
Voor sommige negentiende-eeuwse reizigers was hun grote reis het begin van een wetenschappelijke loopbaan, zoals bij de Engelsman Charles Darwin, de Duitser Alexander von Humboldt of de Nederlander Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936). Hij was de grootste Nederlandse islamkenner van zijn generatie. Hij had die kennis onder andere verkregen door zijn veldwerk. Mekka in de tweede helft van de negentiende eeuw. Schetsen uit het dagelijks leven (Atlas 2007) luidt de Nederlandse titel van zijn grote studie. Het boek is goed leesbaar vanuit het Duits vertaald. De vertaling is voorzien van een uitgebreide inleiding en met een magnifieke collectie foto’s die Snouck Hurgronje zelf heeft verzameld.
Iedere moderne antropoloog zal Snouck Hurgronje’s veldwerk in dat voor Moslims zo heilige bedevaartsoort herkennen als een gewaagde − bij ontdekking zou hij zonder pardon zijn geëxecuteerd − en misschien controversiële vorm van participerende observatie. Hij had zich goed voorbereid door zich tot de islam te bekeren en hij vermomde zich als pelgrim. Nadat Snouck Hurgronje in Mekka aankwam, kocht hij via een tussenhandelaar een slavin, een jonge, Ethiopische vrouw, van wie de naam onbekend is gebleven, net als de rest van haar leven. De Ethiopische vrouw werd zijn belangrijkste informante over het leven van vrouwen in Saoedi-Arabië. Ook tegenwoordig nog een gesloten wereld voor mannelijke onderzoekers.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.