D’Artagnan, archeologie en de waakhond

Generiek plaatje van D’Artagnan

Het bericht die je wist dat zou komen: er is van alles verkeerd gegaan bij het onderzoek in de kerk van Wolder bij Maastricht, waar het stoffelijk overschot zou liggen van D’Artagnan, zoals u tot vervelens toe hebt vernomen de vierde van Dumas’ Drie Musketiers. De beschuldigingen zijn niet mals: het botmateriaal is verstoord, de documentatie is gebrekkig, de resten zijn vervoerd in schepijsbakjes, de opgraver heeft op het graf gestaan, het onderzoek is niet uitgevoerd volgens de regels. De betrokken archeoloog, die vóór zijn pensioen veertig jaar heeft gewerkt in Maastricht, is aangehouden.

De berichtgeving bevat twee rode vlaggen: de eerste is dat men nog onderzoekt hoe groot de schade is en de tweede is dat degenen die dat onderzoeken, anoniem willen blijven. Ik wil geloven dat er iets grondig verkeerd is gegaan. Waar rook is, is meestal ook vuur. Als iemand echter tegenwerpt dat het lijkt op moddergooien als iemand de pers anoniem informeert over onderzoek dat nog moet plaatsvinden, dan denk ik dat ook daarvoor iets valt te zeggen. Ik schort mijn oordeel over wat zich daar in het zand heeft afgespeeld dus op, en bedek de naam van de betrokkene met de mantel der liefde.

Wie wist wat?

De schade die Limburg en de archeologie ondervinden, verontrust me echter voldoende om drie losse gedachten neer te pennen.

Gedachte één: het is wonderlijk dat een van de bekendste archeologen van Limburg de veronderstelde janboel kon creëren zonder dat zijn (oud-)collega’s ervan wisten. Ter illustratie: ik hoorde er op 15 maart van, tien dagen voor het nieuws naar buiten kwam. Andere illustratie: een Maastrichtse wethouder wist het wel. Het lijkt me dat Limburgse archeologen het dan ook wel zullen hebben geweten. Nu de zaak aan het ontploffen is, lees ik nergens waarom zij niet hebben ingegrepen. Ik kan natuurlijk iets over het hoofd hebben gezien.

Dit aspect intrigeert me, omdat er een algemener patroon bestaat. Toen de Sapfo-papyri werden ontdekt, was meteen duidelijk dat een misdrijf was gepleegd. Later werd Dirk Obbink tot zondebok gemaakt, terwijl de andere betrokkenen die over de Sapfo-papyri publiceerden, vanaf dag één wisten van het misdrijf.noot Een bevriende jurist attendeerde me erop dat de Ethical Consideration Sections in hun publicaties neerkomen op valsheid in geschrifte. Een ander voorbeeld is een frauderende Tilburgse decaan, die in 2021 is veroordeeld, terwijl zijn medewerkers voldoende wisten om te weten dat ze niet méér moesten weten. Men leze Ontspoorde wetenschap van Frank van Kolfschooten voor een overzicht van de wetenschappelijke mores – wegkijken dus.

Het probleem is misplaatste collegialiteit. Ook al vermoed je dat je collega iets verkeerd doet, het blijft je collega. Dat is wel zo menselijk, maar óók voer voor wetenschapssceptici: de collegiale controle faalt. We weten momenteel niet of de affaire rond D’Artagnan inhoudelijk (zoals ik hoop) een exces is of (naar ik vrees) representatief voor een discipline waar de collegiale controle hapert. Ik hoop dat de journalisten hun waakhondfunctie uitoefenen en doorvragen.

Waakhond

Die waakhondfunctie brengt bij gedachte twee: toen het nieuws op 25 maart naar buiten kwam, heeft bij mijn weten geen enkele journalist de vraag gesteld waarom men al naar de pers stapte vóór er een wetenschappelijke publicatie was.

