Augustinus als Numidiër

Er is geen gebrek aan boeken over Augustinus, de vroeg-vijfde-eeuwse bisschop van de Algerijnse havenstad Annaba, het antieke Hippo. Augustinusbiografieën vormen een compleet oudheidkundig subgenre, waarmee hij feitelijk zelf is begonnen: eerst publiceerde hij zijn Belijdenissen, een autobiografie met een duidelijk pastorale inslag, en tegen het einde van zijn leven overwoog hij al zijn eerdere publicaties in zijn Retractiones, een soort intellectuele autobiografie. Het oeuvre bestaat verder uit preken, traktaten, schotschriften, brieven en geleerde werken als De stad Gods. Naar woordenaantal (ongeveer 5.000.000) is hij de best overgeleverde auteur uit de Oudheid. Hij is een van de weinige Romeinen waarover een biografie überhaupt mogelijk is.

Augustinus als Afrikaan?

De Britse classica Catherine Conybeare waagde zich in 2025 aan een nieuwe biografie, Augustine the African, die Abjan Van Meerten vrijwel onmiddellijk vertaalde in elegant, helder Nederlands, Augustinus de Afrikaan. Als u eerdere biografieën las, kunt u het boek echter ongelezen laten zonder dat u veel nieuws mist. Als u daarentegen weinig weet over Augustinus, is het een uitstekende inleiding.

Lees verder “Augustinus als Numidiër”

De Fatimiden

Fatimidisch reliëf (Monastir)

Als ik het goed heb geteld, heb ik op deze blog al drieëntwintig keer verwezen naar de Fatimiden, zonder dat ik werkelijk heb uitgelegd wat dat voor Arabische dynastie was. Daar moet toch eens verandering in komen, dus bij dezen – en we beginnen in de zevende eeuw, bij de uitvaart van de profeet Mohammed in 632 na Chr. Het was niet helemaal duidelijk wie hem moest opvolgen, en daarom speelde vanaf dit moment in de islamitische wereld de kwestie van het leiderschap. Na ongeveer zestig jaar ontstond daarover wat duidelijkheid: de meeste moslims aanvaardden het gezag van de kalief van Damascus (later Bagdad) en worden soennieten genoemd, terwijl een (vermoedelijk vrij grote) minderheid liever een afstammeling van Mohammed als leider zag. Die groep heette de sji’a en hun leider wordt aangeduid als de imam.

De sji’a depolitiseerde. Deels was ze met geweld onderdrukt, bijvoorbeeld in de slag bij Kerbala (680), deels was ze zelf verdeeld over de diverse familietakken. De frictie tussen enerzijds de als legitiem ervaren claim op het leiderschap en anderzijds de praktijk, werd opgelost door het idee dat aan het einde der tijden een vermist geraakte imam zou terugkeren.

Lees verder “De Fatimiden”

Een Romein in Marokko: Juba II

Juba II (Musée de l’histoire et des civilisations, Rabat)

Hij was, met een woord van de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos, wel de allergelukkigste krijgsgevangene: Juba II. Hij was de zoon van Juba I, de koning van Numidië (zeg maar Algerije) die in het conflict tussen de Romeinse Republiek en de opstandige generaal Julius Caesar op het verkeerde paard had gewed en, in 46 v.Chr. verslagen bij Thapsus, op een wonderlijke manier zelfmoord had gepleegd. Caesar had geen reden om Juba’s tweejarige zoon te doden, voerde hem mee in zijn triomftocht en nam hem vervolgens op in zijn huishouding. Zijn achternichtje Octavia Minor voedde de kleuter op.

Octavia’s tiental

Octavia’s broer Gaius was een van de potentaten die na de dood van Caesar vochten om de heerschappij. Om een bondgenootschap te sluiten, huwde hij zijn zus uit aan zijn rivaal Marcus Antonius, die haar in 33 verstootte om te kunnen trouwen met Kleopatra VII Filopator van Egypte. Terwijl haar broer en haar voormalige echtgenoot een burgeroorlog uitvochten, en ook daarna, bleef Octavia in Italië wat op de achtergrond, maar (of: want) ze was verantwoordelijk voor een complete klas aan hoogadellijke kinderen.

Lees verder “Een Romein in Marokko: Juba II”

De Arabische wereld na 1970

Protesten in Algiers (2019)

[Dit is het tweede blogje n.a.v. Roel Meijers vorig jaar verschenen Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het eerste blogje was hier.]

