten.

Lees verder “De eerste wereldtaal”

Meer NWA: Oude talen

Gevelsteen uit Amsterdam, Vinkenstraat 161
Gevelsteen uit Amsterdam, Vinkenstraat 161

[Het leuke van de Nationale Wetenschapsagenda is dat het een soort zwaan-kleef-aan kan zijn: de een schrijft over iets, de ander werkt het verder uit. Mijn goede vriend Richard Kroes schrijft over antieke grammatica, waarover Suzanne Adema al eerder op deze blog een stukje schreef en waarover Marc van Oostendorp zijn mening al gaf op de Neerlandistiek-blog.]

Den koe slachtte de slager.

Mijn vader (hij was van 1926) vertelde me ooit dat op zijn lagere school (dat moet dus tussen 1932 en 1938 zijn geweest) door de leerlingen al hard gelachen kon worden om bovenstaande zin. Destijds had het Nederlands nog naamvallen en dankzij dat ‘den koe’ was volkomen duidelijk en ondubbelzinnig dat hier niet de slager het slachtoffer was, maar den koe.

Toch had het taalgevoel van de leerlingen inmiddels de overhand gekregen en dat was niet meer gebaseerd op gevoel voor naamvallen, maar voor de woordvolgorde. Als de koe de slager slacht, is er wat geks aan de hand en als de slager de koe slacht, gebeurt er iets wat een koe nu eenmaal kan overkomen.

Lees verder “Meer NWA: Oude talen”

Vademecum van de islam

Afgelopen maand werd me een exemplaar van het Vademecum van de islam toegestuurd met het verzoek of ik het zou willen recenseren. De islam in 400 begrippen luidt de ondertitel en volgens de flaptekst is het boek bedoeld als naslag

voor journalisten, studenten, beleidsmedewerkers en iedereen met een algemene interesse in een onderwerp dat steeds meer de actualiteit beheerst.

Een praktische toepassing dus, die feitelijke informatie in kort bestek en overzichtelijk wil aandragen. Er hebben diverse arabisten en islamologen aan meegewerkt. Namen die ik trouwens geen van allen kende (maar dat zegt niks), of Hans Janssen moet een spelfout zijn met een “s” teveel.

Lees verder “Vademecum van de islam”

Nobody expects

Margarita Alexandrova
Margarita Alexandrova

Van de week kreeg ik een petitie in mijn mailbox. Het ging om een zeventienjarig Oezbeeks meisje – Margarita Alexandrova – uit Kampen. Ze woont zeven jaar in Nederland en moet ingevolge het Nederlandse vreemdelingenbeleid terug naar Oezbekistan. Voor mij was de zaak daarmee al meteen duidelijk. Je laat niemand eerst zeven jaar opgroeien in Nederland om daarna in volle ernst te besluiten dat ze weer terug moet. Het is van tweeën één: óf je hebt geen verstand en besluit direct dat ze mag blijven, óf je hebt geen hart en besluit dat ze meteen terug moet, maar én geen verstand én geen hart, dat gaat mij wat ver. Dus ik had de petitie al getekend voordat ik me verder in de kwestie verdiept had.

Aan de email was wat achtergrondinformatie toegevoegd, iets over een Russisch-Orthodoxe familie die protestants-christelijk geworden was en daarom niet terug kon naar Oezbekistan. Voor mij was dat allemaal niet belangrijk, temeer omdat enig googelen al snel leerde dat je in Oezbekistan maar beter helemáál niks kunt zijn. Toch was mijn nieuwsgierigheid gewekt, want op de één of andere manier was die overgang van de ene naar de andere christelijke denominatie door de overheid getoetst. Dat leek me onbestaanbaar, dus voerde ik de zoektermen “asiel geloof overgang” in.

Lees verder “Nobody expects”

Oudste Koranmanuscript

Callibratiecurve voor M1572.
Callibratiecurve voor M1572.

[Wat? Een Koranmanuscript uit ongeveer 568-645?! Met een stevige kans dat het al was geschreven vóór het traditionele begin van het optreden van de profeet Mohammed? Ik las het bericht op de BBC met enig wantrouwen, maar het lijkt te kloppen. Mijn goede vriend Richard zocht het voor u uit.]

Wie dergelijk nieuws een beetje bijhoudt – ik dus niet, mijn goede vriend Jona wees me er op – weet dat gisteren de Universiteit van Birmingham bekend heeft gemaakt dat ze het oudste Koranfragment ter wereld hebben ontdekt. Het bericht daarover op de website van de BBC brengt het althans als een “ontdekking” en niet zo’n kleintje ook: de bibliotheek van de Universiteit van Birmingham bleek in bezit van een oud Koranmanuscript dat met de koolstofmethode is gedateerd en dat nu het oudst bekende Koranfragment blijkt te zijn. Volgens de journalisten is er 95% kans dat het nieuw ontdekte fragment uit de periode 568-645 stamt. Dat is zelfs nog iets ouder dan het tot dusverre als oudst bekend staande fragment uit Sanaa in Jemen, dat – met 95% kans – uit de periode 578-669 dateert. Het is bovendien geen palimpsest, maar een nog geheel intacte tekst.

Lees verder “Oudste Koranmanuscript”