
Hoe groot de afstand is die ons scheidt van de oude wereld, merken we onder meer als we kijken naar het vroegste christendom. In de Eerste Brief aan de Korintiërs laat de apostel Paulus ons zien wie er zoal deel uitmaakten van een gemeente:
In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.noot
Paulus gaat er dus van uit dat zijn lezers, net als hijzelf, erkenden dat sommigen ten behoeve van de gemeente wonderen konden verrichten, konden profeteren of “klanktaal” konden spreken. Dit laatste wil zeggen dat mensen in trance klanken uitstootten die werden uitgelegd als openbaring. De jargonterm is glossolalie, “in tongen spreken”. Het klassieke voorbeeld is de pythia in Delfi, die in een soort extase verkeerde en bepaalde kreten slaakte, die door tempelfunctionarissen in dichtvorm werden gegoten en golden als goddelijk advies. Elders speelden rituele dansen een rol, waarbij mensen in trance visioenen kregen. Dat lijkt een vorm van sjamanisme.
Een gangbare praktijk
Paulus noemt glossolalie vakernoot en wist in Efese enkele mensen in extase te brengen.noot Ook het verhaal over de neerdaling van de Heilige Geest in de Handelingen van de Apostelen lijkt naar glossolalie te verwijzen.noot Ik schrijf “lijkt”, want degenen die dan de geest krijgen, stoten geen vreemde klanken uit, maar zijn voor iedereen begrijpelijk. Pinksteren, dat wil zeggen het joodse Wekenfeest (Sjavoeot), is immers, zoals ik al eens vertelde, een omkering van de Babylonische spraakverwarring.
De meest uitgebreide beschrijving vinden we in, opnieuw, de Eerste Brief aan de Korintiërs: het complete veertiende hoofdstuk is aan glossolalie gewijd. Paulus maakt daarin diverse dingen duidelijk, namelijk dat de betrokkenen vreemde, ongecontroleerde klanken uitstootten, die de indruk wekten van een soort heilige razernij.noot Paulus is bang dat het verkeerd zal worden uitgelegd, wat opmerkelijk is, omdat zulke razernij ook bij andere culten voorkwam (Adonis, Dionysos…). Om de misverstanden niet nodeloos op te roepen adviseert Paulus (Paulus zijnde Paulus) dat het beter was als vrouwen zich van glossolalie onthieldennoot en dat een professional uitlegde wat de kreten betekenden.noot Dit is dus net zoals in Delfi.
Anders dan in Delfi, waar glossolalie diende om advies te geven, kon christelijke glossolalie een gebed zijn of een dankzegging.noot Het was daarom ook niet gericht op het menselijke publiek, maar tot God. Daarom mocht iemand die in extase raakte, ook niet worden gehinderd.noot
Toen en nu
Kortom, deze vorm van vroege christelijke eredienst lijkt hooguit op de Pinkstergemeenten in onze tijd, maar niet op een katholieke of protestantse viering. De verschillen tussen toen en nu zijn dus groot en vragen om een verklaring.
In de late tweede eeuw begonnen christelijke groepen zich te organiseren. Er waren altijd informele leiders geweest, maar nu kwam er wat systeem in de benoeming. Er was een groep, de aanhangers van de zogeheten proto-orthodoxie, die de leer langzaam maar zeker begon vast te leggen: wie Christus vereerde, kon niet ook andere goden aanbidden, en de verering moest gebeuren op een bepaalde manier. De leer werd gefundeerd in de gewijde literatuur, en ook over de omvang van de canon kwamen afspraken. Wat in deze tijd feitelijk gebeurde, was dat de oorspronkelijke, charismatische kerk werd vervangen door een geïnstitutionaliseerde kerk, die bestaat tot op de huidige dag, en weinig ruimte laat voor glossolalie.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Zelfde tijdvak
De Dekapolisjuni 9, 2023
De dood: twee opties – of drienovember 22, 2023
De vogel Feniksapril 24, 2023

In 1996 waren er regelmatig uitzendingen met Amerikaanse evangelisten waarbij glossolalie een m.o.m. vast nummer was. Was/ ben er dol op. Herinner me buikkrampen van het lachen toen ene Morris Turillo een volle zaal in NL bewerkte. Hij werd bijgestaan door een simultaan-vertaler die ook Morris zijn glossalische erupties vertaalde. Net even mijn audio-opname teruggeluisterd:
Don’t look to the right!!!! / Kijk niet naar rechts!!!!
Don’t look to the left!! / Kijk niet naar links!!
(…onverstaanbaar) is blowing!!! / hij blaast!!!
hakkodudberunandabekawam!!!!!!!!!! / hakkobodudberunbababalalolwam!!!!
Bij de glossolalie was de vertaler soms niet 100% correct. Neem het ‘m eens kwalijk.
Misschien is het echte wonder wel dat het aantal gelovigen toeneemt ondanks deze evidente wartaal. Of: niet ondanks, maar juist daardoor!
Kijk hier eens naar https://youtu.be/lheI4wWYt8E?si=qaDyzBhkFdKEDplq
AI-verteller die heeft ontdekt dat er contradicties zijn in de bijbel (echt?) en insinueert dat priesters in het seminarie geleerd krijgen om het complot over Pinksteren te verdoezelen. Ik ga het niet uitkijken.
Walgelijk antireligieus AI-filmpje.
En nog vol foute informatie ook.
Elke mening is goed mits goed gefundeerd.
Bah, trap er toch niet in.
De schrijver van de Korinthe-brief weet ook terdege dat in tongen spreken iets voor de ongelovigen is, en dat het voor de eigen eredienst met mate en beleid moet worden toegepast (daar heb ik ook problemen bij igv de ‘Evangelicals’).
Het is daarom wel iets strakker dan ‘het zou beter zijn als’:
1 Korintiërs 14: wanneer er in een openbare eredienst in tongen wordt gesproken, moet er zelfs er een uitlegger aanwezig zijn. Als die er niet is, dient de spreker te zwijgen en tot zichzelf en God te spreken.
22 Dus de talen van de Geest zijn een teken. Niet voor de mensen die al geloven, maar voor de ongelovigen. Maar profetie is niet voor de ongelovigen, maar voor de gelovigen.
27 Als mensen iets in een taal van de Geest willen zeggen, mogen dat er maar twee of drie zijn. Ze moeten om de beurt spreken. En iemand moet het uitleggen. 28 Als er niemand is die het kan uitleggen, moeten ze ook niet tegen de gemeente in talen van de Geest spreken. Ze mogen dan wel voor zichzelf tegen God in een taal van de Geest spreken.
Wat er in 1 Korinthiërs 14 staat is dus niet ‘spreken in tongen’, de video is niet bekeken, duidelijk.
Dat hele ‘spreken in tongen’ is nog eng ook, bekijk deze video https://youtu.be/uf3kR6gZC0A?si=yvt27Kpy2zCM4Jv9
Robert Vermaat: ik zie niet zo wat er verkeerd aan de informatie is. En Iets ‘walgelijk anti-religeus’ noemen laat eerder de reageerder kennen dan het onderwerp.
Het boek Handelingen is een ‘historische roman’, dus een ‘Eerste Pinksterdag’ is er hoe dan ook nooit op die manier geweest. Zult u – waarschijnlijk niet willen aanvaarden, maar dat kan ik niet helpen.
En al dat charismatisch willen doen is gewoon eng.