Na de dictatuur

Niet alle Arabische landen zijn republieken: Marokko, Jordanië, Saoedi-Arabië en de Golfstaten zijn monarchieën. Het sociaal contract in deze landen is met één woord te typeren: paternalisme. Koningen kunnen flexibeler opereren en zeker in de rijke Golfstaten hebben de overheden de mogelijkheid het klassieke sociale contract in stand te houden. Toen de Arabische Lente in 2011 aanbrak, kon die worden geabsorbeerd.

Voor de republieken lag dat anders. Als reactie op het falen van de autoritaire stelsels ontstond hier een nieuw islamitisch sociaal contract. Dit islamisme was geen terugkeer naar het oude pact, maar was gericht op het overnemen van het in de twintigste eeuw gegroeide staatsapparaat. Daarbij onderscheidt Meijer een maximalistisch programma en een liberaler, minimalistisch programma. Intrigerend is zijn observatie dat islamistische bewegingen zich ervan bewust waren dat ze de façadedemocratieën alleen konden omzetten in een beter systeem met westerse hulp.

Lees verder “De Arabische wereld na 1970”

Het huis van Massinissa

Stamboom van het huis van Massinissa (klik=groot)

Het bovenstaande plaatje wilde ik al een tijdje hebben en ik ben blij dat Kees Huyser het voor me heeft gemaakt. (Dank je wel Kees!) Zoals u ziet is het een stamboom, meer precies die van het huis van Massinissa, die rond 203/202 door de Romeinen werd erkend als koning van Numidië – zeg maar het huidige Algerije.

Hij was niet de eerste koning in de regio: zijn vader Gaïa heerste al over de oostelijke Numidiërs, die bekendstaan als de Massyliërs. Een andere koning, Syfax, heerste over de Masaeisyliërs in het westen, verenigde beide rijken en werd vervolgens verdreven door Massinissa. Met Romeinse steun regeerde hij een halve eeuw en zou zijn koninkrijk hebben opgestoten in de vaart der volken. Dat lezen we althans bij de Griekse geschiedschrijver Polybios, die verrast zal zijn geweest door de Numidische macht rond het midden van de tweede eeuw, maar niet wist hoe sterk het rijk al in de derde eeuw was geweest. We hebben Massinissa’s portret op munten, maar ik heb nooit een echt helder exemplaar gevonden, dus we moeten het doen met het onderstaande plaatje.

Lees verder “Het huis van Massinissa”

Tipasa

Tipasa, Villa aux fresques

Ik heb het voorrecht nogal wat te kunnen reizen. Mijn laatste reis, per trein en bus door Spanje, waas puur vakantie. Maar de meeste reizen maak ik als reisleider en omdat ik ook het programma van zo’n reis maak, kan ik eigenlijk altijd wel iets invoegen dat ik zelf nog nooit heb gezien. Ik denk dat ik bovengemiddeld veel antieke ruïnes en archeologische musea heb bezocht, en ik zou niet goed weten wat ik de allermooiste vind – maar de Algerijnse stad Tipasa scoort hoog, heel hoog.

Het begint natuurlijk bij de locatie: aan de kust. In de hierboven afgebeelde villa moet het heerlijk wonen zijn geweest, met altijd het ruisen van de zee en een achtertuin die ook destijds overging in een bos. Dat was niet overal zo; momenteel zijn er meer bomen dan vroeger, zodat de site iets feeërieks heeft, al is het natuurlijk niet bepaald historisch verantwoord. Ik zei dat Tipasa mooi is, niet dat je er als het ware door een antieke stad wandelde. Daarvoor moet je naar Pompeii.

Lees verder “Tipasa”

Een dynastiek monument

Beeld van een Romeinse keizer (Oud Museum, Cherchell)

In mijn reeks over de laatste jaren van Julius Caesar blogde ik onlangs over zijn testament, waarin hij zijn achterneef Gaius Octavius adopteerde. De jongeman zou, behalve een enorm fortuin, de naam Gaius Julius Caesar erven en aan het hoofd van de familie Julius komen staan. Geld en naam en familie waren, in combinatie met een nietsontziend cynisme, voldoende om zijn oudoom/adoptiefvader te imiteren en eveneens een putsch uit te voeren. Als keizer Augustus regeerde hij nog veertig jaar en het moet gezegd: hij bracht de rust waar de Romeinse bevolking sinds het begin van de Tweede Burgeroorlog naar snakte.

