
Er zijn onderwerpen waarover historici weinig te zeggen hebben, zoals Pasen. De historicus kan alleen constateren dat het dubbele idee van Christus’ verrijzenis en diens lege graf heel oud moet zijn. Daar blijft het echter bij. Een lichamelijke wederopstanding is niet alleen in strijd met de natuurwetten maar ook zonder parallel. Zo’n gebeurtenis ligt buiten het bereik van wat een historicus weten kan. Er desondanks uitspraken over doen is net zoiets als zoeken naar de Alpenpas van Hannibal: je kunt het niet weten en moet gewoon aanvaarden dat er grenzen zijn aan je kennis.
Vier visies
Wat een historicus óók kan doen, is verschillen constateren in de berichten over het lege graf. Hier is het verslag volgens Matteüs.
Na de sabbat, bij het ochtendgloren van de eerste dag van de week, kwam Maria van Magdala met de andere Maria [de moeder van Jakobus] naar het graf kijken. Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer.noot
Het is interessant te zien wat de evangelist Marcus heeft te melden.
Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala en Maria, de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: “Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?” Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk.noot
Er zijn allerlei verschillen. Om met het triviale te beginnen: er zijn bij Marcus drie en bij Matteüs twee dames; bij Marcus gaan ze eerst balsem kopen, bij Matteüs gaan ze rechtstreeks naar het graf. Bij Marcus treffen ze de steen weggerold aan, terwijl Matteüs een aardbeving vermeldt en een engel de steen laat wegrollen. Een ander verschil is dat Marcus’ in het wit geklede jongeman – die we maar gelijk zullen stellen aan Matteüs’ engel – de vrouwen de stuipen op het lijf jaagt, terwijl hij volgens Matteüs de soldaten doodsangsten aanjoeg.
Misschien is het ook zinvol er op dit punt ook op te wijzen dat een graf met een rolsteen niet past bij wat onder de Grafbasiliek is aangetroffen: koch-graven en een arcosolium-graf. Ik schreef daar al eerder over.
De evangelist Lukas blijft in de buurt van Marcus maar verdubbelt het aantal mannen in witte gewaden.
Maar op de eerste dag van de week gingen ze [de vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea] bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze bereid hadden. Bij het graf aangekomen zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold, en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de heer Jezus niet. Ze wisten zich geen raad. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. Ze werden door schrik bevangen en bogen het hoofd.noot
Weer een andere visie vinden we bij de vierde evangelist, Johannes. Hij is beknopter.
Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria van Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen voor het graf was weggehaald.noot
Even verderop vermeldt ook Johannes twee in wit gehulde mannen.
Verschillen en overeenkomsten
Onaardig geformuleerd spreken de vier auteurs elkaar tegen. De steen kan niet én al weggerold zijn vóór de vrouwen aankwamen én weggerold worden als ze er al zijn; ook kan de ene engel of de ene in het wit gehulde jongeman niet dezelfde zijn als twee mannen met witte kleren. De tegenspraken werden al in de Oudheid geconstateerd en iemand heeft aan het Marcus-evangelie een langer einde toegevoegd, dat het meer in lijn bracht met Matteüs.
Positiever geformuleerd selecteren de evangelisten informatie. Ze stemmen overeen op het punt dat het graf leeg was en dat er iemand was die uitleg gaf, en ze stemmen overeen dat Maria van Magdala behoorde bij de eerste getuigen.
De historicus kan zulke verschillen constateren. De simpelste verklaring is dat Marcus, als eerste evangelist, een verslag schreef dat door Lukas en Johannes is naverteld door er een extra in het wit geklede man aan toe te voegen, terwijl Matteüs er een aardbeving bij deed. Waarom Marcus spreekt van een leeg graf – en bij implicatie van een wederopstanding – is een andere vraag. Omdat een verrijzenis uit de dood in strijd is met de natuurwetten, kan de historicus er niets mee. Dit is het punt waar geschiedwetenschap stopt.
[Meer over deze materie in De Volkskrant. Een overzicht van de zondagse reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Zelfde tijdvak
Meer plaatsnamen in het Gallischseptember 19, 2023
Seneca (4): Gehecht en onthechtnovember 13, 2023

Mooi stuk over de grenzen van wetenschappelijke kennis en religieus geloof. Dank.
Eigenlijk de grenzen van historisch onderzoek. Psychologen kunnen er nog wel wat meer over zeggen; de aanname is dan dat de menselijke geest destijds hetzelfde werkte als tegenwoordig.
“Er zijn onderwerpen waarover historici weinig te zeggen hebben, zoals Pasen. De historicus kan alleen constateren dat het dubbele idee van Christus’ verrijzenis en diens lege graf heel oud moet zijn. Daar blijft het echter bij.”
Nee, dat klopt niet. De historicus kan daarbij ook constateren dat “het dubbele idee van Christus’ verrijzenis en diens lege graf” pas omstreeks 70nC. opduikt, in het Markusevangelie. Oudere bronnen zoals bijvoorbeeld Paulus of Q kennen wel de verrijzenis, maar nog niet het lege grafverhaal. Dat komt omdat zij een ouder joods verrijzenisbegrip hanteren, nl. de opvatting dat Jezus na zijn dood direct in de hemel opgenomen en daar verrezen zou zijn.
De historicus zal concluderen dat het lege-grafverhaal dus juist een betrekkelijk jonge, aan niet-joodse opvattingen aangepaste, invulling van het begrip ‘verrijzenis’ is, en dat er geen reden is het verhaal enige historiciteit toe te kennen.