Dat had gemoeten. Veel archeologen stappen namelijk al naar de pers voordat ze hun verhaal rond hebben. Dat is heel begrijpelijk: er bestaat zoiets als ontdekkingsvreugde. (Ik heb zelf weleens een scherp dateerbaar muntje opgegraven en werd niet moe te vertellen dat het hielp de verwoesting van een stad te dateren.) Vaak zijn de claims echter voorbarig en overdreven: een recent voorbeeld is de zogenaamde legionair die zou zijn opgegraven in Heerlen. Feitelijk is alles gezever wanneer een archeoloog beweert dat er geschiedenisboeken moeten worden herschreven of dat zijn opgraving het Pompeii is van deze of gene streek. Meer journalistieke rode lichten op de website van de VWN.

Mijn dringende advies aan journalisten is: NOOIT OVER ARCHEOLOGIE SCHRIJVEN zolang er geen rapport is. Ontbreekt het, dan zeg je gewoon “wat een leuke claim, we zullen er graag over schrijven als het wetenschappelijk in orde is”. Dan word je als journalist niet medeplichtig aan hypes.

Het grote plaatje

Mijn derde gedachte zal de vaste lezers van deze blog niet verbazen. De archeologie komt te vaak verkeerd in het nieuws. Zomaar drie factoren:

  1. Er is een spanning tussen wat we zeggen te zijn en wat we tonen. Archeologen claimen (terecht!) een sociale wetenschap te beoefenen, maar tonen vooral gehypete vondsten. Er is niets tegen een zelfpresentatie met vondsten, maar als je daarmee de aandacht trekt, moet je de aandacht trekken tot iets wezenlijkers (de methoden, de sociaalwetenschappelijke vraagstellingnoot Zonder sociaalwetenschappelijke vraagstelling lijkt het opgraven van een Cervantes, een Oldenbarnevelt of een D’Artagnan mij overigens grafschennis.…) en dat gebeurt zelden.
  2. Archeologen misinformeren doordat ze onvoldoende in de gaten hebben welke aannames zijn ondergraven door taalkundigen, classici en oudhistorici.
  3. Te vaak bestaat het nieuws uit zaken die verkeerd gingen, zoals nu deze week, of een museale beroving, of vandalisme, etc.

We zijn een vak dat overwegend in het nieuws komt met trivia, onjuistheden en zaken die verkeerd gingen. Onlangs flapte ik eruit dat we nog maar twee blunders zijn verwijderd van het moment waarop er vragen behoren te komen. Nu flap ik er wel meer uit, maar later dacht ik: dat klopt wel, eigenlijk. Twee blunders en er behoren vragen te komen. Het is Nederland, dus het gebeurt later: vier blunders. Maar de vraag is zinvol: als de gemeenschap niet normaal wordt geïnformeerd, wat heeft ze dan aan alle intellectuele inspanning, alle tijd en alle energie die archeologen in hun werk steken? Is die vraag na de vierde blunder gesteld, dan is het na zes blunders voorbij.

Dat betrof vooral Romeins Nederland, dat me dierbaar is, en niet de zeventiende eeuw. Maar affaires als deze doen de wetenschap weinig goed.

Deel dit:

24 gedachtes over “D’Artagnan, archeologie en de waakhond

  1. Frans Buijs

    In Nieuwsuur werd het allemaal vrij duidelijk. Gepensioneerd archeoloog Wim Dijkman beklaagde zich erover dat hij altijd in een team gewerkt had en nooit erkenning had gekregen. Ik grapte al dat hij de nieuwe Howard Carter wilde worden.
    Wat ik me bij het kijken van die reportage ook afvroeg: waarom hebben de mensen van de kerk hem toch zijn gang laten gaan? Hebben zij zich nooit afgevraagd: archeologie… is dat nou echt iemand die een beetje in een graf aan het rommelen is?
    Het bestuur van de kerk heeft dus ook wel wat vragen te beantwoorden.

  2. FrankB

    D’Artagnan werd 62. Hij stierf bij het Beleg van Maastricht. Ik heb die leeftijd ook en moet er niet aan denken aan zoiets mee te doen.

      1. Ik ben over een maand 62 en ik liep zaterdag nog met speer en schild over een veld in België – twee van ons moesten naar het ziekenhuis door paard-gerelateerde ongevallen.
        Het is geen beleg van een stad (de toiletten waren uitstekend) maar 2 jaar terug kregen we op dezelfde locatie water binnen dat voor het gras bedoeld was (in NL hebben we geen grijs water) en naast 15 man in het ziekenhuis is er een veelvoud een week ziek geweest (mijn gezin ook). Dan komt zo’n beleg toch wel wat nader, het incident is nu dan ook berucht omdat het zo zelden voorkomt in ons moderne paradijs.
        Museum Oudenburg, aanrader.

