
Van de Barbarijse kapers wist ik weinig meer dan dat Michiel de Ruyter
’t er niet bij wou laten
en Salé heeft geveld,
waarna de Heren Staten
hem hebben aangesteld als held.
Verder wist ik dat het gebied werd bestuurd door lokale leiders: een emir in Salé, de Ottomaanse Bey van Tunis, de Ottomaanse pasha van Tripoli en de Ottomaanse Dey van “het eiland” ofwel Al-Jezira ofwel de Dey van Algiers. Die laatste stad zal wel voor eeuwig worden geassocieerd met Barbarossa, “roodbaard”, een geduchte zestiende-eeuwse kaper die vanuit Algiers diverse vloten uitstuurde tegen de Spanjaarden.
Slavenhandel
Het beeld van de barbarijse kapers is in hoge mate bepaald geweest door wat Europese gevangenen – Cervantes is de bekendste – hebben verteld over hun verblijf in Algiers. Omdat zij christelijk waren en vaak werden vrijgekocht door christelijke organisaties, is om te beginnen het idee ontstaan dat de barbarijse kapers religieus gemotiveerd waren en dat er sprake was van een soort religieuze oorlog. Hoewel het beeld niet helemaal onjuist is – de gevangenen en de kapers hadden verschillende religies – was religie eigenlijk maar een bijzaak. De plaatselijke leiders waren geen religieuze scherpslijpers (of althans niet altijd): Algiers gaf in 1492 ruimhartig asiel aan de uit Spanje verdreven joden.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.