Geliefd boek: Snijpunt Isfahan

Maite Karssenberg (1989) schreef een alleraardigst boekje over een onalledaags onderwerp: Snijpunt Isfahan (2018). Hoewel: Een zoektocht van vader en dochter, zoals de ondertitel luidt, geeft het boek een alledaagser tweede thema: de zoektocht van dochter naar vader.

Aan de oppervlakte gaat het verhaal over een vader zoals er vermoedelijk tienduizenden rondlopen: veel te briljant voor deze samenleving en daardoor een beetje tussen de maatschappelijke wal en schip beland. Maite Karssenbergs vader is een wiskundeleraar die lastig gevallen wordt met veel teveel andere zaken dan het doceren van wiskunde, wiens carrière bijgevolg bestaat uit het steeds maar weer wisselen van school, met één jaar tussentijds postbode als serieus Fluchtversuch.

Lees verder “Geliefd boek: Snijpunt Isfahan”

Geliefd boek: De wanhoopsdaad

De kans dat u ooit van de Kristallnacht hebt gehoord, is meer dan levensgroot. Dat u de naam Herschel Grynszpan kent, is daarentegen niet heel waarschijnlijk. Toch hebben die twee alles met elkaar te maken. De zeventienjarige Herschel Grynszpan schoot op 7 november 1938 in Parijs de Duitse ambassadesecretaris Ernst vom Rath neer en diens dood twee dagen later werd door de Nazi’s aangegrepen voor de pogrom in de nacht van 9 op 10 november.

Sidney Smeets, strafrechtadvocaat bij Spong advocaten in Amsterdam, schreef in 2013 het boek De Wanhoopsdaad over de lotgevallen van Herschel Grynszpan, de aanslag en de – uitgebreide – nasleep van de gebeurtenissen. Het is een bijzonder goed leesbaar boek, Smeets heeft een vlotte pen, dat keurig voorzien is van noten, een register en een bronnenlijst, incluis de nummers van de stukken in de geraadpleegde archieven.

Lees verder “Geliefd boek: De wanhoopsdaad”

Geliefd boek: How democracies die

Zo af en toe – zeker als je nauwelijks de krant leest – kan het geen kwaad een beetje op de hoogte te zijn van wat er zoal speelt in de wereld. Een tijd geleden hoorde ik iemand op een praatprogramma op de televisie een boek aanraden, How democracies die, geschreven door Harvard-professoren Steven Levitsky en Daniel Ziblatt. Ik trof het van de week aan in een stationsboekhandel en las het in één ruk uit.

Ik tegenstelling tot wat de titel suggereert, gaat het boek eigenlijk niet over hoe democratieën sneuvelen, maar probeert het een duiding, beschrijving, verklaring en oplossing te vinden voor de opkomst van Donald Trump in het bijzonder en het rap afzakken van de Amerikaanse democratie in het algemeen. Het gaat dus vooral over de Amerikaanse situatie, maar het gebruikt wel enorm veel vergelijkingsmateriaal over andere democratieën die ooit te gronde gingen, van de Weimarrepubliek via Castro, McCarthy en Pinochet, tot ChavezFujimoriOrban en Kaczynski.

Lees verder “Geliefd boek: How democracies die”

Geliefd boek: Schachnovelle

In 1942 bracht de Duitse schrijver Stefan Zweig een novelle uit met de bovenstaande titel. Ik las het boek op de middelbare school voor mijn lijst Duits. Doorgaans voorspelt dat geen grote liefde voor het gelezene, maar Schachnovelle was anders. Bijna dertig jaar later kocht ik het in Duitsland om het nog eens te lezen.

Het verhaal speelt zich af op een oceaanstomer tussen Buenos Aires en New York. Een groepje enthousiastelingen weet een schaakcompetitie te organiseren tussen henzelf en de wereldkampioen schaken, die toevallig ook op het schip meereist. Het clubje verliest hun eerste partij. Tijdens de tweede partij weet een toevallige voorbijganger met zijn advies een verloren partij nog net in remise te laten eindigen.

Lees verder “Geliefd boek: Schachnovelle”

MoM | Koolstofdateringen: Pseudoscepsis

Het Evangelie van de Vrouw van Jezus: veel te vérgaande conclusies aan de hand van een koolstofdatering

Nu we de wetenschappelijke zelfkritiek hebben gehad, komen we als vanzelf bij de pseudosceptici, waaronder er zijn die de koolstofmethode niet zien zitten. Ik heb al enkele valkuilen vermeld: nog levende schelpen die duizend jaar oud dateren en andere afwijkingen van de oorspronkelijke aannames die aan de koolstofdatering ten grondslag lagen. Wie twijfel wil zaaien aan oudheidkundige dateringen, kan zulke voorbeelden op indrukwekkende wijze presenteren.

Dat kan met cijfers, want de afwijkingen als gevolg van bijvoorbeeld het mariene reservoireffect bedragen honderden jaren. Ook taalkundige massage is dienstig. Er zijn reële problemen, stuk voor stuk oplosbaar, maar je kunt natuurlijk zeggen dat het “wemelt van de problemen”, dat er “schokkende verschillen” zijn, dat “ongerijmdheden de methode plagen”, dat de verschillen “niet onbetekenend” zijn en dat er sprake is van “onkwantificeerbare variabelen”.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Pseudoscepsis”

MoM | Koolstofdateringen: Kritiek

De mummie van een krokodil (Egyptisch Museum, Barcelona)

De koolstofmethode wordt vaak gepresenteerd als keiharde, betrouwbare en succesvolle methode. En terecht. Zo raakt echter wat uit het zicht dat ook zo’n keiharde en betrouwbare methode onoordeelkundig en dus onsuccesvol valt toe te passen. Hoe keihard en hoe betrouwbaar ook: dateren blijft een kunst.