    1. Hij had het stukken beter dan de normale manschappen – als edelman en commandant van de lijfwacht had hij zeker een eigen tent. Die musketbal was niet persoonlijk bedoeld.

  3. Frans Buijs

    Bijkomend probleem: als je als journalist braaf wacht met schrijven over een archeologische vondst tot er een rapport is, heeft er ondertussen allang een andere journalist geschreven over een spectaculaire vondst die de geschiedenis zal herschrijven! Kassa, klikbeet!

    1. Ja, dat is een probleem. Maar veel journalisten, zelfs routiniers, weten ook niet hoe ze worden gemanipuleerd met een voorwerp (concreet, fotografeerbaar) en een verhaal dat ze niet kunnen controleren. Als ik beweer dat we nu bewijs hebben voor deze of gene discussie, vraagt geen journalist of die discussie er überhaupt wel is.

    1. Wie wetenschappelijk is gevormd, is gevormd. Je vorming is niet je beroep; je bent het. Er is dus geen pensioen. Mijn muze Simone Mooij zei altijd dat je de geesteswetenschappen leeft. Dus ik snap dat de betrokkene zich niet beschouwt als een oud-archeoloog.

      Ik denk wel dat de jongere generatie archeologen hun tijd aan de universiteit ziet als een “opleiding”, niet meer als vorming.

      1. Frans Buijs

        Nee, maar hij zou toch wel slim genoeg moeten zijn om te beseffen dat je niet zomaar moet gaan rond banjeren in een graf. Dan ben je op je ouwe dag een kwakcheoloog.

        1. Ben Spaans

          Gewoon een prutser….
          En eigenwijs tegenover zijn oude werkgever. Veel opgekropte.

          1. Ik vrees dat opgekropte woede het stille thema is in veel archeologisch nieuws. Door de commercialisering is er nogal wat jaloezie en zijn er beschuldigingen van broodroof. Soms terecht, soms onterecht. Soms met naam en toenaam, soms (zoals nu) anoniem.

            Wat in elk geval beter kan: meer journalisten moeten weten dat ze worden “gerund”.

      2. Jona, natuurlijk is wel er een pensioen. Je blijft archeoloog maar je mag na je dienstverband niet zomaar je schep in de grond steken.
        En als hij dan toch archeoloog was – de fouten die hij maakte horen bij de ergste vorm van schatgraverij. Want dit was ego op zoek naar de schat. Met wetenschap had deze kuil nul komma nul te maken.

      1. Rob Duijf

        ‘Mijn dringende advies aan journalisten is: NOOIT OVER ARCHEOLOGIE SCHRIJVEN zolang er geen rapport is.’

        Het is heel erg leuk om over archeologie te schrijven. Als je bedoelt dat journalisten geen voorbarige conclusies zouden moeten opschrijven, dan zouden ze daarmee ook niet moeten worden gevoed door archeologen en voorlichters. Uiteraard moeten journalisten zich ervan bewust zijn dat ze moeten schrijven over feiten, maar dat archeologen en voorlichters de berichtgeving willen sturen en dat de journalistiek hun instrument is.

        Objectieve journalistiek bestaat niet. Een goede journalist snapt dat, want dat is onderdeel van de journalistieke opleiding. En er zit nog meer journalistiek gereedschap in die koffer, zoals doorvragen, hoor en wederhoor, bronnenonderzoek, fact checking etc.

        De praktijk laat zien dat het vaak niet zo werkt. Journalistiek is ook de wereld commercie en snelle berichtgeving. Het is de redactionele afweging van het plaatsen van een scoop voor de concurrentie ermee aan de haal gaat, of achter de feiten aanlopen met een kritisch verhaal achteraf. Ik heb ooit nog eens gewerkt voor een chocoladeletteruitgeverij die het zoeken naar sensatie heeft gecultiveerd. Ook bij andere mediabedrijven zie ik dat dat helaas vaak schering en inslag is.

