
[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het vierde deel van een vijfdelige reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]
Koopkracht
Laten we naar het Romeinse kleingeld kijken om gevoel te krijgen voor de koopkracht van de bevolking. Bij Petronius lezen we: ‘Hij was zo gierig dat hij een quadrans met zijn tanden uit de modder zou trekken’. Dat oordeel komt duidelijk uit een elitaire koker. De quadrans was de kleinste denominatie. Letterlijk een kwart-as. Twee quadrantes hadden de waarde van éen semis, die overigens weinig geslagen werd. De as had een spilfunctie in het geldsysteem. Vier asses maakten één sestertius. Vier sestertii waren even veel waard als één zilveren denarius, waarvan er 25 in een gouden aureus gingen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.