De historicus zou ook kunnen concluderen dat het verhaal niet historisch kan zijn omdat het in strijd is met de natuurwetten en alle wetenschap zich afspeelt binnen deze wetten. Het verrijzenisgeloof ligt dan niet buiten het bereik van de geschiedkunde, het is er in conflict mee. Het is aan de gelovige om de sprong over de grenzen van deze wetten te wagen (of niet): “certum est, quia impossibile”.
Sommige mensen zullen daar vandaag over filosoferen, de kleineren vragen zich af hoe de klokken van Rome al die chocolade eieren zo stil in de living hebben uitgestrooid, de groten wie straks eerst over de streep komt in Vlaanderens Mooiste.
Zalig Pasen!
De verrijzenis is me altijd voorgekomen als een deel van het scenario dat de schrijvers er dan maar aan breiden omdat het publiek boos was dat de held moest sterven. Jammer, want de essentie van het Christendom – in de versie van René Girard – is dat het oude zondebokprincipe werd vervangen door de zelfopoffering van het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.
Nadien wist men dan ook niet goed wat nog aan te vangen met de verrezen Jezus, aangezien zijn rol als messias was uitgespeeld. Men liet hem dan maar met uitstel ten hemel stijgen. Nee, de director’s cut was beter.
Wat hier belangrijk is, is te beseffen dat de vier evangelies 40 tot 70 jaar later werden geschreven dan wanneer de feiten zich hebben afgespeeld. Historische accuraatheid was ook niet de bedoeling van de evangelisten. Wél wilden ze hun lezers laten geloven dat Jezus teruggekeerd is bij zijn Vader omdat zijn opdracht hier op aarde was volbracht. Daarover gaat de opstanding.
De opstanding van Jezus staat helemaal buiten de wetenschap, want dit gaat over een transcendente gebeurtenis. Het is God zelf die zijn zoon bij Hem laten terugkeren. Vragen over de precieze historische wetenschappelijke context van de opstanding hebben eigenlijk geen zin want het gaat over geloof. Enkel wie in Jezus gelooft, kan ook geloven dat dit gebeurd is. Ook al is het niet vanzelfsprekend. Zelfs in de evangelies wordt er gelachen met de opstanding van Jezus. Maar het is wel de kern van ons geloof. Als je niet gelooft dat Jezus is opgestaan, dan heeft je geloof in het christendom geen enkele zin.
Er zijn wel meerdere argumenten die onrechtstreeks aantonen tot er toen wel iets erg ingrijpends moet gebeurd zijn dat het leven van de Jezusvolgelingen ongelofelijk en voorgoed heeft veranderd.
ad Desmarets:
M.i. hoef je helemaal niet te geloven dat Christus is opgestaan om jezelf een christen te noemen. Het gaat m.i. niet om het leven, maar om de leer van Christus en die draait om de tenach en ‘oudtestamentische’ leer van de rechtvaardigheid.
Dat Jezus is opgestaan lijkt rechtstreeks ontleend te zijn aan de theologie van het Oude Egypte met de heerschappij van Osiris in het hiernamaals. Evenzeer is kerstfeest n.m.m. ontleend aan de verering in de mammisis van de egyptische tempels.
Interessante gedachte, maar dan zou je moeten aantonen dat er een rechte lijn is van Osiris naar het verhaal van de Opstanding.
Het is op dit punt inderdaad handiger om te kijken naar de onmiddellijke joodse context, die én dichterbij is dan Egypte én méér verklaart.
Zo is het. De opvatting dat Jezus is opgewekt is probleemloos volkomen verklaarbaar vanuit de joodse traditie; er is geen enkele reden daarvoor Egyptische invloed aan te nemen.
Voor christenen is de opstanding geen bijzaak maar het is de essentie van het geloof. Zonder opstanding zou het hele verhaal instorten. Paulus schreef dit zelf in zijn brief 1 Korintiërs hoofdstuk 15, amper 20 jaar na Jezus dood:
[14] en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. (NBV21)
In vers 17 zegt hij dit opnieuw, en in gans hoofdstuk 15 gaat hij hier verder op in: zonder de opstanding is er geen verlossing en geen hoop op een eeuwig leven. Zonder opstanding geen christendom. Het is niet zomaar een mooi verhaal, maar de hele fundering.
Voor zeer vele, maar niet voor alle christenen. De stukjes over antieke geloofsbeleving helpen misschien om te aanvaarden dat ook vandaag het christendom divers is.
Ik neem lieden aan de andere kant van de oceaan waar, die zich weliswaar christen noemen maar er allerlei opvattingen op na houden die nogal strijdig zijn met een paar grondbeginselen van het christelijk geloof.
Ook bij een lijn trekken tussen Osiris en Jezus (en diens opstanding loochenen) heb ik als gelovige nogal wat bezwaren, ondanks dat ik van niemand bewijs verwacht.
Ik weet dat het mode is dat iedereen maar alles mag ‘ervaren’, claimen en verkondigen, maar dat hoeft niet te betekenen dat iedereen het daar a priori mee eens dient te zijn.
ad Frans Buijs:
Het betreft een nogal braakliggend onderzoeksgebied. Vanuit de egyptologie (Leiden) was/is er weinig of geen belangstelling voor theologie. En de studie theologie heeft niet (meer) een verplicht bijvak egyptologie. De laatste mij bekende theoloog/ egyptoloog was prof. dr J. Zandee.