        Maar stel nou eens dat niemand over deze ‘opgraving’ uit de school had geklapt, en stel nou eens dat het inderdaad om het graf van de beroemde musketier gaat, dan had er vroeg of laat toch een wetenschappelijk rapport met documentatie moeten komen. Dan zou iedere archeoloog kunnen zien dat die publicatie de wetenschappelijke toets niet zou doorstaan, omdat er prutswerk is verricht.

        Ik ben in ieder geval blij dat een dergelijk rapport niet in handen van journalisten gaat vallen…

  4. Tja, maar in dit stuk linkt het wel een beetje alsof dit een regulier proces betrof. Als archeologen, gepensioneerd of niet buiten vergunningen dit soort zaken doen dan is het simpelweg illegaal.

      1. De vaststelling dat er op meerdere vlakken zaken zijn misgegaan is een juiste. Het kan zijn dat misstanden wel gemeld zijn door vakgenoten (weten we niet) en toen de bal aan het rollen ging. Wat jouw laatste opmerking betreft: alles was leuk toen het een spectaculaire ontdekking was, nu gaat het vermoedelijk om schadebeperking…

        1. Ja, daar ben ik ook bang voor. En het netto effect is: de archeologie komt weer eens in het nieuws als prutswerk.

          En ik ben echt serieus dat we dit soort incidenten (laten we hopen dat het “slechts” een incident is) niet gebruiken kunnen en maar een paar blunders verwijderd zijn van een wetswijziging. Nederland moet keuzes maken voor de toekomst en het opofferen van de culturele sector, die deels onbegrijpelijk is en geen electorale steun heeft, is de voor de hand liggende keuze.

  5. Kees Voorburg

    Reactie op Frans Buijs, 4e van boven (“… als je als journalist braaf wacht met schrijven over een archeologische vondst tot er een rapport is, heeft er ondertussen allang een andere journalist…etc.”).

    Een journalist kan toch direct melden dat archeoloog X meldt iets gevonden te hebben en van alles en nog wat beweert, maar dat wetenschappelijk onderzoek nog niet heeft plaatsgevonden en enige scepsis/voorzichtigheid daarom op zijn plaats is? Dat iemand onzin uitkraamt kan immers nieuwswaardig zijn.

    Vraag me t.a.v. groepskunst (film/ pop- of jazzband etc.) al langer af of NL niet bij uitstek het land is waar talent en dilettant probleemloos door één deur gaan en gezellig samen een borrel drinken, met als gevolg dat alleen NL-solokunst van topniveau is (*). Het lijkt er op dat iets soortgelijks de NL-archeologie ondergraaft.

    Vergis ik mij, of was er niet al een hevig conflict tussen NL en Frankrijk over deze zaak? Een Trumpachtige Franse president zou de ‘schat’ al lang hebben bevrijd/geroofd met militair ingrijpen.

    (*) Toegegeven, deze vlieger gaat niet op voor klassieke muziek.

  6. Christo Thanos

    Nou Jona, het is niet altijd mogelijk om iets in de krant te krijgen nadat er een rapport is. En ook niet altijd wenselijk.
    Voorbeeld: in 1995 hebben amateurarcheologen in Bodegraven een poortgebouw van een castellum gevonden. Er zijn toen twee grote palen van de poort wel ingetekend maar niet opgegraven.
    In 2023 hebben we subsidie gekregen om deze twee palen op te graven. Dat hebben we in 2025 gedaan, 30 jaar na de opgraving van de AWN. Een klein putje ter grootte van drie parkeervakken. Voorwaarde bij de subsidie: hoe bereik je een zo groot mogelijk publiek.
    De palen zijn gevonden (onderzoeksvraag: ouderdom dmv dendrodatering en conservering). De AWN had een stand, er was heel veel publiek, bezoek van de wethouder en de krant was er. En een dag later in de regionale bijlage van het AD een leuk artikel. En archeologie in Bodegraven stond even positief in het regionale nieuws.

    De onderzoeksresultaten zijn er. Ik vraag me af of het AD er nu vijf regels aan zou willen besteden in de krant.
    Overigens: de AWN gaf aan dat als de palen onverhoopt niet gevonden zouden worden (dat was een risico), het onderzoek toch een succes zou zijn vanwege het onderzoek en publiciteit.

Reacties zijn gesloten.