Je moet heel goed weten wat je dateert en welke vraag je eigenlijk wilt beantwoorden. De meest voor de hand liggende vraag is natuurlijk: hoe oud is het? Maar daar is de koolstofmethode niet in alle gevallen geschikt voor. De vraag “stamt dit voorwerp uit het begin van de zevende eeuw?” vergt een nauwkeurigheid van een jaar of vijftig. Maar rond het begin van de zevende eeuw loopt de kalibratiecurve behoorlijk vlak. Een koolstofdatering kan dan heel goed uitvallen als 585 – 710 cal AD en daar heb je niks aan. Maar aan diezelfde datering heb je wél wat als je wilt weten of je voorwerp een moderne vervalsing is.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Kritiek”

MoM | Koolstofdateringen: Reiniging

Vervuiling wordt ook opgespoord met de microscoop, een standaardprocedure. Bij de lijkwade van Turijn is bijvoorbeeld gekeken naar de hoeveelheid roet in het doek. In 1532 is het doek namelijk het slachtoffer geweest van een brand. Niet alleen brandden gesmolten druppels zilver gaten in het textiel, mogelijk was er ook roet in het doek neergeslagen. Wellicht zou de koolstof uit dat roet de datering kunnen beïnvloeden. Misschien wel met een eeuw, misschien zelfs twee. Alle te onderzoeken vezels zijn dus onder de microscoop doorgegaan, waarbij bleek dat er nauwelijks roet aanwezig was.

Monsters worden vooraf schoongemaakt. De standaardbehandeling is het afwisselend baden in een zuur, een base en weer een zuur: de AAA-behandeling (acid-alkali-acid; in de praktijk zoutzuur en natriumhydroxide). Het zuur lost ingespoelde kalk op, de base verwijdert ingespoelde organische zuren, zoals humus. De laatste zuurbehandeling dient om het monster weer neutraal te krijgen.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Reiniging”

MoM | Koolstofdateringen: Contaminatie

De Tollundman: voorbeeld van een veenlijk

Het moge inmiddels duidelijk zijn dat een koolstofdatering niet eenvoudigweg een meting is, gevolgd door een handvol rekenkundige correcties, maar ook inzicht vergt in allerlei omstandigheden. Dit geldt ook voor het bepalen van aanrijking of verarming nadat het organisme is overleden. In theorie kan er dan alleen nog koolstof-14 verdwijnen door radioactief verval, maar in de praktijk kan een voorwerp nog vervuild raken met koolstof-14 van buitenaf en dat heeft natuurlijk effect op het resultaat.

Berucht zijn koolstofbronnen die zo oud zijn dat ze geen koolstof-14 meer bevatten. Ik noemde hierboven al de effecten van fossiel kalksteen, maar ook geteerd scheepshout en met parafine geconserveerde museumvoorwerpen zijn niet zomaar te dateren. Teer en parafine zijn immers gemaakt van aardolie: miljoenen jaren oud organisch materiaal dat geen koolstof-14 meer bevat, waardoor de ouderdom van een monster te hoog wordt ingeschat.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Contaminatie”

MoM | Koolstofdateringen: Reservoireffecten

Tipasa: opgraving aan zee

Zoals gezegd zorgt het iets grotere gewicht van het koolstof-14-atoom voor licht afwijkend gedrag van dat atoom, waardoor een datering te oud of te jong kan uitvallen. We hebben gezien dat hiervoor valt te corrigeren. Daarmee zijn echter nog niet alle processen ondervangen die ervoor zorgen dat een organisch voorwerp aangerijkt of verarmd raakt met koolstof-14. Eén van die processen is het reservoireffect: de omgeving kan functioneren als een plaatselijk reservoir van extra koolstof-14, of juist een tekort daaraan, wat leidt tot verkeerde dateringen.

Neem hard water met veel kalk. Kalksteen is eigenlijk een organisch materiaal(skeletresten van micro-organismen) en kan miljoenen jaren oud zijn, waardoor het vrij is van koolstof-14. Dat is allemaal allang radioactief vervallen. Wanneer de kalk oplost in water of wordt meegenomen door een rivier, kan een gebied ontstaan waarin alle levende wezens minder koolstof-14 bevatten dan normaal. Er is dus sprake van verarming. Dateringen vallen te oud uit.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Reservoireffecten”

MoM | Koolstofdateringen: Isotoopfractionering

Fotosynthese is een van de processen waarbij isotoopfractionering een rol speelt (foto Needpix.com)

We hebben in de eerste stukjes gemakshalve aangenomen dat de hoeveelheid koolstof-14 in de atmosfeer correspondeert met die in levende wezens, de biosfeer. In de wat ingewikkelder werkelijkheid blijkt dit niet helemaal te kloppen.

Een atoom koolstof-14 heeft twee kerndeeltjes meer dan een normaal koolstof-12-atoom en dat wil zeggen dat het 16% zwaarder is. Dat heeft om te beginnen gevolgen voor het fysische gedrag van het koolstof-14-atoom: koolzuurgas met de zwaardere isotoop verdampt iets minder makkelijk uit water dan koolzuurgas met koolstof-12. Omgekeerd slaat een verbinding met koolstof-14 net even iets sneller neer dan één met de lichtere vorm. Zo ontstaan verschillen tussen het gehalte koolstof-14 in zee en in de atmosfeer.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Isotoopfractionering”