Overal verrezen standbeelden. Niet alleen tijdens zijn leven, ook daarna, want zijn opvolgers legitimeerden zich door te verwijzen naar de stichters van de dynastie: Augustus en zijn adoptiefvader Caesar. Misschien is het bovenstaande beeld een voorbeeld. Het probleem is: het hoofd ontbreekt. Het kan dus Augustus voorstellen, maar ook iemand anders, en dan komt keizer Claudius (r.41-54) in aanmerking, omdat het beeld tijdens zijn regering is vervaardigd.

Lees verder “Een dynastiek monument”

Wie wil er mee naar Algerije?

Mozaïek uit Lambaesis

Oké, een nieuw jaar en nieuwe plannen. Als u een trouwe lezer bent van deze blog, heeft u wellicht al gezien dat ik een reeks achtergrondblogs ben begonnen. Met die onregelmatig verschijnende reeks komen we 2026 wel door. Ook Kees Alders is weer actief als schrijver: hij zal u vanaf medio januari op gezette tijden meer vertellen over Chinese en Indische filosofieën. In Groningen gaat een leesclub van start met het voornemen historische romans te lezen en er op deze plek verslag van te doen. Daarnaast zijn er de oude reeksen: over wat de oudheidkundige disciplines maakt tot wetenschappen, over het Nieuwe Testament en over Julius Caesar – en die reeks loopt weliswaar ten einde, maar gaat nog wel door na 15 maart.

Tot zover het aanbod op deze blog. Maar ik wilde u ook over iets anders informeren. Ik organiseer namelijk in september een reis naar Algerije. Dat is – eerlijk is eerlijk – een dure reis en de visumprocedure is knap ingewikkeld. Maar: Algerije is de frustrerende voorbereidingen en de hoge reissom dubbel en dwars waard.

Lees verder “Wie wil er mee naar Algerije?”

Een grafmozaïek uit Sétif

Een grafmozaïek uit Sétif (Archeologisch museum, Sétif)

De Algerijnse stad Sétif oogt opvallend modern. De trams zijn van hetzelfde type als in Rotterdam, er zijn wolkenkrabbers en er is een uitstekend archeologisch museum. Ik blogde al eens over mijn eerste bezoek. Tot de pronkstukken behoort een verzameling mozaïeken uit twee christelijke basilieken, die zijn opgegraven in 1959, dus midden tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962). De vloeren van deze godshuizen bestonden uit mozaïeken.

Dat was niet ongebruikelijk, maar deze mozaïeken gaven de plaatsen aan waar in de kerk mensen lagen begraven, en zulke “grafmozaïeken” – bestaat dit woord? – zijn zeldzamer. In de ene basiliek in Sétif waren er twintig, in de andere vijftig. Zulke mozaïeken bestaan altijd uit een mooie rand om wat geometrische figuren en een grafschrift. Een opvallende naam is Adeodatus, een naam waarover ik al eens blogde omdat het de Latijnse vertaling is van het oud-Fenicische Mattan-ba’al, “godsgeschenk”, Dieudonné.

Lees verder “Een grafmozaïek uit Sétif”

Sallustius, Caesars handlanger

Laatantiek portret van Sallustius (Museo archeologico nazionale, Florence)

Als ik u zeg dat het laat was in het jaar dat was begonnen toen Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel eind 45 v.Chr., dan weet de trouwe bezoeker van deze blog dat dit een aflevering zal zijn van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over hem. Het gaat over een van zijn paladijnen: Gaius Sallustius Crispus.

De vroege loopbaan van Sallustius

In 54, toen Caesar zich bezighield met het bestrijden van Ambiorix, bekleedde Sallustius de quaestuur. Uit deze tijd is een op zijn naam overgeleverde scheldredevoering tegen Cicero overgeleverd, maar die is vermoedelijk niet zijn eigen werk. In datzelfde jaar betrapte de volkstribuun Titus Annius Milo de quaestor in bed met zijn echtgenote Cornelia Fausta (een dochter van Sulla). Dat leverde Sallustius een pak slaag op. Toen Milo twee jaar later voor de rechter moest verschijnen, had Sallustius, inmiddels volkstribuun, een persoonlijke reden om zich te voegen bij de aanklagers.

Lees verder “Sallustius, Caesars handlanger”