Het verloren schaap

Goede herder (Musée archéologique de Sousse)

Het is zondag, dus ik blog over het Nieuwe Testament: zo’n fijne bron voor het leven van gewone mensen in de Romeinse wereld. Vandaag het verloren schaap, dat een rol speelt in Jezus’ prediking.

Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.”noot Lukas 15.4-7.

Vraag: wat is de overeenkomst tussen de hemelse en de aardse vreugde? In de hemel heerst God, zoveel is duidelijk, en als de analogie zuiver is, dan zou degene die z’n schaap kwijt is, naar God moeten verwijzen. Maar het is een rijke man, want hij bezit honderd schapen. En hier speelt het “image of limited good”: het denkbeeld dat er op aarde van alles maar een beperkte hoeveelheid is en dat als iemand een groter deel heeft, de anderen automatisch minder hebben. (Economische groei was in de Oudheid geen bekend concept.) De schaapseigenaar is in dit wereldbeeld geen goed mens.

Dat is geen vergezochte interpretatie – we zitten in het Lukasevangelie, waar de arme Lazarus naar de hemel gaat en er geen herkansing is voor de rijke man. De rijken hebben hun beloning al gehad, de laatsten zullen de eersten zijn en de eersten de laatsten. De schaapseigenaar staat aan de verkeerde kant. Het is ook een sukkel, die een schaap kwijtraakt. Daar zal het publiek van Jezus om hebben moeten lachen.

De parabel is wellicht niet bedoeld geweest als analogie, maar als de Joodse redenatiefiguur die bekendstaat als Kal Vahomer. Het is wat wij a fortiori noemen: als zelfs slecht mensen een verloren schaap gaan zoeken, hoeveel te meer doet God het dan met verloren mensen. Ik weet niet waar de uitdrukking “goede herder” vandaan komt, maar ik vermoed dat dat niet de strekking is van deze parabel.


De familie van Jezus

oktober 12, 2025

Geweld in Judea (3)

februari 12, 2017
Deel dit:

5 gedachtes over “Het verloren schaap

  1. Gert M. Knepper

    De uitdrukking ‘de goede herder’ komt uit Johannes 10, en heeft niets met deze parabel te maken.
    En verder: dat de schaapseigenaar in dit wereldbeeld geen goed mens is en “aan de verkeerde kant staat” geloof ik niet. In de vergelijking gebruikt Lukas inderdaad de a fortiori redenering. Maar die luidt niet: “Als zelfs slechte mensen een verloren schaap gaan zoeken, hoeveel te meer doet God het dan met verloren mensen.” Hij luidt: “Als iedereen die veel schapen heeft niettemin enorm blij is wanneer hij één verloren schaap terugvindt, hoeveel te meer zal God blij zijn wanneer, te midden van een groot aantal mensen die niet gered hoeven te worden, één zondaar gered wordt.”
    Dat de schaapseigenaar er veel schapen op nahoudt maakt hem nog niet slecht; het is slechts de verhaaltechnische noodzaak om de vergelijking te laten opgaan. Je hebt gelijk dat bij Lukas rijken er vaak slecht op staan. Maar in dit verhaal is die rijkdom niet meer dan de achtergrond waartegen de waardering van het geringe des te beter uitkomt.

    1. Gert M. Knepper

      Nog een kleine toevoeging: dit verhaal is ook geen gewone vergelijking over een schaapseigenaar met veel beesten, getuige het begin:
      “Stel iemand van jullie bezat honderd schapen, en raakte er daarvan één kwijt. Dan zou je toch de negenennegentig schapen achterlaten… enz”. De toehoorder/lezer is hier zelf de schaapseigenaar.

        1. Gert M. Knepper

          Er staat expliciet bij wie Jezus aanspreekt: Farizeeën en schriftgeleerden die mopperen omdat Jezus tollenaars en zondaars ontvangt (15:1,2). Jezus’ verhaaltje is een verklaring voor die handelwijze; tegen die Farizeeën en schriftgeleerden zegt hij: “Stel dat je honderd schapen zou hebben…” Dat is iets anders dan: “Jullie hebben allemaal honderd schapen”, dat zou onzin zijn. Nee, Jezus spreekt hier zijn publiek niet aan als slechteriken, maar als mensen die in een fictieve situatie op een vanzelfsprekende manier zouden reageren. Jij en ik, zeg maar (het is zondag).

  2. Rik Gheysens

    De klemtoon van dit verhaal ligt inderdaad niet bij de tegenstelling arm – rijk maar bij het lot van weerlozen en machtelozen. Jezus schetst een voorbeeld. Bij Matteüs 18.12 is de veronderstelling: Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken?

    Lucas spitst de vraag meer toe op zijn toehoorders. Deze bestaan volgens de evangelist uit tollenaars en zondaars. Over de vriendelijke omgang met deze groep waren de farizeeën en schriftgeleerden niet te spreken. Daarom vertelt Jezus de volgende gelijkenis: Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft?

    In het vroegere semi-nomadisch volk waren schaapherders een gerespecteerde groep. Mozes, Saul en David waren een tijdlang schaapherder.

    Volgens Matteüs is de moraal van het verhaal: Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: Hij wil niet dat een van deze geringe mensen verloren gaat. (18.14)

    Lucas voegt er een andere bedenking aan toe: Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben. (15.7)

    De gelijkenis bevat in beide versies dezelfde verhaallijn: de herder neemt het initiatief om het verloren schaap op te sporen. God gaat op zoek naar het enkele verloren schaap. De conclusies zijn enigszins verschillend. Matteüs legt de nadruk op God die actief het verloren schaap opzoekt. Lucas beklemtoont eerder dat het de zondaar is die tot inkeer moet komen. Uiteraard wenst God in beide versies dat de zondaar terugkeert, maar de nadruk ligt in deze parabel geheel op Gods zoeken, niet zozeer op de bekering van de zondaar.

    E.P. Sanders, The Historical Figure of Jesus, p. 215 e.v., gaat op zoek naar de reden van het ontbreken van een uitgewerkt thema over bekering in de evangelies, met name inclusief de voorwaarde om een offer te brengen in de tempel en zo vergiffenis te bekomen. Dergelijke uitkomsten komen weliswaar voor, maar niet systematisch, ook niet in deze parabel. Het thema van deze parabel is niet de waarde van de bekering.
    Denk aan de uitspraak van Jezus:
    Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zullen het koninkrijk van God eerder binnengaan dan u. (Mt 21.31)

    Het is juist dit aspect uit Jezus’ boodschap dat zoveel wrevel opwekte bij de farizeeën en sadduceeën. De weg om in het reine te komen na een misstap was in de joodse wetgeving nauwkeurig vastgelegd. Jezus verkondigde een boodschap die gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd kon worden. Jezus sprak zich niet openlijk uit tegen de wet en de wetsvoorschriften. Wel beschouwde Hij zijn boodschap als uitermate belangrijk. De rest moest daarvoor wijken.

Reacties zijn gesloten.