Een zinken plaatje uit Bern

Zinken plaatje met Gallische inscriptie (Bibracte)

Ik ben nog nooit in Bern geweest, laat staan in het kantonaal museum, dus ik heb er ook geen foto’s gemaakt. De bovenstaande afbeelding is dan ook een foto van een replica van een object uit Bern, dat in 1984 bij toeval is gevonden en dateert uit het tweede kwart van de eerste eeuw v.Chr. Het is gemaakt van een heel zeldzaam metaal: zink. Het was in de Oudheid bekend en men gebruikte het ook, namelijk om messing te vervaardigen, maar men beschikte niet over de methoden om het op een andere manier toe te passen.

Een voorwerp als dit, gemaakt van zuiver zink, was dus zeldzaam en de eigenaar zal wel een voorname Helvetiër zijn geweest. Iemand die deelgenomen moet hebben aan de beslissing om het land te verlaten en te migreren naar Aquitanië. Zoals u weet was alles goed geregeld maar weigerde de Romeinse gouverneur van de Provence, een zekere Gaius Julius Caesar, de Helvetiërs de doortocht. De brug over de Rhône in Genève die hij liet verwoesten, is overigens herbouwd en voorzien van een mooi standbeeld van de filosoof Rousseau.

Lees verder “Een zinken plaatje uit Bern” →

Gaius Julius Caesar (2): Gallië

Een oude druk van Caesars boek “De Bello Gallico” (Musée de Bibracte)

[Tweede deel van het op de deze blog onvermijdelijke overzichtsartikel over Julius Caesar. Het eerste deel was hier.]

Het Driemanschap

Gewoonlijk wees de Senaat (d.w.z. de optimates) aan elke consul een provincia toe, dat wil zeggen een mandaat om een bepaalde taak te verrichten. Het hoefde niet per se een militair commando te zijn, al is ons woord “provincie” afgeleid van provincia in de zin van krijgstheater, maar dat was wel wat een consul het liefst had. Omdat Caesars tegenstanders bang voor hem waren, zorgden de senatoren ervoor dat hij de zorg voor de Italische bossen en wouden kreeg toegewezen. De senatoren konden het risico niet nemen dat Caesar aan het hoofd van een leger zou komen staan.

Lees verder “Gaius Julius Caesar (2): Gallië” →

De ontdekking van het Higgsboson

Dat ik de late jaren zeventig heb overleefd, moet zijn geweest doordat ik een abonnement had op Kijk. Je was drie dagen bezig om het allemaal te lezen maar dan had je ook iets geleerd over het sterrenschip Daedalus, over dinosaurussen, over het Oera Linda-boek, over gewasveredeling of de unificatie van de natuurkrachten. Dat laatste artikel, met de constatering dat het niet wilde vlotten omdat de zwaartekracht een buitenbeentje bleef, moet in het nummer van maart 1979 hebben gestaan, gewijd aan de honderdste geboortedag van Albert Einstein.

Kijk maakte wetenschap leuk en maakte natuurkunde spannend. Dat bleef het – tot ik het vak kreeg op de middelbare school. Mijn leraren konden er ook niets aan doen: terwijl mijn vrienden en ik alles wilden weten over relativiteit en elementaire deeltjes, moesten zij les geven over saaie puntmassa’s die met saaie eenparig versnelde bewegingen saai naar beneden vielen. Tegenover de verbazing om het allerfundamenteelste stond de realiteit van het onderwijs.

Lees verder “De ontdekking van het Higgsboson” →